-A +A

Na herroeping collectieve schuldenregeling kan onmiddellijk nieuwe schuldenregeling gevraagd indien er nog geen minnelijke aanzuiveringsregeling was

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Arbeidshof
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
woe, 26/03/2014
A.R.: 
2014/AA/38

Indien de collectieve schuldenregeling herroepen wordt, kan de sanctie om gedurende vijf jaar geen nieuwe aanvraag te mogen doen overeenkomstig artikel 1675/2 Ger. W. enkel toegepast worden indien er reeds een aanzuiveringsregeling (minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling) werd opgelegd.
 

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

X, wonende te

tegen:

1. Mr. X, schuldbemiddelaar, met kantoor te 2000 ANTWERPEN,

aanwezig ter zitting,

2. X, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

3. X, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

4. X, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

5. X, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

6. X, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

7. X, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

8. X, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

9. X, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

10. X, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

11. X, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

12. X, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

13. X, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

14. X, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

15. X, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

16. X, schuldeiser, P/A

17. X, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

18. X, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

19. X, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

20. X, schuldeiser, wonende te 2000 ANTWERPEN,

2 tot en met 20, niet aanwezig ter zitting.

 

Het hoger beroep is gericht tegen het vonnis van 17 december 2013 van de arbeidsrechtsbank Antwerpen.

Het arbeidshof past de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken toe.

 

1. PROCEDUREVOORGAANDEN

De heer X diende op 19 oktober 2012 op de griffie van de arbeidsrechtbank Antwerpen een verzoek in tot het bekomen van een collectieve schuldenregeling. Op 30 oktober 2012 diende hij een aanvullend verzoekschrift in.

Bij beschikking van de arbeidsrechtbank Antwerpen van 9 november 2012 werd het verzoek toelaatbaar verklaard en werd mr. X aangesteld als schuldbemiddelaar.

Op 11 september 2013 werd vanwege de schuldbemiddelaar ter griffie van de arbeidsrechtbank Antwerpen een verzoek tot herroeping van de collectieve schuldenregeling neergelegd.

De schuldbemiddelaar steunde zijn verzoek op volgende vaststellingen:
- de heer X kwam zijn verplichtingen niet na: sinds de opstart van de collectieve schuldenregeling is de heer X werkloos zonder recht op een werkloosheidsuitkering noch een leefloon; ondanks dat de heer X door de schuldbemiddelaar verscheidene malen verzocht werd om actief op zoek te gaan naar een nieuwe tewerkstelling en hem tweemaandelijks hiervan de bewijzen te bezorgen, mocht de schuldbemiddelaar nog geen enkel bewijsstuk ontvangen; daar het ondenkbaar mag worden geacht dat de heer X en zijn echtgenote enkel kunnen leven van de kinderbijslag, verzocht de schuldbemiddelaar hem meermaals om een toelichting, echter tot op heden zonder resultaat;
- er bestaat een totaal gebrek aan communicatie tussen de schuldbemiddelaar en de heer X;
- de heer X heeft onrechtmatig zijn lasten verhoogd of zijn baten verminderd door bijkomende boedelschulden te maken ten bedrage van 1350 euro (huur) en 571 euro (ZNA).

Het hof stelt vast dat op de inventaris van het dossier van de arbeidsrechtbank Antwerpen als stuk 25 de beschikking van niet toelaatbaarheid staat ingeschreven, die op 17 december 2013 werd uitgesproken lastens de echtgenote van de heer X, nl. mevrouw X.

Met een vonnis van 17 december 2013 van de arbeidsrechtbank Antwerpen werd de collectieve schuldenregeling van de heer X herroepen in toepassing van artikel 1675/15 §1, 2° en 3° Ger.W. De argumenten van de schuldbemiddelaar werden immers bijgetreden door de arbeidsrechtbank Antwerpen. De arbeidsrechtbank stelde bovendien vast dat de heer X en zijn echtgenote beiden eigenaar zijn van een onroerend goed dat verhuurd wordt aan de prijs van 1.000 euro en dat aangezien de precaire staat van dit pand en het feit dat er geen huurovereenkomst desbetreffend wordt voorgelegd, de schuldbemiddelaar ter zake diende te bemiddelen tussen de schuldenaars en de huurders.

Tegen dit vonnis gaat de heer X in hoger beroep bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van dit arbeidshof op 20 januari 2014.

 

2. EISEN IN HOGER BEROEP

De vordering van de heer X strekt ertoe zijn hoger beroep ontvankelijk en gegrond verklaren en dienvolgens het vonnis waartegen beroep werd aangetekend teniet te doen, en doende wat de eerste rechter had moeten doen: het verzoek tot herroeping ontoelaatbaar te verklaren.

