-A +A

Dwangsom onmogelijkheid en beperking van de dwangsom

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Brussel
Datum van de uitspraak: 
din, 26/01/2010
Wanneer commerciële relaties worden onderhouden met verschillende partijen en wanneer bepaalde van die paertijen hun medewerking verlenen aan een stakingsbevel onder verbeurte van een dwangsom, terwijl  andere derde partijen die eveneens werden verzocht hun medewerking te verlenen aan de uitvoering van een dwangsom niet nakomen, kan hieruit zomaar niet afgeleid worden dat de partij die veroordeeld werd tot de dwangsom in de onmogelijkheid zou verkeren om aan de hoofdveroordeling van het stakingsbevel te voldoen.
 
Maar anderzijds verkeert  een partij in de onmogelijkheid om een stakingsbevel uit te voeren, in die zin dat zij niet kan beletten dat in het buitenland gekochte CD’s en DVD’s in België worden doorverkocht door handelaars waarmee ze geen commerciële relatie heeft.

 

Een verzoek tot vermindering van de dwangsom kan niet worden toegewezen op grond van de overweging dat  een partij niet in de onmogelijkheid verkeerde om aan de hoofdveroordeling te voldoen in de zin van artikel 138Squinquies Ger.W.

 

Artikel 138Squinquies Ger.W. biedt niet de mogelijkheid  toe om een maximumbedrag voor de te verbeuren dwangsommen te bepalen wanneer een arrest dat de dwangsommen heeft opgelegd geen maximum werd vastgelegd inzake de te verbeuren dwangsommen heeft bepaald en er ook voordien nooit werd gevraagd  betwisting van de in het arrest opgelegde dwangsommen nooit gevraagd om een maximumbedrag voor de te verbeuren dwangsommen te bepalen.
 

Wie auteursrechten wil vrijwaren in het buitenland dient hiertoe beroep te doen op  het auteursrecht van het land waar  de bescherming wordt inroepen (lex loci protectionis). De auteursrechtelijk verleende bescherming heeft een territoriaal gebonden uitwerking.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Referentie: 
2010/
Jaargang: 
2011/01
Pagina: 
21
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Brussel 26 januari 2010

 

 
 
uittreksel uit het arrest

 

[…]
I. Samenvatting van de relevante feiten en procedurevoorgaanden
 
1. Bij dagvaarding van 17 november 1995 gingen verweerders over tot dagvaarding van de vennootschap naar Nederlands recht M.H.H. BV, eerste eiseres, voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, zetelend zoals in kort geding.
 
De heer K.R. en Sabam zijn in de procedure voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, zetelend zoals in kort geding, tussengekomen, de eerste vrijwillig, de tweede gedwongen na dagvaarding door de heer K.R. en M.H.H. BV.

 

De vordering van verweerders strekte ertoe om te horen beslissen dat inbreuk  gemaakt werd op hun auteursrechten betreffende een muziekwerk ‘If we can start all  over’, en de staking te horen bevelen van iedere reproductie, uitvoering of welke commercialisering ook van het van namaak betichte werk.

 

Door verweerders werd aangevoerd dat hun werk geplagieerd werd door tweede eiser, K.R., met zijn jongere werk ‘You are not alone’ (hierna “YANA”), dat in de Benelux werd uitgegeven door M.H.H. BV, die oorspronkelijk werd gedagvaard.

 

De vordering van verweerders werd door de heer K.R. en M.H.H. BV betwist. Door eisers werd een tegenvordering ingesteld tot toekenning van 18.592,01 EUR schade-vergoeding wegens tergend en roekeloos geding.

 

Sabam, ten aanzien van wie de gemeenverklaring werd gevraagd van de beslissing van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, zetelend zoals in kort geding, heeft een tegenvordering ingesteld tot toekenning van 500.000 BEF schadevergoeding wegens tergend en roekeloos proces.

