-A +A

Aansprakelijkheid handelsinlichtingen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
woe, 12/09/2012

Een onderneming die handelsinformatie verstrekt, dient de zorgvulgheidsnorm te hanteren en is aansprakelijk voor de schade die zij door verkeerde informatie verschaft.

Publicatie
tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2014/296
Pagina: 
130
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

 1. DE FEITEN

Op 15/03/2004 verklaarde de rechtbank van koophandel te Dendermonde de bvba Caramobil bij verstek failliet.

Na verzet van de bvba Caramobil heeft de rechtbank van koophandel van Dendermonde bij vonnis van 10/05/2004 de faillietverklaring teniet gedaan en heeft zij gezegd voor recht dat de bvba Caramobil zich niet in staat van faillissement bevond.

Volgens de bvba Caramobil bleef de nv Graydon Belgium ook na het vonnis van 10/05/2004 handelsrapporten verkopen waarin de faillietverklaring werd vermeld alsook dat het faillissement "werd ingetrokken". Deze informatie wekte, volgens Caramobil, de indruk bij haar klanten en handelsrelaties dat ze gedurende een tijdje wel in staat van faillissement was, terwijl dit, zoals blijkt uit het vonnis op verzet, geenszins het geval zou geweest zijn.

Caramobil houdt voor dat die indruk nog werd versterkt door de vermelding in de handelsrapporten van een kredietadvies: "contante transacties genieten de voorkeur".

Volgens Caramobil beging Graydon een fout door onjuiste informatie weer te geven.

Die fout zou haar schade berokkend hebben zowel door aantasting van haar faam als door het verlies van contracten.

[ ... ]

4. BEOORDELING

4.1. Caramobil laat haar eisen steunen op de beweerde buitencontractuele aansprakelijkheid van Graydon voor de schade die zij lijdt en geleden heeft door de onjuiste handelsinformatie die Graydon over haar verspreidt.

Graydon betwist haar beweerde aansprakelijkheid.

Caramobil draagt met toepassing van art. 1315, lste lid van het Burgerlijk Wetboek en art. 870 van het Gerechtelijk Wetboek de last van het bewijs van de beweerde fouten van Graydon, van haar beweerde schade en van het oorzakelijk verband tussen die fouten en haar schade.

In het bestreden vonnis werd geoordeeld dat Caramobil faalde in het bewijs van de door haar beweerde fouten van Graydon. De grieven van Caramobil tegen het vonnis van de eerste rechter betreffen de afwijzing van haar bewijsvoering. Zij meent dat ze wel voldoet aan haar bewijslast.

Graydon treedt de beoordeling van de eerste rechter bij.

4.2. Caramobil houdt voor dat Graydon foutief handelde en nog handelt door:

in handelsrapporten melding te blijven maken van de faillietverklaring bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde van 15/03/2004, ook nadat in het op verzet gewezen vonnis van dezelfde rechtbank van 10/05/2004 het vonnis van faillietverklaring teniet werd gedaan en werd gezegd dat zij zich niet in staat van faillissement bevindt,

het op verzet gewezen vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde van 10/05/2004 in haar handelsrapporten onjuist minstens onvolledig te omschrijven als "intrekkingfaillissement".

Caramobil wijst geen specifieke wettelijke bepaling aan waarop de handelwijze van Graydon een inbreuk zou zijn. Zij verwijt Graydon een inbreuk op de algemene zorgvuldigheidsnorm.

Het behoort Caramobil het bewijs te leveren dat de bedoelde handelwijze van Graydon niet overeenstemt met de handelwijze van een normaal voorzichtige en bedachtzame persoon, van dezelfde categorie als Graydon, geplaatst in dezelfde concrete omstandigheden.

