-A +A

Handelshuur toepassingsgebied Interimkantoor

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 09/02/2012
A.R.: 
C.12.0538.N

De huur van onroerende goederen waarin een handelaar een activiteit uitoefent bestaande uit het leveren van diensten, valt onder de toepassing van de Handelshuurwet als de huurder in hoofdzaak zijn diensten in het klein verstrekt aan het publiek en dit gebeurt in het gehuurde pand.

Een interimkantoor, waarvan de hoofdactiviteit bestaat in het bemiddelen voor uitzendarbeid, is een tussenschakel tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt; het levert als dienstverlener economische prestaties die zowel in het voordeel zijn van de werkgevers als van de werknemers.

et huurcontract van een interimkantoor dat voor het realiseren van zijn omzet afhangt van het contact met het publiek, de potentiële werknemers, dat naar hem toekomt in het gehuurde pand, valt onder de Handelshuurwet; de omstandigheid dat het uitzendbureau en de uitzendkracht op grond van de artikelen 7 en 8 Uitzendarbeidswet gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid en dat artikel 24, tweede lid, van dezelfde wet niet toelaat dat het uitzendbureau van de uitzendkracht direct of indirect een financiële bijdrage vordert, doet hieraan geen afbreuk.

 

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2016/16
Pagina: 
1193
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(H.S. BVBA / R.S. NV - Rolnr.: 2013/14)

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van koophandel te Mechelen van 11 februari 2010.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft op 19 januari 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. Cassatiemiddel
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. Beslissing van het Hof
Beoordeling
1. Krachtens artikel 1 is de handelshuurwet van toepassing op de huur van onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen die, hetzij uitdrukkelijk of stilzwijgend vanaf de ingenottreding van de huurder, hetzij krachtens een uitdrukkelijke overeenkomst van partijen in de loop van de huur, door de huurder of de onderhuurder in hoofdzaak gebruikt worden voor het uitoefenen van een kleinhandel of voor het bedrijf van een ambachtsman die rechtstreeks in contact staat met het publiek.

2. De huur van onroerende goederen waarin een handelaar een activiteit uitoefent bestaande uit het leveren van diensten, valt onder de toepassing van de handelshuurwet als de huurder in hoofdzaak zijn diensten in het klein verstrekt aan het publiek en dit gebeurt in het gehuurde pand.

3. Een interimkantoor, waarvan de hoofdactiviteit bestaat in het bemiddelen voor uitzendarbeid, is een tussenschakel tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Het levert als dienstverlener economische prestaties die zowel in het voordeel zijn van de werkgevers als van de werknemers.

4. Het huurcontract van een interimkantoor dat voor het realiseren van zijn omzet afhangt van het contact met het publiek, te dezen de potentiële werknemers, dat naar hem toekomt in het gehuurde pand, valt onder de handelshuurwet.

5. De omstandigheid dat het uitzendbureau en de uitzendkracht op grond van de artikelen 7 en 8 uitzendarbeidswet gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid en dat artikel 24, tweede lid van dezelfde wet niet toelaat dat het uitzendbureau van de uitzendkracht direct of indirect een financiële bijdrage vordert, doet hieraan geen afbreuk.

Het middel dat uitgaat van het tegendeel, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 509,69 EUR.

PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE
_____
C.10.0620.N
Conclusie van advocaat-generaal Dubrulle:

1. Het vonnis verklaart de vordering van de verweerster tot hernieuwing van de handelshuurovereenkomst van 7 mei 1999 met de eiseres, m.b.t. een pand waarin de eiseres een interimkantoor of uitzendbureau uitbaatte, ongegrond, doch veroordeelt de eiseres tot het betalen van een uitzettingsvergoeding.

