-A +A

Concurrentiebeding dient beperkt tot activiteiten die voordien werden uitgeoefend

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Koophandel
Plaats van uitspraak: Veurne
Datum van de uitspraak: 
woe, 01/03/2017
A.R.: 
A/16/00383

De vrijheid van handel en de daaruitvolgende noodzakelijke beperking van het concurrentiebeding vereist een beperking naar de activiteiten, namelijk tot die activiteiten die rechtstreeks verband houden met de voordien uitgeoefende activiteit, zowel in de tijd als in ruimte.

Een concurrentiebeding met onredelijke beperking van de vrijheid van handel naar voorwerp, territorium of duur oplegt, is nietig.

Publicatie
tijdschrift: 
D.A.O.R.
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2017/3
Pagina: 
55
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(Bvba BT t. Peter I)

( ... )

1. Feiten

1. De heer Peter heeft op 11 februari 2010 BVBA X( ... ) opgericht, met zetel in (stuk 1 van BT( ... )). De zetel van die vennootschap werd vervolgens verplaatst naar ( ... ) (zie vermelding op stuk 3 van BT( ... )). Dhr. Peter was via X. actief als elektricien.

2. In een overeenkomst van 23 oktober 2012 heeft dhr. Peter de aandelen van BVBA X( ... ) verkocht aan dhr. B.T., die ook via die vennootschap elektriciteitswerken zou uitvoeren (hierna: 'overnameovereenkomst', stuk 1.1 van dhr. Peter). De verkoopprijs werd bepaald op 1 euro op basis van de tussentijdse staat per 30 september 2012.

Volgens art. 9 van die overeenkomst bleef dhr. Peter na de overname als zaakvoerder ter beschikking van de vennootschap tot uiterlijk 31 december 2015. Dat artikel vermeldde ook dat de rekening-courant Peter ten belope van 8.538,93 euro uiterlijk op 31 december 2014 terugbetaald werd.

Art. 10 van de overeenkomst bevatte een concurrentiebeding (zie hierna).

3. De naam van de vennootschap werd gewijzigd naar BT( ... ) en de zetel werd verplaatst naar ( ... ) (stuk 3 van BT( ... ).

4. BT( ... ) stuurde op 6 oktober 2015 de volgende aangetekende brief naar dhr. Peter (stuk 6 van BT( ... )):

"Recent stelden wij vast dat u opnieuw onder uw eigen naam elektriciteitswerken uitvoert.

Dit blijkt onder meer uit uw website www.uw-elektricien.be/ ( ... ) waar in niet mis te verstane bewoording het volgende staat aangegeven:

'Voor al uw elektrische werkzaamheden, zijn wij actief in de buurt van W Ons elektrisch installatiebedrijf bestaat sinds 2014. (. .. )

Het uitvoeren van dergelijke activiteiten is een regelrechte inbreuk op het niet concurrentiebeding dat werd opgenomen in artikel 10 van de overeenkomst tot overdracht van aandelen die wij op 23 oktober 2012 hebben ondertekend. Door deze inbreuk bent u op basis van voornoemd artikel een forfaitaire schadevergoeding verschuldigd van 10.000 euro (zie artikel 10, in fine overeenkomst dd. 23 oktober 2012).

Bovendien mag van een zaakvoerder hoe dan ook worden verwacht dat hij geen concurrerende activiteiten opstart/ uitoefent]

Hoewel het contractueel was voorzien dat uw mandaat als zaakvoerder pas (uiterlijk) op 31 december 2015 zou aflopen, zijn wij om bovengenoemde redenen genoodzaakt uw mandaat met onmiddellijke ingang stop te zetten.

Wij zullen de Algemene Vergadering bijeenroepen om uw ontslag als zaakvoerder te laten vaststellen.

Mogen wij u dan ook vragen om uw rekening courant (RIC) te willen vereffenen en het saldo van 10. 720, 71 euro te willen overmaken op rekening van de vennootschap, waarvoor dank (zie bijlage). ( ... )".
In een aangetekende brief van 12 oktober 2015 antwoordde dhr. Peter aan BT( ... ) en dhr. B.T. (stuk 7 van BT( ... )):

"Hierbij deel ik U mee dat ik met ingang vanaf heden 12/10/2015 ontslag neem als niet-statutair zaakvoerder van ET(. .. ) BVBA ( .. .].

