-A +A

Bewarend scheepsbeslag voorwaarden - Zeevordering - Zeevordering voor leveranties aan het schip

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
maa, 26/09/2016
A.R.: 
C.16.0107.N

Krachtens artikel 1468 Gerechtelijk Wetboek kan het verzoek om beslag op een zeeschip slechts worden toegestaan om een zeevordering te waarborgen; volgens littera k) van deze bepaling worden als zeevordering onder meer beschouwd de vorderingen die voortvloeien uit de leveranties, waar ook, van waren of materiaal aan een schip voor het beheer of het onderhoud ervan; een zeevordering voor leveranties aan het schip moet steunen op een verbintenis aangegaan door de bevrachter of de scheepseigenaar of die hen kan worden toegerekend krachtens de vertrouwensleer; dit gewettigd vertrouwen van de leverancier dient te worden beoordeeld op het ogenblik van het ontstaan van de schuldvordering.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2016/17-18
Pagina: 
1336
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(O.I. NV / R.A. - Rolnr.: C.16.0107.N)

(Advocaten: Mr. B. Maes en Mr. J. Verbist)

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 26 oktober 2015.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 18 juli 2016 verwezen naar de 3de kamer.

Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. Cassatiemiddel
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. Beslissing van het Hof
Beoordeling
1. Volgens artikel 1467, eerste lid Gerechtelijk Wetboek, kan de rechter toestaan dat bewarend beslag wordt gelegd op zeeschepen en binnenschepen die zich in het rechtsgebied van de rechtbank bevinden.

2. Krachtens artikel 1468 Gerechtelijk Wetboek kan het verzoek om beslag op een zeeschip slechts worden toegestaan om een zeevordering te waarborgen. Volgens littera k) van deze bepaling worden als zeevordering onder meer beschouwd de vorderingen die voortvloeien uit de leveranties, waar ook, van waren of materiaal aan een schip voor het beheer of het onderhoud ervan.

Een zeevordering voor leveranties aan het schip moet steunen op een verbintenis aangegaan door de bevrachter of de scheepseigenaar of die hen kan worden toegerekend krachtens de vertrouwensleer. Dit gewettigd vertrouwen van de leverancier dient te worden beoordeeld op het ogenblik van het ontstaan van de schuldvordering.

3. De appelrechters stellen vast dat:

de verweerster de eigenaar is van het ms RAMONA;
de verweerster bunkers bestelde voor haar schip bij de Deense vennootschap OW B. & T.;
tussen de verweerster en OW B. & T. een koopovereenkomst tot stand kwam;
OW B.r & T. het order heeft doorgegeven aan OW B. (Rotterdam), een Nederlandse vennootschap die de handelsnaam OW B. A.T. voert en die op haar beurt de brandstof heeft besteld bij de eiseres;
de bunkers door de eiseres werden geleverd aan boord van het schip op 23 oktober 2014;
de eiseres een factuur zond naar OW B. (Rotterdam) die onbetaald is gebleven;
deze factuur als bestemmeling vermeldt: “Masters and/or owners and/or charterers and/or operators of mv RAMONA and/or OW B. A.T.” in vrije vertaling: “kapitein/eigenaars en/of bevrachters/operatoren van het ms. RAMONA en/of OW B. A.T.”;
OW B. & T. op 23 oktober 2014 een factuur zond aan de verweerster en deze factuur werd voldaan;
de eiseres op 6 november 2014 nadat zij kennis had van de betaling door de verweerster aan OW B. & T., rechtstreeks contact opnam met de verweerster met het verzoek niet aan OW B. & T. te betalen, maar aan de eiseres;
OW B. & T. op 7 november 2014 werd failliet verklaard door de Deense rechtbank;
OW B. (Rotterdam) op 21 november 2014 failliet werd verklaard;
de eiseres op 11 december 2014 een verzoekschrift neerlegde tot het leggen van bewarend beslag op het ms RAMONA;
de eiseres krachtens de beschikking van de Antwerpse beslagrechter van 11 december 2014 op 13 december 2014 te Antwerpen bewarend beslag heeft gelegd op het ms RAMONA, eigendom van de verweerster.
4. De appelrechters die niet vaststellen dat de eiseres noch bij de bestelling, noch bij de facturatie, OW B. (Rotterdam) als uitsluitende schuldenaar heeft beschouwd met betrekking tot de op 23 oktober 2014 geleverde brandstof en die hun beslissing hierop steunen dat, nadat de eiseres kennis had gekregen van de betaling door de verweerster aan OW B. (Rotterdam) omstreeks 5 november 2014, zij “prima facie dus wist of behoorde te weten dat zij op 11 december over geen afdoende zeevordering beschikte”, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

eenparig beslissend,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent.

Noot: 

Van Schel, S., « Bewarend beslag op zeeschepen: naar een nuancering van de beruchte Omala-doctrine? », R.A.B.G., 2016/17-18, p. 1338-1344

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 14/07/2017 - 10:22
Laatst aangepast op: vr, 14/07/2017 - 10:22

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.