-A +A

Aangetekende zending definitie Raad van State

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Raad van State
Datum van de uitspraak: 
don, 09/06/2011

Een “aangetekende zending” is, luidens artikel 131, 9° van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, zoals vervangen bij de wet van 13 december 2010:

“een dienst die op forfaitaire basis tegen de risico's van verlies, diefstal of beschadiging waarborgt, waarbij de afzender, in voorkomend geval op zijn verzoek, een bewijs ontvangt van de datum van afgifte of van de bestelling van de postzending aan de geadresseerde.”

Een “postzending” dan weer is, luidens artikel 131, 7° van dezelfde wet:

“[een] geadresseerde zending in definitieve vorm die een aanbieder van postdiensten verzorgt. Naast brievenpost worden bijvoorbeeld als postzending aangemerkt: boeken, catalogi, kranten, tijdschriften en postpakketten die goederen met of zonder handelswaarde bevatten.”

Artikel 135 § 2 van dezelfde wet, zoals ingevoegd bij de wet van 13 december 2010, luidt:

“Aan alle verplichtingen opgenomen in deze en alle andere wetten die betrekking hebben op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en hun uitvoeringsbesluiten die betreffende de aangetekende zendingen de woorden 'ter post', 'bij de post', 'per post' of elke andere soortgelijke verwijzing bevatten is voldaan wanneer gebruik wordt gemaakt van een aangetekende zending zoals gedefinieerd in artikel 131, 9° van deze wet of gebruik wordt gemaakt van een elektronisch aangetekende zending overeenkomstig de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen, de elektronisch aangetekende zending en certificatiediensten.”

Voor de regeling van de rechtspleging bij de Raad van State is voorts van belang het artikel 5 § 3 van de wet van 17 januari 2003 betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, zoals ingevoegd bij de wet van 13 december 2010, dat luidt in nagenoeg identieke bewoordingen:

“Aan alle verplichtingen opgenomen in deze en alle andere wetten die betrekking hebben op aangelegenheden als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet en hun uitvoeringsbesluiten die betreffende de aangetekende zendingen de woorden 'bij de post', 'per post' of elke andere soortgelijke verwijzing bevatten is voldaan wanneer gebruik wordt gemaakt van een aangetekende zending zoals gedefinieerd in artikel 131, 9° van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven of wanneer gebruik wordt gemaakt van een elektronisch aangetekende zending overeenkomstig de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen, de elektronisch aangetekende zending en certificatiediensten.”

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2009-2010
Pagina: 
690
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(E. Van Hooydonk / UA, Vlaamse Autonome Hogeschool Hogere Zeevaartschool)

(...)

III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 21, 2de lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt.

Artikel 84 § 1, 1ste lid van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: algemeen procedurereglement) bepaalt dat “[a]lle processtukken […] aan de Raad van State [worden] toegezonden bij ter post aangetekende brief”. Zoals onder meer blijkt uit het verslag aan de Regent dat voorafgaat aan dit besluit, strekt dit voorschrift ertoe de processtukken een vaste of onbetwistbare datum te geven. Het is dan ook de datum van de aantekening ter post die in aanmerking moet worden genomen voor het bepalen van de tijdigheid van de memories.

4. Met een aangetekende brief - tegen ontvangstbewijs - van 17 november 2010 heeft de griffie van de Raad van State aan verzoeker een afschrift van de memorie van antwoord van de verwerende partijen ter kennis gebracht. In diezelfde brief is verzoeker gewezen op de mogelijkheid om binnen zestig dagen na ontvangst van dat schrijven een memorie van wederantwoord in te dienen. In deze brief werd voorts de bijzondere aandacht van verzoeker gevestigd op artikel 21, 2de lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, wat betreft de gevolgen van het niet of niet tijdig indienen van memories, alsmede op artikel 14bis § 1 van het algemene procedurereglement. Eveneens werd gewezen op de artikelen 84 en 85 van het algemene procedurereglement.

Verzoeker heeft die brief voor ontvangst ondertekend op 19 november 2010, zodat 18 januari 2011 de uiterste datum was om tijdig een memorie van wederantwoord in te dienen.

5. Verzoeker heeft zijn memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd op 17 januari 2011, dus binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van het algemene procedurereglement. Hij deed dit evenwel met “Taxipost Secur”.

6. Aldus rijst, ambtshalve, de vraag of een zending met “Taxipost Secur” voldoet aan de in herinnering gebrachte vereiste van het algemene procedurereglement met betrekking tot de aangetekende zending.

Het is de Raad van State niet onbekend dat hij hierover in eerdere arresten afwijzend heeft beschikt.

