-A +A

Algemenen rechtsbeginselen zijn niet toepasbaar wanneer ze strijdig zijn met de wil van de wetgever

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 04/12/2009
A.R.: 
C.08.0072.F

Algemene rechtsbeginselen mogen door de rechter in een welbepaalde zaak niet worden toegepast indien die toepassing onverenigbaar zou zijn met de wil van de wetgever.

 

Publicatie
tijdschrift: 
juridat

Nr. C.08.0072.F
BELGACOM, naamloze vennootschap,

tegen
1. BELGISCH INSTITUUT VOOR POSTDIENSTEN EN TELECOMMUNI-CATIE,
Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,
2. T2 BELGIUM, naamloze vennootschap,
3. KPN BELGIUM, naamloze vennootschap.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 1 juni 2007 gewezen door het hof van beroep te Brussel.
Raadsheer Martine Regout heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN
De eiseres voert drie middelen aan.
(...)
Derde middel
Geschonden wettelijke bepalingen
- (...);
- artikel 61, §1, 3°, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie ;
- (...)
- algemeen rechtbeginsel betreffende de exceptie van wanuitvoering inzake wederkerige overeenkomsten.

Aangevochten beslissingen
Het verbod dat de verweerder aan de (eiseres) op grond van artikel 61, §1, derde lid, van de wet van 13 juni 2005 heeft opgelegd om een toegangs- of interconnectiedienst voor gespreksopbouw zonder toestemming (van de verweerder) of van een rechtbank te onderbreken, wanneer dit schade berokkent aan een operator die op die dienst heeft ingetekend, wordt door het arrest als "naar recht verantwoord" beschouwd.
Het hof van beroep oordeelt als volgt:
"Naast het feit dat de verplichting naar recht verantwoord is, kan niet rechtsgeldig worden betwist dat een onderbreking van de diensten voor alternatieve operatoren zeer ernstige gevolgen kan hebben die zelfs tot de verdwijning van die operator kunnen leiden.
Het is dus niet onredelijk dat (de eiseres) niet eenzijdig een exceptie van wanuitvoering kan opwerpen, die trouwens niet van openbare orde is.
Voor het overige moeten eerst en vooral de belangen in aanmerking worden genomen van de eindgebruikers die hun vertrouwen in een alternatieve operator hebben gesteld en het risico lopen om van elke telefonische communicatie te worden uitgesloten zolang de procedure tussen (de eiseres) en hun operator loopt.
Er wordt bovendien rekening gehouden met de belangen van (de eiseres) aangezien zij zich via procedures bij dringende of hoogdringende omstandigheden tot de rechter kan wenden".
Grieven
(...)
Derde onderdeel
Om de redenen die in het eerste en het tweede onderdeel worden vermeld en door de eiseres in haar conclusie voor het hof van beroep worden aangevoerd, kon het arrest in deze zaak niet oordelen dat het door de verweerder aan de eiser op grond van artikel 61, §1, 3°, van de wet van 13 juni 2005, opgelegde verbod om zonder de toestemming van de verweerder of van een rechtbank een toegangs- of interconnectiedienst voor gespreksopbouw te onderbreken, naar recht verantwoord was en kon het evenmin naar recht aannemen dat de verweerder de door de eiseres aangevoerde exceptie van wanuitvoering kon uitsluiten.
Door aldus te oordelen, schendt het arrest artikel 61, § 1, derde lid 3, van de wet van 13 juni 2005 en miskent het tevens het algemeen rechtbeginsel betreffende de exceptie van wanuitvoering inzake wederkerige overeenkomsten.
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
(...)
Derde onderdeel
Luidens artikel 61, §1, 3°, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie kan de verweerder de operatoren opleggen dat zij "reeds verleende toegang tot faciliteiten niet intrekken".
Om de redenen waartegen het eerste en het tweede onderdeel tevergeefs opkomen, beslist het arrest, zonder die bepaling te schenden, dat het verbod om toegangs- of interconnectiediensten voor gespreksopbouw zonder voorafgaande toestemming van de verweerder of van een rechtbank in te trekken of te onderbreken, wanneer dit schade berokkent aan een operator die op die dienst heeft ingetekend, naar recht verantwoord is.
In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.
Voor het overige mogen de algemene rechtsbeginselen door de rechter in een welbepaalde zaak niet worden toegepast, indien die toepassing onverenigbaar zou zijn met de wil van de wetgever.
In zoverre het onderdeel aanvoert dat het algemeen rechtsbeginsel betreffende de exceptie van wanuitvoering inzake wederkerige overeenkomsten miskend is op grond van een uitlegging van dat beginsel op een wijze die strijdig is met artikel 61, §1, 3°, van de wet van 13 juni 2005, faalt het naar recht.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres in de kosten.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Albert Fettweis, Martine Regout en Alain Simon, en in openbare terechtzitting van 4 december 2009 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.
Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Smetryns en overgeschreven met assistentie van griffier Philippe Van Geem.
De griffier, De raadsheer,
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 28/05/2011 - 14:39
Laatst aangepast op: za, 28/05/2011 - 14:39

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.