De eiseres betwistte, spijts de titel "Handelshuurovereenkomst", dat de overeenkomst onderworpen was aan de Handelshuurwet, daar uit de feiten bleek dat ze niet voldeed aan de voorwaarden van deze wet, op grond dat het pand niet gebruikt werd voor het uitoefenen van een kleinhandel, wat een rechtstreeks contact met het cliënteel veronderstelt, terwijl de werknemers of uitzendkrachten die voor private arbeidsbemiddeling beroep doen op een interimkantoor niet als cliënten van dat kantoor of publiek in de zin van artikel 1 van de wet kunnen beschouwd worden. De eiseres besloot dat ze dus niet tot het betalen van een uitzettingsvergoeding op grond van deze wet kon veroordeeld worden.

Het vonnis oordeelt, op grond van een ruime interpretatie van het begrip "contact met het publiek", dat het interimkantoor wel aan deze voorwaarde voldoet.

2. Het cassatiemiddel handhaaft de tegengestelde, voor de rechtbank verdedigde, opvatting van de eiseres en gaat uit van de definitie van het uitzendbureau en van de uitzendkracht in artikel 7 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid, om te besluiten dat haar kantoor niet voldoet aan de voorwaarde van artikel 1 van de Handelshuurwet, namelijk "gebruikt worden voor het uitoefenen van een kleinhandel (...) die rechtstreeks in contact staat met het publiek". Het voert dus schending aan van, ondermeer, deze bepalingen.

3. Ik meen dat het middel, in zoverre, naar recht faalt.

Krachtens artikel 1 van de Handelshuurwet zijn de bepalingen van deze afdeling van toepassing op de huur van onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen die, hetzij uitdrukkelijk of stilzwijgend vanaf de ingenottreding van de huurder, hetzij krachtens een uitdrukkelijke overeenkomst van partijen in de loop van de huur, door de huurder of de onderhuurder in hoofdzaak gebruikt worden voor het uitoefenen van een kleinhandel of voor het bedrijf van een ambachtsman die rechtstreeks in contact staat met het publiek.

Het Hof heeft, bij arrest van 29 november 2001(1), bevestigd dat de Handelshuurwet alleen de bescherming van de handelszaak van de kleinhandelaars en ambachtslieden die rechtstreeks in contact staan met het publiek tot doel heeft.

In de (in de toelichting geciteerde) arresten van 22 februari 1980(2) en 2 maart 1989(3) was reeds gesteld dat de huur van onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen waarin een handelaar een activiteit uitoefent bestaande uit het leveren van prestaties, leidt tot de toepassing van de Handelshuurwet indien de betrokkene in hoofdzaak zijn prestaties in het klein verstrekt aan het publiek en dit gebeurt in het gehuurde pand. Niet alleen de verkoop in het klein is kleinhandel maar ook de levering van prestaties valt onder het toepassingsgebied van de wet(4). Deze rechtspraak dient in zijn bepaalde context te worden begrepen.

4. Thans lijkt me de vraag of de huurder, in dezen, in het pand prestaties verstrekt aan het publiek te moeten beantwoord worden aan de hand van een economische analyse van zijn activiteit.

In deze zaak rijst dus de precieze vraag of een interimkantoor een kleinhandel is die rechtstreeks in contact staat met het publiek. Indien dit het geval is, kan de beslissing van de appelrechters dat de huurovereenkomst valt onder het toepassingsgebied van de Handelshuurwet overeind blijven.

Een uitzendbureau is, volgens de definitie van 7.1° van de wet van 24 juli 1987, "de onderneming waarvan de activiteit erin bestaat uitzendkrachten in dienst te nemen, om hen ter beschikking te stellen met het oog op de uitvoering van een bij of krachtens hoofdstuk I van deze wet toegelaten tijdelijke arbeid".

Het is een schakel tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Het levert prestaties die een voordeel verlenen, zowel voor de werknemers (bv. het "bemiddelen", het sluiten van een arbeidsovereenkomst met het uitzendbureau, hetgeen wettelijk verplicht is) als voor de werkgevers, de "klanten" in een strikte betekenis. De door de eiseres als argument aangehaalde omstandigheid dat door het uitzendbureau in geen geval van de uitzendkracht direct of indirect een financiële bijdrage kan worden gevorderd, sluit niet uit dat zowel de werknemers als de werkgevers de potentiële "klanten" zijn van het uitzendbureau. De ligging ervan zal wellicht belangrijk zijn (bv. op een centrale plaats in een centrumstad met werkzoekenden), zodat de toepassing van de Handelshuurwet verantwoord is. De tevens in het middel bedoelde omstandigheid dat het uitzendbureau en de uitzendkracht op grond van de artikelen 7 en 8 van de wet van 24 juli 1987 gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid doet hieraan evenmin afbreuk.

