-A +A

Cassatieberoep tegen de verwijzing naar het Hof van Assisen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
woe, 13/10/2010
A.R.: 
P.10.1522.F

Op het onmiddellijk cassatieberoep van de inverdenkinggestelde tegen een arrest tot verwijzing naar het hof van assisen, dat niet met toepassing van de artikelen 135 en 235bis van het Wetboek van Strafvordering uitspraak doet, neemt het Hof alleen kennis van de schending van de wetten betreffende de bevoegdheid van de kamer van inbeschuldigingstelling en van het hof van assisen en onderzoekt het alleen de in artikel 252 van dat wetboek vermelde gronden tot nietigheid

Zie ook Cass., 21 maart 2006, AR P.06.0211.N, A.C., 2006, nr. 166.

 

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.10.1522.F
T.-C. C.,
 
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 9 september 2010.
De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Jean-Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing waarbij de eiser naar het hof van assisen wordt verwezen

Middel
Op het onmiddellijk cassatieberoep van de inverdenkinggestelde tegen een arrest tot verwijzing naar het hof van assisen, dat niet met toepassing van de artikelen 135 en 235bis Wetboek van Strafvordering uitspraak doet, neemt het Hof alleen kennis van de schending van de wetten betreffende de bevoegdheid van de kamer van inbeschuldigingstelling en onderzoekt het alleen maar de in artikel 252 van dat wetboek vermelde gronden tot nietigheid.

De eiser verwijt het arrest dat het de beschikking van de raadkamer bevestigt, hoewel die tegenstrijdig is in zoverre zij jegens hem nu eens een correctionele, dan weer een criminele kwalificatie in aanmerking neemt.
Die grief behoort niet tot die welke krachtens de wet kunnen worden aangevoerd tot staving van het onmiddellijk cassatieberoep tegen een op grond van artikel 231 Wetboek van Strafvordering gewezen arrest.

Het middel is niet ontvankelijk

Ambtshalve onderzoek
Het arrest schendt geen enkele wet en bevat geen enkele nietigheidsgrond waarvan het onderzoek, in de huidige stand van de zaak, aan het Hof is voorgelegd.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing waarbij de gevangenneming van de eiser wordt bevolen, met onmiddellijke tenuitvoerlegging
De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser in de kosten.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 13 oktober 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean-Marie Genicot, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.
Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.
De afgevaardigd griffier, De raadsheer,
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 19/05/2011 - 22:00
Laatst aangepast op: do, 19/05/2011 - 22:00

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.