-A +A

Belaging kan gesteld tegenover verschillende personen tegelijk

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
don, 06/06/2013
A.R.: 
2012co674

Het misdrijf belaging kan door het stellen van de strafbare handelingen beogen de rust van verschillende, doch in concreto geviseerde, personen te verstoren of m.a.w. de rustverstorende handelingen kunnen betrekking hebben op en bedoeld zijn voor verschillende personen. Uit geen enkele wettelijke bepaling volgt dat bij een inbreuk op artikel 442bis Sw. slechts één persoon hiervan het slachtoffer kan zijn.

 

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Arrest
Het Hof van Beroep, zitting houdende op 6 juni 2013

te Antwerpen, 13e kamer

(...)

4.2 Wat betreft de bevoegdheid van de correctionele rechtbank en het hof van beroep.

De correctionele rechtbank heeft zich terecht bevoegd verklaard om kennis te nemen van de ten laste gelegde feiten.

Het hof neemt de motivering, die in conclusie door de beklaagde niet wordt weerlegd, over en sluit zich er bij aan.

Tevens dient te worden vastgesteld dat beklaagde door de letterlijke overname van de conclusie voor de eerste rechter, geen grieven aanvoert tegen het bestreden vonnis.

Hieraan dient te worden toegevoegd dat zowel voor 6 maart 2012 als erna voor een drukpersmisdrijf dat tot de bevoegdheid van het Hof van Assisen zou kunnen leiden een "gedrukt geschrift" als instrumentum van het misdrijf noodzakelijk is.

Dat thans dient te worden aanvaard dat de digitale verspreiding van een "tekst" ook tot een drukpersmisdrijf en derhalve tot de bevoegdheid van het Hof van Assisen kan leiden, is irrelevant vermits er in casu van een "tekst" of "geschrift" geen sprake is. In casu betreft het de beoordeling van de inhoud van mondelinge uitlatingen en beelden, vervat in filmpjes, die via het internet (You Tube) verspreid werden, en niet van gepubliceerde teksten.

 

4.3 Ten gronde

4.3.1

(...)

4.3.2 Belaging van F.V.H. (tenlastelegging zaak I, A).

Door de stukken van het dossier en door het onderzoek dat op de terechtzitting van het hof werd gedaan, is de schuld van de beklaagde aan de hem ten laste gelegde feiten bewezen.

Het hof neemt desbetreffend de motivering van de eerste rechter over en treedt deze bij. Deze motivering wordt niet weerlegd in conclusie, zijnde identiek dezelfde als deze die voor de eerste rechter werd genomen.

Hieraan kan nog worden toegevoegd wat volgt:

1.

Enerzijds wordt in de tekst van de wet niet voorzien dat het belagen van een persoon en het ernstig verstoren van zijn rust moet zijn veroorzaakt door een herhaald actief handelen.

Anderzijds vereist het verwezenlijken van het strafbaar karakter van de ten laste gelegde feiten een zekere continuïteit in het verloop van de feiten, die de rust van de geviseerde persoon ernstig verstoren zodat eenmalige feiten niet als belaging kunnen worden beschouwd (Grondwettelijk Hof, 76/2009, 05.05.2009).

Het misdrijf "belaging" vereist gedragingen die een voortdurend of onophoudelijk karakter vertonen.

In casu is aan deze voorwaarde voldaan daar door het plaatsen van het filmpje op het internet (You Tube) :

- de rust verstorende verwensingen een quasi permanent karakter verkregen, vermits vanaf de plaatsing op het internet deze door iedereen die over internet beschikt permanent en wereldwijd konden bekeken en beluisterd worden,

- het filmpje gedurende 5 dagen kon worden bekeken of gedownload.

Het is eigen aan het internet in het algemeen en internetfora en sites als "You Tube" in het bijzonder en daardoor ook de bedoeling van de dader, dat de er op geplaatste filmpjes en commentaren permanent door een ontelbaar aantal personen kan worden beluisterd of bekeken.

Er is geen enkele twijfel over dat de beklaagde wist dat het plaatsen van het betreffende filmpje, weze het door een eenmalige handeling van hem, in de betreffende periode, de rust van de door hem geviseerde personen op een niet-aflatende en in een voortdurende periode zou verstoren. Er dient zelfs te worden gesteld dat dit zijn bedoeling was daar hij het er bij uitstek geschikte procedé voor verkoos.

2.

Het misdrijf "belaging" kan door het stellen van de strafbare handelingen beogen de rust van verschillende, doch in conctreto geviseerde, personen te verstoren of m.a.w. de rustverstorende handelingen kunnen betrekking hebben op en bedoeld zijn voor verschillende personen. Uit geen enkele wettelijke bepaling volgt dat bij een inbreuk op artikel 442 bis Sw slechts één persoon hiervan het slachtoffer kan zijn.

