Aansprakelijkheid –Gebrekkige zaak – ontplofbaar gas dekking verzekering
NV M.V. t/ B.S., Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten en C.S.
1. Wat voorafgaat
1.1. Op 26 juli 2005 doet zich een ontploffing voor in een chalet op het recreatiedomein Netevallei te Geel, die eigendom is van B.S., en waarbij deze chalet volledig afbrandde. Volgens het strafdossier was de oorzaak van de brand een gasontploffing door vrijgekomen gas (“Het gas is hoogstwaarschijnlijk afkomstig van een kookplaat (knop niet helemaal dichtgedraaid?) of van een lek in de leiding, die het gas vanuit de gasfles naar de kookplaat voerde”).
C.S., een vriend van B.S., was op dat ogenblik aanwezig in de chalet en liep zware brandwonden op aan het gezicht en de armen. Bij dagvaarding van 15 mei 2006 om te verschijnen voor de Burgerlijke Rechtbank te Turnhout vordert hij vader en zoon S. solidair te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding, alsook de aanstelling van een geneesheer-deskundige te bevelen. In deze dagvaarding laat hij gelden dat beide gedaagden, als bewaarders van een gebrekkige zaak, op grond van art. 1384, eerste lid BW aansprakelijk zijn voor het schadegeval. In latere conclusies doet hij afstand van deze vordering, in zoverre ingesteld tegen A.S., omdat hij er ten onrechte van was uitgegaan dat deze partij de eigenaar was van de betrokken chalet. Tevens baseert hij zijn vordering, in zoverre ingesteld tegen B.S., eveneens op art. 1382 BW.
1.2. Bij verzoekschrift van 14 augustus 2006 komt het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten, de ziekteverzekeraar van C.S., vrijwillig tussen in deze procedure en vordert het B.S. te veroordelen tot het betalen van een provisionele som van 58.217,36 euro, te vermeerderen met interesten.
1.3. B.S. voert in conclusies aan dat de brand vermoedelijk is ontstaan door een lek in de gasleiding en/of een gebrekkige montage van deze gasleidingen. Volgens hem werden deze leidingen door zijn vader vervangen, zodat deze partij hem dient te vrijwaren. Hierna stelt het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten eveneens een vordering in tegen A.S.
1.4. Op 26 december 2006 komt de NV M.V., de brandverzekeraar van B.S., op verzoek van haar verzekerde vrijwillig tussen in de procedure. De verzekeraar betwist de aansprakelijkheid van zijn verzekerde en voert aan dat hij in elk geval niet gehouden is dekking te verlenen voor door derden geleden lichamelijke schade.
1.5. In het beroepen vonnis van de Burgerlijke Rechtbank te Turnhout van 3 september 2007 verleent de eerste rechter akte aan C.S. van zijn afstand van vordering, ingesteld tegen A.S. De vorderingen van het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten en B.S., gericht tegen deze partij, worden ongegrond verklaard bij gebreke van bewijs van enige fout van A.S. Zo acht de eerste rechter het niet bewezen dat deze partij de gasleidingen in de chalet van B.S. zou hebben vervangen.
De vorderingen, door C.S. en het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten ingesteld tegen B.S., worden wel gegrond verklaard. Volgens de eerste rechter vertoont een woning, waarin zich een opeenstapeling van gas voordoet, een gebrek in de zin van art. 1384, eerste lid BW. De bewaarder van deze zaak, B.S., is dan ook aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door dit gebrek. De stelling van de NV M.V. dat de schade van C.S. misschien werd veroorzaakt door een eigen fout van deze partij (namelijk het niet goed afsluiten van de kookplaat), wordt verworpen.
Voorts oordeelt de eerste rechter dat de brandverzekeraar van S., de NV M.V., op grond van de waarborg “brand en aanverwante gevaren” respectievelijk “burgerlijke aansprakelijkheid gebouw” wel degelijk (onder aftrek van zijn vrijstelling) gehouden is dekking te verlenen voor zowel de lichamelijke schade als de materiële schade van C.S.
Gelet op deze gegevens, wordt B.S. veroordeeld tot het betalen van een provisionele vergoeding van 3.000 euro aan C.S., worden B.S. en de NV M.V. in solidum veroordeeld tot het betalen van een provisionele vergoeding van 58.217,36 euro aan het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten, en wordt de NV M.V. veroordeeld tot vrijwaring van haar verzekerde. Tevens wordt dr. P. aangesteld als geneesheer-deskundige.
