-A +A

Aansprakelijkheid overheid bij voorwerp dat vlak voor ongeval op de weg valt

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg Burgerlijke rechtbank
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
zat, 01/12/2012

Reeds honderden malen werd de aansprakelijkheid van de overheid weerhouden voor gebreken aan, op of in het wegdek. Zelfs voor modder en oliesporen, betonblokken op de weg en dergelijke werd deze aansprakelijkheid weerhouden.

Maar geldt deze regell ook wanneer de weg gebrekkig is geworden door een voorwerp dat vlak voor het ongeval op de weg is terechtgekomen. De rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen antwoordde ontkennend op deze vraag.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2014-2015
Pagina: 
793
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds t/ NV D’I., B. De H. en Vlaams Gewest

I. Antecedenten

Het geding tussen de partijen betreft een aanrijding van 21 mei 2008 omstreeks 20 u. op de A13/E313 ter hoogte van kilometerpaal 2.9 en rijdende in de richting van Hasselt. Daarbij waren betrokken:

– de personenwagen Audi A6, eigendom van NV D’I. en bestuurd door E.C.

– de motorfiets BMW, eigendom van en bestuurd door B. De H.

Volgens B. De H. en E.C. werd eerstgenoemde, na een uitwijkmanoeuvre van een voorligger, plots geconfronteerd met een kofferbak van een motorfiets die op de rijbaan lag en die hij raakte met zijn linkervoet. De kofferbak kwam vervolgens terecht op de rijstrook gevolgd door E.C., die dit voorwerp op zijn beurt aanreed.

Een zekere K.B., bestuurder van een motorfiets die men in de dagen nadien met slechts één kofferbak zou hebben zien rijden ter hoogte van de plaats van het ongeval, gaf geen gevolg aan de uitnodiging van de verbalisanten tot verhoor. In een schriftelijke verklaring ontkende hij echter dat hij het ongeval zou hebben veroorzaakt en stelde hij dat alle kofferbakken van zijn motorrijwiel nog in zijn bezit waren.

Op 19 november 2009 verschenen D’I., B. De H., het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds en het Vlaamse Gewest vrijwillig voor de Politierechtbank ten Antwerpen.

II. Procedure

De eerste rechter verklaarde in het bestreden vonnis van 21 maart 2011: (...) de vordering van D’I. tegen B. De H. en het Vlaamse Gewest toelaatbaar maar ongegrond;

...

III. Grond van de zaak

1. Rechtsgronden

D’I. baseert haar vordering (...) tegen het Vlaamse Gewest op art. 1384, eerste lid BW (...).

B. De H. baseert zijn vordering (...) tegen het Vlaamse Gewest op art. 1384, eerste lid BW (...).

...

2. Feiten: fout, schade en oorzakelijk verband

...

2.5. De vorderingen van D’I. en B. De H. tegen het Vlaamse Gewest

Het Vlaamse Gewest betwist niet de juridische bewaarder te zijn van de autosnelweg A13/E313.

Opdat de aansprakelijkheidsvordering tegen het Vlaamse Gewest zou slagen, is vereist dat het ongeval te wijten was aan een gebrek van de autosnelweg in de zin van art. 1384, eerste lid BW, wat inhoudt dat deze een abnormaal kenmerk vertoonde waardoor in bepaalde gevallen schade kon ontstaan voor derden (H. Vandenberghe, “Overzicht van rechtspraak. Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (2000-2008)”, TPR 2011, 396; Cass. 28 januari 2005, NjW 2005, 1131). Daarbij is niet vereist dat het abnormaal kenmerk intrinsiek was aan de zaak of een blijvend element ervan, met uitsluiting van elke tussenkomst van een derde (Cass. 12 april 2002, Arr.Cass. 1992-93, 1061), maar wel dat de afwijkende gesteldheid een samenstellend deel uitmaakte van de zaak waardoor die in haar geheel een gebrek vertoonde (Cass. 29 september 2006, NjW 2007, 566, noot I. Boone; Cass. 17 januari 2003, TBBR 2004, 88, noot S. Mosselmans).

Een voorwerp dat op een rijbaan is achtergelaten kan worden beschouwd als een samenstellend deel van die rijbaan, tenzij wordt vastgesteld dat de aanwezigheid van dit voorwerp aldaar van zodanig korte duur is geweest dat het niet kan worden beschouwd als een kernmerk van de rijbaan.

In dit geval is de rechtbank van oordeel dat de kofferbak ternauwernood op de rijbaan aanwezig was geweest toen B. De H. het voorwerp aanreed, m.a.w. dat het onmiddellijk vóór die aanrijding op de rijbaan was terechtgekomen. Het is immers uitgesloten dat en dergelijk relatief groot voorwerp langer dan luttele seconden op de middelste rijstrook van een druk bereden autosnelweg zou kunnen blijven liggen zonder aangereden en weggeslingerd te worden. Welnu, van een voorafgaande aanrijding is nergens sprake, maar wel van een bruusk uitwijkmanoeuvre van de voorligger van B. De H., wat erop wijst dat ook hij plots met het voorwerp werd geconfronteerd, kennelijk toen het op de rijbaan terechtkwam.

De kofferbak kan in deze omstandigheden niet worden beschouwd als een kenmerk van de zaak waarvan het Vlaamse Gewest de bewaarder is, zodat niet kan worden aangenomen dat deze zaak een gebrek vertoonde. Het Vlaamse Gewest is dus niet aansprakelijk op grond van art. 1384, eerste lid BW.

De beroepen van D’I. en B. De H. tegen het Vlaamse Gewest zijn dus ongegrond.

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 13/01/2015 - 18:15
Laatst aangepast op: di, 05/07/2016 - 10:52

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.