-A +A

Eén rechtsplegingsvergoeding per geschil op basis van het bedrag van de hoofdvordering

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 24/03/2016

De in het gelijk gestelde partij heeft slechts recht op één rechtsplegingsvergoeding per aanleg, die berekend wordt op basis van het bedrag van de hoofdvordering.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2016/10
Pagina: 
738
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(L.V. BV / R.I.R. GCV - Rolnr.: C.14.0282.N)

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 16 december 2013.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste middel
(…)

Tweede middel
(…)

Derde middel
5. Volgens artikel 1022, eerste lid Gerechtelijk Wetboek, is de rechtsplegingsvergoeding een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij.

Artikel 1, tweede lid koninklijk besluit tarief rechtsplegingsvergoeding bepaalt dat de bedragen vastgesteld worden per aanleg.

Krachtens artikel 2, tweede lid van voornoemd koninklijk besluit wordt de rechtsplegingsvergoeding berekend op basis van het bedrag van de vordering dat wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 557 tot 562 en 618 Gerechtelijk Wetboek in verband met de bepaling van de bevoegdheid en de aanleg.

6. Uit deze bepalingen, in het bijzonder uit artikel 2, tweede lid koninklijk besluit tarief rechtsplegingsvergoeding dat niet verwijst naar artikel 620 Gerechtelijk Wetboek, volgt dat de in het gelijk gestelde partij slechts recht heeft op één rechtsplegingsvergoeding per aanleg, die berekend wordt op basis van het bedrag van de hoofdvordering.

7. Het arrest dat alle vorderingen samenvoegt, om het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding te bepalen en zodoende het incidenteel beroep inwilligt, is niet naar recht verantwoord.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit de eiseres veroordeelt tot een rechtsplegingsvergoeding in eerste aanleg en in hoger beroep.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 12/07/2017 - 17:43
Laatst aangepast op: vr, 14/07/2017 - 09:42

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.