-A +A

Verkiezingscampagnes. Wat mogen partijen en kandidaten in de strijd om de kiezer?

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
KEUNEN S
Auteur: 
HENNAU, S.,
Tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Pagina: 
510
Samenvatting

 Deze bijdrage staat stil bij de algemeen geldende regelgeving en belicht vervolgens de mogelijkheden waarover gemeentebesturen en politieke partijen beschikken om de verschillende verkizingscampagnemiddelen te verbieden, dan wel toe te passen. Er wordt concreet ingegaan op de beperkingen die het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet vastlegt en op de praktische implicaties hiervan voor de Vlaamse gemeenten.

zie ook de wet van 19 mei 1994 tot regeling van de verkiezingscampagne en tot beperking en aangifte van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van [het Vlaams Parlement, het Waals Parlement, het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en het Parlement] van de Duitstalige Gemeenschap, alsmede tot vaststelling van de toetsingsnorm inzake officiële mededelingen van de overheid (klik hier voor de integrale versie van deze wet)

Inhoudstafel tekst: 

 Inleiding .1-3

I. Het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet .4-5

A. Overheidscommunicatie in de aanloop naar gemeentelijke verkiezingen: het neutraliteitsbeginsel .6-9

B. Beperkingen van uitgaven en financiële verbintenissen .10-17

C. Beperkingen inzake campagnemiddelen .18-21

1. Niet-commerciële reclameborden .22-31

2. Commerciële reclamespots .32-41

3. Gadgets .42-48

II. Verkiezingspropaganda in Frankrijk en Nederland .49

A. Frankrijk .50-56

B. Nederland .57-59

Conclusie .60-63

Bronverwijzingen:

S. WALGRAVE, J. LEFEVRE en M. HOOGHE, “Volatiel of wispelturig? Hoeveel en welke kiezers veranderen van stemvoorkeur tijdens de campagne” in K. DESCHOUWER, P. DELWIT, M. HOOGHE en S. WALGRAVE, De stemmen van het volk. Een analyse van het kiesgedrag in Vlaanderen en Wallonië op 10 juni 2009, Brussel, VUB Press, 2010, 29-50;

T.W.G; VAN DER MEER, E.J. VAN ELSAS, R.M. LUBBE en W. VAN DER BRUG, Kieskeurige kiezers: een onderzoek naar de veranderlijkheid van Nederlandse kiezers, 2006-2010, Amsterdam, Departement politicologie Universiteit Amsterdam, 2012, 80 p.

B. MADDENS en J. SMULDERS, Partijpolitieke fundraising in België 1999-2015, Leuven, Vives beleidspaper – Instituut voor de overheid, 2016, 17 p. (https://feb.kuleuven.be/VIVES/publicaties/beleidspapers/BP/bp2016/vives-...).

J. SMULDERS, J. FANIEL en B. MADDENS, “Verkiezingen, partijen en overheidsfinanciering: de financiële gevolgen van de verkiezingen van 25 mei 2014”, TBP 2014, 428-437; B. WAUTERS, “Inleiding: partijleden in perspectief”, in B. WAUTERS (ed.), Wie is nog van de partij? Crisis en toekomst van partijleden in Vlaanderen, Leuven, Acco, 2017, (9) 14-16. 33

J. SMULDERS, J. FANIEL en B. MADDENS, “Verkiezingen, partijen en overheidsfinanciering: de financiële gevolgen van de verkiezingen van 25 mei 2014”, TBP 2014, 428-437.

P. VAN AELST, “De lokale verkiezingscampagne: tussen huisbezoek en televisiestudio” in J. BUELENS, B. RIHOUX en K. DESCHOUWER (eds.), Tussen kiezer en hoofdkwartier: De lokale partijafdelingen en de gemeenteraadsverkiezingen van 2006, Brussel, VUBPress, 2008, (95) 99-100.

E. VAN HAUTE en M-C. WAVREILLE, “Waar haalden kiezers hun informatie vandaan tijdens de verkiezingscampagne?” in R. DASSONNEVILLE, M. HOOGHE, S. MARIEN en J-B. PILET (eds.), De lokale kiezer. Het kiesgedrag bij de Belgische gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2012, Brussel, ASP nv, 2013, (219) 226-227.

L.M. VENY, I. CARLENS, P. GOES en B. WARNEZ, “Kiesrechtgeschillen. Het contentieux betreffende de verkiezingen van de provincie-, gemeente- en districtsraden van 14 oktober 2012 en de daaropvolgende verkiezingen van de ocmw-raden”, T.Gem 2013, (172) 190.

K. MEERSCHAUT en P. DE HERT, “Openbare overlast betreft niet de morele openbare orde: meer duidelijkheid door de Raad van State (noot onder RvS 20 maart 2008, nr. 181.416), RW 2008, 1266-1267;

S. BRABANTS, “Geen gemeentelijke politiebevoegdheid voor de morele openbare orde, ook niet na de invoering van het begrip ‘openbare overlast’ (noot onder RvS 18 maart 2010, nr. 202.037, BVBA Belgium Business Company)”, T. Gem. 2010, 205209;

P. DE HERT en K. MEERSCHAUT, “Lettres persanes 10. De Belgische morele openbare orde beschermd. Vroeger was het vrijer”, Nederlands Tijdschrift voor Rechtsfilosofie en Rechtstheorie 2007, 95-103;

J. DEMBOUR, Les pouvoirs de police administrative générale des autorités locales, Brussel, Bruylant, 1956, 69-73.

L.M. VENY, I. CARLENS, P. GOES en B. WARNEZ, “Kiesrechtgeschillen. Het contentieux betreffende de verkiezingen van de provincie-, gemeente- en districtsraden van 14 oktober 2012 en de daaropvolgende verkiezingen van de ocmw-raden”, TBP 2013 (172) 195.

S. KEUNEN, “Lokaal Kiesdecreet. Verdoken sanctie?”, NjW 2016, (798) 803-804.

 

 

Omz. Vl. 14 oktober 2011 betreffende beslissingen tijdens het jaar van de gemeenteraads-, stadsdistrictsraads- en provincieraadsverkiezingen en gebruik van informatiemiddelen, BS 3 november 2011, 65902.

Parlementaire stukken

Vraag om uitleg over verkiezingsborden op privaat domein (Vr. nr. 302, Bert Maertens) en Vraag om uitleg over de intentie van bepaalde gemeenten om bij de lokale verkiezingen van 14 oktober 2018 verkiezingsborden te verbieden (Vr. nr. 308, Michel Doomst), Commissie voor Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering en Stedenbeleid, 7 november 2017, www.vlaamsparlement.be.



 

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 29/06/2018 - 12:59
Laatst aangepast op: vr, 29/06/2018 - 12:59

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.