-A +A

Aansprakelijkheid van de gerechtsdeurwaarder bij spoedeisendheid

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Brussel
Datum van de uitspraak: 
vri, 25/06/2010

De gerechtsdeurwaarder moet de zorgvuldigheidsnormen naleven die iedere voorzichtige, in dezelfde omstandigheden geplaatste gerechtsdeurwaarder in acht dient te nemen. Zijn aansprakelijkheid vloeit voort uit elk verzuim dat hij in de uitvoering van zijn opdracht mocht begaan.

In d omstandigheden, zelfs indien de opdrachtgever niet uitdrukkelijk gewezen heeft op het bijzonder spoedeisend karakter van de zaak en zelfs indien op dat ogenblik het faillissement nog niet nakend was, hoewel vaststond dat de schuldenaar zich in een precaire financiële positie bevond, treedt de gerechtsdeurwaarder niet met de nodige diligentie op wanneer hij talmt met het beantwoorden van een brief die erop gericht is hem in staat te stellen de fondsen te ontvangen.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2012-2013
Pagina: 
858
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

NV I.O. t/ V. e.a.

De procedure in eerste aanleg

Bij dagvaardingsexploot betekend op 25 augustus 2005 heeft de NV I.O. een inleidende vordering ingesteld tegen de heren C.V., P.H. en F.D., om hen solidair, in solidum of minstens de ene bij gebrek aan de andere, te horen veroordelen tot betaling van 74.347 euro, te vermeerderen met interesten aan de wettelijke interestvoet vanaf de dagvaarding (25 augustus 2005) (c.q. vanaf de ingebrekestelling), onder voorbehoud van aanpassing van dit bedrag in de loop van de procedure.

De verwerende partijen concludeerden tot de ongegrondheid van deze vordering.

De eerste rechter verklaarde de vordering van de NV I.O. ongegrond.

De procedure in hoger beroep

Ter beoordeling van het hof ligt voor het door de NV I.O. ingestelde hoger beroep, dat ertoe strekt het bestreden vonnis teniet te doen en haar oorspronkelijke vordering gegrond te verklaren.

Geïntimeerden concluderen opnieuw tot de ongegrondheid van de vordering.

Beoordeling

1. De NV I.O. (hierna ook I. genoemd) verwijt aan gerechtsdeurwaarders wijlen C.V., P.H. en F.D. fouten in de uitvoering van hun taak als gerechtsdeurwaarder.

Een eerste fout die hen verweten wordt is een gebrek aan diligentie.

I. heeft als schuldeiser van de NV L. bewarend beslag onder derden doen leggen bij de bank op een rekening van de NV L. De bank deed een verklaring van derde-beslagene aan voornoemde gerechtsdeurwaarders op 17 en 24 oktober 2002. Er werd aldus een som van 74.347,37 euro geblokkeerd.

Op 19 november 2002 werd de NV L. bij vonnis van de vrederechter te Leuven veroordeeld tot betaling van een som van 100.000 euro provisioneel aan I.

Op 2 december 2002 bracht de raadsman van I. de expeditie van dit vonnis (...) binnen op het kantoor van voornoemde gerechtsdeurwaarders, met het verzoek over te gaan tot onmiddellijke betekening.

Dezelfde dag schreef de raadsman van I. een brief aan gerechtsdeurwaarder H. waarin instructies werden gegeven om met bekwame spoed het nodige te doen voor de omzetting van het bewarend beslag in een uitvoerend derdenbeslag. Vervolgens wordt een kopie van de expeditie en van het beslagexploot betreffende het bewarend derdenbeslag in bijlage gevoegd. Voorts wordt vermeld: “Opdat u spoedig zou kunnen overgaan tot de nodige formaliteiten voor de omzetting, zullen wij u morgen, zoals telefonisch besproken, het origineel van beide voormelde documenten bezorgen”.

Op 3 december 2002 werd het vonnis betekend en werd het bewarend beslag omgezet in uitvoerend beslag. Dit werd op 13 december 2002 gemeld door de gerechtsdeurwaarder aan de raadsman van de NV I.O.

Op 19 december 2002 liet de bank bij aangetekende brief aan gerechtsdeurwaarder V. weten dat de tegoeden geblokkeerd bleven en dus niet overgemaakt konden worden totdat haar het bewijs van betekening van het vonnis ten gronde aan de NV L. alsmede een kopie van het vonnis werd voorgelegd.

