Wenst u over meer mogelijkheden te kunnen beschikken op deze site zoals Web 2.0 toepassingen en vele andere mogelijkheden, dan kan u ook inloggen. Meer info klik hier….
De vordering vanwege eisende partij, tevens eiseres in gedwongen tussenkomst, zoals vermeld in het dispositief van haar conclusie, neergelegd ter griffie op 28 januari 2009 strekt ertoe:
Vast te stellen dat I. , door het in het vrij verkeer brengen, het aanbieden, het hiertoe in voorraad houden en/of het verhandelen in de EER van motorfietsen van het merk “HONDA” die niet door eiseres of met haar toestemming in de EER in het verkeer zijn gebracht, inbreuk pleegt op de merkenrechten van eiseres in de zin van artikel 9, 1, a) GM-Vo;
I. het verbod op te leggen om enig motorvoertuig of ander product van het merk “HONDA” dat niet door eiseres of met haar toestemming in de EER in het verkeer is gebracht, in het vrij verkeer te brengen, te koop aan te bieden en/of te verkopen in de EER, onder verbeurte van een dwangsom van 10.000 EUR per inbreukmakende handeling of per dag dat de inbreukmakende handeling blijft voortduren vanaf de betekening van het tussen te komen vonnis;
I. te veroordelen tot de onmiddellijke stopzetting van elke publiciteit voor haar onrechtmatige activiteiten (met name in tijdschriften of op haar websites www.imexpan.be en www.imexpan.com) waarbij zij gebruik maakt van de merken van eiseres, onder verbeurte van een dwangsom van 1.500 EUR per inbreukmakende handeling of per dag dat de inbreukmakende handeling blijft voortduren vanaf de betekening van het tussen te komen vonnis;
I. te veroordelen tot publicatie van het tussen te komen vonnis op haar websites, dit tevens onder verbeurte van een dwangsom
Z. te bevelen om elke dienst als tussenpersoon aan I. dan wel enige met laatstgenoemde verbonden onderneming, met het oog op het plegen van enige inbreuken op de merkenrechten van eiseres, zoals hierboven omschreven, te staken en gestaakt te houden, onder verbeurte van een dwangsom van 10.000 EUR per inbreukmakende handeling of per dag dat de inbreukmakende handeling blijft voortduren vanaf de betekening van het tussen te komen vonnis, met dien verstande dat de loutere opslag en bewaring van motorfietsen van het merk Honda door Z. hiermee niet beoogd wordt;
I. te veroordelen tot de gedingkosten die zij begroot op de kosten van dagvaarding alsook de RPV van 1.200 EUR.
De NV I. en de NV T. besluiten in hun conclusie, neergelegd ter griffie van de rechtbank op 24 februari 2009, tot de ongegrondheid van de vorderingen lastens hen;
Zij vragen eiseres er derhalve van af te wijzen;
In ondergeschikte orde, in de veronderstelling dat toch een stakingsbevel zou worden opgelegd, uitdrukkelijk te stipuleren dat hen geenszins het recht wordt ontnomen om goederen die zij aankochten onder Ti-statuut verder te verhandelen zolang deze niet worden ingevoerd in de EER, eventueel onder de voorwaarde dat zij uitdrukkelijk op hun verkoopfacturen/bestelbon vermelden, dat de goederen niet bestemd zijn om te worden ingevoerd in de EER, noch om goederen te verhandelen die reeds met toestemming van Honda werden ingevoerd in de EER;
Eiseres te veroordelen tot de kosten van het geding die zij in hun hoofde begroten op 1.200 RPV;
De NV Z. besluit tot de ongegrondheid van de vordering lastens haar;
Zij vraagt haar akte te verlenen omtrent het geformuleerde voorbehoud omtrent de eventuele schade;
Eerste en derde verweersters te veroordelen tot betaling van de gerechtskosten inzake de procedure in kort geding voor de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent nl. de rechtsplegingsvergoeding begroot op 2.400 EUR;
Eiseres en/of eerste en derde verweerders te veroordelen tot alle gedingkosten m.b.t. de vordering tot staken die zij begroot op 1.200 EUR;
Feiten
De activiteiten van eiseres hebben betrekking op de productie, commercialisering en verkoop van onder meer motorfietsen;
Zij is onder meer titularis van volgende merken:
– het gemeenschapsmerk “HONDA” aangevraagd op 18 april 2001 en ingeschreven op 30 september 2002 onder nr. 2181519,
– het gemeenschapsmerk “HONDA” aangevraagd op 1 april 1996 en ingeschreven op 1 december 1998 onder nr. 12393.