 

3. ONTVANKELIJKHEID

Het hoger beroep werd tijdig en met een naar de vorm regelmatige akte ingesteld, zodat het ontvankelijk is.

 

4. TEN GRONDE

Overeenkomstig artikel 1675/15, §1 Ger.W. kan de herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid of van de minnelijke of de gerechtelijke aanzuiveringsregeling worden uitgesproken door de rechter, aan wie de zaak, door een eenvoudige schriftelijke verklaring neergelegd ter griffie of aan de griffie verzonden, opnieuw wordt voorgelegd, op verzoek van de schuldbemiddelaar of van een van de belanghebbende schuldeisers wanneer de schuldenaar:
1° hetzij onjuiste stukken heeft afgegeven met de bedoeling aanspraak te maken op de procedure van gezamenlijke schuldenregeling of deze te behouden;
2° hetzij zijn verplichtingen niet nakomt, zonder dat zich nieuwe feiten voordoen die de aanpassing of herziening van de regeling rechtvaardigen;
3° hetzij onrechtmatig zijn lasten heeft verhoogd of zijn baten heeft verminderd;
4° hetzij zijn onvermogen heeft bewerkt;
5° hetzij bewust valse verklaringen heeft afgelegd.

De heer X tekent hoger beroep aan tegen het vonnis van de arbeidsrechtbank Antwerpen van 17 december 2013 waarbij de herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid werd uitgesproken op grond van artikel 1675/15, §1, 2°, 3° en 4° Ger.W.

Vanaf het neerleggen van het verzoek tot collectieve schuldenregeling tot en met de volledige afhandeling van de aanzuiveringsregeling wordt van de schuldenaar een ‘procedurele goede trouw' vereist. Zonder deze procedurele goede trouw is een collectieve schuldenregeling immers niet mogelijk.
De schuldenaars dienen spontaan alle relevante informatie met betrekking tot hun vermogen aan de schuldbemiddelaar te verschaffen en zij dienen hun volledige medewerking te verlenen. Van de schuldenaar kan bovendien een loyale en actieve medewerking vereist worden, zowel bij de totstandkoming als bij de verdere uitvoering van de schuldenregeling (Gent 22 april 2008, NjW 2009, 776 met noot A. VANDERHAEGHEN).

De schuldbemiddelaar vraagt de herroeping van de collectieve schuldenregeling omwille van het niet nakomen van de verplichtingen en het maken van bijkomende boedelschulden.

4.1. Niet nakomen van verplichtingen
De heer X wordt verweten dat hij niet de nodige informatie verstrekt aan de schuldbemiddelaar en dat hij zijn werkbereidheid niet aantoont.

Werkbereidheid
Sedert het begin van de collectieve schuldenregeling heeft de heer X niet gewerkt noch heeft de schuldbemiddelaar stukken ontvangen waaruit blijkt dat hij naar werk heeft gezocht.

In hoger beroep worden er een aantal stukken voorgelegd (stuk 2, bundel X). Nochtans zijn deze stukken onvoldoende om de werkbereidheid aan te tonen. Hoewel de heer X reeds sedert november 2012 in collectieve schuldenregeling is, is hij maar beginnen te solliciteren in augustus 2013 waardoor hij meer dan acht maanden niet naar werk heeft gezocht. Bovendien blijken de sollicitaties te dateren van net voor of na de vraag tot herroeping waardoor de indruk ontstaat dat hij enkel naar werk zoekt wanneer een herroeping dreigt.

Bovendien zijn negen sollicitaties over een tijdsspanne van anderhalf jaar onvoldoende.

Dat hij na de vraag tot herroeping deeltijds werk vindt (10 uur per week vanaf 6 november 2013), wijzigt de vaststelling niet dat hij zijn werkbereidheid voor de ganse periode niet aantoont. Te meer daar hij geen enkele inspanning doet om verder naar voltijds werk te zoeken. Het loutere feit dat hij ingeschreven is bij de VDAB is hiervoor onvoldoende aangezien van de heer X mag verwacht worden dat hij effectief op zoek gaat naar werk maar hij hiervan geen stukken voorlegt.

Door geen enkel stuk voor te leggen dat hij na zijn deeltijdse tewerkstelling verder naar werk heeft gezocht en door in een lange periode maar negen sollicitaties te kunnen voorleggen, toont hij zijn werkbereidheid niet aan hoewel niet betwist wordt dat hij naar werk moest zoeken.

