-A +A

Arbeidsongeval van en naar het werk - kleine onderbreking blijft normaal traject

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
maa, 13/11/1995
A.R.: 
S950030F

Het traject dat de werknemer aflegt om zich van zijn verblijfplaats te begeven naar de plaats waar hij werkt, en omgekeerd, blijft normaal, in de zin van art. 8, alinéa 1, tweede lid, Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, indien de door de werknemer gemaakte omweg onbeduidend is, indien die omweg weinig belangrijk en te verantwoorden is door een wettige reden, of indien hij wel belangrijk, maar aan overmacht te wijten is.

Wanneer door de werknemer achtereenvolgens verschillende vervoermiddelen worden gebruikt om de weg naar en van het werk af te leggen, vereist het begrip normaal traject, in de zin van art. 8, alinéa 1, tweede lid, Arbeidsongevallenwet, niet dat bij de beoordeling van de belangrijkheid van een omweg rekening wordt gehouden met de manier waarop het gedeelte van de weg naar en van het werk, tijdens hetwelk de omweg is gemaakt, normaal diende te worden afgelegd.

 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Jaargang: 
1996-1997
Pagina: 
134
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

HET HOF,

Gelet op het bestreden arrest, op 13 januari 1993 door het Arbeidshof te Bergen gewezen;

Over het middel : schending van de artikelen 8, alinéa 1 (inzonderheid eerste en tweede lid), 10, 11, 15 van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, 97 van de Grondwet, zoals deze van kracht was voordat zij op 17 februari 1994 werd gecoördineerd, en voor zoveel nodig 149 van de gecoördineerde Grondwet,

doordat het arrest, met bevestiging van het beroepen vonnis, beslist dat het verkeersongeval waardoor de dood van Nunziata Felici is veroorzaakt, zich heeft voorgedaan op de weg naar en van het werk en dat, om aldus te beslissen, het arbeidshof - nadat het heeft vastgesteld :

1) dat de door de getroffene gevolgde weg om zich naar haar werk te begeven bestond uit :

a) een traject per auto om van haar woonplaats in Boussu tot aan het station van Saint-Ghislain te rijden, namelijk 4 kilometer;

b) een treinreis tot in het station Brussel-Zuid;

c) een traject te voet van dat station tot aan de plaats waar zij werkte in Anderlecht;

2) dat de getroffene, op 10 februari 1989, een omweg maakte om haar wagen bij een garagehouder te voeren, terwijl (haar vader) met zijn eigen wagen volgde teneinde haar dan aan het station in Saint-Ghislain af te zetten, waar zij de trein zou nemen;

dat de getroffene in Wihéries met een vrachtwagen in botsing kwam terwijl deze een maneuver uitvoerde;

3) dat, om naar haar garagehouder te rijden, de getroffene een weg diende te volgen, in de andere richting dan de gewone weg, van ongeveer 12 kilometer lang, zodat de omweg ongeveer 28 kilometer (12 plus 16) bedroeg - zijn beslissing hoofdzakelijk doet steunen op de volgende gronden "dat, nu de gewone weg naar en van het werk 85 kilometer lang was, de vergelijking van de belangrijkheid van de omweg maar kan gebeuren op basis van de totale afstand van de weg naar en van het werk, vermits de wet geenszins toestaat de af te leggen weg te splitsen volgens het gebruikte vervoerof verplaatsingsmiddel;

dat, te dezen, de omweg niet kan worden beschouwd alsof hij onbeduidend is of aan overmacht te wijten;

dat de weg, integendeel, gezien de omstandigheden, van de weg kan worden gezegd dat het om een onbelangrijke omweg gaat;

dat immers, hoewel de rechter, bij zijn beoordeling van de belangrijkheid van de omweg, de afstand tussen de verblijfplaats en de plaats van het werk niet vermag buiten beschouwing te laten, de belangrijkheid van de omweg evenwel niet enkel steunt op de rekenkundige verhouding tussen de afgelegde weg en het kortste traject (...);