Op 7 januari 2003 werd de NV L. bij vonnis van de vrederechter te Leuven veroordeeld tot betaling van 77.414,99 euro en 519.196,08 euro.

Op 10 januari 2003 verzonden de gerechtsdeurwaarders aan de advocaat van I. het exploot van omzetting van bewarend beslag onder derden alsmede de verklaring van de bank.

Op 13 januari 2003 verzocht de advocaat van I. de bank om over te gaan tot uitbetaling van de bedragen aan de gerechtsdeurwaarders.

Op 14 januari 2003 vroeg de raadsman van I. aan de gerechtsdeurwaarders om bij de bank aan te dringen op vrijgave van de gelden, waarbij hij onmiddellijk ook meedeelt dat er een tweede vonnis is geveld en dat er gevaar is voor faillissement.

Dezelfde dag laat de bank aan de gerechtsdeurwaarders weten dat zij hen de geblokkeerde bedragen op 13 januari 2003 heeft overgemaakt.

Op 15 januari 2003 melden de gerechtsdeurwaarders aan de raadsman van I. dat ze overgaan tot het opstellen van een evenredige verdeling.

Op 24 januari 2003 wordt de NV L. op bekentenis failliet verklaard, waarop de curator de in beslag genomen bedragen bij de gerechtsdeurwaarders opvordert, voor zover deze nog niet doorgestort zouden zijn. De gerechtsdeurwaarders storten hierop de som van 74.347,37 euro, verminderd met de gerechtskosten die in het gemeenschappelijk belang van de schuldeisers werden gemaakt, aan de curator.

I. voert aan dat de gerechtsdeurwaarders nalatig hebben gehandeld omdat zij, wetende dat de zaak spoedeisend was, de brief van 19 december 2002 niet prompt hebben beantwoord, noch doorgestuurd aan hun opdrachtgever. Zij verwijt hen een gebrek aan diligentie in de uitvoering van de hen toevertrouwde opdracht waardoor de uitvoeringsprocedure van een uitvoerbaar vonnis tegen hun schuldenaar, de NV L., niet tot een goed einde kon worden gebracht wegens het inmiddels ingetreden faillissement van deze vennootschap.

De gerechtsdeurwaarder moet de zorgvuldigheidsnormen naleven die iedere voorzichtige, in dezelfde omstandigheden geplaatste gerechtsdeurwaarder in acht dient te nemen. Zijn aansprakelijkheid vloeit voort uit elk verzuim dat hij in de uitvoering van zijn opdracht mocht begaan.

Uit het hierboven vermelde feitenrelaas blijkt dat de gerechtsdeurwaarders de brief van de bank van 19 december 2002 onbeantwoord hebben gelaten en deze evenmin kort na de ontvangst ervan aan de raadsman van I. hebben bezorgd. Dit gebeurde ongeveer drie weken na de ontvangst ervan. Dit heeft tot gevolg gehad dat de in beslag genomen fondsen slechts in januari 2003 door de bank werden gestort en dat ze, wegens het op 24 januari 2003 ingetreden faillissement van de NV L., dienden overgemaakt te worden aan de curator.

In haar brief van 19 december 2002 meldde de bank dat de fondsen geblokkeerd bleven tot nader order en dat zij slechts konden worden overgemaakt na voorlegging van het bewijs van betekening ten gronde aan de beslagene en van een kopie van het vonnis. Op dat ogenblik volstond het voor de gerechtsdeurwaarders om de brief te beantwoorden door de gevraagde stukken door te sturen of minstens de brief aan hun opdrachtgever te overhandigen. Dit was geen moeilijke taak die niet onmiddellijk kon worden uitgevoerd. Er was geen enkele reden om te wachten tot 10 januari 2003 alvorens de brief van de bank aan de raadsman van I. te bezorgen.

De gerechtsdeurwaarders voeren aan dat het bewijs niet geleverd wordt dat de zaak spoedeisend was en evenmin dat I. of haar raadsman hen gewezen heeft op de concrete reden van spoedeisendheid, namelijk het faillissement en dat deze reden van spoedeisendheid pas op 14 januari 2003 aan de gerechtsdeurwaarders werd gemeld omdat dit gevaar pas op 7 januari 2003 was ontstaan, zijnde de datum van de uitspraak van het tweede vonnis van de vrederechter te Leuven.