Verstrekken van informatie
Bovendien wordt er geen informatie verstrekt door de heer X hoe hij zijn kosten voor levensonderhoud betaalt. De inkomsten van verhuur van studio en handelspand (1400 euro per maand) en de gezinsbijslag worden weliswaar doorgestort maar omdat hiermee dikwijls schulden moeten betaald worden en de hypothecaire last 1400 euro bedraagt, wordt enkel de kinderbijslag als leefgeld doorgestort. De schuldbemiddelaar mocht dan ook de vraag stellen hoe het gezin, waarvan de echtgenote niet in de collectieve schuldenregeling zit, kan rondkomen. Hierop is evenwel nooit enig antwoord gekomen. Het loutere feit dat hij sedert november 2013 een beperkt inkomen heeft, wijzigt dit niet nu hij gemiddeld 600 tot 700 euro zou verdienen en er toch een huur van 450 euro wordt betaald.

Uit de door de heer X voorgelegde stukken blijkt dat hij derhalve zou beschikken over een bedrag van ongeveer 200 euro om alle andere kosten (energie, water, verzekering, voeding, ...) te betalen hetgeen ongeloofwaardig is.

Hierdoor mag aanvaard worden dat hij niet de nodige informatie verstrekt aan de schuldbemiddelaar en hij dus niet te goeder trouw is waardoor het verder zetten van de collectieve schuldenregeling, mede gelet op het gebrek aan werkbereidheid, niet langer zinvol is en de herroeping mag uitgesproken worden.

4.2. Verhoging schuldenlast
De collectieve schuldenregeling wordt tevens herroepen omwille van de onrechtmatige verhoging van de schuldenlast.

Om de procedure collectieve schuldenregeling te kunnen herroepen, moet aangetoond worden dat de schuldenaar zwaarwichtige fouten heeft begaan. Het bewijs moet, overeenkomstig de gemeenrechtelijke regels van het bewijsrecht en meer bepaald artikel 870 Ger.W., geleverd worden door degene die de herroeping vraagt (Arbh. Bergen 4 mei 2011, JLMB 2012, nr. 13, p. 613).

Nochtans worden er geen stukken voorgelegd waaruit de onrechtmatige verhoging van de schuldenlast blijkt.

Weliswaar heeft de heer X nauwelijks inspanningen gedaan om werk te vinden maar zelfs indien hij naar werk gezocht zou hebben, is er geen zekerheid dat hij ook daadwerkelijk werk zou gevonden hebben. Wanneer de schuldenlast dan toch verhoogd is wegens te weinig inkomsten (openstaande ziekenhuisrekening), is deze toename dan ook niet onrechtmatig. Althans wordt dit niet aangetoond.

De herroeping kan dan ook niet uitgesproken worden op basis van artikel 1675/15, §1, 3° Ger.W.

4.3. Geen sanctie van vijf jaar
Er wordt in het bestreden vonnis een sanctie van vijf jaar opgelegd.

Artikel 1675/2 Ger.W. bepaalt:
"Elke natuurlijke persoon, die geen koopman is in de zin van artikel 1 van het Wetboek van Koophandel kan, indien hij niet in staat is om, op duurzame wijze, zijn opeisbare of nog te vervallen schulden te betalen en voor zover hij niet kennelijk zijn onvermogen heeft bewerkstelligd, bij de rechter een verzoek tot het verkrijgen van een collectieve schuldenregeling indienen.
Indien de in het eerste lid bedoelde persoon vroeger koopman is geweest, kan hij dat verzoek slechts indienen ten minste zes maanden na het stopzetten van zijn handel of, zo hij failliet werd verklaard, na de sluiting van het faillissement.
De persoon waarvan de minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsprocedure werd herroepen bij toepassing van artikel 1675/15, § 1, kan gedurende een periode van vijf jaar te rekenen vanaf de datum van het vonnis van herroeping geen verzoekschrift tot het verkrijgen van een collectieve schuldenregeling indienen".
(ingevoegd door artikel 78 van de wet van 14 januari 2013 houdende diverse bepalingen inzake werklastvermindering binnen justitie)

Uit deze wetsbepaling, die vanaf 1 september 2013 van toepassing en dus ook van toepassing is op verzoekschriften die na deze datum worden ingediend, blijkt dat deze sanctie pas kan opgelegd worden voor zover de minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsprocedure werd herroepen.

Aangezien er voor de heer X nog geen aanzuiveringsprocedure werd opgelegd en deze derhalve ook niet herroepen werd, kan de sanctie van vijf jaar niet toegepast worden hetgeen ook niet mogelijk had geweest bij toepassing van de oude wet die voor 1 september 2013 gold.