 

Bij een tussenvonnis van 15 februari 1996 werden de hoofd- en tegenvordering ontvangen. Verder werd een college van deskundigen aangesteld om een advies te verlenen omtrent de originaliteit van het werk ‘If we can start all over’ evenals omtrent de beweerde namaak ervan.
Op vordering van de heer K.R. en M.H.H. BV werd bij vonnis van 22 december 1997 een tweede college van deskundigen aangesteld omdat het eerste college zich niet had uitgesproken over de harmonie van het werk.
De colleges van deskundigen hebben ieder een eindverslag ingediend, maar met niet-eensluidende conclusies.

 

Het vonnis dat op 20 januari 2003 gewezen werd door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, zetelend zoals in kort geding, beaamde de conclusies van het tweede college van deskundigen wat de originaliteit betreft en oordeelde verder dat wegens de nodige toetsing aan drie criteria — melodie, harmonie en ritme — de gelijkenis van 43,46% op melodisch vlak ontoereikend is om gelijkenis te bieden in de zin van de auteurswet.
De hoofdvordering van verweerders en de tegenvorderingen van de heer K.R., Sabam en de vennootschap naar Nederlands recht Z.R.H.H. BV werden verworpen.

 

2. Tegen het vonnis d.d. 20 januari 2003 van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, zetelend zoals in kort geding, werd op 21 januari 2003 hoger beroep aangetekend door verweerders.
Door de heer K.R. en de vennootschap naar Nederlands recht Z.R.H.H. BV werd tegen voormeld arrest incidenteel beroep ingesteld en door Sabam werd een tussenvordering ingesteld.

 

Op 4 september 2007 werd er, rechtdoend op het hoger beroep van verweerders (toen optredend als appellanten), op het incidenteel beroep van de heer K.R. en de vennootschap naar Nederlands recht Z.R.H.H. BV (toen optredend als eerste en tweede geïntimeerden) en op de tussenvordering van Sabam  (toen optredend als derde geïntimeerde), een arrest gewezen door het hof van beroep te Brussel, waarbij het volgende werd beslist:
 
“Ontvangt de hogere beroepen,
Verwerpt het incidentele en verklaart het principale gegrond.
Wijzigt het beroepen vonnis, behoudens in zoverre het de vergoedingseisen van de drie geïntimeerde partijen verwerpt en kosten begroot.
Verklaart de vordering van de appellanten ten aanzien van de eerste en tweede geïntimeerden als volgt gegrond:
Stelt vast dat eerste en tweede geïntimeerden inbreuk plegen op de auteursrechten van de appellanten door de mededeling, reproductie en commercialisering van het lied ‘You are not alone’.
Beveelt de staking van ieder van die vastgestelde inbreuken op die auteursrechten onder verbeurte van een dwangsom van 1.000 EUR per drager waarop het lied voorkomt die nog in de handel wordt aangetroffen of door hen wordt verspreid.
 
Zegt dat de dwangsom eerst wordt verbeurd vanaf de eerste dag van de vierde maand die volgt op de maand waarin deze beslissing wordt betekend aan de eerste twee geïntimeerden.
 
Zegt dat wanneer de betekening gebeurt op verschillende data, de oudste daarvan geldt als begindatum om de vierde maand te berekenen.
 
Zegt dat elke dwangsom wordt verbeurd ten laste van de beide geïntimeerden samen en dat een verbeurde dwangsom toekomt aan de appellanten samen.
 
Zegt dat de appellanten een samenvatting van deze beslissing mogen publiceren op kosten van de geïntimeerden Z. en K.R. samen in vijf nationale en/of internationale kranten en/of tijdschriften naar hun keuze volgens de modaliteiten vermeld in het arrest.
 
Verklaart het arrest gemeen aan Sabam.

 

Verklaart de tusseneis van Sabam ontvankelijk doch ongegrond.
Veroordeelt de geïntimeerden samen in de gedingkosten verbonden aan de in eerste aanleg tegen hen gerichte vordering en deze van het hoger beroep ( ... ), met uitzondering voor de kosten verbonden aan de gedwongen tussenkomst van Sabam.

 

Veroordeelt Sabam tot de gedingkosten verbonden aan de tegen haar gerichte vordering, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep ( ... ).”