Dit om reden dat elke mate of vorm van samenwerking met ET( ... ) BVBA en U definitief en onmiddellijk onmogelijk is geworden, ten gevolge van de onware, onwaarachtige, beledigende, lasterlijke en eerrovende aantijgingen aan mijn adres, geformuleerd door ET( ... ) BVBA bij aangetekende brief d.d. 6/10/2015, als zou ik een niet- concurrentiebeding uit de overeenkomst d.d. 23/10/2012 tot overdracht van aandelen van BVBA X(. .. ). hebben geschonden, en als zou ik onrechtmatig concurrerende activiteiten opstarten of uitoefenen. Ik ben elk vertrouwen in ET( ... ) BVBA en U definitief en onmiddellijk verloren. ( ... )"

In de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 16 maart 2016 werd gepubliceerd dat de bijzondere algemene vergadering van BT( ... ) van 20 oktober 2015 het ontslag van dhr. Peter als zaakvoerder had aanvaard "met ingang vanaf 12/10/2015" (stuk 12 van BT( ... )).

5. Er volgde briefwisseling tussen (de advocaten van) de partijen, waarin dhr. Peter de aanspraken van BT( ... ) betwistte (stukken IIl.1 en 111.2 van dhr. Peter en stukken 8-11 van BT( ... )).

( ... )

B. Ten gronde

a. Hoofdvordering

1. Concurrentiebeding

i. Vordering tot nietigverklaring: matiging

11. Elke persoon mag in beginsel vrij een handel, nijverheid of beroep uitoefenen. Dat principe, dat van openbare orde is, werd vastgelegd in art. 11.2 tot 11.4 Wetboek van economisch recht.

De contractpartijen kunnen hun vrijheid van handel, nijverheid en arbeid (op beperkte wijze) zelf conventioneel begrenzen, bijvoorbeeld door een concurrentiebeding overeen te komen. Het concurrentiebeding mag niet onbeperkt zijn. Het mag de mogelijkheid van degene die zich verbindt om in zijn behoorlijk levensonderhoud te voorzien, niet ernstig in gevaar brengen (zie ook Gent (128 k.) 25 MEI 2005, DAOR 2005, afl. 76, 334 en G.L. BALLON, "Concurrentieverboden uit de wet of uit overeenkomst" in Arbeidsrecht tussen wel-zijn en niet-zijn. Liber Amicorum Prof. Dr. Othmar Vanachter, Antwerpen, Intersentia, 2009, 591). Daaruit volgt dat een concurrentiebeding beperkt moet zijn 1) wat de activiteiten betreft, namelijk tot activiteiten die rechtstreeks verband houden met de voorheen uitgeoefende activiteit, 2) in de tijd en 3) wat het gebied betreft (zie ook Gent (128 k.) 25 mei 2005, DAOR 2005, afl. 76, 334 en Kh. Hasselt 5 mei 2004, Limb.Rechtsl. 2007, 144, noot H. VAN GOMPEL, bevestigd door Antwerpen (48 k.) 8 januari 2007, nr. 2004/ AR/2583, cf. voormelde noot).

Een concurrentiebeding dat een onredelijke beperking van de concurrentie naar voorwerp, territorium of duur oplegt, is nietig. Indien een overeenkomst of een beding strijdig is met een bepaling van openbare orde en bijgevolg nietig is, kan de rechter de nietigheid, indien een partiële nietigheid mogelijk is en behoudens de wet dat verbiedt, beperken tot het met die bepaling strijdig gedeelte van de overeenkomst of beding op voorwaarde dat het voortbestaan van de gedeeltelijk vernietigde overeenkomst of beding beantwoordt aan de partijbedoeling (zie ook Cass. (1 e k.) 25 JUNI 2015, NJW 2015, afl. 333, C. LEBON en Cass. (lek.) 23 JANUARI 2015, RW2015-16, afl. 30, 1187, noot F. PEERAER).

12. Art. 10, tweede en derde alinea van de overnameovereenkomst bepaalt het volgende concurrentiebeding (stuk 1.1 van dhr. Peter):

"De Verkoper verbindt zich ertoe om tijdens de duur van de samenwerking waarvan sprake in art. 9 en gedurende 3 jaar na het beëindigen van het mandaat op het grondgebied van West- Vlaanderen zowel rechtstreeks als onrechtstreeks, zowel in eigen naam als samen met of in opdracht van een ander persoon, zowel als werknemer, zaakvoerder, partner, bestuurder, bedrijfsleider, aandeelhouder, adviseur, mandataris, of in welke hoedanigheid ook van een vennootschap, maatschap of enig ander onderneming of groepering in welke zin ook, zich( ... ) te onthouden van elke deelname in of betrokkenheid bij, op eender welke wijze, het uitvoeren van enige activiteiten die gelijkaardig en/of rechtstreeks of onrechtstreeks concurrerend zijn met deze die door de Vennootschap op 'Datum van Overdracht worden gevoerd nl. het werk van electricien.