Weliswaar geeft de herroeping van het aanzuiveringsplan (in de nieuwe wet aanzuiveringsprocedure genoemd) in de nieuwe regeling steeds aanleiding tot de toepassing van de sanctie van vijf jaar en dit ongeacht de reden van herroeping maar de nieuwe bepaling wijzigt niets aan de vaststelling dat de sanctie van vijf jaar slechts kan opgelegd worden nadat de herroeping van een aanzuiveringsprocedure wordt uitgesproken.

Dit wordt bevestigd door de voorbereidende werken waarin wordt gesteld: "Een schuldenaar die niet aan zijn verplichtingen voldoet, kan na de herroeping van zijn plan opnieuw een verzoek indienen, zonder vijf jaar te hoeven wachten. Om die herhaalde indieningen te beperken, wordt er voorgesteld de termijn van vijf jaar toe te passen die geldt voor de andere redenen in verband met fraude vanwege de schuldenaar. Het gaat om de herroeping van de hele procedure en niet alleen die van het plan. Sommige rechtbanken zouden problemen hebben gehad met de interpretatie van de bepaling. Deze verduidelijking moet het risico van verkeerde interpretaties voorkomen" (Verslag van de commissie Justitie bij het wetsvoorstel houdende diverse bepalingen inzake werklastvermindering en informatiseringsvooruitgang binnen Justitie, Parl. St. Kamer, 2012-13, 53-1804/016, 78).

Hieruit kan afgeleid worden dat de wetgever met de wijziging tot doel had om de sanctie steeds op te leggen maar enkel na de herroeping van het plan (of de aanzuiveringsprocedure).

Het begrip "aanzuiveringsregeling" werd weliswaar vervangen door "aanzuiveringsprocedure" maar hiermee wenste de wetgever een einde te maken aan de verschillende interpretatie van deze bepaling waarbij in sommige gevallen weliswaar een herroeping van de aanzuiveringsregeling werd uitgesproken maar niet van de beschikking van toelaatbaarheid.

Nergens wordt evenwel vermeld dat de nieuwe regeling tot doel heeft om de sanctie ook toe te passen op de herroeping die wordt uitgesproken vooraleer er een plan of aanzuiveringsregeling werd opgesteld.

De toevoeging van het woord "aanzuiveringsprocedure" zou immers geen zin hebben indien de wetgever de sanctie wenste op te leggen na elke herroeping. Het zou dan voldoende geweest zijn gewoon te vermelden dat de sanctie wordt uitgesproken bij elke herroeping.

Besluit
Aangezien de heer X op het ogenblik van de herroeping nog geen aanzuiveringsregeling heeft genoten, kan de sanctie van artikel 1675/2 Ger.W. niet toegepast worden. Het eerste vonnis dient op dit punt hervormd te worden.

4.4. Ereloon en kosten
De schuldbemiddelaar legt een staat van ereloon en kosten neer die overeenstemt met de door het KB van 18 december 1998 houdende vaststelling van de regels en barema's tot bepaling van het ereloon, de emolumenten en de kosten van de schuldbemiddelaar opgelegde barema's en kan toegekend worden.

De staat van ereloon en kosten wordt uitvoerbaar verklaard voor een bedrag van 168,81 euro en ten laste van de schuldenaar gelegd. Stellen vast dat deze bij voorrang wordt uitbetaald conform artikel 1675/19 Ger.W. voor zover er zich nog gelden op de rubriekrekening bevinden.

 

BESLISSING
Het arbeidshof,

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk.

Vernietigt het vonnis van de arbeidsrechtbank Antwerpen van 17 december 2013 maar enkel in zoverre de herroeping wordt uitgesproken overeenkomstig artikel 1675/15, §1, 3° Ger.W. en vernietigt de opgelegde sanctie van vijf jaar die opgelegd werd overeenkomstig artikel 1675/2 Ger.W.

Bevestigt het vonnis van de arbeidsrechtbank voor het overige en verklaart dus de vordering tot herroeping overeenkomstig artikel 1675/15, §1, 2° Ger.W. gegrond.

Legt de staat van ereloon en kosten van de schuldbemiddelaar ten laste van de schuldenaar, begroot de staat op 168,81euro, verklaart de staat uitvoerbaar en zegt voor recht dat deze bevoorrecht is en bij voorrang zal betaald worden van de gelden die de schuldbemiddelaar nog onder zich houdt.

Stelt vast dat aan deze procedure geen gerechtskosten verbonden zijn.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 10/01/2018 - 13:02
Laatst aangepast op: wo, 10/01/2018 - 13:02

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.