-A +A

Aanvaarding na eerdere verwerping van de nalatenschap

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 28/10/2016
A.R.: 
C.15.0488.N

Artikel 790 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat zolang tegen erfgenamen die een nalatenschap verworpen hebben, geen verjaring is verkregen van het recht om te aanvaarden, zij bevoegd blijven om de nalatenschap alsnog te aanvaarden, indien deze niet reeds door andere erfgenamen is aanvaard, onverminderd evenwel de rechten die door derden op de goederen van de nalatenschap mochten zijn verkregen, hetzij door verjaring, hetzij door handelingen die wettig verricht zijn met de curator van de onbeheerde nalatenschap.

uittreksel uit burgerlijk wetboek:

"Art. 790. Zolang tegen erfgenamen die een nalatenschap verworpen hebben, geen verjaring is verkregen van het recht om te aanvaarden, blijven zij bevoegd om de nalatenschap alsnog te aanvaarden, indien deze niet reeds door andere erfgenamen is aanvaard; onverminderd evenwel de rechten die door derden op de goederen van de nalatenschap mochten zijn verkregen, hetzij door verjaring, hetzij door handelingen die wettig verricht zijn met de curator van de onbeheerde nalatenschap."

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
822
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. C.15.0488.N

Belgische Staat t/ K. TH.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 30 juni 2015.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Art. 790 BW bepaalt dat zolang tegen erfgenamen die een nalatenschap verworpen hebben, geen verjaring is verkregen van het recht om te aanvaarden, zij bevoegd blijven om de nalatenschap alsnog te aanvaarden, indien deze niet reeds door andere erfgenamen is aanvaard, onverminderd evenwel de rechten die door derden op de goederen van de nalatenschap mochten zijn verkregen, hetzij door verjaring, hetzij door handelingen die wettig verricht zijn met de curator van de onbeheerde nalatenschap.

2. De Staat is geen erfgenaam in de zin van voormelde bepaling, maar verkrijgt de heerloze nalatenschap op grond van zijn recht van soevereiniteit.

3. De appelrechters die oordelen dat de eiser geen erfgenaam is, verantwoorden hun beslissing dat de verweerder de eerdere verwerping van de nalatenschap van zijn broer nog kon herroepen, naar recht.

4. De appelrechters oordelen niet alleen dat het verzoek tot inbezitstelling geen aanvaarding impliceert, maar ook dat de eiser geen erfgenaam is in de zin van ar-tikel 790 Burgerlijk Wetboek.

5. Die zelfstandige, in het eerste onderdeel tevergeefs bekritiseerde reden, draagt de beslissing van de appelrechters dat de herroeping door de verweerder van de eerdere verwerping van de nalatenschap van zijn broer rechtsgeldig is gebeurd en tegenstelbaar is aan de eiser.
Het onderdeel is niet ontvankelijk bij gebrek aan belang.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

C.15.0488.N
Conclusie van advocaat-generaal A. Van Ingelgem:

I. SITUERING

1. Verweerder had de nalatenschap van zijn overleden broer verworpen, maar kwam daarop terug (aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving) nadat eiser reeds de definitieve inbezitstelling had gevorderd.

2. Het bestreden arrest oordeelt dat eiser als dusdanig evenwel niet erft, maar op grond van zijn soevereiniteit onbeërfde nalatenschappen toegewezen krijgt, zodat - nu hij geen erfgenaam is - er voor de verweerder geen wettelijk beletsel bestond om zijn eerdere verwerping van de nalatenschap te herroepen.

3. Tegen deze beslissing voert eiser een enig middel tot cassatie aan, dat op twee onderdelen berust.

II. BESPREKING VAN HET MIDDEL

1. In deze zaak rijst de vraag of de erfgenaam die de nalatenschap heeft verworpen, deze nog kan herroepen nadat de Belgische Staat reeds de definitieve inbezitstelling heeft gevraagd.

