-A +A

Lasthebber ad hoc - aanwending rechtsmiddelen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 06/09/2016
A.R.: 
P.16.0052.N

Wanneer, ingeval tegen een rechtspersoon en tegen degene die bevoegd is om hem te vertegenwoordigen een strafvordering wordt ingesteld wegens dezelfde of samenhangende feiten, door de rechtbank een lasthebber ad hoc is aangewezen om de rechtspersoon te vertegenwoordigen, is overeenkomstig artikel 2bis Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering deze laatste uitsluitend bevoegd om namens de rechtspersoon als beklaagde rechtsmiddelen, met inbegrip van cassatieberoep, aan te wenden tegen de beslissingen over de tegen deze rechtspersoon ingestelde strafvordering en over de gelijktijdig aanhangige burgerlijke rechtsvorderingen als accessorium van die strafvordering, alsook om afstand te doen van de tegen die beslissingen ingestelde rechtsmiddelen.

Wanneer, ingeval tegen een rechtspersoon en tegen degene die bevoegd is om hem te vertegenwoordigen een strafvordering wordt ingesteld wegens dezelfde of samenhangende feiten, door de rechtbank een lasthebber ad hoc is aangewezen om de rechtspersoon te vertegenwoordigen, is overeenkomstig artikel 2bis Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering deze laatste uitsluitend bevoegd om namens de rechtspersoon als beklaagde rechtsmiddelen, met inbegrip van cassatieberoep, aan te wenden tegen de beslissingen over de tegen deze rechtspersoon ingestelde strafvordering en over de gelijktijdig aanhangige burgerlijke rechtsvorderingen als accessorium van die strafvordering, alsook om afstand te doen van de tegen die beslissingen ingestelde rechtsmiddelen.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2017/1
Pagina: 
51
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(RTS BVBA, S.F.W.R. / S.D., G.D., L.D., D.S. BVBA, N.D. - Rolnr.: P. 16.0052.N)

(Advocaat: Mr. J. Goethals)

I. Rechtspleging voor het Hof
De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 17 december 2015.

De eisers 1 en 2 voeren in een memorie grieven aan.

De eisers doen afstand van hun cassatieberoep in zoverre het gericht is tegen de beslissing over de door de verweerder 5 ingestelde burgerlijke rechtsvordering.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Afstand door de eiseres 1
1. Wanneer, ingeval tegen een rechtspersoon en tegen degene die bevoegd is om hem te vertegenwoordigen een strafvordering wordt ingesteld wegens dezelfde of samenhangende feiten, door de rechtbank een lasthebber ad hoc is aangewezen om de rechtspersoon te vertegenwoordigen, is overeenkomstig artikel 2bis Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering deze laatste uitsluitend bevoegd om namens de rechtspersoon als beklaagde rechtsmiddelen, met inbegrip van cassatieberoep, aan te wenden tegen de beslissingen over de tegen deze rechtspersoon ingestelde strafvordering en over de gelijktijdig aanhangige burgerlijke rechtsvorderingen als accesso­rium van die strafvordering, alsook om afstand te doen van de tegen die beslissingen ingestelde rechtsmiddelen.

2. Uit de beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen gewezen met toepassing van artikel 584 Gerechtelijk Wetboek, blijkt dat mr. S.V., lasthebber ad hoc van de eiseres 1, van haar mandaat werd ontslagen en de eiseres 1 werd toegelaten zelf cassatieberoep in te stellen. Hieruit volgt dat de opheffing van het mandaat van de lasthebber ad hoc alleen betrekking had op het instellen van het cassatieberoep, maar dat alle procedurehandelingen die volgen op het cassatieberoep, daarin begrepen de afstand van dit rechtsmiddel, door de lasthebber ad hoc moeten worden verricht.

De afstand die niet werd gedaan door de lasthebber ad hoc, kan niet worden verleend.

Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
3. Het arrest stelt de afhandeling van de burgerlijke rechtsvorderingen van de verweerders 1 tot 4 onbepaald uit. Aldus bevat het arrest geen eindbeslissing en doet het geen uitspraak in één der gevallen bedoeld in artikel 420, tweede lid Wetboek van Strafvordering.

In zoverre ook tegen die beslissing gericht, zijn de cassatieberoepen voorbarig, mitsdien niet ontvankelijk.

Ontvankelijkheid van de memorie
4. Uit de beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen gewezen met toepassing van artikel 584 Gerechtelijk Wetboek, blijkt dat mr. S.V., lasthebber ad hoc van de eiseres 1, van haar mandaat werd ontslagen en de eiseres 1 werd toegelaten zelf cassatieberoep in te stellen. Hieruit volgt dat de opheffing van het mandaat van de lasthebber ad hoc alleen betrekking had op het instellen van het cassatieberoep, maar dat alle procedurehandelingen die volgen op het cassatieberoep, daarin begrepen het indienen van een memorie in cassatie, door de lasthebber ad hoc moeten worden verricht.

5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de door mr. G. ondertekende memorie, werd ingediend namens de lasthebber ad hoc.

In zoverre de memorie werd ingediend namens de eiseres 1, is ze niet ontvankelijk.

(…)

Dictum

Het Hof,

(…)

Noot: 

Waeterinckx, P., « Het aanwenden van rechtsmiddelen voor de rechtspersoon door de lasthebber ad hoc, een verdere verfijning van de rechtspraak van het Hof van Cassatie », R.A.B.G., 2017/1, p. 53-58

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 17/07/2017 - 13:52
Laatst aangepast op: ma, 17/07/2017 - 13:52

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.