-A +A

Aansprakelijkheid kredietgever voorlichtingsplicht, niet vermelding erkenningsnummer kredietgever, niet ondertekend exemplaar consument

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Vredegerecht
Plaats van uitspraak: Arendonk
Datum van de uitspraak: 
din, 12/05/2009

In dit vonnis wordt de aansprakelijkheid van kredietgever en kredietbemiddelaar op verschillende vlakken onderzocht en worden verschillende inbreuken vastgesteld die overigens in een zeer groot aantal kredietovereenkomsten kunnen teruggevonden worden, voornamelijk deze die op de secundaire markt worden aangeboden, lees door banken die voortdurend mailings sturen en agressieve publiciteit plaatsen om mensen met betalingsmoeilijkheden aan te trekken.

Publicatie
tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2011
Pagina: 
307
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

[ ... ]
V.R.C., [ ... ] eisende partij
tegen
PSA Finance Belux N.V., [...] verwerende partij

[ ... ]

FEITEN

Volgens de stukken voorgelegd door eiseres en haar verklaringen sloot eiseres op 9 februari 2007 met verweerster een leningsovereenkomst op afbetaling onder de volgende voorwaarden:
- contante prijs: 14.100,00 euro
- voorschot: 4.099,99 euro
- nominaal krediet: 10.000,01 euro
- maandelijkse afbetaling: 59 x 144,86 euro plus 1 x 4.000,00 euro
- aantal maanden: 60
- totale kosten van het krediet: 2,546,73 euro
- jaarlijks kostenpercentage: 7,35%
- nalatigheidsintresten: 8,08%

Eiseres sloot deze leningsovereenkomst met het oog op de aankoop van een nieuwe wagen Citroen C3 pluriel.

IN RECHTE

Vordering

In haar conclusie neergelegd op 27 april 2009 vordert eiseres:

- de herleiding van haar schuld opzichtens verweerster tot het nominaal kapitaal met behoud van maandelijkse afbetalingen,
- dienvolgens te horen zeggen voor recht dat eiseres op 27 april 2009 nog verschuldigd was het bedrag van 6.233,65 euro te vereffenen met 34 openstaande mensualiteiten van 183,34 euro per maand,
- de veroordeling van verweerster tot betaling aan eiseres van de gerechtskosten, begroot op de dagvaardingskosten ten bedrage van 133,84 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 1.200,00 euro, hetzij in totaal 1.333,84 euro.

Beoordeling

We overlopen hierna de verschillende overtredingen van de Wet op het Consumentenkrediet (hierna WCK) die volgens eiseres begaan werden door verweerster.

• Artikel 10 van de Wet op het Consumentenkrediet

Artikel 10, al. 1 bepaalt:
“De kredietgever en de kredietbemiddelaar moeten aan de consument die om een kredietovereenkomst verzoekt en, in voorkomend geval, de steller van een persoonlijke zekerheid, de juiste en volledige informatie vragen die zij noodzakelijk achten om hun financiële toestand en hun terugbetalingsmogelijkheden te beoordelen en, in ieder geval, hun lopende financiële verbintenissen.

De consument en de steller van een persoonlijke zekerheid zijn ertoe gehouden daarop juist en volledig te antwoorden.”

Eiseres houdt voor dat verweerster in gebreke bleef zich treffend te informeren naar de terugbetalingsmogelijkheden van eiseres. Volgens eiseres zou verweerster geen enkel bewijs van haar inkomsten gevraagd hebben.

Uit de stukken die eiseres voorlegt, blijkt dat eiseres op datum van de lening (9 februari 2007) een tegemoetkoming aan personen met een handicap genoot.

Deze tegemoetkoming bedroeg:

- van januari 2006 tot september 2006 834,56 euro per maand
- van oktober 2006 tot maart 2007 859,75 euro per maand
- van april 2007 tot december 2007 876,94 euro per maand

Volgens eigen verklaring kreeg eiseres ook nog de kinderbijslag en een onderhoudsbijdrage voor een kind. De onderhoudsbijdrage zou betaald worden via het DAVO.

Hoeveel de kinderbijslag en de onderhoudsbijdrage bedragen, wordt niet meegedeeld door eiseres. De totaliteit van de inkomsten zou echter minder zijn dan 1.600,00 euro.

Eiseres beweert dat zij meerdere openstaande schulden heeft.

Dankzij de hulp van vrienden en familie heeft zij de schuld ten aanzien van verweerster kunnen blijven betalen.

Hoe dan ook, het feit dat er geen betalingsachterstallen zijn, is geen bewijs dat de consument kredietwaardig was op het ogenblik van de kredietovereenkomst.

Artikel 10 WCK verplicht de kredietgever om bij de consument alle informatie op te vragen die noodzakelijk is om de terugbetalingsmogelijkheden van de consument te kunnen beoordelen.

