-A +A

Aansprakelijkheid bij schade aan een uitgeleend voertuig

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Politierechtbank
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
maa, 12/05/2014

Het gratis laten gebruik maken van eeen voertuig is een (in regel ongeschreven) contract, beheerst door de regels van het contractueel aansprakelijkheidsrecht, met name het contract va bruikleen. De verplichting van de lener tot teruggave is een resultaatsverplichting. 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2014-2015
Pagina: 
472
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

I.V. t/ B. De Z.

...

In het tussenvonnis werd het voorwerp van de vordering uiteengezet. Voor een meer omstandige weergave van de vordering verwijst de rechtbank naar het tussenvonnis, maar in essentie komt de vordering erop neer dat eiser op 1 juni 2012 op het circuit van Folembray een Trackday RS organiseerde waarbij eiser het circuit afhuurde maar de eigenaar controle bleef uitoefenen; op een bepaald moment bestuurde verweerder eisers Porsche en was ermee betrokken in een ongeval; er ontspint zich een discussie over de aansprakelijkheid voor de schade aan eisers voertuig.

Eiser vordert verweerders veroordeling tot een schadevergoeding van 23.200 euro, vermeerderd met de interest.

In het tussenvonnis zette de rechtbank uiteen dat zij ambtshalve de op de voorgelegde betwisting toepasselijke rechtsregels moet toepassen, waarna de rechtbank zich afvroeg of de rechtsverhouding tussen partijen niet van contractuele aard was en of eiser in die omstandigheden wel een vordering op buitencontractuele basis kon stellen, mede gelet op het samenloopverbod tussen de contractuele en de extracontractuele aansprakelijkheid. De vraag werd gesteld of de vordering mogelijk op de contractuele restitutieplicht uit een overeenkomst van bruikleen zou kunnen teruggaan, met de implicaties van dien op het vlak van de bewijsvoering.

Verdere beoordeling

A. Contractuele aard van de vordering?

1. Bruikleen, zegt art. 1875 BW, is een overeenkomst waarbij de ene partij aan de andere een zaak afgeeft om daarvan gebruik te maken, onder verplichting voor degene die de zaak ontvangt, die terug te geven na daarvan gebruik te hebben gemaakt.

2. De rechtbank stelt allereerst vast dat er tussen partijen geen betwisting wordt opgeworpen op het vlak van de bewijsvoering – de rechtbank bedoelt daarmee op het vlak van de regels inzake bewijs in burgerlijke (verbintenisrechtelijke/contractuele) aangelegenheden, zodat de rechtbank op dat aspect niet hoeft in te gaan.

3. Uit verweerders eigen syntheseconclusie na heropening van het debat blijkt dat verweerder wel degelijk met eisers Porsche mocht rijden om aan een verlangen van verweerder te voldoen (...). De rechtbank citeert uit de conclusie: “Tijdens de dag vroeg concluant of hij met eiser eens mocht meerijden op het circuit in diens Porsche. Eiser stelde echter net voor de rit voor dat concluant zelf zou rijden en liet concluant de keuze om te rijden met de witte Ford of met de rode Porsche. Concluant opteerde voor de rode Porsche”.

In het tussen vonnis verwees de rechtbank al naar J. Herbots e.a., “Overzicht van rechtspraak. Bijzondere contracten”, TPR 1980, p. 517, nr. 273; eiser stelde verweerder de Porsche ter beschikking als een soort vriendendienst, verweerder mocht eens met de Porsche rijden om aan zijn verlangen te voldoen; alleen de regels betreffende de bruiklening kunnen daarop toepasselijk zijn.

Het kosteloos afgeven van een zaak aan een ander opdat deze laatste daarvan gebruik kan maken, maar met de verplichting haar terug te geven, is een bruikleen, ook al kan het goed op eenvoudig verzoek van de eigenaar op onverschillig welk ogenblik worden teruggevorderd; zo ook ingeval een voertuig voor een korte tijd ter beschikking wordt gesteld (Cass. 2 december 1987, RW 1988-89, 1125).

Te dezen strekte de bruikleen enkel en alleen verweerder tot voordeel. Het was om te voldoen aan zijn verlangen in de Porsche op het circuit te rijden dat eiser hem het voertuig ter beschikking stelde, zonder dat eiser zelf daar enig voordeel bij had.

