-A +A

Geldigheid van het proefbeding na interimarbeid voor zelfde werkgever

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Arbeidshof
Plaats van uitspraak: Brussel
Datum van de uitspraak: 
vri, 06/03/2009
Publicatie
Uitgever: 
JURIDAT

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST GEWEZEN IN OPENBARE TERECHTZITTING VAN 6 MAART 2009.3de KAMER

In de zaak:

Mevrouw F. P.,
Tegen :
CASINOS AUSTRIA INTERNATIONAL HOLDING GMBH, vennootschap naar Oostenrijks recht, met zetel gevestigd te 1000 Brussel, Duquesnoystraat, 14,

Na beraadslaging, velt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest :

Gelet op de stukken van de rechtspleging, meer bepaald op :

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis op tegenspraak gewezen door de Arbeidsrechtbank te Brussel (4de kamer) op 4 februari 2008;
- het verzoekschrift tot hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 4 april 2008;
- de besluiten voor geïntimeerde neergelegd ter griffie van dit Hof op 4 juli 2008;
- de besluiten voor appellante neergelegd ter griffie van dit Hof op 8 september 2008;
- de voorgelegde stukken;

Gehoord partijen in hun middelen en beweringen op de openbare terechtzitting van 6 februari 2009, waarna de debatten gesloten werden en de zaak in beraad genomen werd.

1. FEITEN EN RECHTSPLEGING.

Mevrouw P. werkte van 31 oktober 2005 tot en met 30 december 2005 als interim-kracht voor GMBH Casinos Austria International holding (hierna afgekort als Casinos Austria) via Adecco Personnel Services.

Daaropvolgend werd zij door Casinos Austria met ingang van 2 januari 2006 aangeworven als marketing bediende; in de arbeidsovereenkomst, opgemaakt op 28 december 2005, werd een proefbeding van 6 maanden opgenomen.

Op 9 mei 2006 werd deze arbeidsovereenkomst beëindigd met uitbetaling van een opzeggingsvergoeding van 7 dagen.

Bij schrijven van de vakorganisatie van mevrouw P. van 17 juli 2006 werd een aanvullende opzeggingsvergoeding op basis van 3 maanden gevraagd, met verwijzing naar rechtspraak die oordeelt dat na een interim-tewerkstelling voor dezelfde functie een proefbeding geen bestaansreden heeft en ongeldig zou zijn.

Casinos Austria verwees daarop naar andersluidende rechtspraak die de geldigheid van het proefbeding wel aanvaardt en ze betwistte de vordering van mevrouw P..

Partijen kwamen niet tot overeenstemming en op 9 maart 2007 dagvaardde mevrouw P. Casinos Austria voor de arbeidsrechtbank te Brussel in betaling van een aanvullende opzeggingsvergoeding van euro 6.680,26, feestdagenloon van euro 92,31 en vakantiegeld hierop van euro 14,16 en in de afgifte van de aangepaste sociale en fiscale documenten onder verbeurte van een dwangsom; tijdens de procedure werd het feestdagenloon en het vakantiegeld hierop uitbetaald.

Bij vonnis van de arbeidsrechtbank te Brussel van 4 februari 2008 werd de vordering, behoudens de afgifte van de juiste sociale en fiscale documenten, afgewezen als zijnde ontvankelijk doch ongegrond omwille van het geldige proefbeding.
De gerechtskosten werden ten laste van mevrouw P. gelegd.

Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen op de griffie van het arbeidshof te Brussel op 4 april 2008, tekende mevrouw P. hoger beroep aan en
hernam ze haar oorspronkelijke vordering in verband met de opzeggingsvergoeding; tevens vorderde ze de betaling van de gerechtskosten.

2. BEOORDELING.
Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hoger beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is derhalve ontvankelijk.

2.1 Is het proefbeding geldig?

Mevrouw P. verwijst naar rechtspraak die stelt dat een proefbeding de geschiktheid van een werknemer beoogt na te gaan, zodat een proefbeding niet kan aanvaard worden wanneer de werknemer vooraf reeds éénzelfde functie voor de werkgever had uitgeoefend.