 

3.            Door de vennootschap naar Nederlands recht U.M.H.Z. BV en de heer K.R., zijnde respectievelijk eerste eiseres en tweede eiser, werd cassatieberoep aangetekend tegen het arrest d.d. 4 september 2007.

4.            Het arrest d.d. 4 september 2007 werd op verzoek van verweerders op 29 oktober 2007 betekend aan Sabam. Het werd op 29 april 2008 betekend aan eisers.
Er bestaat geen betwisting tussen partijen over het feit dat de dwangsom die bepaald werd bij het arrest d.d. 4 september 2007 gelet op de betekening van dit arrest op 29 april 2008, opeisbaar is met ingang van 1 september 2008.
 
5.            Op 1 september 2008 werd er op verzoek van verweerders door plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder B.N. een proces-verbaal van vaststelling opgesteld, waaruit blijkt dat het nummer YANA 136 keer via diverse Belgische Internetwebsites te koop werd aangeboden.
Door middel van een schrijven van de raadsman van verweerders d.d. 2 september 2008 werden eisers via hun raadsman in gebreke gesteld om over te gaan tot betaling van een bedrag van 151.500 EUR.
Er kwam geen reactie op deze ingebrekestelling.

 

6.            Op 7 oktober 2008 werd op verzoek van verweerders beslag onder derden gelegd in handen van Sabam, en dit voor een bedrag van 152.869,75 EUR (dit bedrag is de som van de gedingkosten van de auteursrechtelijke procedures in eerste aanleg en in hoger beroep, de dwangsommen voor de op 1 september 2008 vastgestelde inbreu-en op het stakingsbevel d.d. 4 september 2007 en de deurwaarderskosten voor onder meer de betekening van voormeld arrest).

Tegen voormeld beslag onder derden werd door eisers op 30 oktober 2008 verzet aangetekend bij de beslagrechter bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel.
7.            Volgens een onlinedatabank van Sabam is de Belgische vennootschap CP M.B. BVBA thans de onderuitgever van YANA in België.
Door middel van een schrijven van de raadsman van verweerders d.d. 12 december 2008 werd de BVBA CP M.B. op de hoogte gebracht van het arrest d.d. 4 september 2007 en werd zij tevens in gebreke gesteld om onder meer de exploitatie van het nummer YANA te staken.

 

Voormeld schrijven werd op 23 december 2008 door de BVBA CP M.B. beantwoord met de mededeling dat één en ander zou nagekeken worden.

 

8.            Op 16 december 2008 werd er op verzoek van verweerders een tweede proces-verbaal van vaststelling opgesteld door plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder B.N. Uit dit proces-verbaal van vaststelling blijkt dat 212 dragers van het nummer YANA aangetroffen werden die in de handel te koop werden aangeboden via Belgische Internetwebsites.

Door middel van een schrijven van de raadsman van verweerders d.d. 18 december 2008 werden eisers via hun raadsman in gebreke gesteld om over te gaan tot betaling van een som van 251.250 EUR.
Er kwam geen reactie op deze ingebrekestelling.

 

9.            Eisers gingen op 6 februari 2009 over tot dagvaarding van verweerders voor het hof. Zij verzoeken het hof om:
in hoofdorde:

 

— voor recht te zeggen dat eisers in een staat van onmogelijkheid verkeren en der-halve de door de verweerders gevorderde dwangsommen op te heffen;
 
in ondergeschikte orde:

 

— de dwangsom gekoppeld aan het stakingsbevel te verminderen van 1.000 EUR naar 100 EUR per drager waarop het werk YANA zoals gecomponeerd door de heer K.R. en uitgevoerd door Michael Jackson voorkomt die nog in de handel in België wordt aangetroffen of door appellanten in België wordt verspreid;
— een redelijk maximumbedrag op te leggen, waarvan eisers de bepaling van het bedrag overlaten aan het hof, boven hetwelk geen dwangsommen meer worden verbeurd;
in ieder geval:
— verweerders te veroordelen in de kosten van het geding, de rechtsplegingsvergoeding begroot op 1.200 EUR inbegrepen.
Verweerders verzoeken het hof om:
— de vordering van eerste eiseres onontvankelijk te verklaren;
— in elk geval de vordering van eisers ongegrond te verklaren;
— in ondergeschikte orde, indien een maximumbedrag aan dwangsommen zou bepaald worden, dit bedrag hoog genoeg te bepalen om ervoor te zorgen dat eisers zich alsnog zouden inspannen om het stakingsbevel na te leven;
— eisers te veroordelen in alle kosten van het geding, met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding begroot op 4.000 EUR.