In geval van inbreuk op hierboven bedongen niet concurrentiebeding za( .. .)l aan de Koper en/of de Vennootschap naar keuze van de Koper een schadevergoeding verschuldigd zijn van 10.000,00 EUR per vastgestelde overtreding, onverminderd het recht van de Koper en/of Vennootschap om de werkelijke en/of grotere schade te bewijzen en te vorderen en de concurrentie onmiddellijk te doen ophouden."

Gelet op de aard van de activiteiten die partijen uitoefenen, namelijk elektriciteitswerken, is een concurrentiebeding dat betrekking heeft op het volledige grondgebied West- Vlaanderen niet voldoende beperkt wat het gebied betreft en bijgevolg in strijd met het principe van vrijheid van handel, nijverheid en arbeid. Een dergelijk gebied overschrijdt op een ruime wijze het gebied dat voor dhr. B.T. noodzakelijk was om het overgedragen cliënteel aan zich te binden. Dat beding heeft tot gevolg dat het voor dhr. Peter feitelijk onmogelijk wordt om, zonder een ingrijpende verhuis naar een andere provincie, zijn beroepswerkzaamheden als elektricien nog uit te oefenen. Het concurrentiebeding wordt om die reden nietig verklaard.

Aangezien de wet dat in casu niet verbiedt en partiële nietigheid mogelijk is, kan de Rechtbank de nietigheid van het concurrentiebeding beperken. Op de openbare zitting van 1 februari 2017 werd dit vermeld en heeft de advocaat van dhr. Peter de mogelijkheid gekregen om hierover standpunt in te nemen.

De Rechtbank beperkt de nietigheid in die zin dat de duur van het concurrentiebeding ingeperkt wordt tot het grondgebied van ( ... ) en ( ... ). Aangezien de vroegere zetel van de vennootschap in( ... ) gevestigd was en die zetel onmiddellijk na de overname verplaatst werd naar ( ... ), kan aangenomen worden dat een dergelijke matiging aan de bedoeling van de partijen beantwoordt.

Een concurrentiebeding dat uitwerking heeft tot drie jaar na de beëindiging van het mandaat van zaakvoerder in de overgedragen vennootschap, is voldoende beperkt in de tijd. Het concurrentiebeding is ten slotte ook beperkt tot een activiteit die rechtstreeks verband houdt met de voorheen uitgeoefende activiteit, namelijk 'het werk van elektricien'.

ii. Inbreuken op het concurrentiebeding

13. Het concurrentiebeding uit art. 10 van de overnameovereenkomst is zowel bedongen ten aanzien van dhr. B.T. als van de vennootschap (thans BT( ... )l, zodat die beide partijen zich op dat beding kunnen beroepen.

Art. 8 van de overeenkomst bepaalt:

"In geval van een fout in hoofde van de Verkoper kan een Koper slechts een vergoeding voor de Schade bekomen indien de vordering daartoe wordt ingesteld binnen de hierna vermelde termijn:

- binnen de toepasselijke verjaringstermijnen voor wat betreft de inbreuken op de verklaringen en garanties van sociaalrechtelijke en fiscale aard;

- binnen een termijn van één jaar na de Datum van Overdracht voor wat betreft de overige Schade."

Aangezien de verplichtingen op grond van het concurrentiebeding pas een aanvang nemen vanaf de datum van de overdracht, kan art. 8 van de overnameovereenkomst redelijkerwijze niet van toepassing zijn indien de fout van dhr. Peter bestaat in een schending van het concurrentiebeding. Art. 8 van de overnameovereenkomst moet in dat geval redelijkerwijze in die zin geïnterpreteerd worden dat de vordering tot het verkrijgen van schadevergoeding binnen een termijn van één jaar na de vaststelling van die inbreuk moet worden ingesteld.

De vordering werd in deze zaak ingesteld bij verzoekschrift dat neergelegd werd op 14 juli 2016. Die vordering heeft enerzijds betrekking op voortdurende feiten, namelijk vermeldingen op een website en sociale media en anderzijds op een benoeming van dhr. Peter als zaakvoerder op 16 september 2015. Het is niet bewezen dat de vordering betrekking heeft op inbreuken die meer dan één jaar vóór 14 juli 2016 werden vastgesteld (zie hierna).