Uit het feitenrelaas blijkt dat de gerechtsdeurwaarders wisten of dienden te weten dat I. aandrong op een spoedige uitvoering van het eerste vonnis van de vrederechter te Leuven, omdat haar raadsman die zelf gezorgd had voor het verkrijgen van de expeditie van het vonnis, hen gevraagd had nog de dag zelf tot betekening ervan met omzetting van een bewarend beslag in uitvoerend beslag over te gaan. De gerechtsdeurwaarders hebben deze opdracht onverwijld uitgevoerd, wat een aanwijzing is dat zij beseft hebben dat de zaak voor hun opdrachtgever dringend was, ook al werd op dat ogenblik niet concreet gewezen op een nakend faillissement van de schuldenaar, de NV L.

De gerechtsdeurwaarders waren ook goed op de hoogte van de moeilijkheden die I. ondervond om betaling van haar schuldvordering op de NV L. te verkrijgen. Zij hadden in opdracht van I. ten laste van de NV L. een bewarend beslag onder derden en een bewarend beslag op roerende goederen gelegd met machtiging van de beslagrechter die een dergelijk beslag enkel toelaat in geval van spoedeisendheid, dit is wanneer er een gevaar bestaat voor de insolvabiliteit van de schuldenaar en maatregelen getroffen moeten worden om de schuldvordering van de schuldeiser veilig te stellen. Aan de hand van de verklaring van derde-beslagene van de bank was ook gebleken dat de in beslag genomen fondsen ontoereikend waren om de schuld van de NV L. volledig te vereffenen.

In die omstandigheden, zelfs indien de opdrachtgever niet uitdrukkelijk gewezen heeft op het bijzonder spoedeisend karakter van de zaak en zelfs indien op dat ogenblik het faillissement nog niet nakend was, hoewel vaststond dat de schuldenaar zich in een precaire financiële positie bevond, treedt de gerechtsdeurwaarder niet met de nodige diligentie op wanneer hij talmt met het beantwoorden van een brief die erop gericht is hem in staat te stellen de fondsen te ontvangen.

De gerechtsdeurwaarders verwijten ten onrechte aan I. dat zij zelf niet meer teruggekomen is op dit dossier bij de gerechtsdeurwaarders tussen de fax van haar raadsman van 3 december 2002 en de telefonische oproep, gevolgd door een fax van haar raadsman op 10 januari 2003. Eens dat de opdrachtgever de opdracht tot uitvoering van een rechterlijke beslissing aan een gerechtsdeurwaarder heeft gegeven, dient laatstgenoemde de zaak autonoom verder af te wikkelen. Ervoor zorgen dat de nodige stukken aan de derde-beslagene binnen een korte termijn worden overhandigd teneinde zo vlug mogelijk in het bezit van de fondsen te worden gesteld, valt binnen de autonome uitvoering van de opdracht tot executie van de gerechtsdeurwaarder.

Uit dit alles volgt dat in de hierboven geschetste omstandigheden van spoedeisendheid een termijn van drie weken om te antwoorden op een brief van een derde-beslagene die erop gericht is de in beslag genomen gelden te ontvangen, als een abnormale vertraging moet worden beschouwd en een gebrek aan diligentie van de gerechtsdeurwaarder uitmaakt.

De aansprakelijkheid van de gerechtsdeurwaarders wegens een contractuele tekortkoming in de uitvoering van hun opdracht staat derhalve vast.

I. voert aan dat de gerechtsdeurwaarders een fout hebben begaan omdat zij bij de omzetting van het bewarend naar het uitvoerend beslag onder derden de door de wet opgelegde volgorde niet zouden hebben toegepast.

Uit de door I. overgelegde kopie van de akte van omzetting van bewarend beslag onder derden in uitvoerend beslag onder derden blijkt dat deze akte een betekening met bevel van het vonnis van de vrederechter van het tweede kanton Leuven van 19 november 2002 inhoudt en dat het bevel op 3 december 2002 aan de NV L. werd betekend, terwijl de omzetting van het bewarend in uitvoerend beslag op dezelfde dag is gebeurd. Bijgevolg is de procedure van omzetting van bewarend in uitvoerend derdenbeslag regelmatig gebeurd. De omstandigheid dat de bank uit de aan haar op 3 december 2002 betekende akte niet kon opmaken of er reeds een aanzegging was gebeurd aan de beslagen schuldenaar, zoals blijkt uit het arrest van dit hof van 10 september 2009, betekent niet dat het bevel tot betalen aan de NV L. niet betekend is geweest en dat de procedure niet op regelmatige wijze werd uitgevoerd. In ieder geval mocht de bank overeenkomstig art. 1543 Ger.W. de gelden slechts doorstorten zeventien dagen na 3 december 2002.