Artikel 67 §1 van de arbeidsovereenkomstenwet bepaalt :

De arbeidsovereenkomst kan een beding van proeftijd bevatten. Op straffe van nietigheid moet dat beding voor iedere bediende afzonderlijk schriftelijk worden vastgesteld, uiterlijk op het tijdstip waarop de bediende in dienst treedt.

De verwijzing naar de indiensttreding houdt in dat het uitoefenen van een zelfde functie voor de werkgever maar kan gelden als bezwaar voor een proefbeding, wanneer het gaat over een indiensttreding bij dezelfde werkgever.

Bij uitzendarbeid wordt weliswaar een deel van het werkgeversgezag uitgeoefend door de gebruiker, maar het werkgeverschap komt toe aan het uitzendbureau, daar de arbeidsovereenkomst tussen uitzendkracht en uitzendbureau wordt afgesloten.

Ongeacht de complementariteit vanuit het oogpunt van de uit te oefenen werkzaamheid, vormen een uitzendbureau en de gebruiker niet dezelfde economische exploitatie-eenheid, omdat uitzendarbeid essentieel gericht is op een tijdelijke tewerkstelling; in deze zaak was de duur van de uitzendarbeid bovendien korter dan de toegelaten duur van een proefperiode, zodat hier op geen enkele wijze kan worden voorgehouden dat de finaliteit van een proefbeding in het gedrang zou zijn gebracht (vgl. M. Demedts, Het beding van proeftijd bij verandering van werkgever, RABG 2007, 69).

Hieruit volgt dat, wanneer de gebruiker bij een regelmatige uitzendovereenkomst nadien dezelfde arbeidskracht zelfstandig aanwerft, dit een andere indiensttreding betreft, zodat er een beding van proeftijd in de nieuwe arbeidsovereenkomst kan worden opgenomen mits dit voldoet aan de voorwaarden van artikel 67 (Arbh. Brussel, 16 oktober 2007, J.T.T. 2008, 125).

Weliswaar wil mevrouw P. hiertegenover het arrest van het arbeidshof Luik van 23 januari 2007 ( J.T.T. 2007, 201) stellen omdat in dit arrest gezegd wordt dat een overeenkomst en dus ook het proefbeding een geoorloofd voorwerp en een geoorloofde oorzaak moeten hebben, wat niet het geval zou zijn wanneer
de werknemer voorafgaandelijk als interim-kracht een zelfde functie zou hebben uitgeoefend.

Nochtans wijst ook dit arrest op het feit dat de rechtspraak en rechtsleer de geldigheid van een dergelijk proefbeding in de regel aanvaarden omdat het uitzendbureau en de nadien aanwervende werkgever verschillende entiteiten zijn. Hiervan kan afgestapt worden wanneer de interim-arbeid oneigenlijk gebruikt wordt; immers artikel 21 van de wet van 24 juli 1987 bepaalt dat tijdelijke arbeid maar toegelaten is binnen de termen van artikel 1 van deze wet en dat anders ingevolge artikel 20 van de wet de gebruiker en de interim-kracht beschouwd worden als verbonden door een arbeidsovereenkomst.

Volgens artikel 1 van de wet van 24 juli 1987 is tijdelijke arbeid maar mogelijk wanneer het gaat om de vervanging van een vaste werknemer of over arbeid, die beantwoordt aan een tijdelijke vermeerdering van werk die zorgt voor de uitvoering van uitzonderlijk werk.

In huidige zaak bevestigen partijen ter zitting dat er geen betwisting meer is over de regelmatigheid van het interim-werk van 31 oktober 2005 tot 30 december 2005 ( zie overigens stuk 5 van de werkgever).

Er is dus geen oneigenlijk gebruik van de interim-arbeid, zodat ook in het licht van het door appellante aangehaalde arrest van het arbeidshof Luik het proefbeding geldig is.

Het hoger beroep is dan ook ongegrond.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 08/11/2009 - 18:37
Laatst aangepast op: vr, 15/01/2010 - 17:58

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.