-A +A

Aansprakelijkheid van de bewaarder van een gebrekkinge zaak verweermiddelen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 26/03/2013
A.R.: 
C.12.0286.N

Het vermoeden van fout dat krachtens art. 1384, eerste lid BW op de bewaarder van een gebrekkige zaak rust, kan alleen worden weerlegd als hij bewijst dat de schade niet aan het gebrek van de zaak, maar aan een vreemde oorzaak is te wijten.

De rechter die het bestaan van het gebrek van de zaak vaststelt, kan de bewaarder van die zaak alleen dan van elke aansprakelijkheid ontslaan, als hij aanneemt dat de schade ook zonder het gebrek waarmee de zaak is behept, zou zijn ontstaan zoals zij zich heeft voorgedaan.

De afwezigheid van oorzakelijk verband tussen het gebrek en de schade kan niet uitsluitend worden afgeleid uit de al dan niet foutieve handelwijze van de bewaarder van de zaak, noch uit het feit dat het slachtoffer een fout in oorzakelijk verband met de schade heeft begaan.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2014-2015
Pagina: 
61
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Hof van Cassatie

1e Kamer – 26 april 2013

AR nr. C.12.0286.N

NV J.V. e.a. t/ NV A.B. en M.V.E.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis in hoger beroep van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel van 17 oktober 2011.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Tweede middel

Eerste onderdeel

...

3. Het vermoeden van fout dat op de bewaarder van een zaak rust, kan alleen worden weerlegd als hij bewijst dat de schade niet aan het gebrek van de zaak, maar aan een vreemde oorzaak is te wijten.

De rechter die het bestaan van het gebrek van de zaak vaststelt, kan de bewaarder alleen dan van elke aansprakelijkheid ontslaan, wanneer hij aanneemt dat de schade ook zonder het gebrek waarmee de zaak is behept, zou zijn ontstaan zoals zij zich heeft voorgedaan. De afwezigheid van oorzakelijk verband tussen het gebrek en de schade kan niet uitsluitend worden afgeleid uit de al dan niet foutieve handelwijze van de bewaarder van de zaak, noch uit het feit dat het slachtoffer zelf een fout in oorzakelijk verband met de schade heeft begaan.

4. De appelrechters stellen vast dat:

– de tweede verweerder, na het uitvallen van de motor en de verlichting van zijn voertuig, nog in staat bleek zijn voertuig naar de rechterrijstrook te sturen en het aldaar te laten uitbollen;

– het defect van het voertuig nog gevolgd is door een menselijk handelen, namelijk de keuze die de tweede verweerder nog kon maken om zijn wagen naar het rechterrijvak te sturen, aldaar te laten uitbollen en tot stilstand te komen;

– uit de strafrechtelijke vrijspraak van de tweede verweerder blijkt dat hij heeft gehandeld als een normaal voorzichtig bestuurder;

– de vrachtwagenbestuurder een onaangepaste snelheid voerde en onoplettend was voor wat zich op de rijbaan afspeelde.

5. De appelrechters die oordelen dat het oorzakelijk verband tussen het gebrek van het voertuig en het ongeval wordt doorbroken door de wijze waarop de tweede verweerder heeft gereageerd en door de eigen fout van het slachtoffer, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is in zoverre gegrond.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 06/09/2014 - 18:37
Laatst aangepast op: za, 06/09/2014 - 18:37

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.