 

10.          Rechtdoende op het verzet van eisers tegen het beslag onder derden d.d. 7 oktober 2008, werd er op 15 mei 2009 een vonnis gewezen door de beslagrechter, waarbij het verzet van eisers gegrond verklaard werd in de mate waarin het door verweerders gelegde beslag onder derden de gerechtskosten betrof waarvan sprake in het arrest d.d. 4 september 2007, en waarbij het verzet voor het overige ongegrond verklaard werd.

11.          Op 3 september 2009 werd er door het Hof van Cassatie een arrest gewezen waarbij het cassatieberoep tegen het arrest d.d. 4 september 2007 van het hof verworpen werd.

II. Bespreking
[…]
 
De grond van de betwisting tussen partijen 14. Eisers voeren het volgende aan:
— zij verkeren in een staat van onmogelijkheid in de zin van artikel 1385quinquies Ger.W. om het arrest d.d. 4 september 2007 uit te voeren, zodat de door verweerders gevorderde dwangsommen dienen opgeheven te worden;
 
— indien de gevorderde dwangsommen niet opgeheven worden door het hof, behoort het dat het hof:

 

– de dwangsom gekoppeld aan het stakingsbevel zou verminderen van 1.000 EUR naar 100 EUR per drager waarop het werk “You are not alone” (“YANA”) zoals gecomponeerd door de heer K.R. en uitgevoerd door Michael Jackson voorkomt die nog in de handel in België wordt aangetroffen of door eisers in België wordt verspreid;

 

— een redelijk maximumbedrag zou opleggen, waarvan eisers de bepaling van het bedrag overlaten aan het hof, boven hetwelk geen dwangsommen meer worden verbeurd;

 

— hoe dan ook betreft het arrest d.d. 4 september 2007 enkel de versie van YANA door Michael Jackson;
–— hoe dan ook betreft het arrest van 4 september 2007 enkel het Belgische territo-rium.
Verweerders betwisten hetgeen eisers voorhouden en concluderen tot de ongegrond-heid van hun vorderingen.
De door eisers aangevoerde staat van onmogelijkheid om het arrest d.d. 4 september 2007 uit te voeren
15.          Bij het arrest d.d. 4 september 2007 werd het volgende vastgesteld en bevolen:
“Stelt vast dat eerste en tweede geïntimeerden inbreuk plegen op de auteursrechten van de appellanten door de mededeling, reproductie en commercialisering van het lied ‘You are not alone’.
Beveelt de staking van ieder van die vastgestelde inbreuken op die auteursrechten onder verbeurte van een dwangsom van 1.000 EUR per drager waarop het lied voorkomt die nog in de handel wordt aangetroffen of door hen wordt verspreid.”

 

16.          Artikel 1385quinquies Ger.W. bepaalt het volgende:
“De rechter die een dwangsom heeft opgelegd, kan op vordering van de veroor-deelde de dwangsom opheffen, de looptijd ervan opschorten gedurende de door hem te bepalen termijn, of de dwangsom verminderen in geval van blijvende of tijdelijke, gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen.
[...].”

