-A +A

Aansprakelijkheid winkelier die zonnescherm over een parkeerstrook openlaat na sluiting van zijn winkel

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg
Plaats van uitspraak: Brugge
Datum van de uitspraak: 
don, 12/03/2009

Wanneer een handelaar na sluitingstijd zijn zonneluifel openlaat boven een parkingplats, begaat hij een fout in de zin van artikel 1382 B.W., doch geen fout in de zin van artikel 7.3 van het Wegverkeerreglement. Dit artikel verbiedt de weggebruikers die deel innemen aan de openbare weg deze weg te hinderen. De winkelier kan niet aanzien worden als een weggebruiker. Maar dit neemt zijn fout niet weg in de zin van artikel 1382 BW, weze het dat de onvoorzichtige bestuurder die er tegenreed een gedeelde verantwoordelijkheid draagt.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2011-2012
Pagina: 
625
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

BVBA D.D. t/ A.B.I.

...

II. Bijzonderste gegevens van de zaak

Op basis van de grieven zoals geformuleerd in het inleidend verzoekschrift tot hoger beroep, die hier als nader herhaald dienen beschouwd te worden en bij de beoordeling ten gronde nader zullen worden ontmoet, wordt door appellante hoger beroep aangetekend tegen een vonnis van de Politierechtbank te Brugge van 23 januari 2007, waarin de eerste rechter de oorspronkelijke vordering van partij D., thans appellante, ontvankelijk maar ongegrond verklaarde.

De oorspronkelijke vordering van appellante is gebaseerd op art. 1382-1383 BW, bestaande in een overtreding van art. 7.3. Wegverkeersreglement, alsook op het rechtstreeks vorderingsrecht van de benadeelde tegen de verzekeraar, ingevolge een ongeval te Oostkamp op 28 mei 2004, waarbij de heer D.D., zaakvoerder van appellante, met een lichte vrachtauto Citroën, eigendom van appellante, het zonnescherm van de schoenwinkel R., in burgerlijke aansprakelijkheid verzekerd bij geïntimeerde, aanreed.

De politierechtbank was van oordeel dat art. 7.3. van het Wegverkeersreglement van toepassing is, maar dat het loutere feit dat een zonnescherm op een hoogte van bijna twee meter 30 cm uitsteekt op een parkeervak op zichzelf geen voldoende bewijs uitmaakt van hinder of onveiligheid voor het verkeer. De politierechter besluit aldus dat appellante faalt in haar bewijslast een fout of onvoorzichtigheid van de verzekerde van geïntimeerde aan te tonen, zodat haar vordering ongegrond is.

Appellante kan zich niet verzoenen met dit vonnis, omdat de eerste rechter ten onrechte oordeelde dat het zonnescherm dat 30 cm over de parkeerstrook hing niet hinderend was en geen overtreding uitmaakte van art. 7.3. van het Wegverkeersreglement. Voorts meent appellante dat het zonnescherm voor bestuurder D. een niet te voorziene hindernis uitmaakte, zodat ten laste van hem geen overtreding van art. 10.1.3o, van het Wegverkeersreglement in aanmerking kan worden genomen. Subsidiair dient volgens appellante minstens een verdeling van aansprakelijkheid te worden aangenomen, met het leeuwenaandeel ten laste van de verzekerde van geïntimeerde.

...

Geïntimeerde is van oordeel dat de eerste rechter ten onrechte oordeelde dat een zaakvoerder die zijn zonnescherm openvouwt tot boven de openbare weg ook een weggebruiker zou zijn, zodat volgens geïntimeerde art. 7.3. van het Wegverkeersreglement niet van toepassing is. Geïntimeerde tekent desbetreffend incidenteel beroep aan. Voorts is geïntimeerde van oordeel dat haar verzekerde geen enkele fout beging en handelde als een normaal en zorgvuldig burger in dezelfde omstandigheden geplaatst. Volgens geïntimeerde is de zaakvoerder van appellante exclusief aansprakelijk voor het ongeval, daar hij niet met voldoende aandacht en zonder rekening te houden met de hoogte en breedte van zijn voertuig de perfect voorzienbare en vermijdbare zonneluifel heeft aangereden.

...

III. Beoordeling

...

1. Nopens art. 7.3. van het Wegverkeersreglement

Art. 7 van het Wegverkeersreglement bepaalt “De algemene gedragsregels voor de weggebruikers” en de bepaling van art. 7.3. luidt als volgt: “Het is verboden het verkeer te hinderen of onveilig te maken door voorwerpen, zwerfvuil of stoffen op de openbare weg te werpen, achter te laten of te laten vallen, hetzij door er rook of stoom te verspreiden, hetzij door er enige belemmering aan te brengen”.

Uit de artikelen 1 en 7.3. van het Wegverkeersreglement blijkt dat het verbod het verkeer te hinderen of onveilig te maken voor alle gebruikers van de openbare weg geldt, maar alleen voor hen (Cass. 9 maart 2005, RW 2005-06, 623, noot A. Vandeplas).

De verzekerde van geïntimeerde was geen gebruiker van de openbare weg in de hoedanigheid van voetganger of bestuurder van een voertuig of van een dier, zodat art. 7.3. van het Wegverkeersreglement bijgevolg op hem niet van toepassing was.

De stelling van de eerste rechter dat onder de weggebruikers eveneens vallen zij die een deel van de openbare weg innemen, zoals een zaakvoerder die zijn zonnescherm openvouwt tot op de openbare weg, kan derhalve niet worden gevolgd. Het incidenteel beroep is op dit punt gegrond.