4.3. Een onderneming zoals Graydon verzamelt uit zowel officiële en voor iedereen toegankelijke gegevensbronnen als uit andere diverse bronnen, informatie over ondernemingen en verspreidt deze informatie aan haar klanten onder de vorm van handelsrapporten. Deze informatie is voor de klanten van Graydon een hulpmiddel om zich een idee te vormen over de economische toestand

en de kredietwaardigheid van de onderneming waarover de informatie wordt verstrekt.

Een normaal voorzichtige en bedachtzame onderneming als Graydon zal erover waken dat de door haar verstrekte informatie juist, actueel en volledig is. Volgens Caramobil verstrekte en verstrekt Graydon in de over haar verspreide handelsrapporten geen juiste en alleszins geen volledige informatie door m.b.t. het vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde van 10/05/2004 te vermelden: "Faling ingetrokken op 10/05/2004 ~ Bron intrekking:

Belgisch Staatsblad 8/04/2005".

Volgens Caramobil is deze informatie onjuist en onvolledig omdat het vonnis op verzet de faillietverklaring van 15/03/2004 teniet heeft gedaan en zij m.a.w. nooit failliet is geweest. Deze realiteit wordt, volgens Caramobil, niet accuraat weergegeven door de vermelding "Faling ingetrokken op 10/05/2004".

Het blijkt dat de gewraakte informatie in de volgende context van de handelsrapporten werd en wordt verstrekt:

Intrekking faillissement

Datum uitspraak: 15/03/2004 Rechtbank te: Dendermonde Reden: Dagvaarding

Datum sluiting proces: 29/04/2004 Naam curator: CLEYMAN ALAIN Adres curator: GROTE PEPERSTRAAT 10

Bron: Rechtbank van koophandel 16/03/2004, Belgisch Staatsblad 22/03/2004, nr.97

Faling ingetrokken op: 10/05/2004 Bron intrekking: Belgisch Staatsblad 8/04/2005

Het vonnis van 10/05/2004 is vermeld en de bron is juist aangewezen zodat de gebruiker de publicatie in het Belgisch Staatsblad kan raadplegen. Deze informatie geeft aan dat het faillissement werd "ingetrokken". Graydon gebruikt de bewoordingen van de publicatie van het Belgisch Staatsblad waarin een uittreksel uit het vonnis bekend wordt gemaakt onder het hoofd: "intrekking faillissement". Deze informatie is een, weliswaar bondig samengevatte doch Caramobil bewijst niet dat een normaal voorzichtige en bedachtzame onderneming van dezelfde categorie als Graydon de informatie m.b.t. het vonnis van 10/05/2004 anders zou hebben weergegeven dan Graydon te dezen heeft gedaan, te weten met vermelding van de datum van het vonnis, de bron van de bekendmaking van het vonnis met gebruik van de terminologie die in die officiële en voor het publiek toegankelijke bron (het Belgisch Staatsblad) wordt gebruikt om de aard van het vonnis aan te duiden.

Caramobil wrijft Graydon ook aan dat zij in haar handelsrapporten melding blijft maken van de faillietverklaring bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde van 15/03/2004, ook nadat in het op haar verzet gewezen vonnis van dezelfde rechtbank van 10/05/2004 het vonnis van faillietverklaring teniet werd gedaan en werd gezegd dat zij zich niet in staat van faillissement bevindt.

Graydon werpt tegen dat deze informatie relevant blijft om de historiek van de onderneming, waarover wordt geïnformeerd, weer te geven. Het is ongetwijfeld juist dat het voor degene die op de handelsrapporten van ondernemingen als Graydon steunt, van belang is niet alleen een actuele blik te krijgen op de onderneming, waarover wordt geïnformeerd, maar inzicht te verwerven in de evoluties die die onderneming onderging. Een eerder vonnis van faillietverklaring is in dat kader een objectief, publiek en nuttig gegeven waarvan het belang juist kan worden ingeschat wanneer, zoals te dezen, tegelijk en op dezelfde plaats in het rapport de datum en de publicatiebron van de intrekking van het faillissement wordt vermeld.