Elk van deze merken is ingeschreven in klasse 12 voor o.m. vervoermiddelen;
I. is een groothandel in motorvoertuigen, gevestigd te Gent; Zij verhandelt onder meer motorfietsen, quads, jet-ski’s en onderdelen hiervan;
Z. zorgt voor de opslag en bewaring van de motorfietsen van I., alsook voor de administratieve afhandeling t.o.v. de douaneautoriteiten (inklaring indien deze in de EER worden ingevoerd, transport van ingeklaarde goederen, ...);
T. is tevens eigenaar (koper) van een reeks Honda motorfietsen van I. die zich in de magazijnen van Z. bevinden;
I. maakt geen deel uit van het netwerk van officiële Honda-verdelers;
Zij verdeelt de motorfietsen via parallelle kanalen; Dit wordt door haar niet betwist;
Eiseres stelt dat I. handel drijft in motorfietsen die buiten de EER op de markt werden gebracht en vervolgens zonder toestemming van de merkhouder binnen de Europese economische ruimte zijn ingevoerd en in de handel gebracht;
Verweerders I. en T. betwisten dit;
Op 2 september 2008 ging eiseres over tot het neerleggen van een eenzijdig verzoekschrift tot beschrijvend beslag op grond van artikel 1369bis/1 Ger.W. voor de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Brussel;
Bij beschikking van 3 september 2008 werd dit verzoek ontvankelijk en gegrond verklaard;
Als deskundige werd mevrouw K.K. aangesteld teneinde zich, onder meer, in het bijzijn van een gerechtsdeurwaarder te begeven naar en in de opslagruimtes van Z. te Gent alsook de maatschappelijke zetel van I. om over te gaan tot een beschrijving van de motorvoertuigen (quad, cross en motorcycle) die een inbreuk maken op de merkenrechten van eiseres;
Op 24 september 2008 ging eiseres over tot betekening van deze beschikking aan I. alsook aan Z.;
Op 24 oktober 2008 tekende I. derdenverzet aan tegen deze beschikking;
Bij vonnis van 6 januari 2009 vanwege de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Brussel werd de vordering op derdenverzet ononvankelijk verklaard;
Op 12 december 2008 werd het verslag van gerechtsdeskundige ter griffie van de rechtbank neergelegd.
Beoordeling
Overeenkomstig artikel 9, lid 1, a) GM-Vo nr. 40/94 van 20 december 1993 kan de houder van een gemeenschapsmerk op grond van zijn uitsluitend recht iedere derde die hiertoe niet zijn toestemming heeft verkregen, het gebruik van een teken verbieden, wanneer dit teken gelijk is aan het merk en gebruikt wordt voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor het merk is ingeschreven;
Overeenkomstig artikel 9, lid 2 GM-Vo wordt onder “gebruik” van een gemeenschapsmerk verstaan:
2.
b) het aanbieden, in de handel brengen of daartoe in voorraad hebben van waren of het aanbieden of verrichten van diensten onder dit teken,
c) het invoeren of uitvoeren van waren onder het teken;
De merkhouder kan derhalve niet toegestane import door een derde van buiten de EER beletten;
De begrippen “aanbieden” en “in de handel brengen” van goederen in artikel 5, lid 3, sub b) van de richtlijn en artikel 9, lid 2, sub b), van de verordening kunnen mede omvatten het te koop aanbieden respectievelijk verkopen van oorspronkelijke merkgoederen die de douanestatus van niet-communautaire goederen hebben... de merkhouder kan zich ertegen verzetten dat dergelijke goederen te koop worden aangeboden of worden verkocht, wanneer dit noodzakelijkerwijs impliceert dat zij in de gemeenschap in de handel worden gebracht (eigen cursivering) (zie HvJ 18 oktober 2005, C-405/03, Class International, Rec.CJCE 2005, afl. 10(A), I, 8735, concl. Jacobs);
De uitputting van het exclusieve recht treedt enkel op met betrekking tot waren die “door de houder of met diens toestemming” in het verkeer zijn gebracht;
De toestemming moet betrekking hebben op elk exemplaar van het product waarvoor de uitputting wordt aangevoerd (HvJ 1 juli 1999, C-173/98, SEBAGO, Jur. 1999 p. 1-4103, punt 22);
De bewijslast met betrekking tot het bestaan van toestemming rust op de beweerde inbreukmaker;
Toegepast op huidige zaak:
De deskundige stelt op p. 5 van haar verslag vast dat bij haar bezoek aan de magazijnen van Z. , daar waar de motorfietsen van I. werden opgeslagen, op de verpakking van verschillende motorvoertuigen het land “SPANJE” vermeld staat als land van bestemming;
Zij stelt:
“ de heer d.M. geeft aan dat deze voertuigen bestemd zijn voor Spanje. Hij legt uit dat de bestemming van de voertuigen op de verpakking aangebracht wordt van zodra deze bekend is....”