Bruikleen is inderdaad essentieel om niet. Maar in het hele dossier is er geen zweem van aanwijzing dat eiser enig voordeel zou hebben ontvangen als tegenprestatie voor het ter beschikking stellen van de Porsche.

4. De omstandigheid dat eiser mogelijk naast verweerder plaatsnam in de passagierszetel van de Porsche verandert niets aan de aard van de bruikleenovereenkomst (Rb. Gent 28 juni 2001, TGR 2002, 147).

Verweerder, die perfect de mogelijkheid had het besturen van de Porsche af te wijzen, bestuurde het voertuig op het circuit voor zijn eigen voldoening; van enige band van ondergeschiktheid tijdens het sturen ten aanzien van eiser is geen sprake (Rb. Gent 28 juni 2001, hierboven vermeld).

5. Terecht wijst verweerder op de verplichting van de lener de zaak in stand te houden. Maar daar wringt net het schoentje. Verweerder verwijst naar cassatierechtspraak betreffende de bewaring. Het ontgaat hem dat die rechtspraak betrekking heeft op het begrip “bewaring” in de burgerlijke aansprakelijkheid, meer bepaald in de kwalitatieve aansprakelijkheid als bewaarder van een gebrekkige zaak bedoeld in art. 1384, eerste lid BW en op de bewaarder van een dier in art. 1385 BW. Dit heeft echter totaal niets te maken met onderhavig geschil.

Wat hier bedoeld wordt, is de contractuele verplichting van de lener om de zaak in stand te houden om ze daarna behoorlijk te kunnen teruggeven aan de uitlener. En precies daarin schoot verweerder tekort: hij bewaarde de zaak niet, maar raakte met het voertuig betrokken in een ongeval. Maar daarover later meer.

6. De rechtbank concludeert tot het bestaan van een contractuele relatie tussen partijen, te kwalificeren als een overeenkomst van bruikleen, en tot een contractuele aansprakelijkheid indien de lener één van de verplichtingen – te dezen de restitutieplicht, de verplichting het geleende goed ongeschonden terug te geven – niet nakomt.

B. Aard van de aansprakelijkheid

1. Hoewel de rechtbank in het tussenvonnis uitdrukkelijk verwees naar het mogelijke samenloopverbod van de contractuele en de extracontractuele aansprakelijkheid, concluderen partijen daarover niet.

2. Eiser vordert (na heropening van het debat primair) op basis van burgerlijke aansprakelijkheid en (steeds na heropening van het debat) subsidiair op basis van de verplichtingen uit bruikleen.

De rechtbank oordeelde hierboven dat er tussen partijen een contractuele relatie bestond, te kwalificeren als een overeenkomst van bruikleen.

Het was tijdens de contractuele relatie tussen partijen dat de schadeverwekkende gebeurtenis voorviel, en de schadelijder (eiser) is de contractpartij van verweerder in de bruikleenovereenkomst.

Gelet op deze elementen zijn de voorwaarden aanwezig opdat er sprake zou kunnen zijn van samenloop van contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid indien, zoals eiser beweert, verweerder eveneens een aquiliaanse fout beging (B. Dubuisson, “Le concours des responsabilités contractuelle et extracontractuelle, ultime tentative de conciliation” in I. Boone, I. Claeys en L. Lavrysen, Liber Amicorum Hubert Bocken, Brugge, die Keure, 2009, 67).

Traditioneel oordeelde het Hof van Cassatie dat een contractpartij wegens een bij de uitvoering van de overeenkomst begane fout slechts extracontractueel aansprakelijk kan worden gesteld indien de haar ten laste gelegde fout een tekortkoming uitmaakt niet aan de contractuele verbintenis, maar aan de algemene zorgvuldigheidsplicht, en wanneer die fout andere dan aan de slechte uitvoering van de overeenkomst te wijten schade heeft veroorzaakt.

Thans oordeelt het Hof van Cassatie dat een contractpartij wegens een bij de uitvoering van de overeenkomst begane fout alleen extracontractueel (quasi-delictueel) aansprakelijk kan worden gesteld indien de haar ten laste gelegde fout een tekortkoming uitmaakt niet alleen aan de contractuele verbintenis, maar ook aan de algemene zorgvuldigheidsplicht, en indien deze fout andere dan aan de slechte uitvoering van de overeenkomst te wijten schade heeft veroorzaakt (Cass. 29 september 2006, RW 2006-07, 1717, NJW 2006, 946). De rechter die vaststelt dat er een contractuele band bestaat tussen partijen, mag de vordering niet toekennen op quasi-delictuele grond, zonder de gevolgen van een mogelijke samenloop te onderzoeken (zelfde arrest).