2. Bij gebreke van erfgerechtigden vervalt de nalatenschap aan de Staat (Art. 768 BW).

3. De rechten van de Staat zijn in het Burgerlijk Wetboek gerangschikt onder de "onregelmatige erfopvolging". Nadat de langstlevende echtgenoot en het natuurlijk kind (respectievelijk door de wetten van 14 mei 1981 en 31 maart 1987) tot gewone erfgenamen werden geherkwalificeerd, is de Staat thans de enige "onregelmatige erfopvolger" geworden.

4. In zoverre de erfgenamen (als regelmatige erfopvolger) het bezit van de erfgoederen hebben, moet de Staat (in die onregelmatige hoedanigheid) de inbezitstelling vragen (Art. 770 BW).

5. De reden waarom de Staat de inbezitstelling moet vragen wordt verantwoord doordat de rechtbanken kunnen onderzoeken of de Staat wel degelijk recht heeft op die onbeheerde en onbeërfde goederen, dan wel of er toch geen erfgenamen zijn die recht hebben op die nalatenschap en hun rechten willen doen gelden. Wat particulieren niet wensen te verkrijgen in het raam van hun erfopvolging gaat - rechtshistorisch - naar de gemeenschap, de Staat, terug. In die context is de Staat een algemene rechtsopvolger wiens verplichting de schulden te betalen een last uitmaakt van de juridische universaliteit die hij verwerft; anders dan de erfgenamen is de Staat m.b.t. de schuldeisers van de overledene bovendien slechts gehouden intra vires successionis/hereditatis, zonder dat hij de nalatenschap moet aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving.

6. De kwalificatie van het recht van de Staat is evenwel een traditioneel twistpunt. De rechtsleer is immers verdeeld over de vraag of de Staat de nalatenschap verkrijgt als erfgenaam dan wel als openbare instantie, op grond van zijn soevereiniteit, conform de artikelen 539 en 713 BW.

7. Alle goederen die onbeheerd zijn en die geen eigenaar hebben, alsook de goederen van personen die zonder erfgenamen overlijden of wier erfenis is verlaten, behoren volgens de artikelen 539 en 713 BW toe aan de Staat en tot het openbaar domein. In deze beide gevallen heeft de wetgever de goederen aan de Staat willen toekennen om te vermijden dat er daardoor (ingevolge loutere inbezitneming door de eerste de beste) wanorde zou ontstaan (maar in feite berust ook het instituut van de erfopvolging op een gelijkaardige bekommernis).

8. De wet bepaalt de orde van erfopvolging tussen de erfgenamen; bij gebreke van erfgenamen vervallen de goederen, conform artikel 723 BW, aan de Staat. Bij gebreke van erfgerechtigden vervalt de nalatenschap aan de Staat (Art. 768 BW). Als dusdanig bepalen deze artikelen aldus niet dat de Staat erft, maar bepalen ze daarentegen dat bij gebreke van erfgenamen/erfgerechtigden de goederen of de nalatenschap vervallen aan de Staat. Het Burgerlijk Wetboek bepaalt dus niet uitdrukkelijk dat de Staat erfgenaam is of hij erft. Een bevestiging daarvan kan ook worden gelezen in artikel 731 BW dat de erfenis toewijst aan de daarin opgesomde orden van erfgenamen, zonder hieronder de Staat evenwel te rangschikken.

9. In zoverre het erfrecht gebaseerd is op de vermoede genegenheid tussen de erflater en de erfgenaam, geldt dit in de regel niet t.a.v. de Staat(1).

10. Artikel 790 BW bepaalt dat zolang tegen erfgenamen die een nalatenschap verworpen hebben, geen verjaring is verkregen van het recht om te aanvaarden, zij bevoegd blijven om de nalatenschap alsnog te aanvaarden, indien deze niet reeds door andere erfgenamen is aanvaard, onverminderd evenwel de rechten die door derden op de goederen van de nalatenschap mochten zijn verkregen, (...). Deze bepaling houdt derhalve in dat de erfgenaam die een nalatenschap verworpen heeft zijn verwerping nog kan herroepen, indien deze niet reeds door andere erfgenamen is aanvaard.