2. Nopens de schending van de algemene zorgvuldigheidsnorm door J.T., de verzekerde van geïntimeerde

De rechtbank is van oordeel dat de verzekerde van geïntimeerde echter wel een fout heeft begaan in de zin van art. 1382 BW, meer bepaald een overtreding van de algemene zorgvuldigheidsnorm door niet te handelen als een normaal en voorzichtig persoon in dezelfde omstandigheden geplaatst.

De rechtbank meent uit de vaststellingen van de verbalisanten, die het ongeval simuleerden, te kunnen afleiden, dat de zaakvoerder van de schoenwinkel na de sluiting van de schoenwinkel het zonnescherm opengevouwen liet op een hoogte van 1,96 cm en tot op 30 cm over de parkeervakken voor zijn winkel. Daar het geen enkel voertuig verboden was aldaar te parkeren en voertuigen in beladen toestand tot 4 meter hoog mogen zijn (art. 46.3. Wegverkeersreglement), diende de verzekerde van geïntimeerde ermee rekening te houden dat het zonnescherm aldus hinderend kon zijn voor grotere voertuigen die aldaar parkeren, zoals ook de verbalisanten uitdrukkelijk opmerkten.

Dat er zich voorheen nooit enig incident heeft voorgedaan, zoals geïntimeerde beweert, is niet bewezen, en dat de zonnewering diende om de geëtaleerde schoenen te beschermen tegen de vroege ochtendzon, is niet relevant.

In tegenstelling tot de eerste rechter is de rechtbank van oordeel dat de verzekerde van geïntimeerde wel degelijk een fout heeft begaan. Indien het zonnescherm geen 30 cm over de parkeervakken had gehangen, dan kon de zaakvoerder van appellante er niet tegenaan zijn gereden en was het ongeval niet gebeurd. Het oorzakelijk verband tussen de fout en het ongeval staat derhalve eveneens vast, zodat de aansprakelijkheid van de verzekerde van geïntimeerde betrokken is.

3. Nopens de overtreding van art. 10.1.3o, van het Wegverkeersreglement door D.D., zaakvoerder van appellante

Een fout van de verzekerde van geïntimeerde sluit evenwel een fout van bestuurder D. niet uit.

Geïntimeerde voert aan dat bestuurder D. er diende over te waken dat hij met zijn vrachtwagen voldoende vrije hoogte had om te kunnen parkeren en dat de zonneluifel een perfect voorzienbare hindernis was, waarvoor hij krachtens art. 10.1.3o, van het Wegverkeersreglement moest kunnen stoppen.

...

Nopens de zichtbaarheid van de zonneluifel zijn weinig gegevens gekend, maar de rechtbank kan met de eerste rechter aannemen dat het zonnescherm voor bestuurder D., die het parkeervak voorwaarts inreed op een avond einde mei om 20 u 30, toch zeker zichtbaar en voorzienbaar moet zijn geweest. Mits hij de nodige aandacht had gehad en rekening had gehouden met de afmetingen van zijn lichte vrachtwagen, had bestuurder D. het zonnescherm kunnen vermijden. Een overtreding van art. 10.1.3o, van het Wegverkeersreglement is te zijnen laste dan ook bewezen. Deze inbreuk staat eveneens in oorzakelijk verband met het ongeval en de gevolgen, zodat ook de aansprakelijkheid van bestuurder D. betrokken is.

4. Nopens de verdeling van aansprakelijkheid

Uit wat voorafgaat blijkt dat de rechtbank van oordeel is dat zowel de zaakvoerder van appellante als de verzekerde van geïntimeerde fouten hebben begaan in oorzakelijk verband met het ongeval en de schadelijke gevolgen.

De rechtbank meent dat de fout van de verzekerde van geïntimeerde zwaarder doorweegt dan de fout van bestuurder D. en dat drie vierde van de aansprakelijkheid ten laste van de verzekerde van geïntimeerde dient te worden gelegd.

5. Nopens de schade

In het proces-verbaal beschrijven de verbalisanten de schade aan het voertuig van appellante als een stervormige inslag in de rechterbovenhoek van de voorruit. Door appellante wordt een factuur van garage A.C.R. van de herstellingswerken voorgelegd, waarin er sprake is van het monteren van de ruit, de herstelling van de ruitstijl en spuiten. Geïntimeerde blijkt niet te zijn ingegaan op het verzoek van de verzekeringsmaatschappij van appellante om de schade op tegenspraak te laten vaststellen. Appellante kan in deze omstandigheden niet worden verweten dat het om een eenzijdig stuk gaat.

Het komt de rechtbank overigens aannemelijk voor dat, aangezien de metalen zijkant van de zonneluifel zich in de rechterbovenhoek van de voorruit van het voertuig van appellante had geboord, ook de ruitstijl werd beschadigd. Een gebruiksderving van twee dagen is tevens gerechtvaardigd. De rechtbank is van oordeel dat de schade van appellante ex aequo et bono als volgt kan worden begroot:

– voertuigschade: 1.051,00 euro

– herstelduur: 75,00 euro

– administratiekosten: 50,00 euro

– totaal: 1.176,00 euro,

waarvan drie vierde of 882 euro, vermeerderd met de interesten aan de wettelijke rentevoet vanaf 28 mei 2004, door geïntimeerde dient te worden vergoed, gelet op de verdeling van de aansprakelijkheid.

6. Besluit

Uit wat voorafgaat blijkt dat zowel het hoger beroep van appellante als het incidenteel beroep van geïntimeerde gegrond voorkomen.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 20/11/2011 - 13:59
Laatst aangepast op: zo, 20/11/2011 - 13:59

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.