De weglating van de informatie m.b.t. faillietverklaring zou de ernst en de geloofwaardigheid van het handelsrapport aantasten vermits dezelfde informatie reeds door het Belgisch Staatsblad bekend gemaakt was en dus voor ieder lezer van het handelsrapport kenbaar was. Dergelijke weglating zou te dezen trouwens onduidelijkheid doen ontstaan over de intrekking van het faillissement, terwijl door die informatie thans duidelijk wordt gemaakt dat tussen de faillietverklaring en de intrekking van het faillissement nog geen twee maanden verstreken, wat de faillietverklaring op juiste wijze relativeert.

Caramobil bewijst niet dat een normaal voorzichtige en bedachtzame onderneming van dezelfde categorie als Graydon de informatie m.b.t. het vonnis van faillietverklaring van 15/03/2004 zou weglaten.

4.4. Caramobil slaagt er niet in op afdoende wijze te bewijzen dat de door haar gewraakte handelwijze van Graydon strijdig is met de algemene zorgvuldigheidsnorm en foutief is in de zin van art. 1382-1383 van het Burgerlijk Wetboek.

Daaraan wordt niet afgedaan door de bewering van Caramobil dat Graydon in haar rapporten ook promotionele mededelingen opneemt van de onderneming zelf, waarover gepubliceerd wordt. Deze gegevens worden in de databank immers opgenomen met de vermelding dat de informatie van de onderneming zelf komt zodat de gebruiker het onderscheid kan maken tussen de promotionele informatie en de officiële informatie.

Het hof sluit zich dan ook aan bij de beoordeling door de eerste rechter.

4.5. Het hof merkt ten overvloed op dat Caramobil ook geen bewijs levert van haar beweerde schade.

Het volstaat niet te poneren dat er schade geleden is en nog geleden wordt ingevolge de handelwijze van Graydon. Caramobil beperkt zich tot een schaderaming op billijkheidsgronden. Zij verstrekt geen concrete informatie over (o.m.) de evolutie van de omzet, over winst- of verliescijfers, over verlies van contracten.

[ ... ]

5. BESLISSING

[ ... ]

Het hof verklaart het hoger beroep van de bvba Caramobil toelaatbaar doch ongegrond.

Het hof bevestigt het bestreden vonnis in al zijn beschikkingen, behoudens wat de rechtsplegingsvergoeding betreft.

[ ... ]

Noot: 

J. De Bruyne, Verstrekken van handelsinformatie over een onderneming aan het publiek NJW, 2014/296, 1332

Zie evenwel over de inspanningsverbintenis van de bankier die handelsinlichtingen verkoopt van het zelfde Hof van Beroep


• Hof van Beroep Antwerpen 02/05/1995, RW 1996-1997, 302

Samenvatting
Het verschaffen van correcte handelsinlichtingen geldt enkel als een inspanningsverbintenis en niet als een resultaatsverbintenis. De aansprakelijkheid van de bank bij het verschaffen van commerciële informatie komt enkel in het gedrang wanneer zij tekortgeschoten is aan wat van een normaal zorgvuldig bankier kon worden verwacht;

