-A +A

Aansprakelijkheid van de curator voor de goederen in zijn bewaring

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Plaats van uitspraak: Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 25/05/2012
A.R.: 
C.10.0557.F

Men is niet alleen contractueel aansprakelijk voor zichzelf maar ook voor de derde die men een verbintenis laat uitvoeren.(art. 1245 BW)

Vaak geven curatoren, gerechtsdeurwaarders en anderen zaken in bewaring aan derden. Zo laten curatoren vaak gefailleerden nog even in de woning wonen, stellen de gefailleerde aan als bewaarder van de goederen. Vaak stokkeren gerechtsdeurwaarders goederen of laten deze bewaren door derden.Ook sommigen die goederen in bewaring krijgen delegeren deze betalingsplicht aan derden, bv. een garage, een bank...

Indien er met deze goederen iets gebeurt, vernietiging, diefstal, brand, fraude... is de persoon die oorspronkelijk gehouden was tot de verbintenis (bv. de curator, de gerechtsdeurwaarder, de bewaarder..) conractueel aansprakelijk en kan deze persoonlijk en rechtstreeks worden aangesproken.

De contractuele aansprakelijkheid voor andermans daad vervat in art. 1245 BW is de persoonlijke contractuele aansprakelijkheid van de contractant die de verbintenis niet zelf heeft uitgevoerd maar een beroep deed op uitvoeringsagenten, waarvoor hij de volle verantwoordelijkheid draagt.

De schuldenaar dient zelf geen fout begaan te hebben om aansprakelijk gesteld te worden.

De schuldenaar begaat de fout door een culpa in eligendo, instruendo vel vigilando (fout door de door hem gemaakte keuze van een derde) . Hij is aansprakelijk van zodra diegene die door hem in de plaats is gesteld een fout heeft begaan.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
338
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

B.C. t/ C.D. en NV CBC B.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Bergen van 10 mei 2012.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste onderdeel

...

Overeenkomstig art. 1245 BW is de schuldenaar van een zekere en bepaalde zaak van zijn schuld bevrijd door de afgifte van de zaak in de staat waarin zij zich ten tijde van de levering bevindt, op voorwaarde dat de beschadiging die zij ondergaan heeft, niet is veroorzaakt door zijn daad of door zijn schuld, noch door die van de personen voor wie hij aansprakelijk is.

Uit deze bepaling volgt dat de schuldenaar van een zekere en bepaalde zaak die een persoon in zijn plaats stelt om zijn verbintenis uit te voeren, contractueel aansprakelijk is voor de door de fout van die persoon veroorzaakte schade.

Het arrest stelt vast dat de failliete vennootschap E., vertegenwoordigd door haar curator, de eerste verweerster, de contractuele verplichting had het door haar aan de eiser verkochte gebouw te bewaren tot de levering ervan en dat voor die levering in dat pand schade was aangericht door C.R., afgevaardigd bestuurder van die vennootschap, die het was blijven bewonen.

Het arrest wijst erop dat “het een courante en voor het onderhoud van het gebouw dikwijls nuttige praktijk is dat de afgevaardigd bestuurder in een gebouw dat tot de failliete boedel behoort eventueel blijft wonen tot het wordt verkocht”, dat het niet vaststaat dat de eerste verweerster te dezen in die hoedanigheden “niet als een bonus vir heeft gehandeld door een weerspanning persoon die [...] opzettelijk schade kan veroorzaken aan het pand daar te laten”, dat de eiser “de curator bovendien niet verwijt dat hij niet heeft gehandeld zoals ieder normaal zorgvuldig curator in dezelfde situatie zou hebben gehandeld” en dat, bij ontstentenis van dat bewijs, de tegen die verweerster ingestelde rechtsvordering niet gegrond is.

Uit die vermeldingen blijkt dat de eerste verweerster C. R. in het gebouw heeft laten wonen om voor het onderhoud te zorgen en dat zij aldus laatstgenoemde in haar plaats heeft gesteld voor de, althans gedeeltelijke, uitvoering van haar verbintenis tot bewaring van het gebouw.