11. Het Franse Hof van Cassatie heeft zich in zijn arrest van 6 april 1994 reeds uitgesproken over een gelijkaardige zaak(2). De enige erfgenaam had de nalatenschap verworpen, maar wenste zijn verwerping te herroepen, nadat de Staat reeds in het definitieve bezit van de nalatenschap was gesteld. Het Franse Hof heeft geoordeeld dat artikel 539 van de Code civil geen onderscheid maakt tussen de goederen die onbeheerd zijn en geen eigenaar hebben en de goederen van personen die zonder erfgenamen overlijden of wier erfenis is verlaten, beide categorieën van goederen behoren tot het openbaar domein. Het Hof oordeelt verder dat het op grond van zijn soevereiniteit is dat de Staat de goederen ontvangt van een nalatenschap zonder erfgenamen. De inbezitstelling die hij gehouden is te vragen heeft enkel tot gevolg hem de saisine te verlenen, maar niet de hoedanigheid van erfgenaam. Daaruit volgt dat deze inbezitstelling geen beletsel vormt voor de herroeping van een verwerping van de nalatenschap die eerder door een erfgenaam werd gedaan. Dat het middel niet gegrond is.

12. In zoverre deze oplossing, op basis van de hierboven ontwikkelde traditionele meerderheidsopvatting in de Belgische rechtsleer(3), spoort met de argumentatie dat de Staat geen erfgenaam is(4) , maar optreedt op grond van zijn soevereiniteit, kan de erfgenaam volgens een letterlijke lezing van artikel 790 BW zijn verwerping dan ook nog herroepen nadat de Staat om de inbezitstelling heeft gevraagd.

13. Wanneer de Staat overeenkomstig artikel 770 BW bij de rechtbank de inbezitstelling vraagt van een nalatenschap die op grond van artikel 768 BW bij gebreke van erfgerechtigden aan hem vervalt, moet die nalatenschap worden beschouwd als door hem aanvaard in de zin van artikel 790 BW(5). Door de inbezitstelling te vragen geeft hij immers onmiskenbaar te kennen aanspraak te maken op de nalatenschap en deze, minstens stilzwijgend, te aanvaarden (cf. art. 778 BW). Waar het verzoek tot inbezitstelling aldus een daad van aanvaarding uitmaakt, werkt die aanvaarding overeenkomstig artikel 777 BW in beginsel terug tot op de dag dat de erfenis is opgevallen.

14. Deze oplossing spoort met de wettelijke regeling in Nederland en Frankrijk. In Nederland is een eenmaal gedane keuze onherroepelijk en werkt zij terug tot op het ogenblik van het openvallen van de nalatenschap(6). In Frankrijk heeft men artikel 790 (huidig art. 807) van de Franse Code civil - dat oorspronkelijk overeenstemde met artikel 790 van ons Burgerlijk Wetboek - aangepast en daar aan toegevoegd: " ... ou si l'État n'a pas déjà été envoyé en possession". In de voorbereidende werken leest men desbetreffend dat de inbezitstelling tot gevolg heeft dat de Staat eigenaar wordt van de goederen van de onbeheerde nalatenschap door de verwerping door de erfgenamen; dat het wetsvoorstel ingaat tegen de rechtspraak van het Franse Hof van Cassatie, en dat die bepaling zal zorgen dat de praktijk waarbij erfgenamen de nalatenschap eerst verwerpen om zo de administratie te laten belasten met de vereffening van de nalatenschap en vervolgens hun verwerpen herroepen wanneer blijkt dat de nalatenschap beneficiair is, niet meer kan worden toegepast(7).

15. Deze wetswijziging bevestigt m.i. evenwel ook dat de Staat als dusdanig niet aanzien wordt als een erfgenaam in de zin van artikel 790 (huidig art. 807) van de Franse Code civil, omdat dergelijke toevoegingen in de wet anders niet nodig zou zijn geweest.

