-A +A

Automatische parkeerschijf

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
din, 08/06/2010
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2010-2011
Pagina: 
812
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Samenvatting: Het gebruik van de automatische parkeerschijf is manifest verboden

 

tekst van het vonnis:

...

Ten gronde

1. Beklaagde stond te Mortsel met zijn lichte vrachtwagen Opel Vivaro geparkeerd in een zone waar de parkeertijd beperkt en het gebruik van een parkeerschijf verplicht was. Dit werd aangeduid door middel van het zonaal verkeersbord E9 met pictogram «parkeerschijf».

De verbalisanten merkten op dat achter de voorruit van het voertuig aan de bestuurderszijde een parkeerschijf gelegd was die heel sterke gelijkenissen vertoonde met het model dat is opgelegd door de FOD Mobiliteit en Vervoer. Bij nadere vaststelling bleek het om een automatische parkeerschijf te gaan waarbij de schijf met het tempo van een klok opschoof. Op die manier werd de vaststelling van potentiële overtredingen met betrekking tot de beperkte parkeertijd onmogelijk gemaakt of minstens bemoeilijkt.

De beklaagde beweert de automatische parkeerschijf via het internet gekocht te hebben en deze sedert januari 2009 te gebruiken om gemakkelijker te kunnen parkeren aan zijn werk. Hij zegt zich van geen kwaad bewust te zijn.

2. Het voormelde feit wordt door de eerste rechter en het openbaar ministerie gekwalificeerd als een overtreding van art. 62bis Wegverkeerswet. Beklaagde meent evenwel dat een herkwalificatie naar art. 29, § 2, van de Wegverkeerswet nodig is, aangezien aldaar ieder bedrog met de parkeerschijf strafbaar wordt gesteld en een automatische parkeerschijf niet moet worden beschouwd als een uitrusting om de vaststelling van een overtreding te bemoeilijken of te verhinderen, maar als de parkeerovertreding van art. 27.1.3. van het Wegverkeersreglement zelf.

De rechtbank is van oordeel dat het vervolgde feit te dezen correct werd gekwalificeerd. Art. 29, § 2, eerste lid, van de Wegverkeerswet betreft duidelijk een residuaire bepaling die moet worden gelezen in samenhang met de eerste paragraaf van voormeld artikel dat voorziet in een categorisering van reglementaire verkeersovertredingen. Als zodanig gaat het in art. 29, § 2, eerste lid, van de Wegverkeerswet niet om een particulier feit dat strafbaar gesteld wordt.

Art. 29, § 2, tweede lid, van de Wegverkeerswet bepaalt dat inzake het parkeren van voertuigen onder meer het bedrog met de parkeerschijf nog strafrechtelijk bestraft kan worden. Deze bepaling betreft evenmin een specifieke strafbaarstelling, maar wel een generieke aflijning van welke feiten naar aanleiding van het parkeren van voertuigen gecriminaliseerd gebleven zijn. Dit neemt niet weg dat specifieke wets- en reglementaire bepalingen, zoals art. 23 tot art. 27ter Wegverkeersreglement, de precieze aard van de parkeerovertreding kunnen concretiseren, alsmede categoriseren in de zin van art. 29, § 1, Wegverkeerswet. In identieke zin kan art. 62bis van de Wegverkeerswet een eigen strafbaar gesteld feit bedoelen dat gepleegd werd in de context van het parkeren van een voertuig.

Art. 62bis van de Wegverkeerswet stipuleert dat het verboden is op de openbare weg een uitrusting bij zich te hebben die de vaststelling van verkeersrechtelijke overtredingen bemoeilijkt of verhindert. De door beklaagde gehanteerde automatische parkeerschijf is manifest bedoeld om een dergelijke vaststelling van een overtreding van de ter plaatse beperkte parkeertijd te verhinderen. Door het klokmatig opschuiven van de schijf wordt de parkeerovertreding immers verdoezeld, zodat deze niet meer vastgesteld kan worden. Het ten laste gelegde feit vormt mitsdien onmiskenbaar een overtreding van art. 62bis van de Wegverkeerswet, te lezen in samenhang met art. 29bis van de Wegverkeerswet.

3. De door beklaagde aangevoerde onwetendheid is niet aan te nemen. Iedere bestuurder van een voertuig op de openbare weg hoort te weten dat het verplicht gebruik van een parkeerschijf precies bedoeld is om het parkeren slechts gedurende een beperkte tijd toe te laten. Een automatische parkeerschijf druist hier op manifeste wijze tegen in. Uit de verklaring van beklaagde blijkt bovendien dat zijn intentie er net in bestond om gedurende een lange tijd te parkeren op plaatsen waar slechts beperkte parkeermogelijkheden golden. De tenlastelegging is in de persoon van beklaagde bijgevolg bewezen.

4. Het bewezen feit is ernstig en laakbaar en geeft blijk van een bedrieglijke ingesteldheid en een gebrek aan normbesef. Door zijn bedrog trad beklaagde maatschappelijke rechtsregels inzake verkeersbeleid met de voeten. Zij handelwijze vormt bovendien een kaakslag voor diegenen die de kwestieuze rechtsnormen wel steeds naleven. Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door te beweren dat de verkeersveiligheid niet in het gevaar werd gebracht of dat het systematisch gebruik van de automatische parkeerschijf algemeen ingeburgerd was bij verschillende collega‘s van beklaagde.

...

 

Noot: 

Beschouwingen bij de automatische parkeerschijf, C De Roy, RW 2010-2011, 813

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 10/01/2011 - 20:21
Laatst aangepast op: ma, 10/01/2011 - 20:21

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.