14. Hierna wordt nagegaan of dhr. Peter één of meerdere inbreuken heeft begaan op het gematigde concurrentiebeding, dat betrekking heeft op het grondgebied ( ... ) (zie hierboven). Ten eerste verwijst BT( ... ) naar het feit dat dhr. Peter zijn diensten als elektricien aanbiedt op de website www. uw-elektricien.be/( ... ) (stuk 13 van BT( ... )l. Die website vermeldt echter uitdrukkelijk dat dhr. Peter actief is "in de buurt van ( ... )" en "in de omgeving van ( ... )". Het loutere bestaan van de website geldt niet als bewijs dat dhr. Peter als elektricien concurrerende activiteiten heeft uitgevoerd op het grondgebied ( ... ).

Ten tweede verwijst BT( ... ) naar het feit dat dhr. Peter op sociale media actief reclame maakt onder de naam "( ... )"(stukken 14 en 15 van BT( ... )l. BT( ... ) toont evenwel niet aan dat dhr. Peter, zonder haar medeweten en akkoord, in het raam van die activiteit elektriciteitswerken heeft uitgevoerd op het grondgebied ( ... ). Dhr.Peter legt trouwens facturen van BT( ... ) voor waaruit blijkt dat die laatste in het verleden als zijn onderaannemer is opgetreden om elektriciteitswerken uit te voeren, zodat BT( ... ) akkoord is gegaan met die werken en er in dat geval geen sprake was van onrechtmatige concurrentie ten aanzien van BT( ... ) (stukken 11.1-11.10 van dhr. Peter).

Ten derde verwijst BT( ... ) naar de benoeming van dhr. Peter op 16 december 2015 tot zaakvoerder van BVBA X( ... ) en de uitbreiding van het doel van die vennootschap met onder meer de volgende activiteiten: "elektrotechnische installatiewerken" en "installatie van elektrische bedrading en toebehoren" (stukken 4 en 5 van BT( ... )). De zetel van BVBA X( ... ) werd op dat ogenblik ook verplaatst naar ( ... ). Het enkele feit van de benoeming als zaakvoerder en doeluitbreiding is geen concreet bewijs dat dhr. Peter als elektricien concurrerende activiteiten heeft uitgeoefend op het grondgebied ( ... ).

BT( ... ) levert niet het nodige bewijs van het bestaan van een inbreuk op het gematigde concurrentiebeding. Aangezien er geen inbreuk bewezen is, moet dhr. Peter de gevorderde forfaitaire schadevergoeding niet betalen.

De hoofdvordering is op dit punt ongegrond.

iii. Inbreuken op de loyaliteitsverplichting

15. De nietigheid van het concurrentiebeding wordt gematigd, zodat het ingeperkte beding van toepassing is en er niet moet worden ingegaan op de subsidiaire vordering van BT( ... ) op grond van de gemeenrechtelijke loyaliteitsverplichting van dhr. Peter als zaakvoerder van BT( ... ).

2. Rekening-courant

16. Een 'rekening-courant' heeft in het vennootschapsgebeuren en in de boekhouding van een vennootschap een bijzondere betekenis. De rekening-courant is een schuld van de vennootschap ofwel een schuldvordering van de vennootschap ten aanzien van een vennoot (zie ook Gent (7" k.) 9 maart 2015, RW 2015-16, 663). Een 'rekening-courant' in de boekhoudkundige betekenis is louter een vennotenrekening met 'debet' en 'credit' (zie ook Bergen (1 e k.) 8 oktober 2001, TBH 2003, afl. 1, 6 en D. GOL, "Les comptes courants d'associés: question choisies en droit commercial et en droit des sociétés" in M. BOURGEOIS en X. PACE (eds.), Le compte courant dans la vie des affaires, Limal, Anthemis, 2013, 18, nr. 13 e.v.).

16. In de overnameovereenkomst wordt bepaald (stuk 1.1 van dhr. Peter):

"De RIC Peter ( ... ) t.b.v. 8.538,93 EUR wordt uiterlijk op 31/12/2014 terugbetaald."

In de aanhef van de overeenkomst werd vermeld dat dhr. B.T. in het kader van de voorgenomen transactie tot overname van de aandelen van de vennootschap een due diligence-onderzoek heeft laten verrichten naar en in de onderneming van de vennootschap.

Daaruit volgt dat de partijen de stand van de vennotenrekening en de betalingstermijn met volle kennis van zaken hebben vastgesteld in het raam van de aandelenoverdracht. Er bestaat geen betwisting over het feit dat BT( ... ) in maart 2014 de som van 8.538,93 euro zonder voorbehoud heeft betaald aan dhr. Peter. Op die wijze heeft BT( ... ) erkend dat zij een dergelijk bedrag verschuldigd was op basis van de vennotenrekening, zodat zij thans niet meer kan terugkomen op het bestaan of de omvang van die schuld.

( .. ,)

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 10/06/2018 - 20:00
Laatst aangepast op: zo, 10/06/2018 - 20:06

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.