1.6. De NV M.V. stelt, bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit hof op 8 november 2007, een naar vorm en termijn regelmatig hoger beroep in tegen dit vonnis.
...
3. Beoordeling
3.1. Aansprakelijkheid van B.S. voor het schadegeval
3.1.1. Zowel C.S. als de Socialistische Mutualiteiten voeren in de eerste plaats aan dat de chalet, eigendom van B.S., met een gebrek in de zin van art. 1384, eerste lid BW was behept. Hierbij voeren zij aan dat de aanwezigheid van gas in deze chalet, die diende als woning, een abnormale gesteldheid van dit goed is, die normale bewoning onmogelijk maakt.
3.1.1.1. Met toepassing van art. 1315, eerste lid BW, gelezen in samenhang met art. 870 Ger.W., is het aan deze partijen om aan te tonen dat B.S. op het ogenblik van de feiten bewaarder was van de chalet, dat deze chalet door een gebrek was aangetast en dat C.S. door deze gebrekkige zaak schade heeft geleden.
B.S. ontkent niet dat hij bewaarder was van de betrokken chalet. Wel betwisten zowel B.S. als zijn brandverzekeraar, NV M.V., het bestaan van een gebrek. Volgens deze partijen staat de oorzaak van de ontploffing en van de navolgende brand immers niet vast, zodat niet kan worden uitgesloten dat bijvoorbeeld een eigen fout van het slachtoffer aan de oorsprong ligt van de ontploffing.
Deze stelling is door de eerste rechter terecht verworpen.
3.1.1.2. Geen van de partijen betwist dat er zich op 26 juli 2005 een gasontploffing heeft voorgedaan in de chalet, eigendom van B.S., waardoor deze chalet volledig is vernield. Deze gasontploffing is enkel tot stand kunnen komen door het contact tussen een gasbel en een – niet nader geïdentificeerde – ontstekingsbron. Hieruit volgt dat C.S. en de Socialistische Mutualiteiten op afdoende wijze aantonen dat zich in de chalet van B.S. een gasbel bevond met een voldoende inhoud om een zware ontploffing te veroorzaken.
Een gebouw, in casu een chalet gebruikt voor bewoning, waarin zich een abnormale opeenstapeling van ontplofbaar gas bevindt, voldoende om een ontploffing te veroorzaken, vertoont een abnormaal kenmerk dat in bepaalde omstandigheden schade kan veroorzaken. De betrokken chalet was op het ogenblik van het schadegeval dan ook behept met een gebrek in de zin van art. 1384, eerste lid BW. Het gegeven dat niet is opgehelderd wat de verder liggende oorzaak was van de aanwezigheid van de gasbel in de chalet, doet geen afbreuk aan de toepasselijkheid van art. 1384, eerste lid BW.
3.1.1.3. Voorts betwist geen van de partijen dat de schade die C.S. heeft opgelopen bij de ontploffing en de navolgende brand zich niet zou hebben voorgedaan, zoals dit thans het geval is geweest, zonder het voormelde gebrek in de chalet van B.S.
3.1.1.4. Hieruit volgt dat C.S. en de Socialistische Mutualiteiten terecht, met toepassing van art. 1384, eerste lid BW, schadevergoeding vragen van B.S. Volledigheidshalve voegt het hof hieraan toe dat deze laatste er, tot zijn eventuele bevrijding, niet in slaagt aan te tonen dat de schade in casu werd veroorzaakt door een vreemde oorzaak of een eigen fout van het slachtoffer. Zo maken B.S. en NV M.V. het geenszins aannemelijk dat een eigen fout van C.S., namelijk het niet voldoende toedraaien van de knop van de kookplaat, aan de oorsprong van het schadegeval ligt. Dit wordt ook uitdrukkelijk tegengesproken in de eigen verklaring van B.S. aan de politiediensten waarin hij meldt “ik heb mij eerst naar het gasvuur begeven dat in de keuken stond. Aldaar stelde ik vast dat het gasvuur dichtstond; van hier ontsnapte er geen gas”.
...
3.2. Gehoudenheid van NV M.V. tot het verlenen van verzekeringsdekking voor het schadegeval
3.2.1. NV M.V. betwist niet dat zij op grond van de waarborg “brand en aanverwante gevaren”, opgenomen in de polis met nr. 2.752.009 “Woning Plus” die zij met B.S. heeft afgesloten, gehouden is de materiële schade van C.S. te vergoeden. Zij betwist wel dat zij op grond van deze polis eveneens gehouden is de lichamelijke schade van C.S. te vergoeden.