 

Eisers voeren aan dat:
— er zich talloze partijen bevinden tussen eisers en de Belgische consumenten, met name U.M.G., S.B.M.E. (hierna “S.”) en de verdelers van deze laatste, zodat zij voor de naleving van het stakingsbevel d.d. 4 september 2007 volledig afhankelijk zijn van de welwillendheid van al deze partijen;
 
— hoe groot ook de inspanningen van eisers zijn, het volstaat dat één van de voormelde talrijke partijen niet meewerkt met eisers opdat het stakingsbevel dode letter blijft;
— het daarenboven enige tijd duurt vooraleer alle actoren in de keten op de hoogte zijn gebracht van het stakingsbevel en het nodige gedaan hebben om dit te doen naleven;
— S. op 27 augustus 2008 aan eisers bevestigde dat zij het nodige gedaan had om aan het stakingsbevel te voldoen;
— eisers geen enkele controle hebben op een parallelcircuit en dus niet kunnen belet-ten dat CD’s of DVD’s waarop YANA staat door een handelaar zouden gekocht worden in het buitenland om ze door te verkopen in België;
— het onredelijk zou zijn om eisers te verplichten om een dwangsom van 1.000 EUR te betalen telkens wordt vastgesteld dat YANA via het parallelcircuit te koop wordt aangeboden in België;
— een volledige naleving van het stakingsbevel in de praktijk niet mogelijk is; eisers voldoende maatregelen genomen hebben om het stakingsbevel te doen naleven, dit zowel vóór 1 september 2008 als daarna, en dat het onredelijk zou zijn om van hen meer inspanning en zorgvuldigheid te vragen dan zij hebben betracht.
Het hof overweegt het volgende:
17.          Er is sprake van onmogelijkheid in de zin van artikel 1385quinquies Ger.W. indien het onredelijk zou zijn om meer inspanningen en zorgvuldigheid van de veroordeelde te vergen dan hij heeft betracht (Cass. 30 mei 2002, C.99.0298.N).
Er kan tevens sprake zijn van onmogelijkheid in de zin van artikel 1385quinquies Ger.W. wanneer de veroordeelde de veroordeling slechts kan uitvoeren mits derden daaraan vrijwillig zouden meewerken.

 

18.          Door het arrest d.d. 4 september 2007:
— werden inbreuken vastgesteld van eisers op de auteursrechten van verweerders door “de mededeling, reproductie en commercialisering van het lied ‘You are not alone’”;
 
— werd de staking bevolen van “ieder van die vastgestelde inbreuken op die auteursrechten”;

 

— en dit: onder verbeurte van een dwangsom van 1.000 EUR per drager waarop het  lied voorkomt die nog in de handel wordt aangetroffen of door hen wordt verspreid

 

19.          Het stakingsbevel is ingegaan op 4 september 2007, datum van het arrest gewezen in de zaak met AR 2003/AR/163. Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat het arrest bepaalt dat aan eisers een termijn diende te worden toegekend om zich in regel te stellen vooraleer een dwangsom zou worden verbeurd en dienvolgens bepaald werd dat de dwangsom slechts verbeurd zou worden vanaf de eerste dag van de vierde maand waarin het arrest zou worden betekend aan eisers.

Het hof stelt vast dat eisers, niettegenstaande het stakingsbevel is ingegaan op 4 september 2007 en het arrest van die datum betekend werd aan eisers op 29 april 2008, inderdaad gewacht hebben tot augustus 2008 om een aantal maatregelen te nemen om het betrokken stakingsbevel te doen naleven (het bewijs van enige maatregel die eerder zou genomen zijn wordt door eisers niet geleverd; het feit dat enkele maanden eerder door eerste eiseres aan S. louter meegedeeld werd dat aan eisers bevolen werd de mededeling, reproductie en commercialisering van YANA te staken, kan niet beschouwd worden als een maatregel die door eisers genomen werd om voormeld stakingsbevel na te leven ,  cf. de verwijzing naar deze mededeling in een brief van 20 augustus 2008 van eerste eiseres aan S., stuk 3 van eisers).

 

Deze maatregelen bleken op 1 september 2008, datum vanaf dewelke de dwangsommen konden verbeuren, niet allemaal even efficiënt, aangezien op die datum vastgesteld werd dat, via Belgische Internetwebsites, YANA 136 keer te koop aangeboden werd aan de Belgische koper.
Door eisers werden na ingebrekestelling door verweerders een aantal bijkomende maatregelen genomen, die evenmin waterdicht bleken, aangezien op 16 december 2008 vastgesteld werd dat 212 dragers van het nummer YANA aangetroffen werden die in de handel te koop werden aangeboden via Belgische Internetwebsites.

