-A +A

Fiscaal machtsmisbruik door gemeente

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
maa, 09/01/2017

Wanneer de gemeente een belasting heft bestaande uit een verhaalbelasting die wordt opgelegd als compensatie voor de onteigeningsvergoeding die moet worden betaald aan personen die niet bereid zijn om gratis grondafstand te doen bij de aanleg van nieuwe wegen, maakt de gemeente zich schuldig  aan machtsafwending, aan schending van het gelijkheidsbeginsel en aan schending van het recht op eigendom. Tegen deze heffing kan de belastingplichtige verhaal vinden bij de rechtbank van eerste aanleg.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1624
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

L.M. t/ Gemeente Boechout

De gemeente Boechout had voor het aanslagjaar (niet dienstjaar) 2014 het reglement tot verhaalbelasting op «(de) verwerving van de zate van (de) openbare wegen» (goedgekeurd op 16 december 2013).

Verweerster vestigde op 8 juni 2015 aanslag artikel (...) op naam van eiser. Het betreft adres (...).

Het aanslagbiljet werd op 10 juli 2015 verzonden.

Het bezwaarschrift door een toenmalig raadsman staat gedateerd op 8 oktober 2015. De rechtbank heeft geen ontvangstmelding met datum van ontvangst.

Het bezwaaronderzoek kende zijn verloop, met daarbij ook een hoorzitting.

Het college van burgemeester en schepenen besliste op 16 november 2015 tot afwijzing ten gronde.

De beslissing werd aangezegd met een aangetekende brief van 21 december 2015.

Een raadsman legde op 18 maart 2016 ter griffie een verzoekschrift op tegenspraak neer. Een afschrift van vermelde beslissing is aan het gedinginleidend verzoekschrift gehecht.

...

Ten gronde

1. Verweerster had op 10 mei 2010 een brief naar eiser verzonden met volgende inhoud:

«Vroeger legde de gemeente een verhaalbelasting op bij de aanleg van nieuwe wegen. Deze verhaalbelasting is afgeschaft, in ruil vragen wij gratis grondafstand om binnen de rooilijn het project te kunnen realiseren.

«De opmetingskosten en kosten van de notariële akte zijn ten laste van de gemeente.

«Voor het verwijderen van eventuele afsluitingen, hagen e.d. zal een bijzondere vergoeding worden betaald aan de hand van de waardebepaling door een onafhankelijk studiebureau.

«Wij wijzen erop dat als u de verkoopbelofte niet wenst te ondertekenen, de gemeente zal overgaan tot gerechtelijke onteigening. Dit houdt in dat wij via gerechtelijke weg de aangeduide oppervlakte zullen onteigenen. U ontvangt dan via gerechtelijke weg een vergoeding, volgens schattingsverslag bepaald, voor uw te onteigenen eigendom, maar de gemeente zal via het gemeentelijk belastingreglement op de zate van de openbare wegen dat deel van uw eigendom belasten en deze vergoeding terug innen, inclusief de gerechtskosten. Wij houden ons er aan u hierover te informeren.»

2. Eiser wenste op deze brief niet in te gaan.

Verweerster dagvaardde eiser op 27 september 2011.

De vrederechter kende eiser een onteigeningsvergoeding toe ten bedrage van 11.153,61 euro in hoofdsom en toebehoren toe (vonnis van 7 februari 2012). Dit vonnis werd definitief.

3. Op 16 december 2013 voerde verweerster het hierboven vermelde belastingreglement voor aanslagjaar 2014 in. Het is als volgt gemotiveerd: «Gelet op de financiële noodwendigheden van de gemeente en op de elementaire beginselen van de rechtmatige verdeling van de baten en de lasten.»

Deze verhaalbelasting loopt over twintig jaar.

4. De bestreden aanslag dateert, zoals uiteengezet, van 8 juni 2015, met aanslagbiljet van 10 juli 2015.

Op verzoek van eiser werd hem meegedeeld dat de belasting uitgaat van 73.306,57 euro kosten voor de onteigening van in totaal vijf percelen grond, met voor 8.683 euro te zijnen laste terugvorderbaar bedrag (elektronisch bericht = e-mail van 28 augustus 2015).