Thans echter dient rekening te worden gehouden met de wijzigingen die de wetgever op 13 december 2010 heeft aangenomen met betrekking tot de regeling van de postdiensten. Het betreft meer bepaald, eensdeels, de wet van 13 december 2010 tot wijziging van de artikelen 2, 2/1, 4 en 5 van de wet houdende wijziging van de wet van 17 januari 2003 betreffende de rechtsmiddelen en geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector (BS 30 december 2010), welke in werking is getreden op 31 december 2010 en, anderdeels, de wet van 13 december 2010 tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten (BS 31 december 2010, 2de ed.).

7. Een “aangetekende zending” is, luidens artikel 131, 9° van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, zoals vervangen bij de wet van 13 december 2010:

“een dienst die op forfaitaire basis tegen de risico's van verlies, diefstal of beschadiging waarborgt, waarbij de afzender, in voorkomend geval op zijn verzoek, een bewijs ontvangt van de datum van afgifte of van de bestelling van de postzending aan de geadresseerde.”

Een “postzending” dan weer is, luidens artikel 131, 7° van dezelfde wet:

“[een] geadresseerde zending in definitieve vorm die een aanbieder van postdiensten verzorgt. Naast brievenpost worden bijvoorbeeld als postzending aangemerkt: boeken, catalogi, kranten, tijdschriften en postpakketten die goederen met of zonder handelswaarde bevatten.”

Artikel 135 § 2 van dezelfde wet, zoals ingevoegd bij de wet van 13 december 2010, luidt:

“Aan alle verplichtingen opgenomen in deze en alle andere wetten die betrekking hebben op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en hun uitvoeringsbesluiten die betreffende de aangetekende zendingen de woorden 'ter post', 'bij de post', 'per post' of elke andere soortgelijke verwijzing bevatten is voldaan wanneer gebruik wordt gemaakt van een aangetekende zending zoals gedefinieerd in artikel 131, 9° van deze wet of gebruik wordt gemaakt van een elektronisch aangetekende zending overeenkomstig de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen, de elektronisch aangetekende zending en certificatiediensten.”

Voor de regeling van de rechtspleging bij de Raad van State is voorts van belang het artikel 5 § 3 van de wet van 17 januari 2003 betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, zoals ingevoegd bij de wet van 13 december 2010, dat luidt in nagenoeg identieke bewoordingen:

“Aan alle verplichtingen opgenomen in deze en alle andere wetten die betrekking hebben op aangelegenheden als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet en hun uitvoeringsbesluiten die betreffende de aangetekende zendingen de woorden 'bij de post', 'per post' of elke andere soortgelijke verwijzing bevatten is voldaan wanneer gebruik wordt gemaakt van een aangetekende zending zoals gedefinieerd in artikel 131, 9° van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven of wanneer gebruik wordt gemaakt van een elektronisch aangetekende zending overeenkomstig de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen, de elektronisch aangetekende zending en certificatiediensten.”

Hierover staat in de parlementaire stukken het volgende te lezen (Parl.St. Kamer 2010-11, nr. 203/004, 2):

“Deze verbetering verduidelijkt dat elke vermelding van 'ter post', 'per post', 'bij de post' in de wetgeving en de reglementering zoals bijvoorbeeld in 'ter post aangetekende zending' geenszins inhoudt dat enkel een aangetekende zending van bpost kan worden gebruikt maar wel degelijk elke fysieke aangetekende zending zoals gedefinieerd door de wet van 21 maart 1991 of een elektronische aangetekende zending overeenkomstig de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen, elektronisch aangetekende zending en certificatiediensten.”

8. Taxipost Secur is een dienst die, zoals de “gewone” aangetekende zending, op forfaitaire basis tegen de risico's van verlies of beschadiging waarborgt en waarbij de afzender, in voorkomend geval op zijn verzoek, een bewijs ontvangt van de datum van afgifte of van de bestelling van de postzending aan de geadresseerde. Een zending met Taxipost Secur voldoet bijgevolg met ingang van 31 december 2010 aan de vereiste van een zending “bij ter post aangetekende brief”, als bedoeld in artikel 84 § 1, 1ste lid van het algemene procedurereglement. Dat de aangeboden verzekering tegen verlies of beschadiging niet uitdrukkelijk ook het risico van diefstal zou dekken, volstaat in het licht van de ratio legis van de vereiste van aangetekende zending, die gelegen is in het verkrijgen van een vaste datum van de afgifte van de zending, niet om hierover anders te oordelen.

9. Verzoeker legt een bewijs voor waaruit de datum van afgifte van zijn memorie van wederantwoord aan de postdiensten blijkt, evenals uittreksels uit de zogenaamde “E-Tracker”, de applicatie van de postdiensten die het mogelijk maakt de zending aan de hand van een unieke code te volgen, zelfs tot en met de handtekening van de bestemmeling.

Er is geen reden om de sanctie van artikel 21, 2de lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State toe te passen.

BESLISSING

(…)

 

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 05/07/2017 - 13:45
Laatst aangepast op: wo, 05/07/2017 - 13:45

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.