Volgens eiseres werd er totaal geen informatie ingewonnen, zodat verweerster alleszins tekort schoot in haar ondervragingsverplichting opgelegd in artikel 10 WCK.

De artikelen 10, 11 en 15 WCK geven de chronologie weer van de kredietonderhandeling: de kredietgever ondervraagt de consument, de consument informeert de kredietgever, één en ander laat de kredietgever toe om op zijn beurt de consument te informeren en daarenboven te adviseren, ten slotte neemt de kredietgever de kredietbeslissing. (F. VAN DER HERTEN, Informatie en adviesverplichtingen; in Handboek Consumentenkrediet van E. Terryn (ed), Die Keure, 2007, p. 121, nr. 7).

Eisende partij roept ook de overtreding van artikel 15 WCK in.
• Artikel 15 van de Wet op het Consumentenkrediet

Artikel 15 bepaalt:

“De kredietgever mag slechts een kredietovereenkomst sluiten wanneer hij, gelet op de gegevens waarover hij beschikt of zou moeten beschikken, onder meer op basis van de raadpleging geregeld door artikel 9 van de wet van 10 augustus 2001 betreffende de Centrale voor Kredieten aan particulieren, en op basis van de informatie bedoeld in artikel 10, redelijkerwijze moet aannemen dat de consument in staat zal zijn de verplichtingen voortvloeiend uit de overeenkomst, na te komen.”

Blijkbaar heeft de kredietgever geen inlichtingen ingewonnen, (art. 10 WCK) Eiseres
toont aan dat zij in de periode van het afsluiten slechts een tegemoetkoming van personen met een handicap genoot van ongeveer 850,00 euro per maand.

Het feit dat eiseres een kinderbijslag en een bijdrage in het onderhoud van haar 1 kind ontving, verhoogt dit inkomen niet wezenlijk daar de kinderbijslag en onderhoudsbijdrage voor een kind ook impliceren dat er een kind is dat moet onderhouden worden.

Indien de kredietgever de solvabiliteit van eiseres had onderzocht zoals vereist door artikel 10 WCK, had de kredietgever moeten besluiten dat eiseres niet kredietwaardig was.
De kredietgever had het krediet moeten weigeren. De inkomsten van eiseres zijn te gering om de betalingsverplichtingen van het toegestane krediet na te komen. Met hulp van familie en vrienden is eiseres er nog steeds in geslaagd om de maandelijkse afkortingen van 144,86 euro te betalen, maar dit zal haar niet meer lukken wanneer zij in maand 60 de laatste afkorting van 4.000,00 euro moet betalen.

De gestrengheid van artikel 15 WCK valt te verklaren vanuit het objectief dat de wetgever voor ogen staat, met name de strijd tegen overmatige schuldenlast. (F. VAN DER HERTEN, a.w., nr. 8)

Verweerster heeft de verplichtingen bedoeld in de artikelen 10 en 15 WCK niet nageleefd zodat de sanctie van artikel 92.1° WCK kan toegepast worden.

• Overtreding artikel 14, § 1 lid 1 van de Wet op het Consumentenkrediet

Artikel 14, §1 lid 1 WCK bepaalt:

“Onverminderd de toepassing van artikel 45, §2 van deze wet, (en van artikel 83quinquies van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument) komt de kredietovereenkomst tot stand door de ondertekening van een geschrift, opgesteld in zoveel exemplaren als er partijen met een onderscheiden belang bij de kredietovereenkomst zijn. Een bijkomend exemplaar moet worden overhandigd aan de kredietbemiddelaar.”

Het exemplaar van de overeenkomst dat eiseres voorlegt, vermeldt enkel de handtekening van een gevolmachtigde van de kredietgever en niet de handtekening van eiseres.
Elk exemplaar van de kredietovereenkomst moet een origineel zijn waarop alle door de wet voorgeschreven vermeldingen voorkomen. Concreet impliceert dit dat, althans wanneer het gaat over een klassieke overeenkomst, elk exemplaar voorzien moet zijn van de eigenhandig geschreven handtekening van alle contractpartijen. (zie STEENNOT, R., Handboek Consumentenbescherming en Handelspraktijken, Intersentia 2007, p. 347, nr. 687).

Het niet naleven van de vermeldingen bepaald in artikel 14 WCK wordt gesanctioneerd volgens artikel 86 WCK.

• Overtreding van artikel 16 van de Wet op het Consumentenkrediet

Artikel 16 WCK bepaalt:

“Zolang de kredietovereenkomst niet door alle partijen is ondertekend, mag geen beta-ling worden gedaan, noch door de kredietgever aan de consument of voor diens rekening, noch door de consument aan de kredietgever.”

Artikel 14, § 1 lid 1 WCK legt een vormvereiste op, te weten de ondertekening van een geschrift in zoveel exemplaren als er partijen zijn.