3. De rechtbank herinnert eraan dat het Hof van Cassatie niets afdeed aan de formulering van het tweede vereiste om een buitencontractuele aansprakelijkheid aan te nemen. De rechtbank sluit zich aan bij de zienswijze in de rechtsleer dat, in weerwil van de versoepeling in de formulering van de eerste voorwaarde (een fout die “niet alleen” een tekortkoming uitmaakt aan de contractuele verbintenis, “maar ook” aan de algemene zorgvuldigheidsverplichting, het samenloopverbod overeind blijft indien het tweede element niet aanwezig is, namelijk dat de fout andere dan aan de slechte uitvoering van de overeenkomst te wijten schade heeft veroorzaakt (A. Van Oevelen, “De samenloop van contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid: een koerswijziging in de rechtspraak van het Hof van Cassatie” (noot onder Cass. 29 september 2006), RW 2006-07, 1718; H. Vandenberghe, “Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad 2000-2008”, TPR 2011, nr. 261; I. Boone, “Samenloop contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid verfijnd” (noot onder Cass. 29 september 2006), NJW 2006, 946; A. Van Oevelen, “Enkele actuele knelpunten in het verbintenissenrecht”, RW 2011-12, 55, waar de auteur wijst op het cassatiearrest van 27 november 2006 waarin het Hof de principiële onmogelijkheid voor contractpartijen om zich in het raam van hun contractuele verhouding op de regels van de buitencontractuele aansprakelijkheid te beroepen, vooropstelt; zie ook: Pol. Gent 15 oktober 2012, RW 2012-13, 1111).

4. De schade die eiser wenst vergoed te zien op basis van verweerders beweerde burgerlijke aansprakelijkheid, namelijk de schade aan zijn voertuig ten gevolge van het ongeval waarin verweerder met het voertuig betrokken was, is dezelfde schade als die welke voortvloeit uit de omstandigheid dat verweerder ten gevolge van het ongeval niet voldoet aan zijn contractuele verplichting als bruiklener het voertuig in dezelfde goede staat terug te geven (tweede hierboven beschreven voorwaarde).

De rechtbank komt tot de conclusie dat de vordering niet op extracontractuele basis kan worden toegekend.

C. Conclusie

1. De conclusie is dat de vordering van eiser een vordering op basis van contractuele aansprakelijkheid is.

Verweerder had een contractuele restitutieplicht. Aan die restitutieplicht voldeed hij niet. Hij gaf het voertuig niet in behoorlijke staat terug. Zijn contractuele aansprakelijkheid staat vast, zonder dat eiser zijn fout of verantwoordelijkheid voor het ongeval als zodanig moet bewijzen.

Net als in de overeenkomst van bewaargeving is ook in de bruikleen de verplichting tot bewaring een inspanningsverbintenis, maar is de verplichting tot teruggave (restitutieplicht) een resultaatsverbintenis; het is aan de lener (verweerder) om te bewijzen dat de schade aan het in bruikleen gegeven voertuig niet te wijten is aan zijn fout (B. Tilleman, Beginselen van Belgisch Privaatrecht, X, Overeenkomsten, Deel 2, Bijzondere overeenkomsten, C, Bruikleen, bewaargeving en sekwester, Antwerpen, Story-Scientia, 2000, nr. 1166).

Dat bewijs levert verweerder niet. Verweerder bewijst evenmin toeval of overmacht als ongevalsoorzaak, zodat ook in dat opzicht aan zijn (contractuele) aansprakelijkheid geen afbreuk wordt gedaan (Brussel 6 januari 1981, RW 1981-82, 1492). Toeval of overmacht is immers de plotse gebeurtenis die zich zo onverhoeds voordoet dat zij ontsnapt aan de menselijke wil. Verweerder beperkt zich ertoe lukraak van toeval of overmacht gewag te maken, maar geeft geen enkel element aan waarop dat zou kunnen gebaseerd zijn.

2. En al evenmin preciseert en/of bewijst verweerder een concrete fout van eiser die mee bepalend zou geweest zijn voor het ontstaan van de schade.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 16/11/2014 - 18:03
Laatst aangepast op: zo, 16/11/2014 - 18:03

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.