 

Op 5 en 6 maart 2009 werden er op verzoek van eisers opnieuw maatregelen genomen (cf. stuk 8 van eisers met betrekking tot het onbeschikbaar maken van YANA op de Belgische website van iTunes) om het stakingsbevel na te leven.

 

Op grond van deze vaststellingen overweegt het hof dat eisers ongetwijfeld sneller hadden kunnen optreden dan in augustus 2008, hetgeen de doeltreffendheid van de door hen genomen maatregelen ten goede zou gekomen zijn: de eventuele “mazen in het net” van de maatregelen die genomen werden door eisers hadden vóór 1 september 2008 aan het licht kunnen komen via controles uitgevoerd door eisers zelf of op hun verzoek, en passende bijkomende maatregelen hadden vóór die datum door eisers kunnen genomen worden, die nu slechts genomen werden ná 1 september 2008, datum vanaf wanneer de dwangsommen konden verbeurd worden.
Daarenboven zijn de maatregelen die door eisers genomen werden sedert augustus 2008 relatief beperkt gebleven (cf. de stukken 2 t.e.m. 8 van eisers). Tevens heeft de briefwisseling van eisers (cf. hun stukken 2 t.e.m. 8) zich ten onrechte beperkt tot de versie van YANA die gebracht werd door Michael Jackson (cf. infra).

 

20. Eisers laten gelden dat zij voor de naleving van de hoofdveroordeling volledig afhankelijk zijn van derden die zich tussen eisers en de consument bevinden.

 

Een aantal door eisers neergelegde stukken en een deel van hun eigen betoog tonen aan dat derden die een commerciële relatie met eisers onderhouden (U.M.G. en S.), wanneer zij hierom verzocht werden door eisers, hun volledige medewerking verleend hebben aan de naleving van het stakingsbevel d.d. 4 september 2007 door de door eisers gevraagde maatregelen onmiddellijk op te volgen (cf. de stukken 2 t.e.m. 8, 15, 16 en 17 van eisers en bladzijden 14 in fine, 15 en 17 van de syntheseconclusie
van eisers, waarin zij zelf een opsomming geven van de maatregelen die op hun verzoek en aandringen door S. genomen werden).

 

Een aantal van de door S. genomen maatregelen, waaronder de stopzetting van de verdeling in België van de werken waarop YANA stond, hebben het daarenboven voor haar verdelers in België onmogelijk gemaakt om YANA nog te commercialiseren.

 

Eisers blijven in gebreke aan te tonen dat U.M.G., die door eisers eveneens geciteerd wordt als partij die zich tussen henzelf en de consument bevindt, de door eisers gevraagde maatregelen niet eveneens zou doorvoeren.
Dat eisers voor de naleving van het stakingsbevel afhankelijk zijn van derden waarmee zij een commerciële relatie onderhouden, brengt in casu dus geen onmogelijkheid vanwege eisers mee in de zin van artikel 1385quinquies Ger.W. om aan de hoofdveroordeling van het arrest d.d. 4 september 2007 te voldoen, minstens wordt het bewijs daarvan door eisers niet geleverd.
21.          Anderzijds, stelt het hof vast dat eisers wat de naleving van het stakingsbevel d.d. 4 september 2007 betreft, inzake een parallelcircuit in België, door handelaars waarmee zij geen commerciële relatie hebben, in de onmogelijkheid verkeren om het stakingsbevel uit te voeren.

Eisers kunnen immers niet beletten dat materiële dragers zoals CD’s en DVD’s door een handelaar waarmee zij geen commerciële relatie hebben, in het buitenland gekocht worden en vervolgens doorverkocht worden in België. Het is aannemelijk dat eisers, wat handelaars betreft waarmee zij geen commerciële relatie onderhouden, geen vat of drukkingsmiddel hebben op dit parallelcircuit en er kan niet redelijk van hen verwacht worden dat zij inzake dit circuit meer zorgvuldigheid en inspanningen aan de dag zouden leggen dan zij betracht hebben om het stakingsbevel d.d. 4 september 2007 na te leven.