Tekst arrest
N.V. D. t. N.V. B.
Overwegende dat de oorspronkelijke vordering uitging van appellante bij exploot van 16 februari 1989 en gericht was tot appellante strekkende tot de betaling van 2.508.364 fr. op grond van bankiersaansprakelijkheid, nl. wegens het verstrekken van handelsinlichtingen over de financiële toestand van haar wederpartij, de B.V.B.A. U.; dat deze gunstige inlichtingen werden verschaft in januari en mei 1988; dat op grond hiervan appellante handelsrelaties aanknoopte met de B.V.B.A. U.; dat deze vennootschap op 6 juli 1988 failliet werd verklaard; dat door appellante wordt betoogd dat op grond van de verstrekte informatie de handelsbetrekkingen werden voortgezet en het debetsaldo ten tijde van het faillissement in hoofdsom 1.992.460 fr. bedroeg; dat geïntimeerde als kredietverlenende bank de juiste financiële toestand en met name het op til zijnde faillissement van haar kredietnemer had moeten onderkennen;
Overwegende dat de eerste rechter deze vordering ontvankelijk doch ongegrond heeft verklaard; dat werd geoordeeld dat geen fout wordt bewezen in het verstrekken van de inlichtingen; dat evenmin het verstrekken en het handhaven van het krediet door geïntimeerde als foutief kunnen worden beschouwd;
Overwegende dat appellante de vernietiging nastreeft van het bestreden vonnis en concludeert tot de inwilliging van haar oorspronkelijke vordering ten laste van geïntimeerde; dat geïntimeerde concludeert tot de bevestiging van het eerste vonnis; dat subsidiair het bedrag van de gevorderde schadevergoeding wordt betwist;
Overwegende dat er onduidelijkheid bestaat over de grondslag van de vordering; dat appellante klaarblijkelijk haar vordering baseert zowel op contractuele als op buitencontractuele grondslag; dat de vordering van appellante onmiskenbaar enkel kan worden gebaseerd op contractuele grondslag, nl. het verschaffen door geïntimeerde op verzoek van appellante van commerciële inlichtingen (in principe tegen betaling); dat immers de verhouding tussen appellante en geïntimeerde in het raam van het verstrekken van handelsinlichtingen beschouwd moet worden als van contractuele aard; dat niet wordt aangetoond dat de beweerde fout en de daaruit voortvloeiende schade vreemd zijn aan de overeenkomst met geïntimeerde;
Overwegende dat appellante, groothandelaar in likeuren en sterke dranken, door de vennootschap U. in de loop van 1987 werd benaderd tot het aanknopen van handelsbetrekkingen; dat deze vennootschap een klant was van geïntimeerde; dat op grond van eerst mondeling verstrekte inlichtingen handelscontacten tot stand kwamen; dat na een ongedekte cheque, die achteraf weliswaar werd betaald, appellante argwaan begon te koesteren en schriftelijk om inlichtingen verzocht; dat op 8 januari 1988 inlichtingen werden verschaft m.b.t. een bedrag van 2.000.000 fr.; dat hierin o.m. melding wordt gemaakt van een «goede» reputatie en «voldoende» financiële middelen, zodat zakenrelaties «mogen overwogen worden»; dat, na een tweede onbetaalde factuur en een ongedekte cheque, appellante een verzoekschrift tot bewarend beslag liet neerleggen op 13 april 1988; dat de handelsrelaties niettemin werden voortgezet; dat een tweede maal op 10 mei 1988 gelijkluidende inlichtingen werden verschaft, ditmaal voor een bedrag van 1.000.000 fr. in verspreide betalingen; dat op 17 mei 1988 appellante bewarend beslag liet leggen op een partij wijnen; dat op 24 mei werd gedagvaard voor een bedrag van 1.992.290 fr. (in hoofdsom); dat de B.V.B.A. U. op 6 juli 1988 failliet werd verklaard; dat blijkens het rekeningoverzicht een bedrag van 1.992.470 fr. verschuldigd bleef met betrekking tot facturen van 10 februari tot 25 april 1988;