Uit de vaststelling dat in de kwestieuze commentaar van beklaagde :

- enkel M.M. wordt vernoemd,

- M.M. overleden was op het ogenblik van het plaatsen van het fimpje op "You Tube",

- de klager F.V.H. niet wordt vernoemd,

kan niet worden afgeleid dat F.V.H. niet het slachtoffer kan zijn van belaging door de gewraakte commentaren en er geen weerslag hiervan kan zijn op zijn rust en persoonlijke levenssfeer en -kwaliteit.

In concreto werd de rust van F.V.H. verstoord en werd ook beoogd specifiek zijn rust te verstoren, door de gevolgen die het plaatsen van het bewuste filmpje op "You Tube" teweeg bracht :

- doordat hij de echtgenoot is van de overleden M.M.,

- de inhoudelijke brutaliteit, onbeschoftheid en afwezigheid van enig respect in de gesproken commentaar,

- de omstandigheden en tijdstip van de feiten, namelijk de dag na het overlijden na een aanslepende ziekte.

Uit het voorgaande blijkt eveneens zonder enige twijfel dat de ten laste gelegde feiten de rust van F.V.H. ernstig en in zeer hoge mate werd verstoord.

Op het ogenblik dat de klager geconfronteerd werd met het overlijden van zijn echtgenote na een lange en aanslepende ziekte en hij dit verlies in familieverband diende te verwerken :

- diende hij kennis te nemen van de grove beledigingen ten aanzien van zijn echtgenote,

- verkeerde hij in de wetenschap dat ontelbare personen deze beledigingen zelfs bij herhaling en gedurende vijf dagen konden horen,

- werd hij ongetwijfeld aangesproken door derden betreffende de inhoud van de "boodschap" van beklaagde.

 

4.3.3 Inbreuken op de antidiscriminatiewet (zaak I, tenlasteleggingen B I, B II, C I, C II, C III en zaak II.

Door de stukken van het dossier en door het onderzoek dat op de terechtzitting van het hof werd gedaan, is de schuld van de beklaagde aan de hem ten laste gelegde feiten bewezen.

Het hof neemt desbetreffend de motivering van de eerste rechter over en treedt deze bij. Deze motivering wordt niet weerlegd in conclusie, zijnde identiek dezelfde als deze die voor de eerste rechter werd genomen.

Hieraan kan nog worden toegevoegd dat het openbaar aanzetten tot discriminatie, geweld en haat blijkt uit de omschrijving van de feiten zelf, zoals vermeld in de verschillende tenlasteleggingen en uit de wijze waarop dit gebeurde, te weten via het internet, hetzij via "You Tube", hetzij via een voor iedereen toegankelijk website. De kopies van de filmpjes werden neergelegd ter griffie en de transcripties bevinden zich in het strafdossier.

Het schuldig verklaren van beklaagde is geenszins in strijd met artikel 19 van de grondwet, noch met artikel 10 EVRM, daar niet het hebben van bepaalde ideeën, hoe afwijkend van de in de westerse democratieën algemeen aanvaarde grondprincipes ook, of het koesteren van bepaalde sympathieën of het uiten van een geloofsovertuiging wordt bestraft, doch wel het openlijk aanzetten tot discriminatie, haat of geweld jegens een persoon of jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan wegens één van de beschermde criteria, voorzien in artikel 4, 4° van de antidiscriminatiewet, te weten zijn geloof, levensbeschouwing en politieke overtuiging.

Ook over de vaststelling dat de beklaagde de inbreuken wetens en willens en dus opzettelijk pleegde kan geen enkele twijfel bestaan, gelet op de aard en het expliciete karakter van de bewoordingen, de omvang en inkleding van zijn discours en het repetitief karakter van zijn "boodschap". Bij beklaagde was duidelijk de bijzondere wil aanwezig om aan te zetten tot discriminatie, haat en geweld.

Terecht heeft de eerste rechter in het bestreden vonnis gesteld dat de door de beklaagde aangehaalde vergelijkingen met de beweerde uitlatingen van andere personen in een andere context totaal irrelevant is.

(...)