 

22.          Op grond van de voormelde vaststellingen en overwegingen oordeelt het hof dat niet vaststaat of aannemelijk wordt gemaakt dat het onredelijk is om van eisers in casu met uitzondering voor wat het onder randnummer 21 beschreven parallelcircuit betreft, meer inspanning en zorgvuldigheid te verwachten dan zij hebben betracht bij de naleving van het arrest d.d. 4 september 2007.

Wat het in randnummer 21 beschreven parallelcircuit betreft, zou het integendeel onredelijk zijn om van eisers meer zorgvuldigheid en inspanning te vergen dan zij hebben betracht om het stakingsbevel d.d. 4 september 2007 na te leven, en staat voldoende vast dat zij zich wat het beschreven parallelcircuit betreft in een blijvende en volledige onmogelijkheid bevinden om aan de hoofdveroordeling van het arrest van het hof d.d. 4 september 2007 te voldoen.

 

Wat dit parallelcircuit betreft, wordt de dwangsom verbonden aan het stakingsbevel d.d. 4 september 2007 dan ook opgeheven zoals bepaald in het dispositief van onderhavig arrest.
 
De vordering tot vermindering van de dwangsom en de bepaling van een redelijk maximumbedrag van de te verbeuren dwangsommen

 

23.          Hiervoor werd door het hof besloten dat er in casu sprake is in hoofde van eisers van “een onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen” in de zin van artikel 1385quinquies Ger.W. in één bepaald geval (cf. supra aangaande een parallelcircuit).

In andere gevallen heeft het hof geen (gehele of gedeeltelijke, tijdelijke of blijvende) onmogelijkheid om aan de hoofdveroordeling van het arrest d.d. 4 september 2007 te voldoen, als bewezen weerhouden (cf. supra).
Het verzoek van eisers tot vermindering van de dwangsom gekoppeld aan het stakingsbevel d.d. 4 september 2007, is zodoende ongegrond.

 

24.          Eisers vorderen het hof een redelijk maximumbedrag te bepalen, waarboven geen dwangsommen meer worden verbeurd.
Verweerders laten gelden dat er door eisers voorafgaandelijk aan de huidige procedure nooit gevraagd werd om een maximumbedrag voor de te verbeuren dwangsommen te bepalen.

 

Het arrest d.d. 4 september 2007 heeft geen maximumbedrag inzake de te verbeuren dwangsommen bepaald en artikel 1385quinquies Ger.W. laat het hof niet toe om thans een maximumbedrag voor de te verbeuren dwangsommen te bepalen.
(...)
Het arrest d.d. 4 september 2007 heeft geen extraterritoriale werking
26. Eisers voeren, in de zin zoals hierna bepaald, terecht aan dat het arrest d.d. 4 september 2007 geen extraterritoriale werking heeft.
Belgische auteurs die hun auteursrechten willen vrijwaren in het buitenland dienen dit te doen onder het auteursrecht van het land waar zij de bescherming inroepen (lex loci protectionis of het recht van de plaats waar de bescherming wordt ingeroepen).
De auteursrechtelijk verleende bescherming heeft een territoriaal gebonden uitwerking.
De regel dat men bij beweerde inbreuken op intellectuele eigendomsrechten het territorialiteitsbeginsel dient toe te passen vloeit voort uit artikel 93, 1ste alinea van het Wetboek van Internationaal Privaatrecht (WIPR).

 

Ook de Europese wetgever heeft de verwijzingsregel van de lex loci protectionis bevestigd, zoals blijkt uit overweging 26 en artikel 8.1. van de verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en van de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet contractuele verbintenissen (“Rome II”):

 

“(26) Ten aanzien van inbreuken op intellectuele eigendomsrechten dient het algemeen erkende beginsel lex loci protectionis te worden gehandhaafd. Voor de toepassing van de onderhavige verordening worden onder intellectuele eigendomsrechten bijvoorbeeld verstaan het auteursrecht, de naburige rechten, het recht sui generis inzake de bescherming van gegevensbestanden en de industriële eigendomsrechten.”