En nog op p. 5 verslag:
... “de heer d.M. geeft aan dat op dat ogenblik geladen wordt voor transport naar Frankrijk. Mogelijk maken de motorvoertuigen deel uit van de lading.”
Op p. 6 van haar verslag vermeldt de deskundige:
“Op de vraag of de heer F. weet vanwaar de voertuigen afkomstig zijn antwoordt hij dat deze gewoonlijk van buiten de Europese Unie komen en meestal uit de Verenigde Staten van Amerika. Wat de bestemming van de motorvoertuigen betreft meent de heer F. te weten dat deze voor verschillende landen binnen de Europese Economische Ruimte bestemd zijn maar dat de NV I. deze motorvoertuigen niet in België verkoopt....”
En verder:
“De bestemming in andere Europese landen dan België wordt bevestigd door de gegevens op de lijsten van Z.”
Op p. 10 van haar verslag stelt de deskundige:
“Op grond van de vermelde informatie kan gesteld worden dat 4 HONDA motorvoertuigen van buiten de Europese Unie en – gezien de identiteit van de verkoper – zeer waarschijnlijk de Verenigde Staten, werden ingevoerd in België door I. Hun totale aankoopsom bedraagt 24.974 USD”;
Op p. 11 van haar verslag besluit de deskundige:
“Op grond van het geheel van de informatie kan worden gesteld dat 24 HONDA motorvoertuigen van buiten de Europese Unie en – gezien de identiteit van de verkoper – zeer waarschijnlijk de Verenigde Staten, werden ingevoerd in België door I. Hun totale aankoopsom bedraagt 126.606 USD”;
Op p. 12 van haar verslag stelt zij:
“Op grond van het geheel van de informatie kan worden afgeleid dat 10 HONDA motorvoertuigen werd uitgevoerd vanuit de Verenigde Staten en ingevoerd in België door I. Hun totale aankoopsom bedraagt 58.540 USD”;
Op p. 13:
“Op grond van het geheel van de informatie kan worden afgeleid dat 1 HONDA motorvoertuig werden uitgevoerd vanuit de Verenigde Staten en ingevoerd in België door Imexpan. De aankoopsom bedraagt 5.429 USD”;
Op p. 14:
“Op grond van het geheel van de informatie kan worden afgeleid dat 37 HONDA motorvoertuigen werden uitgevoerd vanuit Canada en ingevoerd in België door I. De aankoopsom bedraagt 201.946 USD”;
Dergelijke vaststellingen worden bevestigd doorheen het ganse verslag;
Uit de vaststellingen van de deskundige zoals verwerkt in haar deskundigenverslag van 12 december 2008 blijkt dat I.:
– de kwestieuze goederen liet inklaren (er werd een IM4-document opgemaakt) en dat ze dus van buiten de Europese Unie zijn ingevoerd in de EER;
– “aanbiedt” respectievelijk “verkoopt”: oorspronkelijke merkgoederen die de douanestatus van niet-communautaire goederen hebben en dit noodzakelijkerwijs impliceert dat zij in de Gemeenschap in de handel worden gebracht;
Er wordt niet betwist dat dit gebeurt zonder toestemming van eiseres;
Er is dan ook sprake van een inbreuk op de merkenrechten van eisende partij;
Het bijgebrachte deskundigenverslag levert wel degelijk het bewijs dat de goederen werden aangekocht buiten de EER en noodzakelijkerwijs in de EER in de handel worden gebracht;
Overeenkomstig artikel 9, lid 1, a) GM-Vo heeft eiseres het recht zich te verzetten tegen het gebruik van haar merk door I. voor motorfietsen die zonder haar toestemming in de EER in de handel worden gebracht;
Zij is eveneens gerechtigd zich te verzetten tegen de publiciteit die I. in deze context maakt;
Uit een prijslijst van I. van 24 november 2008 (zie stukken eiseres kaft II stuk 9), die betrekking heeft op België, blijkt dat een groot aantal Honda-motorvoertuigen waarvan een groot deel aangegeven wordt als afkomstig vanuit de USA, en verkrijgbaar zijn binnen de EER (zie T2) hetgeen betekent dat EG heffingen werden betaald;
De begeleidende e-mail benadrukt dat de kwestieuze motorfietsen zich in stock bevinden en direct beschikbaar en leverbaar zijn (de e-mail werd in het Nederlands opgesteld hetgeen betekent dat de motorfietsen bestemd zijn voor de Belgische of Nederlandse markt, dus binnen de EER);
