-A +A

Dwangbevel heeft slechts waarde van een verstekvonnis waartegen steeds verzet kan aangetekend

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
din, 28/09/2010
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2011-2012
Pagina: 
1725
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Een dwangbevel vormt de eerste rechtsdaad waardoor het bestaan, van een overheidsvordering ten laste van een bepaalde schuldenaar in een wettelijke vorm wordt vastgesteld.

Zoals de grosse van een rechterlijke uitspraak of van een notariële akte, kan het dwangbevel dat een “veroordeling” inhoudt tot het betalen van een geldsom, door middel van een beslagprocedure zoals bepaald in het Ger.W. ten uitvoer worden gelegd. Er is nochtans een fundamenteel verschil met de voormelde grossen: de schuldenaar heeft immers nog een verweermiddel ten gronde, namelijk het verzet.

Het dwangbevel mag dan wel uitvoerbaar zijn, het heeft slechts de kracht van een verstekvonnis. Verzet ertegen over de grond van de zaak – dat losstaat van het verzet bij de beslagrechter over de uitvoeringsproblematiek – is altijd mogelijk. Er is zelfs geen termijn bepaald waarbinnen verzet moet worden gedaan. Wel is bepaald (hoewel niet in art. 3 van de domaniale wet van 1949, maar in art. 221 W.Reg.), dat het moet gebeuren door middel van een dagvaarding ten gronde.

Daarenboven schorst het verzet de uitvoerbare kracht van het dwangbevel. De uitvoerbare kracht van dit dwangbevel is derhalve slechts precair. Het is immers geen definitieve, onaanvechtbare titel. Er wordt daardoor geen overdreven macht verleend aan de ontvanger der domeinen en penale boeten. De beoordeling van de schuldvordering wordt immers niet onttrokken aan de rechterlijke macht. Er wordt m.a.w. de schuldenaar geen enkel rechtsmiddel ontnomen (A. Jacobs, “Niet-fiscale schuldvorderingen van de overheid: het dwangbevel”, RW 1997-98, p. 1425, nr. 4).

Het dwangbevel is niets anders dan de beslissing van de overheid over het verschuldigd zijn van een geldsom, maar is geen eindbeslissing (RvS nr. 20.838, 23 december 1980, i.v.m. art. 3 van het KB nr. 5 van 18 april 1967, thans art. 57 gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit), zodat verzet altijd mogelijk is, en, conform art. 144 Gw., de burgerlijke rechter steeds het laatste woord heeft. Het dwangbevel kan en mag niet worden beschouwd als een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing.

De stelling volgens welke er een ongelijke behandeling zou bestaan tussen de Staat en de overige rechtssubjecten, doordat deze laatste slechts een uitvoerbare titel kunnen verkrijgen dan na het instellen van een vordering voor de rechtbank, gaat derhalve van een verkeerde rechtsopvatting uit. Uit de vorenstaande motieven blijkt immers dat art. 94 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit art. 10 en 11 van de Grondwet klaarblijkelijk niet schendt, omdat de uitvoerbaarheid van het dwangbevel in ieder geval kan worden gestuit door het instellen van een verzetprocedure en het recht van verdediging van de schuldenaar van de Staat hierdoor in ieder geval gevrijwaard blijft. Met toepassing van art. 26, § 2, derde lid, van de bijzondere wet op het Grondwettelijk Hof bestaat er bijgevolg geen aanleiding tot het stellen van een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof.

Ten overvloede dient voorts te worden aangenomen dat de ontvanger der domeinen en penale boeten een algemene bevoegdheid tot invorderen bezit (A. Jacobs, o.c., RW 1997-98, p. 1425, nr. 7).

Het is meer bepaald de ontvanger der domeinen die belast is met het beheer van zowel lichamelijke als onlichamelijke goederen die van het nationaal domein afhangen en die in het bijzonder de invordering van alle schuldvorderingen die toekomen aan de Staat dient na te streven, welke er ook de oorzaak van is, en die in alle gedingen die de eigendommen of de inkomsten van de Staat aanbelangen, als eiser en als verweerder optreedt (RPDB, vo Etat (administration du domaine de l’Etat), nr. 2).

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 20/05/2012 - 10:30
Laatst aangepast op: zo, 20/05/2012 - 10:48

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.