-A +A

Morele schade voor verlies van een kind dat niet meer samenwoont met ouders

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
maa, 28/11/2011

De morele schade van een kind dient in concreto begroot. De indicatieve tabel is hierbij een loutere aanwijzing. Er kan rekening gehouden met het feit dat het kind niet meer bij de ouders inwoont, al heeft dit enkel invloed op de relationele band en niet op de genegenheidsband. Verder dient rekening gehouden hoelang het kind reeds afzonderlijk woont en hoe dicht het bij de ouders is blijven wonen.

Bij wijze van morele schadevergoeding is aan elke ouder 10.000 euro toegekend voor een niet inwonend kind dat sedert 3 maand afzonderlijk was gaan wonen met een partner in de onmiddellijke buurt van de ouders. 

Publicatie
tijdschrift: 
Tijdschrift van de Politierechters
Uitgever: 
die Keure
Jaargang: 
2012
Pagina: 
28
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

 

Indicatieve tabel – voorzichtige “normering”

De indicatieve tabel, opgesteld om tegemoet te komen aan een behoefte aan een bepaalde mate van normering van vergelijkbare vergoedingssommen (D. Simoens, “beschouwingen over de schadeloosstelling voor welzijnsverlies, tevens aanleiding tot de vraagstelling: integrale genormeerde of forfaitaire schadeloosstelling?” in “De nieuwe indicatieve tabel” Larcier 2001,103) vormt daarbij enkel een aanbeveling, geen bindend voorschrift, en een hulpmiddel waaraan de partijen en de rechters hun zienswijzen, respectievelijk beoordelingen, kunnen toetsen.

Indicatieve tabel – geen onderlinge vergelijking maar concrete beoordeling

In het bijzonder wat betreft de delicate menselijke schade die betrekking heeft op de morele band tussen de overledene en zijn of haar familieleden, stipuleert de tabel uitdrukkelijk dat de voorgestelde bedragen onderling niet mogen worden vergeleken en dat zij kunnen worden verhoogd of verminderd, rekening houdend met speciale en concrete omstandigheden.

 

Hoezeer ook uit menselijk en psychologisch oogpunt begrip kan worden opgebracht voor de wens tot vergelijking van toekomende vergoedingen aan verschillende slachtoffers, neemt dit niet weg dat die schadevergoeding uitsluitend mag worden begroot in functie van het door de slachtoffers (in casu de ouders) zelf in concreto, ondergane leed en niet in functie van de regeling inzake een andere schade van een andere schadelijder die zich bovendien in een verschillende positie bevond.

Jonge volwassen kinderen die niet meer bij ouders wonen

Het onderscheid dat in de indicatieve tabel wordt gemaakt tussen een inwonend en een niet-inwonend kind dient met de meeste omzichtigheid te worden tegemoet getreden. Dit criterium mag op zichzelf niet automatisch leiden tot een lagere schadevergoeding.

Kinderen die gaan samenwonen met een levenspartner

Het kan geenszins als algemene gang van zaken worden voorgesteld dat de genegenheid tussen ouders en kinderen zou afnemen eens het kind zijn eigen leven gaat leiden, alleen wonen of samenwonen met een levenspartner.

Verschil relationele band met genegenheid

Wel kan worden gesteld dat de relationele band, die onderscheiden is van genegenheid, veelal minder intens wordt naargelang het rechtstreeks contact, dat voortvloeit uit het met elkaar samenwonen minder intens wordt. Vanuit dit oogpunt komt het verantwoord voor om rekening te houden met de tijdspanne die verstreken is sedert de samenwoning met de ouders eindigde, maar ook met andere factoren zoals de leeftijd van het slachtoffer, alsook de intensiteit van de contacten tussen de familieleden, die onder meer kan blijken uit de afstand waarop zij van elkaar wonen.

Zeer recente samenwoonst

Te dezen is de rechtbank van oordeel dat rekening dient gehouden te worden met het gegeven dat het slachtoffer bij haar overlijden slechts 22 jaar oud was, dat zij pas sedert drie maanden met haar vriend was gaan samenwonen na voordien bij haar moeder te hebben gewoond.

Nabijheid overleden kind en ouders

Te dezen dient ook weerhouden dat het slachtoffer slechts 11,5 km afstand van haar vader en 7A8 km afstand van haar moeder woonde, waaruit in redelijkheid mag worden afgeleid dat er tot aan het ongeval nauw contact moet zijn gebleven.

 

In deze context dient aangenomen te worden dat de morele schade die de ouders hebben geleden voor het overlijden van hun kind, slechts in beperkte mate wordt beïnvloed door de omstandigheid dat zij niet meer met hen samen woonde.

 

Gelet op wat voorafgaat is de rechtbank van oordeel dat de vergoeding voor morele schade dient begroot te worden € 10.000 voor elk van beide ouders.

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 12/09/2017 - 08:08
Laatst aangepast op: di, 12/09/2017 - 08:08

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.