3.2.2. B.S. werpt in de eerste plaats op dat deze schade valt onder de verzekering “derden-verhaal”. Concreet voert hij aan dat NV M.V., volgens de polisvoorwaarden, “het verhaal van derden tot 625.000 euro” vergoedt, zonder dat dit beperkend (namelijk beperkt tot de schade aan goederen van een derde) wordt omschreven. B.S. voert dan ook aan dat hij ervan uit mocht gaan dat ook lichamelijke schade, geleden door derden, werd verzekerd.
De eerste rechter heeft deze stelling terecht verworpen.
3.2.2.1. Luidens art. 64 Wet Landverzekeringsovereenkomst wordt, tenzij anders is bedongen, de schade voortkomend uit lichamelijke letsels niet gedekt door de verzekering van de aansprakelijkheid, opgelopen ten gevolge van een schadegeval dat de in de overeenkomst aangewezen goederen treft, en waarvan de oorzaak of het voorwerp wordt vermeld in art. 61 tot 63 Wet Landverzekeringsovereenkomst. Behoudens andersluidend beding dekt een brandverzekering bijgevolg niet de schade, voortkomend uit lichamelijk letsel.
Deze regel wordt voor de verzekering “derden-verhaal” bevestigd in art. 5, § 1, derde lid van het Brandbesluit van 24 december 1992 (BS 31 december 1992) dat het “verhaal van derden” definieert als “de aansprakelijkheid die de verzekerde oploopt ingevolge de artikelen 1382 tot 1386bis BW voor de schade aan goederen, veroorzaakt door een verzekerd schadegeval, die zich voortzet op goederen die eigendom zijn van derden, gasten inbegrepen”.
3.2.2.2. B.S. toont niet aan dat de polisvoorwaarden, opgenomen onder de waarborg “brand en aanverwante gevaren” uitdrukkelijk voorzien in een vergoeding van lichamelijke schade, geleden door derden, ten gevolge van de brand. Anders dan hij lijkt te beweren, kan uit de overige clausules – opgenomen onder deze waarborg – ook niet worden afgeleid dat lichamelijke schade, geleden als gevolg van brand en aanverwante gevaren, zou gedekt zijn. Zo betreffen alle andere opgesomde schadeposten (namelijk nrs. 1-5), die worden vergoed ten gevolge van een gedekt schadegeval, louter materiële schadeposten.
Dit kan evenmin worden afgeleid uit de “begripsomschrijvingen”, opgenomen in de polis, omdat hierin geen specifieke definitie voor “verhaal van derden” is opgenomen, zodat de definitie opgenomen in het Brandbesluit geldt.
3.2.2.3. Uiteraard volstaat het feit dat B.S. als “leek” ervan uitging dat alle schade van derden zou worden vergoed, niet om NV M.V. te verplichten schadeposten te vergoeden waarvoor zij, krachtens de wet, geen dekking hoeft te verlenen. Zo is het evengoed de verantwoordelijkheid van de verzekeringnemer om, alvorens een polis te ondertekenen, te informeren bij de verzekeraar welke schadegevallen precies worden gedekt door de polis.
3.2.3. B.S. werpt in de eerste plaats op dat de lichamelijke schade van derden in elk geval wordt gedekt door de waarborg “burgerrechtelijke aansprakelijkheid gebouw”, omdat onder deze waarborg de schade wordt vergoed “die derden opgelopen hebben, tot 12.500.000 euro voor lichamelijke schade en tot 625.000 euro voor materiële schade”.
NV M.V. betwist deze stelling. Volgens de verzekeraar kan een schadegeval slechts vallen onder één van de waarborgen opgenomen in de polis, meer bepaald de meest specifieke waarborg voor dat welbepaalde schadegeval. NV M.V. voert dan ook aan dat zij de schade, veroorzaakt door de brand op 26 juli 2005, enkel vergoedt onder de voorwaarden bepaald in de waarborg “brand en aanverwante gevaren”.
3.2.3.1. Vastgesteld wordt dat, onder de waarborg “Burgerrechtelijke aansprakelijkheid gebouw”, de verzekeraar de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de verzekerde dekt voor schade aan derden, huurders of gebruikers veroorzaakt door (o.m.) het gebouw en de verzekerde inboedel. Het betreft bijgevolg een zeer ruim omschreven waarborg.