Het arrest beslist dat de fout van C.R. niet kan leiden tot de contractuele aansprakelijkheid van de eerste verweerster, optredend in die hoedanigheden, en verantwoordt aldus zijn beslissing niet naar recht.

In zoverre is het onderdeel gegrond.

Noot onder dit arrest in het RW

Bart Van Den Bergh De aansprakelijkheid van de curator voor andermans daad bij beschadigingen aan een verkocht maar nog niet geleverd onroerend goed

 

Noot: 

Rechtspraak

• Cass. 31 januari 2008, RW 2008-09, 573, noot R. Jansen;

• Cass. 5 oktober 1990, Pas. 1991, I, 115;

• Cass. 21 juni 1979, Pas. 1979, I, 1226

• Cass. 5 oktober 1990, Pas. 1991, I, 115;

• Cass. 21 juni 1979, Pas. 1979, I, 1226)

• Cass. 4 februari 2010, RW 2010-11, 1474;

• Cass. 29 september 2006, RW 2006-07, 1717

• Cass. 5 oktober 2007, TFR 2008, 157

• Cass. 7 maart 2002, RW 2002-03, 215, noot A. De Wilde

Rechtsleer

• F. Buyssens, “Overdracht van eigendom en risico en leveringsplicht bij verkoop van een onroerend goed”, NFM 2001, p. 42, nr. 27

• H. De Page, Traité élémentaire de droit civil belge, IV, Brussel, Bruylant, 1972, p. 44, nr. 25;

• B. Tilleman, Beginselen van Belgisch privaatrecht, Deel 2, Bijzondere overeenkomsten, A. Verkoop, Deel 2, Gevolgen van de koop, Mechelen, Kluwer, 2012, p. 3, nr. 3

• B. Tilleman, Bruikleen, bewaargeving en sekwester in Beginselen van Belgisch privaatrecht, Antwerpen, Kluwer, 2000, p. 157, nr. 329

• A. Van Oevelen, “Overmacht en imprevisie in het Belgische contractenrecht”, TPR 2008, (603), p. 606, nr. 3

• R. Kruithof, “Schuld, risico, imprevisie en overmacht” in Hulde aan Prof. Dr. R. Kruithof, Antwerpen, Maklu, 1992, p. 229, nrs. 12 e.v.;

• B. Weyts, “Overmacht bij de aansprakelijkheid van de detentor voor diefstal van aan hem toevertrouwde goederen” (noot onder Brussel 18 september 1997), AJT 1998-99, p. 39, nr. 3).

• E. Dirix, “Aansprakelijkheid van en voor hulppersonen” in M. Storme (ed.) Recht halen uit aansprakelijkheid, XIXe Postuniversitaire Cyclus Willy Delva 1992-1993, Gent, Mys & Breesch, 1993, (342), p. 348, nr. 8

• E. Dirix, Obligatoire verhoudingen tussen contractanten en derden, Antwerpen, Maklu, 1984, 206

• C. Pauwels, Contractuele aansprakelijkheid voor hulppersonen of uitvoeringagenten, Antwerpen, Maklu, 1995, p. 63, nr. 51 en p. 89, nrs. 75 e.v.;

• M. Dambre, “De verbintenis van de huurder tot teruggave van het gehuurde goed en zijn aansprakelijkheid voor brand”, TBBR 2003, (620), p. 634, nr. 25

• L. Cornelis, “Verkeerd verbonden” in V. Sagaert en D. Lambrecht (eds.), Actuele ontwikkelingen inzake verbintenissenrecht, Antwerpen, Intersentia, 2009, p. 323, nr. 65

• R. Dekkers en E. Dirix, Handboek burgerlijk recht, II, Antwerpen, Intersentia, 2005, p. 546

• Th. Bosly en A. Tassiaux, “Faillite et droit de l’environnement: une coexistence impossible?”, Amén. 1999, (18), p. 24, nr. 23

• I. Verougstraete, Manuel de la faillite et du concordat, Brussel, Kluwer, 2003, p. 247, nr. 382

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 26/10/2013 - 02:26
Laatst aangepast op: za, 26/10/2013 - 02:26

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.