-A +A

Handelshuurhernieuwing beoordeling rechter over modaliteiten en huurprijs

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 10/12/2015
A.R.: 
C.13.0463.N

Uit de bepalingen van artikel 18 en 19, eerste lid, Handelshuurwet volgt dat het, binnen de perken van de aanspraken van partijen, aan de rechter behoort om, bij onenigheid tussen de huurder en de verhuurder omtrent de modaliteiten van de huur, deze modaliteiten in hun plaats naar billijkheid te bepalen en dat, wanneer de onenigheid de gevraagde huurprijs betreft, de rechter onder meer rekening dient te houden met de prijs die in de wijk, de agglomeratie of de streek gewoonlijk wordt gevraagd voor vergelijkbare onroerende goederen.

De bepaling van de huurprijs bij huurhernieuwing vereist aldus, bij onenigheid, een actief optreden van de rechter, die, zo nodig, een deskundigenonderzoek gelast ter inzameling van de dienstige beoordelingselementen; de rechter vermag hierbij de door de verhuurder gevraagde aanpassing van de huurprijs niet te verwerpen op de enkele grond dat deze geen voldoende concrete elementen aanbrengt die de gevraagde aanpassing rechtvaardigen.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2016/16
Pagina: 
1238
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(D.C. / B.R. BVBA - Rolnr.: C.13.0463.N)

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge van 22 maart 2013.

Afdelingsvoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. Cassatiemiddel
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan.

III. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Eerste onderdeel
1. Krachtens artikel 18 handelshuurwet wendt de huurder, indien uit het in artikel 14 bedoelde antwoord blijkt, dat de verhuurder de hernieuwing afhankelijk stelt van voorwaarden betreffende de huurprijs, de bijdrage in de lasten, de wijze van genot of andere modaliteiten van de huur, en indien omtrent die voorwaarden onenigheid blijft bestaan, zich, op straffe van verval, tot de rechter binnen 30 dagen na het antwoord van de verhuurder. De rechter doet uitspraak naar billijkheid.

Krachtens artikel 19, eerste lid handelshuurwet houdt de rechter, indien de onenigheid de door de verhuurder gevraagde huurprijs betreft, onder meer rekening met de prijs die in de wijk, de agglomeratie of de streek gewoonlijk wordt gevraagd voor vergelijkbare onroerende goederen, gedeelten van onroerende goederen of lokalen, en eveneens, in voorkomend geval, met de bijzondere aard van de gedreven handel, en het voordeel door de huurder getrokken uit de gehele of gedeeltelijke onderverhuring van de lokalen.

2. Uit deze bepalingen volgt dat het, binnen de perken van de aanspraken van partijen, aan de rechter behoort om, bij onenigheid tussen de huurder en de verhuurder omtrent de modaliteiten van de huur, deze modaliteiten in hun plaats naar billijkheid te bepalen en dat, wanneer de onenigheid de gevraagde huurprijs betreft, de rechter onder meer rekening dient te houden met de prijs die in de wijk, de agglomeratie of de streek gewoonlijk wordt gevraagd voor vergelijkbare onroerende goederen.

De bepaling van de huurprijs bij huurhernieuwing vereist aldus, bij onenigheid, een actief optreden van de rechter, die, zo nodig, een deskundigenonderzoek gelast ter inzameling van de dienstige beoordelingselementen. De rechter vermag hierbij de door de verhuurder gevraagde aanpassing van de huurprijs niet te verwerpen op de enkele grond dat deze geen voldoende concrete elementen aanbrengt die de gevraagde aanpassing rechtvaardigen.

3. De appelrechters die oordelen dat om te kunnen ingaan op de vraag tot aanpassing van handelshuurvoorwaarden, zoals de huurprijs, voldoende concrete elementen moeten worden aangebracht die de aanpassing van de huurprijs rechtvaardigen, dat de eiseres nalaat dit te doen, en dat, bij gebrek aan precieze en concrete gegevens ter vergelijking van de geïndexeerde contractuele huurwaarde met de gevraagde huurprijs, het niet aan de rechtbank behoort desbetreffend een deskundige aan te wijzen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is in zoverre gegrond.

Overige grieven
4. De overige grieven kunnen niet leiden tot ruimere cassatie.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het oordeelt tussen partijen.

(…)

 

Noot: 

Coppens, A., « De nieuwe huurprijs bij handelshuurherziening », R.A.B.G., 2016/16, p. 1235-1237

Tijdschrift voor Bouwrecht en Onroerend Goed [TBO] PARMENTIER, Pieter; Noot 'De gerechtelijke huurprijs bij handelshuurhernieuwing' 2016, nr. 5, p. 421-429.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 13/07/2017 - 16:20
Laatst aangepast op: do, 13/07/2017 - 16:20

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.