De bewering van I. dat de Honda-motorfietsen die zij van buiten de EER binnen de EER invoert niet bestemd zouden zijn voor wederverkoop (in de handel brengen) binnen de EER wordt hierdoor tegengesproken, alsook door het deskundigenverslag;
Het merk verleent aan de houder ervan, in casu eiseres, een exclusief recht om te beslissen over het in de handel brengen binnen de EER van de goederen die haar merk dragen en dus om het globale volume te bepalen van de goederen die rechtmatig binnen de EER in de handel kunnen gebracht worden;
De onrechtmatige invoer van merkproducten die afkomstig zijn uit derde landen heeft een onmiddellijke invloed op het globale volume van het aanbod dat een van de bepalende factoren van het handelsbeleid is dat de merkhouder nastreeft; Een ongewenste verhoging van het aanbod, voor het merendeel verkocht buiten het netwerk dat door de merkhouder werd opgericht, kan de verkoopprijs van de producten doen dalen alsook de aantrekkingskracht van het merk aantasten en schade toebrengen aan de inspanningen van de titularis van het merk en zijn netwerk van erkende distributeurs (zie ook Brussel 24 september 2004, Ing.Cons. 2005, 320 e.v.);
De vordering vanwege eiseres komt dan ook gegrond voor.
Nopens de gevorderde maatregelen
De vordering vanwege eiseres is wel degelijk voldoende precies en geenszins vaag; Aan het door eiseres gevorderde stakingsbevel wordt de precisering toegevoegd: “wanneer dit noodzakelijkerwijs impliceert dat zij in de Gemeenschap in de handel worden gebracht”;
De gevorderde publicatiemaatregel is in casu niet van aard ertoe bij te dragen dat de gewraakte daad of de uitwerking ervan ophoudt; De hieronder bevolen stakingsmaatregel alsook de daaraan verbonden dwangsom is voldoende om dit doel te bereiken;
Eerste en derde verweersters vragen in ondergeschikte orde, in de veronderstelling dat toch een stakingsbevel zou worden opgelegd, uitdrukkelijk te stipuleren dat hen geenszins het recht wordt ontnomen om goederen die zij aankochten onder T1-statuut verder te verhandelen zolang deze niet worden ingevoerd in de EER, eventueel onder de voorwaarde dat zij uitdrukkelijk op hun verkoopfacturen/bestelbon vermelden dat de goederen niet bestemd zijn om te worden ingevoerd in de EER, noch om goederen te verhandelen die reeds met toestemming van Honda werden ingevoerd in de EER;
Dergelijke vordering is geen vordering tot staken omdat zij niet tot voorwerp heeft de staking van een daad, geviseerd door de artikelen 95 en 97 WHPC, en dat zij bijgevolg niet tot de bevoegdheid van de stakingsrechter behoort (zie Voorz. Kh. Kortrijk 19 maart 1998, Jaarboek Handelspraktijken 1998, 617; Voorz. Kh. Brussel 28 februari 1994, Jaarboek Handelspraktijken 1994, 437);
Het aan Z. op te leggen stakingsbevel werd in conclusie door eisende partij aangepast;
De vordering komt dan ook op dit punt gegrond voor;
Z. vraagt de dwangsom te verminderen tot 1.000 EUR per inbreuk en een plafond op te leggen tot 10.000 EUR;
Om een nuttig afschrikkingseffect te hebben dient de dwangsom op een voldoende hoog bedrag te worden vastgesteld; dit bedrag moet zwaarder doorwegen dan het louter economisch belang van de gewraakte handeling (Brussel 25 juni 1998, Jaarboek Handelspraktijken 1998, 601);
Er is dan ook geen aanleiding om de gevorderde dwangsom te verminderen noch een plafond op te leggen;
Z. vraagt tevens haar akte te verlenen omtrent het geformuleerde voorbehoud omtrent haar eventuele schade;
De stakingsrechter is niet bevoegd inzake vorderingen die ertoe strekken schadever‑
goedingen te verkrijgen, zodat dergelijk voorbehoud ter zake niet dienend voorkomt.
