-A +A

Conclusie die niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 744 gerechtelijk wetboek dient door de rechter niet beantwoord

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg Burgerlijke rechtbank
Plaats van uitspraak: Brugge
Datum van de uitspraak: 
maa, 10/04/2017
A.R.: 
16/1786/A

Volgens de bepalingen van artikel 780, eerste lid, 3° Ger.W, moet de rechter enkel te antwoorden op de uiteengezette middelen van de partijen in conclusies voor zover deze middelen overeenkomstig artikel 744, eerste lid Ger.W.,werden geformuleerd. Wanneer een syntheseconclusie van een procespartij niet voldoet aan de voorschriften van artikel 744, eerste lid Ger.W moet de rechtbank niet op zoek gaan naar de middelen van eiser, noch deze beantwoorden.

Het aaneenkleven van twee conclusies tot een onsamenhangend geheel voldoet niet aan het begrip syntheseconclusie en al evenmin aan de veresiten van artikel 744 Gerechtelijk Wetboek.

Publicatie
tijdschrift: 
P&B
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2017/5-6
Pagina: 
235
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

( ... )

ll. Beknopte uiteenzetting van de zaak

1. Partijen huwden op 7 februari 1975.

2. Bij vonnis van de tweede kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge van 24 maart 2014 werd de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en werd de behandeling van de vordering van huidig verweerster tot het toekennen van een persoonlijk onderhoudsgeld na echtscheiding uitgesteld naar de zitting van 19 mei 2014.

Dit vonnis werd betekend bij akte van 22 april 2014 en is aldus definitief geworden op 23 mei 2014.

3. Bij vonnis van de tweede kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge van 11 juli 2014 werd over de vordering van huidig verweerster tot het toekennen van een persoonlijk onderhoudsgeld na echtscheiding geoordeeld als volgt:

" Veroordeelt dienvolgens verweerder tot het betalen aan en in handen van eiseres van een persoonlijke uitkering tot levensonderhoud van 800,00 (ACHTHONDERD) euro per maand, en dit voor de duur van het huwelijk te rekenen vanaf het in kracht van gewijsde treden van het echtscheidingsvonnis.

Zegt voor recht dat de voormelde uitkering op voorhand moet worden betaald, tegen uiterlijk de vijfde van de maand. Zegt voor recht dat de uitkering van rechtswege wordt aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, als volgt:

basisbedrag van de uitkering x indexcijfer mei 2015/2016/enz.

indexcijfer mei 2014

Bepaalt dat het aldus aangepaste bedrag voor het eerst verschuldigd is vanaf de vervaldag die volgt op de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het in aanmerking te nemen nieuwe indexcijfer.

Wijst al het meer- of andersgevorderde af als ongegrond."

3. Bij akte van 29 oktober 2015 werd voor notaris Bart Van Opstal een dadingsovereenkomst opgemaakt betreffende de vereffening en verdeling.

III. Beoordeling

1. Voorafgaandelijk

1. Artikel 744, eerste lid Ger.W., zoals van toepassing vanaf 1 november 2015, bepaalt:

'De conclusies bevatten tevens, achtereenvolgens en uitdrukkelijk:

1 ° de uiteenzetting van de voor de beslechting van het geschil pertinente feiten;

2° de aanspraken van de concluderende partij;

3° de middelen die worden ingeroepen ter ondersteuning van de vordering of het verweer, waarbij in voorkomend geval verschillende middelen genummerd worden en hun voordracht in hoofdorde of in ondergeschikte orde wordt vermeld;

4° het gevraagde beschikkende gedeelte van het vonnis, waarbij in voorkomend geval de hoofdorde of ondergeschikte orde van de verschillende onderdelen wordt vermeld.

Krachtens artikel 780, eerste lid, 3° Ger.W., zoals van toepassing vanaf 1 november 2015, dient de rechtbank enkel te antwoorden 'op de overeenkomstig artikel 744, eerste lid, uiteengezette middelen van de partijen'.

Aangezien uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie, blijkt dat deze bepaling tot doel heeft het goede verloop van het geding te verbeteren en de rechtsgang te versnellen door het werk van de rechter te verlichten en nader te omschrijven (zie onder meer de verklaring van minister Geens, Parl. St. Kamer 2014-15, nr. 54K1219/005, p. 73 - 74 en 78: 'Daarbij moet worden aangehaald wat men met de procedure wil bekomen. Daarop sluit de antwoordplicht van de rechter aan. Het is een motiveringsbesparende maatregel. De rechter moet alleen antwoorden op middelen die als zodanig zijn aangewezen. Precies daarom moeten de middelen worden genummerd.'}, is deze bepaling van openbare orde (vgl. m.b.t. artikel 748bis Ger.W.: Cass. 6 februari 2015, AR C.13.0612.N en Cass. 24 januari 2013, AR C.11,0371.F, AC 2013, nr. 57).

De syntheseconclusie van eiser voldoet aan geen enkele van de voormelde voorschriften.

Eiser heeft bij de opmaak van zijn syntheseconclusie eenvoudigweg zijn twee voorgaande conclusies én het inleidende verzoekschrift na elkaar gezet, dan nog in omgekeerde volgorde, en dit laten voorafgaan door enkele nieuwe argumenten.