Overwegende dat door appellante wordt betoogd dat op grond van de verstrekte informatie de handelsbetrekkingen werden voortgezet en het debetsaldo ten tijde van het faillissement in hoofdsom 1.992.460 fr. bedroeg; dat geïntimeerde als kredietverlenende bank de juiste financiële toestand en met name het op til zijnde faillissement van haar kredietnemer had moeten onderkennen; dat, nog steeds volgens appellante, geïntimeerde als bankier van de gefailleerde vennootschap bij uitstek in een goede positie verkeerde om de financiële situatie te kennen; dat zij appellante tot meer omzichtigheid had moeten aanmanen; dat hierbij er ook op gewezen wordt dat geïntimeerde zelf, krachtens de kredietverlening, een schuldvordering had ten belope van 15.554.906 fr. en beschikte over hypotheken en een pand op de handelszaak;
Overwegende dat de eerste rechter op goede gronden de vordering heeft afgewezen en het Hof voor zover nodig naar deze motivering verwijst;
Overwegende dat de eerste rechter terecht heeft beslist dat geen acht kan worden geslagen op de handelsinlichtingen verschaft op 10 mei 1988, nu de laatste factuur betrekking heeft op goederen geleverd vóór die datum; dat derhalve enkel dient te worden onderzocht of aan geïntimeerde enige fout kan worden toegeschreven bij het verschaffen van handelsinlichtingen op 8 januari 1988;
Overwegende dat die verbintenissen enkel als een inspanningsverbintenis en niet als een resultaatsverbintenis moeten worden beschouwd; dat de aansprakelijkheid van de bank bij het verschaffen van commerciële informatie enkel in het gedrang komt wanneer zij tekortgeschoten is aan wat van een normaal zorgvuldig bankier kon worden verwacht;
Overwegende dat op het hier relevante tijdstip, nl. begin januari 1988, geïntimeerde de verstrekte inlichtingen mocht afleveren zonder dat haar aansprakelijkheid in het gedrang komt; dat in ieder geval een dergelijke foutieve handelswijze niet wordt bewezen; dat immers op dat tijdstip een op komst zijnde faillissement niet te voorzien was; dat de vennootschap U. al sedert de jaren vijftig in zaken was; dat het verlies in 1986 nog 2,2 miljoen fr. bedroeg tegen 0,2 miljoen in 1987; dat men mocht veronderstellen dat de vennootschap in gunstiger vaarwater was geraakt; dat de omvang van de kredietverlening niet als foutief kan worden beschouwd; dat ook blijkt dat in het eerste kwartaal van 1988 door de B.V.B.A. U. regelmatig werd betaald; dat ook de bewegingen op de rekening van U. met geïntimeerde als regelmatig moeten worden beschouwd;
Overwegende dat ten overvloede moet worden vastgesteld dat appellante zelf ook op de hoogte was van het verdere verloop van de toestand van haar wederpartij; dat zij immers in februari en april opnieuw werd geconfronteerd met ongedekte cheques; dat zij zelf overging tot het neerleggen van een verzoekschrift tot het leggen van bewarend beslag; dat, door niettemin verder te gaan met leveringen, zij de gevolgen van deze handelwijze uitsluitend aan zichzelf heeft te wijten;
Overwegende dat, geheel ten overvloede, geïntimeerde kan steunen op het exoneratiebeding vervat op de gesloten omslag waarin de inlichtingen worden verschaft; dat de instemming van dit beding door het openen van de omslag moet worden afgeleid; dat een dergelijk exoneratiebeding in casu uitwerking dient te krijgen; dat een ontheffing voor aansprakelijkheid voor eigen fouten geoorloofd is; dat, zelfs indien de beweerde fout van geïntimeerde als een «zware» fout zou moeten worden aangemerkt (quod non), een exoneratie voor de schadelijke gevolgen van dergelijke fouten niet ongeoorloofd is; dat verder door dit beding in casu niet iedere betekenis aan het aanvragen en het verschaffen van de commerciële inlichtingen wordt ontnomen; dat dit in het geheel niet wordt aangetoond; dat overigens appellante, gelet op de aard van de inlichtingen (standaardformulier), de geringe kostprijs, de afwezigheid van een uitgebreid onderzoek e.d. op de hoogte diende te zijn van de beperkte draagwijdte van de verstrekte informatie;
...
Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 08/09/2014 - 19:47
Laatst aangepast op: wo, 04/10/2017 - 11:22

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.