Artikel 16 WCK daarentegen heeft tot doel elke betaling uit te sluiten alvorens de aanvaarding van de overeenkomst is gebeurd.

Eiseres betwist niet dat zij als consument één exemplaar van de leningsovereenkomst heeft getekend. Zij werpt enkel op dat zij het haar toekomende exemplaar niet getekend heeft zoals bepaald in artikel 14, §1 lid 1 WCK.

Eiseres gaf uitvoering aan de overeenkomst wat minstens impliciet haar aanvaarding uitdrukt.

De beweerde overtreding van artikel 16 WCK kan niet weerhouden worden.

• Overtreding van artikel 63 van de Wet op het Consumentenkrediet

Artikel 63 WCK bepaalt:
“ § 1.
Elke kredietbemiddelaar moet de consument op de hoogte brengen van zijn hoedanigheid van kredietbemiddelaar, alsook van de aard en de draagwijdte van zijn bevoegdheden, zowel in zijn reclame als in de documenten bestemd voor het cliënteel.
§ 2
De informatie bedoeld in § 1, heeft onder meer betrekking op de hoedanigheid van kredietmakelaar of kredietagent.
§ 3
De kredietbemiddelaar mag enkel bemiddelen voor kredietovereenkomsten met erkende kredietgevers. ledere bemiddeling voor een kredietovereenkomst met behulp van of in de hoedanigheid van een onderagent is verboden, behalve indien de kredietbemiddelaar zelf een erkende of geregistreerde kredietgever is.
§ 4
De kredietmakelaar mag zijn activiteit slechts onder zijn eigen naam uitoefenen.
§ 5
De kredietagent geeft in alle documenten bestemd voor het cliënteel de elementen ter identificatie van de kredietgever aan.”

Het erkenningsnummer van de kredietbemiddelaar staat niet vermeld op het voorgelegde exemplaar van de leningsovereenkomst.

Deze overtreding wordt gesanctioneerd door artikel 92 WCK.

• Overtreding van artikel 64 § 1 van de Wet op het Consumentenkrediet

Artikel 64, § 1 WCK bepaalt:
“De kredietbemiddelaar kan geen kredietaanvraag indienen voor een consument waarvoor hij, gelet op de inlichtingen waarover hij beschikt of zou moeten beschikken, onder meer op basis van de inlichtingen bedoeld in artikel 10, van oordeel is dat de consument duidelijk niet in staat zal zijn de verplichtingen voortvloeiend uit de kredietovereenkomst, na te komen.”

Dit artikel sluit volledig aan bij de artikelen 10 en 15 WCK, die hierboven al behandeld werden.

Volgens eiseres heeft de kredietbemiddelaar bij het afsluiten van de overeenkomst geen enkele concrete informatie opgevraagd. De kredietbemiddelaar liet na de solvabiliteit van eiseres te onderzoeken.

Het niet naleven van de verplichting van artikel 64 § 1 WCK wordt eveneens gesanctioneerd zoals bepaald in artikel 92 WCK.

Sanctionering op grond van de artikelen 86 en 92 WCK

Het is redelijk en aangewezen om in deze zaak de verplichtingen van eisende partij te verminderen tot de prijs van het ontleende bedrag.

Eiseres ontleende 10.000,01 euro. Zij betaalde al 26 mensualiteiten van 144,86 euro of 3.766,36 euro.
Dit bedrag dient volledig aangerekend te worden op het ontleende kapitaal van 10.000,01 euro, zodat eiseres nog het bedrag van 6.233,65 euro verschuldigd blijft.

Eiseres behoudt het voordeel van de termijnbetalingen. Zij moet nog 34 betalingen doen (60 min 26) en dient dus iedere maand 183,34 euro te betalen.

Vanaf betaling 27 tot en met betaling 60 mag eiseres haar schuld aanzuiveren met betalingen van 183,34 euro per maand.
[ ... ]
OM DEZE REDENEN,
DE VREDERECHTER,
[ ... ]
Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.
Zegt voor recht dat de verplichtingen van eiseres voortvloeiend uit de leningsovereenkomst van 9 februari 2007 met nummer 391.292 verminderd worden tot de prijs van het ontleende bedrag van tienduizend euro één cent (10.000,01 euro).

Verleent akte aan eiseres van haar bewering dat zij 26 mensualiteiten aan 144,86 euro per maand of drieduizend zevenhonderd zesenzestig euro zesendertig cent (3.766,36 euro) afbetaalde.

Staat eiseres toe het verschuldigde saldo van zesduizend tweehonderd drieëndertig euro vijfenzestig cent (6.233,65 euro) af te korten in 34 mensualiteiten van honderd drieëntachtig euro vierendertig cent (183,34 euro).
[ ... ]

 

 

 

 

 

Noot: 

Noot X. Consumentenkrediet, NJW 241, 309

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 16/07/2011 - 12:42
Laatst aangepast op: zo, 20/04/2014 - 16:58

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.