 

“Artikel 8
Inbreuk op intellectuele eigendomsrechten

 

1. De niet-contractuele verbintenis die voortvloeit uit een inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht, wordt beheerst door het recht van het land waarvoor de bescherming wordt gevorderd. ”
Op internationaal vlak en in het bijzonder met betrekking tot auteursrechten is de verwijzingsregel van de lex loci protectionis vastgelegd in artikel 4.2. van de Conventie van Bern voor de bescherming van letterkundige en kunstwerken:

 

“2. Het genot en de uitoefening van die rechten zijn aan geen enkele formaliteit onderworpen; dat genot en die uitoefening zijn onafhankelijk van het bestaan der bescherming in het land van herkomst van het werk. Bijgevolg worden buiten de bepalingen van deze overeenkomst, de omvang van de bescherming, zowel als de rechtsmiddelen, de auteur gewaarborgd ter handhaving van zijn rechten, uitsluitend bepaald door de wetgeving van dat land, waar de bescherming wordt ingeroepen.”

 

Krachtens het arrest d.d. 4 september 2007 geniet “If we can start all over” onder het Belgisch auteursrecht en in België auteursrechtelijke bescherming en maakt het lied YANA zoals gecomponeerd door K.R. onder het Belgisch auteursrecht en in België een inbreuk uit op de auteursrechten van geïntimeerden.

 

Verweerders verwijzen ten onrechte naar artikel 33 (1) van de verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, dat in deze niet relevant is, aangezien deze bepaling betrekking heeft op de erkenning van de in een andere lidstaat gewezen rechterlijke beslissing en niet bepaalt dat de beweerde inbreuk in de lidstaat zou kunnen beoordeeld worden op basis van de auteursrechtelijke bepalingen van een andere lidstaat.
Verweerders kunnen evenmin een nuttig argument putten uit het feit dat het arrest d.d. 4 september 2007 “zegt dat de appellanten een samenvatting van deze beslissing mogen publiceren op kosten van de geïntimeerden Z. en K.R. samen in vijf nationale en/of internationale kranten en/of tijdschriften naar hun keuze volgens de modaliteiten vermeld in het arrest”.
 
De publicatie in internationale kranten en/of tijdschriften impliceert immers niet dat zou afgeweken zijn in het arrest d.d. 4 september 2007 van de toepasselijke bepalingen die hiervoor werden uiteengezet, minstens wordt dit door verweerders niet aangetoond of zelfs aannemelijk gemaakt.
(...)
OM DEZE REDENEN,
HET HOF, rechtdoende na tegenspraak,
Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;
Verklaart de vorderingen van eisers ontvankelijk;
Verklaart de vorderingen van eisers gegrond in de hierna bepaalde mate:
Heft de dwangsom op gekoppeld aan het stakingsbevel uitgesproken bij het arrest van het hof d.d. 4 september 2007 (AR nr. 2003/AR/163) van 1.000 EUR per drager waarop het werk “You are not alone” (YANA) zoals gecomponeerd door de heer K.R., tweede eiser, voorkomt die nog in België in de handel wordt aangetroffen, voor de volgende limitatief opgesomde dragers:
– dragers die worden aangetroffen in de handel in België met daarop het werk “You are not alone” (YANA), zoals gecomponeerd door K.R., tweede eiser, maar die in België in de handel louter beschikbaar zijn door een parallelcircuit, met name doordat een handelaar waarmee eisers geen commerciële relatie hebben, de betrokken dragers in het buitenland gekocht heeft en vervolgens te koop aanbiedt in België.
Verklaart de vordering van eisers voor het overige ongegrond;
Veroordeelt eisers in 3/4 van de gedingkosten en verweerders in 1/4 van deze kosten; [...]
Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 08/03/2011 - 13:17
Laatst aangepast op: ma, 13/06/2011 - 21:51

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.