-A +A

bescherming beroep architect

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
maa, 10/04/2006
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2009-2010
Pagina: 
445
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Hof van Cassatie, 3e Kamer – 10 april 2006

Nationale Raad van de Orde van Architecten t/ S.M.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing, die op 21 september 2005 is gewezen door de Franstalige raad van beroep van de Orde van architecten.

...

III. Beslissing van het Hof

Luidens art. 5, eerste lid, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, als gewijzigd bij de wetten van 12 juni 1969 en 2 april 1976, mogen de ambtenaren en beambten van de Staat, de provincies, de gemeenten en de openbare instellingen buiten hun functies niet als architect optreden.

geconsolideerde wetgeving

 

Het door deze bepaling opgelegde verbod, dat ertoe strekt elk misbruik te voorkomen dat zou kunnen voortvloeien uit de omstandigheid dat ambtenaren, buiten hun officiële functies, als privé-architect zouden optreden, is een algemeen verbod, behoudens de bij wet bepaalde uitzonderingen, die met deze zaak geen verband houden.

Dit verbod is niet onderworpen aan de voorwaarde dat degene op wie het van toepassing is, in zijn officiële functies handelingen stelt die kenmerkend zijn voor het beroep van architect, en evenmin aan de voorwaarde dat de ambtenaar of agent zijn functies voltijds uitoefent.

De bestreden beslissing, die, om de inschrijving van verweerder op de tabel van de Orde in de hoedanigheid van zelfstandig architect te bevelen, oordeelt dat «de activiteit die het voorwerp vormt van de overeenkomst tussen de «centre de recherche en aménagement et urbanisme» van de Universiteit van Luik en verweerder geen verband houdt met de beroepsactiviteit van een architect (...) en dat de bezoldigde arbeid die hij verricht, deeltijds is», schendt de in het middel bedoelde wetsbepaling.

Dit middel is gegrond.

geconsolideerde wetgeving

Noot: 

Luidens art. 5, eerste lid, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect mogen de ambtenaren en beambten van de Staat, de provincies, de gemeenten en de openbare instellingen buiten hun functies niet als architect optreden. Het door deze bepaling opgelegde verbod, dat ertoe strekt elk misbruik te voorkomen dat zou kunnen voortvloeien uit de omstandigheid dat ambtenaren, buiten hun officiële functies, als privé-architect zouden optreden, is een algemeen verbod, dat niet onderworpen is aan de voorwaarde dat degene op wie het van toepassing is, in zijn officiële functies handelingen stelt die kenmerkend zijn voor het beroep van architect, en evenmin dat de ambtenaar zijn functies voltijds uitoefent.

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 09/11/2009 - 23:41
Laatst aangepast op: di, 13/06/2017 - 15:09

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.