Weliswaar kan het publiek dat het als interimbureau gehuurde kantoor bezoekt niet als een cliënteel in de traditionele economische betekenis opgevat worden, dit zijn potentiële kopers of gebruikers van diensten. Maar als, in de praktijk, dit interimbureau op dat publiek van werknemers, die hieruit ook een economisch voordeel halen, aangewezen is om deze dienst te verlenen aan de werkgevers die hem hiervoor betalen, dan spoort dit toch wel met een hedendaagse economische opvatting, die ruimer is dan in 1951.

5. Het huurcontract van een uitzendbureau, dat voor het realiseren van zijn omzet afhangt van het contact met het publiek, in casu de potentiële werknemers, die naar hem toekomen in het gehuurde pand, valt dus onder het toepassingsgebied van de Handelshuurwet.

6. In zoverre de overige aangevoerde wetschendingen enkel zijn afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van de Handelshuurwet is het middel niet ontvankelijk.

7. Conclusie: verwerping.
______________
(1) AR C.98.0064, AC 2001, nr. 654, met concl. van het O.M.
(2) AC 1979-80, 753.
(3) AR 6216, AC 1988-89, nr. 375; zie N. VERHEYDEN-JEANMART, "Le champ d'application de la loi", in 50 Jaar toepassing van de Handelshuurwet, Brugge, die Keure, 2002, 22-25.
(4) Zie A. PAUWELS en M-T. VRANKEN, "Artikel 1 Handelshuurwet" in Commentaar Bijzondere Overeenkomsten, p.7, nr. 8.
 

Noot: 

• Rechtskundig Weekblad [RW] BLOCKX, Frederic; Noot ''Afhankelijke' handelszaken: tot waar reikt de Handelshuurwet?' 2015-16, nr. 23, p. 898-903.
• Tijdschrift voor Bouwrecht en Onroerend Goed [TBO] VANHOVE, Kristof; Noot 'Toepassingsgebied van de Handelshuurwet: de winkel-in-winkel' 2014, nr. 4, p. 204-208.
• Tijdschrift voor Belgisch Burgerlijk Recht [TBBR] SAMYN, Ingmar; Noot 'Winkel-in-winkel bij handelshuur. Cassatie trekt de teugels aan voor het bewijs van eigen cliënteel' 2014, nr. 9, p. 462-466.

• P.A. Foriers, Geen handelshuur zonder eigen cliënteel, NJW 2014/310, 795TBO 2014, 305,
• noot K. Vanhove TBBR 2014, 463
• F. Blockx, Cass. 20 maart 2014 RW 2015-2016,898
• B. Louveaux, Le droit du bail commercial, Brussel, Larcier, 2011, p. 154-155, nr. 175

• Vrederechter te Charleroi (I) (8 september 1981, JT 1981, 676, Alhier oordeelde de rechter dat zelfs de handelszaak in een gallerij niet onder de handelshuur valt. 
• Cassatie, 2 maart 1989, Arr.Cass. 1988-89, 761, Pas. 1989, I, 682, RW 1989-90, 512
• Cass.fr. 27 november 1991 (90-15177), Bull.civ. 1991, III, nr. 289, p. 170 en JCP 1992, N, 158
• Cass.fr. (civ. 3) 19 januari 2005 (03-15283), Bull.civ. 2005, III, nr. 10, p. 8
• Rb. Tongeren 30 maart 1987, hoger beroep tegen Vred. Genk 19 maart 1985 bevestigt, T.Vred. 1988, 45,
• Vred. Brugge (III) 17 april 1987, RW 1982-83, 376

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 13/07/2017 - 14:30
Laatst aangepast op: do, 13/07/2017 - 14:32

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.