-A +A

Auteursrecht toevallige gelijkenis bewijslast jongere werk dient vermoeden van reproductie te weerleggen bij voldoende overeenstemming

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 03/09/2009
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2010-2011
Pagina: 
322
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

[...]

10. Krachtens art. 1 van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten heeft enkel de auteur het recht om een werk op welke wijze of in welke vorm ook, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk te reproduceren of te laten reproduceren.

11. Indien een werk opvallende gelijkenissen vertoont met een eerder bestaand werk, behoort het aan de feitenrechter na te gaan of deze gelijkenissen met het oudere werk toevallig zijn, dan wel voortkomen uit een bewuste of een onbewuste ontlening aan dat werk en of aldus inbreuk wordt gemaakt op het auteursrecht. In geval van voldoende overeenstemming tussen originele elementen van beide werken dient de auteur van het jongere werk het vermoeden van reproductie te weerleggen door aannemelijk te maken dat hij het eerdere werk niet kende of er redelijkerwijze geen kennis van heeft kunnen krijgen.

12. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat, ondanks belangrijke overeenstemmingen tussen de beide werken en het vooraf bestaan in de tijd van het ene werk ten opzichte van het andere, het bewijs van schuldige ontlening moet worden geleverd door de auteur van het oudere werk, faalt het naar recht.

13. Door te oordelen dat het oudere werk de «prioritaire» bescherming geniet van het auteursrecht, geven de appelrechters te kennen dat, in het raam van de verdeling van de bewijslast, gegeven de oudere datum van dit werk, dit werk auteursrechtelijke bescherming geniet, wat inhoudt dat het niet kan worden gereproduceerd zonder toestemming, waarna zij overgaan tot een onderzoek van de mogelijke reproductie van dit oudere werk door het jongere werk door na te gaan of de door de auteur van het jongere werk geleverde bewijselementen het vermoeden van ontlening kunnen weerleggen.

14. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de appelrechters door het gebruik van de bewoordingen «prioritaire bescherming» een voorwaarde van nieuwheid toevoegen aan de auteursrechtelijke bescherming, berust het op een onjuiste lezing van het bestreden arrest en mist het aldus feitelijke grondslag.

...
 

[...]

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 24/10/2010 - 09:09
Laatst aangepast op: zo, 24/10/2010 - 09:17

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.