-A +A

Aansprakelijkheid architectenvennootschap versus de persoonlijke verplichting architect

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 09/09/2016
A.R.: 
C.14.0347.N

Het enkele feit dat een rechtspersoon bij een overeenkomst de door haar opgenomen verbintenissen niet vermocht uit te voeren, omdat die verbintenissen die zij aanging enkel, krachtens een regel van openbare orde, door een natuurlijk persoon mochten worden uitgevoerd, ontslaat haar niet van haar gehoudenheid tot het vergoeden van de schade die door de slechte uitvoering van die overeenkomst is ontstaan.

Het OM concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep; het was van mening dat het derde middel feitelijke grondslag miste. Het OM stelde hierbij dat de appelrechters oordeelden dat voorafgaand aan de wetswijziging van de wet van 20 februari 1939 bij de wet van 15 februari 2006 alleen de architect zelf en niet de architectenvennootschap aansprakelijk kan worden gesteld voor eventuele professionele fouten, niet louter omwille van het feit dat het beroep van architect alleen door een fysieke persoon kon worden uitgeoefend, maar ook op de gronden dat artikel 2 § 2 en de reglementering van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect van openbare orde is zodat daarvan niet kon worden afgeweken, en dat de burgerlijke vennootschap slechts als administratief vehikel optrad dat zelf geen professionele fouten kon begaan en alleen de architect persoonlijk aansprakelijk is voor professionele fouten in de uitvoering van de overeenkomst. Het middel ging dus volgens het OM uit van een onvolledige lezing van het bestreden arrest.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2017/2
Pagina: 
87
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(D.L. BVBA, E.R., Y.O. / N.S., L.W.A. BVBA - Rolnr.: C.14.0347.N)

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 14 maart 2014.

Bij afzonderlijke akte hebben de eisers ook een valsheidsvordering ingediend.

II. Cassatiemiddelen
De eisers voeren in hun verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Incidentele valsheidsvordering
(…)

Eerste middel
(…)

Tweede middel
(…)

Derde middel
9. Krachtens artikel 1134, eerste lid Burgerlijk Wetboek strekken alle overeenkomsten die wettig zijn aangegaan, degenen die ze hebben aangegaan, tot wet.

10. Het enkele feit dat een rechtspersoon bij een overeenkomst de door haar opgenomen verbintenissen niet vermocht uit te voeren, omdat de verbintenissen die zij aanging enkel, krachtens een regel van openbare orde, door een natuurlijke persoon mochten worden uitgevoerd, ontslaat haar niet van haar gehoudenheid tot het vergoeden van de schade die door de slechte uitvoering van die overeenkomst is ontstaan.

11. De appelrechters stellen vast: “in de onderscheiden syntheseconclusie in beroep betwisten partijen niet langer dat een architectenovereenkomst tot stand is gekomen tussen enerzijds [de verweerster] als architect en anderzijds [de eisers] als bouwheren, dit op basis van het contract d.d. 27 april 2004 voor het 'verbouwen woning tot restaurant met woning'.”

12. De appelrechters die vervolgens oordelen dat ten tijde van de litigieuze overeenkomst van 27 april 2004 alleen de fysieke persoon, L.W., mocht optreden als architect, en dat de verweerster, de architectenvennootschap, slechts optrad als een administratief vehikel dat evident zelf geen fouten kon begaan bij de uitoefening van de zuivere architectenprestaties, schenden artikel 1134, eerste lid Burgerlijk Wetboek.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het arrest in zoverre het de vordering van de eisers ten overstaan van de verweerster ongegrond verklaart en oordeelt over de gerechtskosten tussen deze partijen.

Verwerpt de valsheidsvordering en het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eisers tot de kosten van het cassatieberoep ten aanzien van de verweerder.

Houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

 

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 17/07/2017 - 14:40
Laatst aangepast op: ma, 17/07/2017 - 14:40

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.