Noot: 

Filip Van Volsem, Nogmaals over het materieel bestanddeel van het misdrijf belaging, RABG, 2011/8, 596

Wetgeving:

• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/4, 1 en nr. 1046/8, 8;
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8,
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/1, 1;
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/1, 2.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/3, 1
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr nr. 1046/5, 1.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/6, 2.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, 2.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, 3.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, 5.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, 6.
• Art. 114 § 8, 2° van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven bestrafte met een geldboete van 500 tot 50.000 EUR en of gevangenisstraf van één tot vier jaar het misbruik maken van een telecommunicatiemiddel met het oogmerk om overlast te veroorzaken aan een andere persoon. Die bepaling werd opgeheven door art. 155, 4° van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie en belaging via telecommunicatie werd strafbaar gesteld met art. 145 § 3, 2° van deze wet en dit met behoud van deze straffen. Na het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 55/2007 van 28 maart 2007 heeft de wetgever art. 145 § 3, 2° van de wet van 13 juni 2005 opgeheven en werd de belaging via telecommunicatie strafbaar gesteld door art. 145 § 3bis van die wet met vergelijkbare straffen als die voorzien in art. 442bis Strafwetboek (P. DE HERT, J. MILLEN en A. GROENEN, “Het delict belaging in wetgeving en rechtspraak”, o.c., 7-8).
• Art. 119 van het Sociaal Strafwetboek bepaalt dat een inbreuk op het verbod van pesterijen op het werk wordt bestraft met een sanctie van de vierde categorie, nl. een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en of een geldboete van 600 tot 6.000 EUR.

Rechtsleer

• DE HERT, J. MILLEN en A. GROENEN, “Het delict belaging in wetgeving en rechtspraak”, o.c.). Bijna tot redelijke proporties gebracht”, T.Strafr. 2008, 4

• A. GROENEN, G. VERVAEKE en F. HUTSEBAUT, “Stalking: strafrechtelijke en criminologische aspecten”, Recht in beweging.  14 de  VRG-Alumnidag 2007, Antwerpen, Maklu 2007, 453

• ; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 9, nr. 12;

• C. MEUNIER, “La répression du harcèlement”, RDPC 1999, 739 44.

• F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 5, nr. 7;

• L. STEVENS, “Stalking strafbaar. Commentaar bij • de wet van 30 oktober 1998 tot invoeging van een artikel 422bis in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van belaging”, RW 1998-99, 1378, nr. 15

• Juristenkrant, 2007/147, 18 april 2007, 8 (hierna P. VAN  WALLEGHEM, “Cassatie verduidelijkt het begrip belaging”, o.c.).

• L. ARNOU, “Parkeren van auto kan ook stalking zijn”, Juristenkrant,2002/56, 23 oktober 2002, 1.

• VAN DER KELEN en S. DE DECKER, RW 2006-07, 1434; GwH nr. 76/2009, 5 mei 2009, B.6.1.

• A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2010, nr. 340, p. 265

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849.

 A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, nr. 340, p. 265.

• A. MISONNE, “Harcèlement punissable? Consultez le dictionnaire!” (noot onder Cass. 21 februari 2007), JT 2007, 263

• A. MASSET, “Chronique de jurisprudence de droit pénal (avril 2005-avril 2008)”, Act.dr.fam. 2008, 115. 455 en 460.

• J. JACQMAIN, noot onder Corr. Marche-en-Famenne 18 april 2001, Soc.Kron. 2003, 104.

 E. Brewaeys (“De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849

• L. HUYBRECHTS, noot onder Antwerpen 5 november 2008, NC 2010, 136.

• S. VANDROMME, “Rechtspersoon stalken hoeft niet strafbaar te zijn”, Juristenkrant, 2007/150, 30 mei 2007, 4.

 F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 12, nr. 22;

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 13, nr. 23.

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849.

 N. BANNEUX en L. KERZMANN, “Le mal nommé ‘harcèlement téléphonique’: chronique des tribulations législatives d’une infraction moderne”, RDTI 2009, 29-45;

• A. VANDEPLAS, “Misbruik van telecommunicatiemiddelen”, Comm.Straf. 104.

 C. MEUNIER, “Telefonische belaging”, Postal Memoralis.

 M. DE  RUE, “Le harcèlement”, o.c., 743-744; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 16-17, nr. 34; K.

• ROSIER, “Le spamming politique: affaire de harcèlement, de prospection et de traitement de données à caractère personnel?” (noot onder Brussel 17 maart 2010), Dr.pén.entr. 2010, 324-325, nr. 7;

• M. VANDEVELDE, “Belaging via telecommunicatie te zwaar bestraft”, Juristenkrant, 2007/148, 2 mei 2007, 20.