dat, in casu, de omweg die het dagelijkse leven aan de getroffene deed doen - voor het onderhoud van haar voertuig - moet worden aangezien als verantwoord door een wettige oorzaak;

dat bovendien, te dezen, vermits het ging om een voertuig dat de getroffene dagelijks gebruikte om een deel van de weg naar en van het werk af te leggen, de omweg die werd gemaakt voor een onderhoud van dat voertuig om het verder in goede staat te houden, een met haar beroepsbezigheid rechtstreeks verband houdende noodzaak is, waarbij het feit dat zij een hulpmiddel boven een ander had gekozen om het station te bereiken, nadat zij haar wagen bij de garagehouder had afgezet, geen rol speelde,

terwijl,

eerste onderdeel, luidens artikel 8, alinéa 1, tweede lid, van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, onder de weg naar en van het werk wordt verstaan het normale traject dat de werknemer moet afleggen om zich van zijn verblijfplaats te begeven naar de plaats waar hij werkt,
en omgekeerd; een omweg aan het traject zijn normaal karakter niet doet verliezen, op voorwaarde dat, indien hij belangrijk is, aan overmacht te wijten is of, indien hij weinig belangrijk is te verantwoorden is door een wettige reden; anders dan het arbeidshof zegt, uit geen wettelijke bepaling blijkt dat de belangrijkheid van een omweg alleen kan worden beoordeeld op basis van de totale lengte van de weg naar en van het werk;

wanneer door de werknemer achtereenvolgens verschillende vervoermiddelen worden gebruikt om de weg naar en van het werk af te leggen, zoals te dezen, de weg naar en van het werk uit verschillende delen bestaat en het begrip 'normaal traject' zelf, in de zin van voormelde wet van 10 april 1971, vereist dat de beoordeling van de belangrijkheid van een omweg geschiedt, rekening houdende met de manier waarop het gedeelte van de weg naar en van het werk, tijdens hetwelk de omweg is gemaakt, normaal diende te worden afgelegd; de getroffene, om zich van haar verblijfplaats te begeven naar het station waar zij de trein nam die haar tot bij de plaats van haar werk bracht, vier kilometer diende af te leggen; alleen met dat gedeelte van de weg naar en van het werk diende rekening te worden gehouden bij de beoordeling van de omweg van 28 kilometer die de getroffene maakte, toen het ongeval zich heeft voorgedaan; daaruit volgt dat het arrest, nu het beslist dat die omweg weinig belangrijk was en derhalve te verantwoorden door een wettige reden, op grond dat hij diende te worden beoordeeld op basis van de totale lengte van de weg naar en van het werk, namelijk 85 kilometer, het wettig begrip weg naar en van het werk miskent (schending van artikel 8, alinéa 1, van de wet van 10 april 1971 en, bijgevolg, van de artikelen 10, 11 en 15 ervan);

Wat het eerste onderdeel betreft :

Overwegende dat luidens artikel 8, alinéa 1, tweede lid, van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, "onder de weg naar en van het werk wordt verstaan het normale traject dat de werknemer moet afleggen om zich van zijn verblijfplaats te begeven naar de plaats waar hij werkt, en omgekeerd";

Overwegende dat wanneer, zoals te dezen, door de werknemer achtereenvolgens verschillende vervoermiddelen worden gebruikt om de weg naar en van het werk af te leggen, het begrip 'normaal traject', in de zin van voormelde bepaling, niet vereist dat, bij de beoordeling van de belangrijkheid van een omweg, rekening wordt gehouden met de manier waarop het gedeelte van de weg naar en van het werk, tijdens hetwelk de omweg is gemaakt, normaal diende te worden afgelegd;

Dat het onderdeel faalt naar recht;

OM DIE REDENEN,
Verwerpt de voorziening;
Veroordeelt eiseres in de kosten;

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 13/09/2017 - 11:34
Laatst aangepast op: wo, 13/09/2017 - 11:34

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.