-A +A

Brandstichting bij nacht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
woe, 21/03/1990

De omstandigheid dat de brandstichting bij nacht plaatsvindt, is een verzwarende omstandigheid van het misdrijf brandstichting.

Maar hoe wordt het begrip nacht gedefinieerd?

Voor het bepalen van het tijdstip nacht bij brandstichting in een bewoond huis is doorslaggevend het moment van wanneer tot wanneer de natuurlijke duisternis heerst, zijnde het tijdsverloop tussen het einde van de avondschemering en het begin van de ochtendschemering.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
1996-1997
Pagina: 
746
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

X

Uit het vooronderzoek en de behandeling van deze zaak vóór het Hof, is de telastlegging, als omschreven ten laste van de beklaagde, met verbetering door het Hof in die zin dat in de kwalificatie van de feiten als omschreven in de oorspronkelijke dagvaarding van de procureur des Konings en in het vonnis a quo, de woorden «... een roerende eigendom, ...» dienten te worden geschreven en gelezen als «... een onroerend goed ...» (zoals trouwens op juiste wijze omschreven in de verwijzing naar de correctionele rechtbank op 10 februari 1987), bewezen gebleven. Van voormelde verbetering van de kwalificatie kreeg beklaagde en zijn raadsman kennis ter terechtzitting van dit Hof op 21 februari 1990, en de verdediging werd in die zin aangepast en voorgedragen.

Onterecht betwist de beklaagde dat de feiten gepleegd werden bij nacht.

Bij consultatie van de tabel der Efemeriden van de maand oktober blijkt dat op 17 oktober, de datum waarop de beklaagde het ten laste gelegde feit heeft gepleegd, de zonsondergang plaats had te 17.47 uur.

Om het tijdstip te bepalen waarop de nacht aanvangt, wordt aan het tijdstip van de zonsondergang 1 uur toegevoegd, zijnde de burgerlijke schemering, zodat de nacht op 17 oktober 1986 aanving om 18.47 uur. Beklaagde bekende zelf dat hij de feiten pleegde omstreeks 20 uur, het uur waarop hij op de plaats van de feiten is toegekomen, zodat, op basis van het voorafgaande gezegd kan worden dat het nacht was.

Wetenschappelijk en mathematisch is er geen andere definitie mogelijk dan die gegeven in het arrest van het Hof van Cassatie die als nacht beschouwt de tijd die verloopt tussen het einde van de avondschemering en het begin van de ochtendschemering (zie Cass., 12 juni 1944, Pas., 1944, I, 385).

Bij het tot stand komen van artikel 513 van het Strafwetboek was het de bedoeling van de wetgever strafbare brandstichting zwaarder te bestraffen gedurende die periode, namelijk de nacht, omdat de hulpverlening trager en moeilijker op gang komt met als gevolg het risico dat de brand een grotere omvang aanneemt en het gevaar voor personen groter is. Anderzijds zal de brandstichting gemakkelijker kunnen worden gepleegd en loopt de dader minder kans om gevat te worden.

Het is echter onbetwist dat een dader die een brandstichting wenst uit te voeren dit bij het intreden van de natuurlijke duisternis gemakkelijker zal kunnen doen, minder vlug ontdekt wordt, moeilijker afgeweerd kan worden, ten slotte het risico om herkend te worden op dat tijdstip op belangrijke wijze beperkt.

Het feit dat bepaalde argumenten, die de wetgever tot strafverzwaring brachten, thans op sommige plaatsen aan actualiteit verloren hebben (in de steden kan de brandweer zelfs bij nacht gemakkelijker uitrukken dan in de loop van de dag wanneer een onophoudende verkeersstroom zeker hinderend is bij zijn optreden) neemt niet weg dat bepaalde andere motieven zoals vrees voor gemakkelijk toeslaan van de dader bij nachtelijk uur en zijn voorkeur voor dat uur gezien de kans op straffeloosheid even actueel beleven.

Derhalve is bepalend voor het bepalen van het tijdstip nacht, het moment van wanneer tot wanneer de natuurlijke duisternis heerst, zijnde het tijdsverloop vanaf hetwelk de avondschemering eindigde en vooraleer de ochtendschemering begint.

Met inachtneming van deze definitie staat vast dat de feiten gepleegd werden bij nacht.

Hoewel de wetgever louter ter beoordeling van diefstal bij nacht het tijdstip nacht heeft bepaald in artikel 478 van het Strafwetboek, belet niets dat, wanneer de hoven of rechtbanken aan de hand van wetenschappelijke criteria bepalen wanneer een brandstichting bij nacht gepleegd is, zij tot een tijdsperiode besluiten gelijk aan die van artikel 478 van het Strafwetboek.

Het is voor de hand liggend dat beklaagde het tijdstip van de feiten koos omdat hij niet wenste herkend te worden aangezien hij zelfs met zijn echtgenote niet over het feit sprak en totaal buiten weten van wie ook ageerde.

Noot: 

Conny Verschueren, De nacht als verzwarende omstandigheid bij brandstichting, RW 1996-1997, 746

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 16/10/2017 - 15:56
Laatst aangepast op: ma, 16/10/2017 - 15:56

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.