 J. CORDIER, “La loi du 11 juin 20002 relative à la protection contre la violence et le harcèlement moral ou sexuel au travail”, JTT 2002, 381 e.v.;

 J. CORDIER, “La loi du 11 juin 20002 relative à la protection contre la violence et le harcèlement moral ou sexuel au travail” in J. CLESSE en M. DUMONT (eds.), Questions de droit social, CUP, 2002, Luik, Edition Formation Pemanente CUP, 2002, 355 e.v.;

• J. CORDIER en P. BRASSEUR, “La charge psychosociale au travail: le point sur la réforme de 2007”, Soc.Kron. 2008, 701 e.v.;

• J.CORDIER en P. BRASSEUR, Le bien-être psychosocial au travail: harcèlement moral, harcèlement sexuel, violence, stress, conflits…, Waterloo, Kluwer, 2009, 33 e.v.;

• EYSKENS, “De moeilijke positie van de pestwet in het administratief contentieux” (noot onder RvS 16 maart 2005, nr. 142.215), T.Gem. 2007, 217;

• I. VERHELST, “De nieuwe pestwet legt de nadruk op preventie”, Or. 2007, 204 e.v.

 

• DE HERT, J. MILLEN en A. GROENEN, “Het delict belaging in wetgeving en rechtspraak”, o.c.). Bijna tot redelijke proporties gebracht”, T.Strafr. 2008, 4

• A. GROENEN, G. VERVAEKE en F. HUTSEBAUT, “Stalking: strafrechtelijke en criminologische aspecten”, Recht in beweging.  14 de  VRG-Alumnidag 2007, Antwerpen, Maklu 2007, 453

• ; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 9, nr. 12;

• C. MEUNIER, “La répression du harcèlement”, RDPC 1999, 739 44.

• F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 5, nr. 7;

• L. STEVENS, “Stalking strafbaar. Commentaar bij • de wet van 30 oktober 1998 tot invoeging van een artikel 422bis in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van belaging”, RW 1998-99, 1378, nr. 15

• Juristenkrant, 2007/147, 18 april 2007, 8 (hierna P. VAN  WALLEGHEM, “Cassatie verduidelijkt het begrip belaging”, o.c.).

• L. ARNOU, “Parkeren van auto kan ook stalking zijn”, Juristenkrant,2002/56, 23 oktober 2002, 1.

• VAN DER KELEN en S. DE DECKER, RW 2006-07, 1434; GwH nr. 76/2009, 5 mei 2009, B.6.1.

• A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2010, nr. 340, p. 265

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849.

 A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, nr. 340, p. 265.

• A. MISONNE, “Harcèlement punissable? Consultez le dictionnaire!” (noot onder Cass. 21 februari 2007), JT 2007, 263

• A. MASSET, “Chronique de jurisprudence de droit pénal (avril 2005-avril 2008)”, Act.dr.fam. 2008, 115. 455 en 460.

• J. JACQMAIN, noot onder Corr. Marche-en-Famenne 18 april 2001, Soc.Kron. 2003, 104.

 E. Brewaeys (“De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849

• L. HUYBRECHTS, noot onder Antwerpen 5 november 2008, NC 2010, 136.

• S. VANDROMME, “Rechtspersoon stalken hoeft niet strafbaar te zijn”, Juristenkrant, 2007/150, 30 mei 2007, 4.

 F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 12, nr. 22;

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 13, nr. 23.

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849.

 N. BANNEUX en L. KERZMANN, “Le mal nommé ‘harcèlement téléphonique’: chronique des tribulations législatives d’une infraction moderne”, RDTI 2009, 29-45;

• A. VANDEPLAS, “Misbruik van telecommunicatiemiddelen”, Comm.Straf. 104.

 C. MEUNIER, “Telefonische belaging”, Postal Memoralis.

 M. DE  RUE, “Le harcèlement”, o.c., 743-744; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 16-17, nr. 34; K.

• ROSIER, “Le spamming politique: affaire de harcèlement, de prospection et de traitement de données à caractère personnel?” (noot onder Brussel 17 maart 2010), Dr.pén.entr. 2010, 324-325, nr. 7;

• M. VANDEVELDE, “Belaging via telecommunicatie te zwaar bestraft”, Juristenkrant, 2007/148, 2 mei 2007, 20.

 J. CORDIER, “La loi du 11 juin 20002 relative à la protection contre la violence et le harcèlement moral ou sexuel au travail”, JTT 2002, 381 e.v.;

 J. CORDIER, “La loi du 11 juin 20002 relative à la protection contre la violence et le harcèlement moral ou sexuel au travail” in J. CLESSE en M. DUMONT (eds.), Questions de droit social, CUP, 2002, Luik, Edition Formation Pemanente CUP, 2002, 355 e.v.;

• J. CORDIER en P. BRASSEUR, “La charge psychosociale au travail: le point sur la réforme de 2007”, Soc.Kron. 2008, 701 e.v.;

• J.CORDIER en P. BRASSEUR, Le bien-être psychosocial au travail: harcèlement moral, harcèlement sexuel, violence, stress, conflits…, Waterloo, Kluwer, 2009, 33 e.v.;

• EYSKENS, “De moeilijke positie van de pestwet in het administratief contentieux” (noot onder RvS 16 maart 2005, nr. 142.215), T.Gem. 2007, 217;

• I. VERHELST, “De nieuwe pestwet legt de nadruk op preventie”, Or. 2007, 204 e.v.