16. Mijn ambt sluit zich dan ook aan de meerderheidsopvatting in de doctrine dat eiser optreedt op grond van zijn soevereiniteit en dat het begrip erfgenaam in de zin van artikel 790 BW strikt (en dus niet ruim) moet worden uitgelegd, zodat de Staat - naar de letter van de wet - daaronder niet valt.

17. In zoverre de appelrechters aldus hun beslissing naar recht verantwoorden, komt het mij dan ook voor dat het eerste onderdeel van het enig middel niet kan worden aangenomen, en dat het tweede onderdeel (over de vraag wanneer er sprake is van een aanvaarding in de zin van art. 790 BW), bij gebrek aan belang (de zelfstandige, in het eerste onderdeel vergeefs bekritiseerde reden dat eiser geen erfgenaam is in de zin van art. 790 BW, draagt de beslissing van de appelrechters dat de herroeping rechtsgeldig is gebeurd en aan eiser tegenstelbaar is), niet ontvankelijk is.

III. CONCLUSIE: VERWERPING.
__________________
(1) DE PAGE en DEKKERS, IX, p. 224, nr. 408; R. DILLEMANS, Erfrecht, deel 1, Toewijzing van de nalatenschap in Beginselen van Belg. Privaatrecht, Story - Scientia, 1984, 223 e.v, nr. 97.
(2) Cass.fr. 6 april 1994 (92-13462), www.legifrance.gouv.fr.
(3) Pand.b. tw. Déshérence, nr. 29; C. DEMOLOMBE, Cours de code Napoléon, XIV, Parijs, Durand, 1857, 261, nr. 178; F. LAURENT, Cours élémentaires de droit civil, IX, Brussel, Bruylant, 1873, nr. 158; G. BAUDRY - LACANTINERIE, Traité théorique et pratique de droit civil français, VII.I, Parijs, Larose, 1905, nr. 658; C. AUBRY en C. RAU, Cours de droit civil français, IX, 1917, 444-445, §606ter; H. DE PAGE, Traité élémentaire de droit civil belge, IX, Brussel, Bruylant, 1974, nr. 408; A. VASTERAVENDTS, Praktisch handboek van erfrecht, Brussel, Larcier, 1975, 133; R. BOURSEAU, Les droits successoraux du conjoint survivant, Brussel, Larcier, 1982, 66; W. PINTENS, B. VAN DER MEERSCH, K. VANWINCKELEN, Inleiding tot het familiaal vermogensrecht, Leuven, Universitaire Pers, 2002, 641, nr. 1358; R. DEKKERS en H. CASMAN, Handboek burgerlijk recht, IV, Antwerpen, Intersentia, 2010, 317, nr. 454; W. PINTENS, C. DECLERCK, J. DU MONGH en K. VANWINCKELEN, Familiaal vermogensrecht, Antwerpen, Intersentia, 2010, 833, nr. 1583; P. DELNOY, Les libéralités et les successions, Brussel, Larcier, 2013, 345, nr. 227; I. VANSTRAELEN, "Commentaar bij art. 768 BW" in Comm.Erf. 2002, losbl.
(4)J. VAN BIERVLIET, Cours de droit civil, I en II, A. Uytspruyst-Dieudonné, 1921, 129, nr. 145; A. KLUYSKENS, Beginselen van het burgerlijk recht, II, Antwerpen, Standaard, 1954, 111, nr. 80; L. BARRETTE, "Le droit de l'Etat sur les successions en déshérence", RGEN 1956-57, 10, nr. 6; A. GOEGEBUER; "Successiebelasting en heerloze nalatenschappen: ontspringt de staat de dans?", Not.Fisc.M. 2002, (141), 143; E. WALLEMACQ, "Des successions en déshérence et de l'évidence trompeuse du droit de souveraineté de l'Etat en matière de succession en déshérence", RGEN 2014, (166), 181.
(5) Pand.b tw Déshérence, nr. 16; RPDB tw. Successions, 163, nr. 292; C. DEMOLOMBE, Cours de code Napoléon, XIV, Parijs, Durand, 1857, 61, nr. 60; F. LAURENT, Cours élémentaires de droit civil, IX, Brussel, Bruylant,1873, 522, nr. 454; L. BARETTE, "Le droit de l'État sur les successions en déshérence" RGEN 1956-57, 15, nr. 9; M. PUELINCKX-COENE, Erfrecht in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, Mechelen, Kluwer, 2011, 390, nr. 390. Contra: G. BAUDRY-LACANTINERIE, Traité théorique et pratique de droit civil français, VII.II, Parijs, Larose, 1905, 20, nr. 980.
(6) Art. 190.4 van boek 4 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek.
(7) Verslag, Parl.St.Senaat 2006-06, nr. 343.
 