5. Eiser voert schending van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel door de aanslag aan.

Het reglement bepaalt in zijn art. 2, § 2a met zoveel woorden dat de belasting niet van toepassing is op de eigenaars die zonder vergoeding de vereiste oppervlakte afstaan. Het bepaalt ook nog dat de belasting evenmin van toepassing is «voor de aangelande eigenaars wier eigendom niet reikt tot het midden van de wegzate, op voorwaarde dat zij gratis grondafstand doen aan de gemeente van hun eigendom binnen de rooilijn».

Zulks vormt reeds op zich een schending van de grondwettelijke gelijkheid. Het criterium tot belasten vindt immers zijn oorzaak in de subjectieve houding van de belastingplichtige, niet in een objectieve toestand. Bij de effectieve heffing bleken enkel de weigerende personen, onder wie te deze eiser, te worden belast aan de hand van bovenstaand onderscheid.

6. In de context van wat werd geschetst blijkt de (in de bestreden aanslag geconcretiseerde) heffing ook een uitvloeisel te zijn van machtsafwending door verweerster, louter bij wijze van represaille. (Enkel) wie niet toegeeft, wordt met andere woorden getroffen. Wie wel toegeeft, betaalt de belasting niet.

De verhaalbelasting blijkt immers louter te zijn ingevoerd om eiser en zijn mogelijke lotgenoten te treffen. Het blijkt dat de andere bewoners in dezelfde straat niet werden belast, hoewel zij eveneens voordeel haalden uit de straatwerken.

Een kunstmatig en niet geobjectiveerd onderscheid naar het «het meeste voordeel halen» veroorzaakt ook hier een niet-verantwoord onderscheid tussen wie wel en wie niet belastingplichtigen zijn. Het «meeste voordeel halen» wordt bij dit alles overigens nergens gedefinieerd.

7. Eiser werd voor het gegeven van de onteigening vergoed via het vonnis van de vrederechter. Zijn vergoeding wordt hem te dezen, via de omweg van de heffing te zijnen laste, afgenomen. Hij voert terecht aan dat de bestreden aanslag hem het voordeel van het hem grondwettelijk (art. 16 Gw.) en door art. 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij EVRM gewaarborgde genot van zijn eigendomsrecht ontneemt, zij het via een omweg.

Ten overvloede blijken de bedragen van de onteigeningsvergoeding en de totale later ingevoerde ten laste van eiser gelegde heffing bedragsmatig dicht in elkaars buurt te liggen.

Het reglement komt er overigens omzeggens «ronduit» (art. 3) voor uit dat de belasting erop gericht is de voor de onteigening betaalde vergoeding te compenseren ten laste van eiser en zijn lotgenoten.

8. Verweerster gaf in het belastingreglement niet op hoeveel de verhaalbelasting in haar geheel diende op te leveren ten laste van alle oeverbewoners. Dat gebeurde ook niet in of bij het aanslagbiljet.

In het elektronisch bericht van na de aanslag, en dit enkel op verzoek van eiser, werd toegegeven dat het er enkel om ging kosten van de wegeniswerken te recupereren van eiser (en zijn vier lotgenoten), maar niet van andere oeverbewoners.

Eiser heeft uit het aanslagbiljet, buiten het gevorderde bedrag, de opbouw van verhaalbare uitgaven niet kunnen opmaken. Dit is in strijd mat art. 4, § 2, 4o en § 3, 1o, derde lid van het decreet van 30 mei 2008.

De wet van 29 juli 1991 heeft hier niets mee te maken, omdat hier het decreet geldt en de beslissing van het college louter geldt als administratieve filter, alsmede omdat de rechtbank in eerste (rechterlijke) aanleg geadieerd is ter rechtstreekse beoordeling van de bestreden aanslag.

Noot: 

 

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 02/06/2018 - 20:28
Laatst aangepast op: ma, 04/06/2018 - 18:13

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.