Rechtspraak:

• Antwerpen 28 april 2004, RW 2005-06, 1020.
• Brussel 2 februari 2000, RDPC 2001, 347, noot X.
•. Gent 23 april 2002, NjW 2002, 212;
• Corr. Antwerpen 2 juni 2009, AM 2009, 573.
• Antwerpen 27 mei 2010, AM 2010, 380, noot.
• Corr. Gent 21 juni 2002, TGR 2003, 169.
• Corr. Brussel 20 januari 2004, Soc.Kron. 2005, 455, noot.
• Corr. Neufchâteau 9 februari 2004, Journ.proc., 2004/475, 26.
• Luik 22 juni 2004, JLMB 2004, 1781;
• Corr. Charleroi 29 november 2004, Soc.Kron. 2005, 458;
• Corr. Brussel 8 december 2004, Soc.Kron. 2005, 460, noot P. BRASSEUR.
• Brussel 17 maart 2010, Dr.pén.entr. 2010, 319, noot K. ROSIER.
• Arbitragehof nr. 71/2006, 10 mei 2006, B.6.1., RW 2008-09, 446, noot H. BUYSSENS, Soc.Kron. 2008, 730, T.S t r a f r. 2008, 32, noot;
• Arbitragehof nr. 98/2006, 14 juni 2006, B.6.1., RABG 2006, 1477, noot D.
• Corr. Gent 21 juni 2002, TGR 2003, 169; Corr. Antwerpen 2 juni 2009, AM 2009, 573.
• Cass. 21 februari 2007, P.06.1415.F, JT 2007, 262, noot A. MISONNE, RDPC 2001, 529, T.Strafr. 2008, 37.
• Corr. Neufchâteau 9 februari 2004, Journ.proc., 2004/475, 26;
• Corr. Brussel 8 december 2004, Soc.Kron. 2005, 460, noot P. BRASSEUR. 5.
• Cass. 24 november 2009, P.09.1060.N.
• Arbitragehof nr. 71/2006, 10 mei 2006, B.6.2.; Arbitragehof nr. 98/2006, 14 juni 2006, B.6.2.; GwH nr. 76/2009, 5 mei 2009, B.6.2.
• Antwerpen 27 mei 2010, AM 2010, 380, noot.
• Arbitragehof nr. 71/2006, 10 mei 2006, B.6.4.;
• Arbitragehof nr. 98/2006, 14 juni 2006, B.6.4.;
• GwH nr. 75/2007, 10 mei 2007, B.3.;
• Arbitragehof nr. 98/2006, 14 juni 2006, B.6.4.;
• Cass. 21 februari 2007, P.06.1415.F, JT 2007, 262, noot A. MISONNE, RDPC 2001, 529, T.Strafr. 2008, 37.
• Cass. 8 september 2011, P.10.0523.F.
• Cass. 21 februari 2007, P.06.1415.F, JT 2007, 262, noot A. MISONNE, RDPC 2001, 529, T.Strafr. 2008,37;
• Cass. 24 november 2009, P.09.1060.N;
• GwH nr. 75/2007, 10 mei 2007, RABG 2007, 799, Soc.Kron. 2008, 730, noot P. BRASSEUR, TRV 2007, 338, noot F. PARREIN, T.S t r a f r. 2008, 35, noot; B. AERTS, “Kan een burger een gemeente stalken?”, Juristenkrant 2009, 14 januari 2009, 6;
• Arbitragehof nr. 71/2006, 10 mei 2006, B.10.-B.13.4.;
• Arbitragehof nr. 98/2006, 14 juni 2006, B.10.-B.13.4.;
• Arbitragehof nr. 55/2007, 28 maart 2007, B.1.-B.6.;
• Arbitragehof nr. 64/2007, 18 april 2007, T.Strafr. 2007, 311, noot G. SCHOORENS; M. VANDEVELDE, “Belaging via telecommunicatie te zwaar bestraft”, Juristenkrant, 2007/148, 2 mei 2007, 20.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 09/01/2018 - 14:03
Laatst aangepast op: di, 09/01/2018 - 14:03

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.