EOT onderhoudsgeld kinderen geen gewijzigde omstandigheden indien deze reeds werden omschreven in de EOT
Wanneer in de overeenkomst voorafgaand aan de EOT voorzien werd met een formule tot verhoging van het onderhoudsgeld in functie van de studies, maken studiekosten geen onvoorzoenbare omstandigheden uit op basis waarvan er verhoging van het onderhoudsgeld kan gevorderd worden
[...]
B. Relevante feiten
De partijen zijn door onderlinge toestemming uit de echt gescheiden bij vonnis van 22 augustus 1995 van de rechtbank van eerste aanleg te Gent.
6 2012
Zij hebben twee kinderen: [C] ( 15 december 1988) en [L] ( 20 augustus 1993). [C] volgt thans het laatste jaar rechten aan de UGent. [L] volgt thans de studierichting sportwetenschappen (ASO/middelbaar onderwijs).
In de prealabele familierechtelijke overeenkomst (in de zin van art. 1288 Ger.W.) van 20 februari 1995 wordt met betrekking tot de kinderen het volgende bepaald:
" het hoederecht over [C] en [L] wordt toevertrouwd aan mevrouw M.;
" behoudens andersluidende overeenkomst verkrijgt de heer V. een bezoekrecht met betrekking tot zijn beide kinderen elke eerste zaterdag en derde zondag van de maand vanaf 11 uur tot 18 uur; wat betreft [L] wordt voormelde bezoekregeling opgeschort totdat het kind 3 jaar is geworden; de mogelijkheid tot overnachting wordt uitgesloten indien de kinderen dit zelf niet willen; de heer V. zal de kinderen afhalen en terugbrengen; indien hij dit niet heeft gedaan voor 11u30 wordt hij verondersteld zijn bezoekrecht te verzaken; " zolang de kinderen recht geven op kinderbijslag zal de heer V. maandelijks en vooraf een (te indexeren) onderhoudsbijdrage van 4.000 BEF per kind betalen aan mevrouw M.; de heer V. zal een forfaitair bepaalde tussenkomst betalen in de kosten voor de eerste en de plechtige communie; vanaf het jaar da téé n van de kinderen middelbaar onderwijs aanvat zal de heer V. de op dat ogenblik verschuldigde onderhoudsbijdrage voor beide kinderen verdubbelen voor de maand september; de heer V. zal voor de helft tussenkomen in de opleg voor de medische en paramedische kosten boven de 5.000 BEF per kind en per jaar;
" de kinderbijslag komt toe aan mevrouw M.
De kinderen waren op het ogenblik van het afsluiten van de prealabele familierechtelijke overeenkomst 7 jaar en 2 jaar oud. Thans zijn zij 21 en 17 jaar oud.
Op 16 augustus 2006 wordt tussen de partijen een onderhandse overeenkomst gesloten geldig voor een termijn van n jaar, en dit tot en met augustus 2007. Partijen komen overeen dat de onderhoudsbijdrage voor [C] wordt verhoogd met een bedrag van 62,50 euro. Deze overeenkomst zal worden geëvalueerd in de loop van de maand augustus 2007.
Op 25 september 2007 wordt een volgende onderhandse overeenkomst gesloten geldig voor een termijn van twee jaar, en dit tot en met augustus 2009. De vorige verhoging van de onderhoudsbijdrage wordt behouden. De heer V. verbindt er zich (onder meer) toe 25,00 euro zakgeld te betalen aan [C]. Hij komt eveneens vrijwillig tussen in de kosten inzake sport, school en taalkampen voor [L].
De overeenkomst van 25 september 2007 heeft een einde genomen op 31 augustus 2009. Deze overeenkomst wordt nadien niet meer verlengd.
Bij het instellen van de vordering (bij verzoekschrift van 12 november 2009) geldt de prealabele familierechtelijke overeenkomst van 20 februari 1995.
C. Oorspronkelijke vordering
De oorspronkelijke vordering van mevrouw M. wordt ingesteld bij verzoekschrift van 12 november 2009. Mevrouw M. vordert de veroordeling van de heer V. tot het betalen van een (te indexeren) onderhoudsbijdrage, met ingang van 1 september 2009, voor [C] begroot op 400,00 euro per maand en voor [L] begroot op 300,00 euro per maand. Mevrouw M. vordert een ontvangstmachtiging en de veroordeling van de heer V. in de kosten.
Mevrouw M. argumenteert dat er gewijzigde omstandigheden zijn in de zin van artikel 1288, tweede lid Ger.W. [C] volgt thans universitaire studies en [L].
De heer V. vordert de afwijzing van de vordering. Hij stelt onder meer dat er geen gewijzigde omstandigheden zijn. Dat de kinderen zouden verder studeren wordt in rekening gebracht bij de opmaak van de prealabele familierechtelijke overeenkomst. Er wordt een herzieningsclausule bepaald. Het aanvatten van verdere studies (universitair onderwijs voor [C], sportwetenschappen voor [L]) maakt aldus geen gewijzigde omstandigheid uit. De heer V. beroept zich eveneens op artikel 371 BW.