Noot: 

• Zie ook Cassatie 01/12/2011 AR C/11.0010.N

III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste onderdeel
1. Artikel 794 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de verklaring waarbij een erfgenaam aanvaardt onder voorrecht van boedelbeschrijving slechts kracht heeft voor zover zij is voorafgegaan of gevolgd door een getrouwe en nauwkeurige inventaris van de goederen der nalatenschap, in de vorm door het Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven en binnen de termijnen bepaald in de artikelen 795 en 798 van dit wetboek.

Artikel 795 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de erfgenaam voor het opmaken van de boedelbeschrijving drie maanden heeft, te rekenen van de dag waarop de erfenis is opengevallen.

Bovendien heeft hij, om zich omtrent de aanvaarding of de verwerping te beraden, een termijn van veertig dagen, te rekenen van de dag dat de voor het opmaken van de boedelbeschrijving verleende drie maanden verstreken zijn, of van de dag van het sluiten van de boedelbeschrijving, indien deze voor het verstrijken van de drie maanden is beëindigd.

Artikel 800 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat na verloop van de bij artikel 795 verleende, en zelfs van de door de rechter overeenkomstig artikel 798 toegestane termijnen, de erfgenaam niettemin het recht behoudt om de boedelbeschrijving alsnog te doen opmaken en te aanvaarden onder voorrecht, behalve wanneer hij reeds een daad van erfgenaam verricht heeft, of wanneer tegen hem een vonnis bestaat dat in kracht van gewijsde is gegaan en hem als zuiver erfgenaam veroordeelt.

Artikel 802 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat ingevolge het voorrecht van boedelbeschrijving de vermenging van de boedels wordt verhinderd ten aanzien van de erfgenaam zowel als ten aanzien van de schuldenaars en de legatarissen.

De erfgenaam behoudt tegen de nalatenschap de rechten die hij had tegen de overledene. Hij is tot de betaling van de schulden en lasten der nalatenschap slechts gehouden tot het bedrag van de waarde der goederen die hij verkrijgt.

De schuldeisers van de nalatenschap en de legatarissen worden uit die goederen betaald bij voorkeur boven de persoonlijke schuldeisers van de erfgenaam.

2. Uit het geheel van deze bepalingen volgt dat de erfgenaam die een nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaardt en deze boedelbeschrijving slechts laat opmaken na de wettelijke termijn, maar kan veroordeeld worden als zuiver aanvaardende erfgenaam wanneer hij reeds een daad van erfgenaam heeft verricht of wanneer tegen hem een vonnis bestaat dat in kracht van gewijsde is gegaan en hem als zuiver erfgenaam veroordeelt.

3. De appelrechters stellen vast:
- de eisers en de tot bindendverklaring opgeroepen partij hebben de nalatenschap van G. d. S. aanvaard onder voorrecht van boedelbeschrijving op 18 januari en op 5 april 2002;
- de boedelbeschrijving werd opgemaakt door notaris V. op 7 januari 2003.

4. De appelrechters stellen niet vast dat de eisers een daad van erfgenaam hebben verricht of dat tegen hen een vonnis bestaat dat in kracht van gewijsde is gegaan, en hen als zuiver erfgenaam veroordeelt. Ze konden aldus de eisers niet op hun eigen vermogen veroordelen tot betaling van de schuld van de nalatenschap van G. D. S.

Het onderdeel is gegrond.

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 13/01/2018 - 19:00
Laatst aangepast op: za, 13/01/2018 - 19:00

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.