Deze syntheseconclusie wordt aldus één onsamenhangend geheel, met interne tegenstrijdigheden. Zo is op p. 6 vermeld dat alle stukken van verweerster werden meegedeeld, terwijl op p. 8, onder een afzonderlijke titel, wordt opgeworpen dat verweerster haar stukken 1,2,3,7 en 8 niet heeft meegedeeld ...

De rechtbank dient, gelet op de miskenning van artikel 744, eerste lid Ger.W., niet op zoek te gaan naar de middelen van eiser, noch deze te beantwoorden.

2. De gehoudenheid van de procespartijen om loyaal mee te werken aan de bewijsvoering is een algemeen rechtsbeginsel (zie Cass. 14 november 2013, T.Fam. 2014/9, 208).

Waar huidig geschil de verplichting tot het betalen van een persoonlijk onderhoudsgeld betreft, moet worden geoordeeld op basis van de inkomsten en mogelijkheden van beide partijen.

Voor zover partijen al op de hoogte zijn van de concrete inkomsten en mogelijkheden van de tegenpartij, kunnen zij daarvan - evident - geen stukken meer bekomen of opvragen aan derden (bijv. de bank, de werkgever, de mutualiteit, enz.).

In het licht van het voormelde algemeen rechtsbeginsel, zijn beide partijen dan ook gehouden om van hun huidige situatie alle nodige en nuttige stukken voor te leggen.

2. Ten gronde

( ... )

 

Noot: 

Syntheseconclusie

 
Artikel 748bis Ger.W. vorziet dat de laatste conclusie van een partij de vorm aannemen van een syntheseconclusie.
 
Teneinde de werkoverlast van de rechtbanken te verminderen was het de bedoeling van de wetgever dat de rechter de cascade van conclusies niet meer diende te lezen doch enkel de laatste conclusie.
 
Een syntheseconclusie is geen samenvatting, maar wel een conclusie van alle eerdere aangehaalde argumenten waarbij een partij op het einde van het geding in volhardt.
 
Deze conclusie, en deze conclusie alleen is het principiële uitgangspunt voor de motiveringsverplichting van de rechter.
 
De kritiek op dit arrest is dan ook dan men niet met twee maten en twee gewichten mag oordelen. Indien het de bedoeling is de rechtbank te ontlasten kan men een parij niet pakken op eerdere elementen die niet in de eindconclusie hernomen zijn.



In dit arrest wordt geoordeeld dat het ontbreken van een syntheseconclusie niet betekent dat de vorige conclusies onbestaande zijn geworden. De overige conclusies blijven alle rechtsgevolgen behouden.
 
Strikt juridisch kan dit begrepen worden in die zin dat elke conclusie een handeling in rechte is. Maar één en ander gaat in tegen de pragmatiek die de wetgever vooropstelde.
 
In het voorliggende geval werd in de syntheseconclusie de voorlopige tenuitvoerlegging niet (meer) gevorderd.
 
Hoe diende de rechter hierover te oordelen?
 
De appellante stelde dat aldus de eerste rechter in strijd met artikel 1138, 2° Ger.W. meer toekende  dan werd gevorderd. (ultra petita) 



Het hof oordeelt dat uit het niet meer vorderen van de voorlopige tenuitvoerlegging in de syntheseconclusie niet kan worden afgeleid dat de partij afstand deed van die eis. De afstand heeft de partij noch uitdrukkelijk geformuleerd, noch stilzwijgend door het loutere feit dat deze eis niet werd herhaald in de laatste conclusie.
 
Hiertoe werd verwezen naar artikel 748bis Ger.W. dat  betrekking heeft op de motiveringsplicht van de rechter, en geenszins het verbod zou inhouden  voor de rechter om een eis te beoordelen.
 
Toch gaat deze motivering in tegen de geest van de wet en de essentie van de laatste syntheseconclusie.
 
In de tijd toen de dieren nog spraken en de rechters de dialectiek van de conclusies volgden, de stelling en tegenstelling doornamen als meerwaarde in het juridisch debat, kon deze stelling nog gevolgd worden.
 
De gerechtelijke achterstand werd ondermeer aangepakt door een aanval op de advocatuur en op de kracht van de Hegeliaanse dialectiek die ons procesrecht eigen was. Men wou de rechters sparen een dialoog tussen parijen te volgen en te bentwoorden en hen aldus het recht te verlenen op en enkel stuk van een partij te oordelen.
 
Ten onrechte werd dit gezien als een antwoord op de luiheid van de rechters. Verondersteld mag worden dat de rechters geen vragende partij waren voor de onzin van de syntheseconclusie die de Hegeliaanse dialectiek ontkrachtte en de juridische waarde van de rechtsbedeling hypothekeerde. Een en ander blijkt enkel een onnozelheid te zijn van de politiek die de gerechtelijke achterstand wou verhelpen zonder enige kennis van de juridische kwaliteit bestaande uit spraak en tegenspraak.
 
Maar men kan niet met twee maten en twee gewichten wegen. Ofwel blijft men geloven in de conclusies en antwoordconclusies die een geheel in de procedure vormen, ofwel kiest men voor de godsdienst van de syntheseconclusie om de al dan niet veronderstelde luie rechter (verondersteld door de politiek) te helpen, met de hieraan gekoppelde gevlogen van dien.
 
Elfri De Neve 09/07/3011
 
 
 

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 23/06/2018 - 18:56
Laatst aangepast op: za, 23/06/2018 - 18:56

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.