In ondergeschikte orde vordert hij de herleiding van de bedoelde onderhoudsbijdragen tot 250,00 euro per maand en per kind.
D. Beroepen beslissing
De vrederechter verklaart de vordering ontvankelijk en gegrond. De heer V. wordt veroordeeld tot het betalen van een (te indexeren) onderhoudsbijdrage voor [C] ten belope van 400,00 euro per maand en voor [L] ten belope
van 300,00 euro per maand, met een ontvangstmachtiging voor mevrouw M.
De vrederechter komt tot deze beslissing onder meer op grond van de volgende motieven.
De vrederechter oordeelt dat de heer V. in de overeenkomsten van 2006 en 2007 expliciet heeft erkend dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden (meer specifiek onder de rubrieken “gewijzigde omstandigheden” ). De vrederechter stelt verder dat er, louter objectief, eveneens sprake is van gewijzigde omstandigheden gelet op 1) de evolutie in de studies van de kinderen en 2) het feit dat zij sedert lange tijd niet meer bij hun vader gaan, waardoor de zorg voor de kinderen integraal en uitsluitend op de schouders van mevrouw M. komt.
De vrederechter wijst verder de toepassing van artikel 371 BW af nu het enigdisrespect van de kinderen ten aanzien van de heer V. onbewezen blijft.
Op basis van de respectieve inkomsten/ uitgaven besluit de vrederechter de vordering integraal in te willigen.
E. Grieven
1. De heer V. beoogt, met de hervorming van het beroepen vonnis, de integrale afwijzing van de initiële vordering. In (uiterst) ondergeschikte orde vordert hij de herleiding van de bedoelde onderhoudsbijdragen tot 250,00 euro per maand en per kind.
De heer V. voert onder meer de volgende argumenten aan.
Er zijn geen gewijzigde omstandigheden in de zin van artikel 1288, tweede lid Ger.W. In hun regelingsakte hebben de partijen bepaald dat de kinderen middelbaar onderwijs en aansluitend hoger onderwijs zouden gaan volgen.
Er werd een wijziging bepaald in die zin dat er in de maand september een dubbele onderhoudsbijdrage diende te worden betaald, en dit vanaf het middelbaar onderwijs tot op het ogenblik dat er geen kinderbijslag meer verschuldigd is, dit is tot op het ogenblik dat de opleiding voltooid is.
De partijen deden bij de opmaak van hun regelingsakte een beroep op een ervaren jurist zodat zij perfect waren ingelicht over de draagwijdte van de getroffen overeenkomst. De stelling van de eerste rechter dat de heer V. expliciet heeft erkend dat er gewijzigde omstandigheden zijn in de zin van artikel 1288, tweede lid Ger.W. kan niet worden gevolgd.
De overeenkomsten van 2006 en 2007 hielden slechts een tijdelijke wijziging in. De heer V. kon ter zake geen buitengerechtelijke bekentenis afleggen en heeft dat ook niet gedaan. Bovendien toont mevrouw M. niet aan dat zij niet langer in de mogelijkheid zou zijn om het benodigde onderhoud en opvoeding te verzekeren.
* De initiële vordering is ongegrond gelet op artikel 371 BW.
* Subsidiair is de vordering cijfermatig ongegrond.
2. Mevrouw M. neemt conclusie tot afwijzing van het hoger beroep.
Mevrouw M. voert onder meer de volgende argumenten aan.
* Mevrouw M. is het met de heer V. eens dat ter beoordeling van de vordering de regelingsakte EOT als uitgangspunt dient te worden genomen. De overeenkomsten van 2006 en 2007 gelden niet meer.
* De vrederechter oordeelde echter terecht dat er gewijzigde omstandigheden in de zin van artikel 1288, tweede lid Ger.W. zijn. In de prealabele familierechtelijke overeenkomst werd een wijziging voorzien bij aanvang van middelbare studies en dus niet universitaire studies. Deze brengen ontegensprekelijk extra kosten met zich mee. Ook de wijziging van richting van [L] naar sportwetenschappen werd niet voorzien en brengt extra kosten met zich mee.
* Er dient geen toepassing te worden gemaakt van artikel 371 BW. Dat de kinderen geen contact meer hebben met de heer V. werd door hem zelf veroorzaakt (door zijn vaak wisselende relaties). Er is geen sprake van een gebrek aan respect.
* Cijfermatig, gelet op de respectieve inkomsten en uitgaven, is de vordering terecht gegrond verklaard.
F. Beoordeling
1. Anders dan de eerste rechter is deze rechtbank van oordeel dat er geen gewijzigde omstandigheden zijn in de zin van artikel 1288, tweede lid Ger.W.