Nopens de gerechtskosten
Eisende partij vordert geen kosten van Z.;
In hun syntheseconclusie verzetten eerste en derde verweersters zich hiertegen;
Z. werd buiten haar wil meegesleurd in een merkenrechtelijke discussie waaraan zij vreemd is;
In de beschikking van 6 februari 2009 gewezen door de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent, zetelend in kort geding, werd de vordering van I. en T. ten aanzien van Z. ongegrond verklaard;
De beschikking bepaalt dat de rechter die kennis neemt van de zaak zelf, de kosten zal begroten en toebedelen;
Overeenkomstig artikel 3 van het KB van 26 oktober 2007 tot vaststelling van de tarieven van de RPV zoals bedoeld in artikel 1022 Ger.W. vordert Z. met betrekking tot de procedure in kort geding een RPV van 2.400 EUR lastens I. en T.;
Er is in casu, rekening houdend met de concrete omstandigheden, geen aanleiding tot het verhogen van de basisrechtsplegingsvergoeding van 1.200 EUR;
OM DEZE REDENEN, (...)
Verklaren de vordering vanwege eisende partij ontvankelijk en gegrond zoals hierna bepaald:
Stellen vast dat I. , door het in het vrij verkeer brengen, het aanbieden, het hiertoe in voorraad houden en/of het verhandelen in de EER van motorfietsen van het merk “HONDA” die niet door eiseres of met haar toestemming in de EER in het verkeer zijn gebracht, inbreuk pleegt op de merkenrechten van eiseres in de zin van artikel 9, 1, a) GM-Vo;
Leggen I. het verbod op om enig motorvoertuig of ander product van het merk “HONDA” dat niet door eiseres of met haar toestemming in de EER in het verkeer is gebracht, in het vrij verkeer te brengen, te koop aan te bieden en/of te verkopen in de EER, wanneer dit noodzakelijkerwijze impliceert dat deze in de Gemeenschap in de handel worden gebracht, onder verbeurte van een dwangsom van 10.000 EUR per inbreukmakende handeling of per dag dat de inbreukmakende handeling blijft voortduren vanaf de betekening van het tussen te komen vonnis;
Veroordelen I. tot de onmiddellijke stopzetting van elke publiciteit voor haar onrechtmatige activiteiten (met name in tijdschriften of op haar websites www.imexpan.be en www.imexpan.com) zoals hiervoor uitdrukkelijk vernoemd, met name enig motorvoertuig of ander product van het merk “HONDA” dat niet door eiseres of met haar toestemming in de EER in het verkeer is gebracht, in het vrij verkeer brengen, te koop aanbieden en/of te verkopen in de EER, wanneer dit noodzakelijkerwijze impliceert dat deze goederen in de Gemeenschap in de handel worden gebracht, onder verbeurte van een dwangsom van 1.500 EUR per inbreukmakende handeling of per dag dat de inbreukmakende handeling blijft voortduren vanaf de betekening van het tussen te komen vonnis;
Wijzen de gevorderde publicatiemaatregel af;
Bevelen Z. om elke dienst als tussenpersoon aan I. dan wel enige met laatstgenoemde verbonden onderneming, met het oog op het plegen van enige inbreuken op de merkenrechten van eiseres, zoals hierboven ontschreven, te staken en gestaakt te houden, onder verbeurte van een dwangsom van 10.000 EUR per inbreukmakende handeling of per dag dat de inbreukmakende handeling blijft voortduren vanaf de betekening van het tussen te komen vonnis, met dien verstande dat de loutere opslag en bewaring van motorfietsen van het merk Honda door Z. hiermee niet beoogd wordt;
Zeggen dat de vordering, zoals ingesteld door eerste en derde verweersters in ondergeschikte orde, geen vordering tot staken is die tot de bevoegdheid van de stakingsrechter behoort.
(...)
N o o t
Communautaire uitputting als uitzondering op het exclusief recht van de merkhouder, Petillon, RABG 2009/20, 1457 lees deze noot op www.jursquare.be
Link rechtstreeks naar deze pagina via deze verkorte URL: http://www.elfri.be/node/4213 . Deze pagina is eveneens bereikbaar via dit adres: http://www.elfri.be/rechtspraak/niet-toegestane-import-door-een-derde-van-buiten-de-eer-maakt-geen-uitputting-uit-van-ee