Anders dan NV M.V. beweert, kan uit het loutere feit dat B.S. een zogenaamde “combinatiepolis” heeft onderschreven niet worden afgeleid dat onder de waarborg “Burgerlijke aansprakelijkheid gebouw”, geen schade kan worden vergoed die gebonden is aan het voorvallen van een brand. Dit wordt bevestigd door de polisvoorwaarden. Zo wordt van de dekking van de waarborg “Burgerlijke aansprakelijkheid gebouw” uitgesloten “schade die door vuur, rook, water, ontploffing of implosie aan goederen veroorzaakt is”. Uiteraard is een dergelijke uitsluiting zinloos indien schade veroorzaakt door brand, gelet op de waarborg “brand en aanverwante gevaren” in de polis, toch niet onder de waarborg “Burgerlijke aansprakelijkheid gebouw” kan vallen.
Het hof sluit zich aan bij de stelling van de eerste rechter dat uit de aanwezigheid van deze uitdrukkelijke uitsluitingsgrond afgeleid kan worden dat schade veroorzaakt door brand van een gebouw of een verzekerde inboedel, die niet onder de uitsluitingsgrond valt, wel door de waarborg “Burgerlijke aansprakelijkheid gebouw” kan worden gedekt. Dit wordt trouwens, minstens impliciet, bevestigd door art. 1, § 2 van het voormelde Brandbesluit dat de bepalingen van dit Besluit van toepassing verklaart op de “Burgerlijke aansprakelijkheid gebouw”-verzekering “wanneer deze samenhangt met een brandverzekering”. Hieruit volgt immers dat, ook wanneer beide waarborgen in eenzelfde polis zijn opgenomen, de waarborg “Burgerlijke aansprakelijkheid gebouw” – behoudens gestipuleerde uitsluitingsgronden – schade veroorzaakt door brand kan dekken.
Volledigheidshalve voegt het hof hieraan toe dat NV M.V. ook zelf lijkt toe te geven dat schade, veroorzaakt door brand en aanverwante gevaren, die niet wordt gedekt door de waarborg “brand”, eventueel wel door andere waarborgen kan worden gedekt. Zij verwijst immers zelf naar een polis (afgesloten tussen de vader van B.S. en de NV A.B.) waarin de lichamelijke schade van derden veroorzaakt door water, vuur, brand, ontploffing of rook, wordt gedekt door de waarborg “Burgerlijke aansprakelijkheid privéleven”.
3.2.3.2. Met toepassing van art. 1315, tweede lid BW is het aan de verzekeraar die een grond tot uitsluiting inroept om aan te tonen dat aan de voorwaarden van deze uitsluitingsgrond is voldaan. Dit bewijs wordt in casu niet geleverd. Zoals de eerste rechter terecht heeft vastgesteld, wordt uit de waarborg “Burgerlijke aansprakelijkheid gebouw” uitgesloten “schade die door vuur, rook, water, ontploffing of implosie aan goederen veroorzaakt is” (eigen cursivering). Lichamelijke schade door vuur of ontploffing wordt bijgevolg niet uitgesloten.
Uiteraard kan NV M.V. zich hierbij niet verschuilen achter een beweerde “ongelukkige” redactie van de voormelde uitsluitingsgrond. Indien zij wenste dat alle schade, veroorzaakt door brand, van de waarborg “Burgerlijke aansprakelijkheid gebouw” werd uitgesloten, had zij een uitsluitingsgrond in deze zin moeten redigeren, wat zij niet heeft gedaan.
Het beroepen vonnis wordt dan ook bevestigd.
- Doelgroep:
- Elfricon trefzinnen:
- Instantie:
- Rechtstakken:
- Kernwoorden:
- Soort link:
- Status homepage:
- Toepassingsgebied:
- Topics:
Hebt u nog een vraag?
Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.
Andere zoekopties
U kan onze website eveneens doorzoeken met deze opties:
- A-Z index
- Chronologische lijst van recente aanpassingen
- Doelgroepen
- De zoekfunctie op trefwoord (beta)
- Op kernwoorden
- Rechtsleer
- Rapport van alle bijdragen op deze site
- Rechtspraak
- Wetgeving
- Modellen
- RSS feeds
Aanvulling
Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.