In de prealabele familierechtelijke overeenkomst hebben de partijen uitdrukkelijk voorzien in een herzieningsclausule voor de onderhoudsbijdragen bij de aanvang van verdere studies door de kinderen. De overeenkomst voorziet in een verhoging van de onderhoudsbijdrage vanaf het jaar dat een van de kinderen middelbaar onderwijs aanvat. De onderhoudsbijdrage werd bepaald zolang er recht is op kinderbijslag.
Uit de opname van deze herzieningsclausule blijkt dat de partijen bij opmaak van de regelingsakte de mogelijke studieloopbaan van de kinderen in overweging hebben genomen. Het gegeven dat de kinderen zouden gaan verder studeren en dat dit mogelijk bijkomende onkosten met zich zou brengen werd in rekening gebracht.
Dat het ogenblik van een eventuele herziening werd bepaald bij aanvang van middelbare studies betekent niet dat men niet heeft gedacht aan eventuele hogere studies.
Uit het geheel van de overeenkomst en de bepalingen inzake de onderhoudsbijdragen voor de kinderen (tot einde recht op kinderbijslag bij aanvang middelbare studies) blijkt dat de gehele studieloopbaan in ogenschouw werd genomen. Ook in 1995 was het voorspelbaar en behoorde het tot een logische evolutie van de kinderen dat de kinderen mogelijk hogere studies zouden gaan volgen. Dat zij alsdan slechts 7 en 3 jaar oud waren doet hieraan geen afbreuk.
De prealabele familierechtelijke overeenkomst strekt de partijen tot wet (art. 1134 BW). Zij hebben in een herziening voorzien bij aanvang van middelbare studies en niet (in een bijkomende herziening) bij aanvang van universitaire studies of de richting sportwetenschappen.
2. Uit de overeenkomsten van 2006 en 2007 kan niet worden afgeleid dat de heer V. erkende dat er gewijzigde omstandigheden zijn in de zin van artikel 1288, tweede lid Ger.W.
De heer V. merkt terecht op dat hij enkel een buitengerechtelijke bekentenis kan afleggen met betrekking tot een feit. Of het aanvangen van universitaire studies/ richting sportwetenschappen voldoet aan de criteria van artikel 1288, tweede lid Ger.W. is een rechtsvraag waaromtrent geen bekentenissen kunnen worden afgelegd.
Mevrouw M. is het ten andere eens met de heer V. dat de regelingsakte EOT als uitgangspunt dient te worden genomen (en niet de overeenkomsten van 2006 en 2007, nu deze beperkt waren in tijd).
3. Het feit dat de kinderen sedert lange tijd niet meer bij hun vader zouden gaan, vormt in casu evenmin een gewijzigde omstandigheid in de zin van artikel 1288, tweede lid Ger.W.
4. Op het vlak van ‘middelen van de ouders (in de zin van art. 203, 1 BW) (met inbegrip van lasten) liggen in casu evenmin gewijzigde omstandigheden in de zin van artikel 1288, tweede lid Ger.W. voor.
4. Het hoger beroep is derhalve gegrond. De vordering van mevrouw M. dient afgewezen te worden als ongegrond.
5.
[...]
• S. Brouwers, Rechtsmisbruik” en de principiële onwijzigbaarheid van de uitkering na een (oude) EOT, RABG 2011/05, 357 (noot onder Brussel, 19/10/2010, RABG 2011/5,357)
• Gerd Verschelden, Cassatie aanvaardt afschaffing alimentatie na rechtsmisbruik bij EOT overeenkomst, Juristenkrant 228, 20 april 2011, pagina 3 en Cass. 14 oktober 2010.De auteur wijst erop dat dit arrest, dat weliswaar kan toegejuicht worden, toch inhoudt dat een contractueel recht werd verbeurd, hetgeen een wrang gevoel heeft en waarbij de vraag kan gesteld worden waarom geen toevlucht werd gezocht tot een procedure tot vermindering van onderhoudsgeld. Persoonlijk begrijpen wij deze opmerking, doch deze opmerking benatwoordt de problemen niet bij een reeds verleende titel, een nog niet gewijzigd onderhoudsgeld, een uitvoering voor achterstallige betalingen, naast de moeilijkheden verbonden aan een procedure tot vermindering van een persoonlijk onderhoudsgeld na EOT.
- Doelgroep:
- Elfricon trefzinnen:
- Instantie:
- Link rubrieken:
- Rechtstakken:
- Kernwoorden:
- Soort link:
- Status homepage:
- Toepassingsgebied:
- Topics:
- login of registreer om te reageren
-

Hebt u nog een vraag?
Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.
Andere zoekopties
U kan onze website eveneens doorzoeken met deze opties:
- A-Z index
- Chronologische lijst van recente aanpassingen
- Doelgroepen
- De zoekfunctie op trefwoord (beta)
- Op kernwoorden
- Rechtsleer
- Rapport van alle bijdragen op deze site
- Rechtspraak
- Wetgeving
- Modellen
- RSS feeds
Aanvulling
Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.