2. I. beweert dat de schade die zij heeft geleden als gevolg van het foutief gedrag van de gerechtsdeurwaarders het bedrag van minimum 74.347 euro bedraagt. Haar totale schuldvordering op de NV L. bedraagt meer dan 600.000 euro.

I. erkent dat zij van de curator een bedrag van 52.500 euro heeft ontvangen. Zij is van mening dat, mits de gerechtsdeurwaarders diligent hadden gehandeld, de som van 74.347 euro op haar rekening zou zijn beland en buiten de samenloop zou zijn gebleven.

Er mag worden aangenomen dat, indien prompt gereageerd zou geweest zijn op de brief van de bank van 19 december 2002, de gelden nog in de maand december gestort zouden geweest zijn, omdat de bank steeds zeer diligent is tewerk gegaan, en overigens de gelden onmiddellijk heeft doorgestort nadat zij in het bezit werd gesteld van de in haar brief van 19 december gevraagde documenten.

Na ontvangst van de gelden moesten de gerechtsdeurwaarders beginnen met een procedure van evenredige verdeling waaraan de termijnen bepaald in art. 1627 en 1628 Ger.W. verbonden zijn. Volgens hun brief van 13 januari 2003 zijn zij met de procedure van evenredige verdeling gestart, maar hiervan worden geen stukken neergelegd. Alleen werd op de brief van 13 januari 2003 onderaan een met de hand geschreven vraag gesteld naar het bestaan van andere schuldeisers, waarop geantwoord werd “geen andere beslagleggende schuldeisers”.

Hieruit kan evenwel niet worden opgemaakt of het antwoord enkel betrekking had op beslagen op de bij de bank in beslag genomen gelden dan wel op beslagen op andere activa. In het raam van de organisatie van de samenloop van de schuldeisers moet de gerechtsdeurwaarder immers de beslagberichten raadplegen en de schuldeisers die beslag hebben gelegd op andere activa in de verdeling betrekken.

Het is van belang te weten of er nog andere beslagen ten laste van de NV L. gelegd waren om na te gaan of de procedure van evenredige verdeling, gelet op de wettelijke termijnen, tot een goed einde zou zijn gekomen vooraleer het faillissement van de NV L. intrad, dus vóór 24 januari 2003. Voorts rijst de vraag of, indien de procedure van evenredige verdeling gevoerd en afgewerkt was geweest door de gerechtsdeurwaarders, I. meer zou hebben ontvangen dan wat zij van de curator ontvangen heeft.

Ten slotte rijst de vraag in welke mate het bedrag van 52.500 euro in mindering moet worden gebracht op het door I. gevorderde bedrag van 74.347 euro. Indien de curator over geen ander actief beschikte dan de overgemaakte som van 74.347 euro, verminderd met de gerechtskosten die in het gemeenschappelijk belang van de schuldeisers werden gemaakt, en indien I. de enige schuldeiser van de NV L. was geweest, zou zij nooit meer hebben kunnen verkrijgen dan het verschil tussen het bedrag van 74.347 euro en het ontvangen bedrag van 52.500 euro.

Het past bijgevolg het debat te heropenen om partijen in staat te stellen op de hierboven gestelde vragen te antwoorden en eventueel inlichtingen te verkrijgen van de curator van de NV L. in verband met de op het ogenblik van het faillissement ten laste van de NV L. gebeurlijk bestaande beslagen, de activa van deze vennootschap, haar schuldeisers alsook alle andere inlichtingen die nuttig kunnen zijn om te antwoorden op de vragen die rijzen m.b.t. de begroting van de schade van I.

...
 

Noot: 

gepubliceerd onder dit arrest in het RW Quinten De Raedt, De aansprakelijkheid van de gerechtsdeurwaarder bij impliciet spoedeisende opdrachten

Rechtsleer:

• P. Depuydt, De aansprakelijkheid van de gerechtsdeurwaarder, Brussel, Larcier, 2009

• A. Kohl, “Responsabilité de l’huissier en matière d’exécution des jugements et arrêts” (noot onder Bergen 22 januari 1991), JLMB 1991, 834;

• C. Mélotte, “La responsabilité professionnelle des huissiers de justice” in J. Vandenwyngaerden (ed.), Responsabilités – Traité théorique et pratique, Titre II – Dossier 28ter, Brussel, Kluwer, 2005, 24

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 19/01/2013 - 16:16
Laatst aangepast op: za, 19/01/2013 - 16:16

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.