-A +A

Notariële akte is slechts uitvoerbare titel mits exacte en volledige omschrijving van de rechten en plchten van partijen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
din, 08/12/2015
A.R.: 
2014/ AR/2070

Een notariële akte vormt slechts een uitvoerbare titel als in de akte duidelijk en precies wordt aangegeven welke de wederzijdse rechten en verplichtingen van partijen zijn.

De notariële akte moet alle noodzakelijke gegevens bevatten op grond waarvan het bedrag van de schuldvordering kan worden bepaald, wil zij een uitvoerbare titel uitmaken in de zin van artikel 1494 Ger.W. Aldus moet de akte toelaten de omvang van de gehoudenheid precies te bepalen.

Indien hierbij de verbintenis van een partij verder wordt uitgewerkt of gespecifieerd in een onderhandse akte, zoals in onderhandse kredietvoorwaarden, dan dienen deze aan de akte te zijn gehecht en er deel van uit te maken.

Publicatie
tijdschrift: 
P&B
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2017/4
Pagina: 
162
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

( ... )

1. Voorgaanden

1.1. Bij notariële akte, verleden op 10 augustus 2007, stond geïntimeerde aan appellante een krediet toe van 200.000,00 EUR voor onbeperkte duur, opneembaar op alle manieren overeen te komen tussen appellante en geïntimeerde.

Tot waarborg van alle bedragen, die appellante op grond van deze kredietopening zou verschuldigd zijn, zowel in hoofdsom, als in intresten en kosten, verleende appellante een hypotheek op een duplexappartement dat haar eigendom is op de vijfde en technische verdieping in de "residentie Seasands I" aan de Driftweg 203 in Bredene en de privatieve garage nummer 3 in dit gebouw.

Bij een tweede notariële akte van 30 december 2008 stond geïntimeerde aan appellante een aanvullend krediet toe van 200.000,00 EUR, waardoor de oorspronkelijke kredietopening, verleend bij de notariële akte van 10 augustus 2007, gebracht werd op een totaal bedrag van 400.000,00 EUR. Deze kredietovereenkomst is bij geïntimeerde gekend onder nummer 515079-09.

De akte voorzag dat het krediet zou worden aangewend voor een "Interimkrediet" en "Cash Facility", De debetintresten werden bepaald op 2 % per maand.

Blijkens artikel I van deze akte werd het aanvullend krediet toegekend en aanvaard "met de clausules en voorwaarden van de onderhavige akte, met dien verstande dat alle clausules en voorwaarden die in voormelde akte zijn vermeld en die niet strijdig zijn met die van de notariële akte, van toepassing blijven".

Tot waarborg van alle bedragen die appellante ten gevolge van verrichtingen, aangerekend op deze kredietopening aan de bank zou verschuldigd zijn, verleende zij een hypotheek

op een appartement op het gelijkvloers rechts in het appartementsgebouw, genaamd "Residentie Whitesands", gelegen te 8450 Bredene, Driftweg 67, alsook op twee percelen bouwgrond aan de Breeweg te Bredene, volgens titel bekend ten kadaster, het eerste perceel sectie B deel van nummer 252/S, voor een oppervlakte van 664,56 m2 en het tweede perceel sectie B deel van nummers 252/S en 254/V voor een oppervlakte van 657,47 m2•

Bij het verlijden van deze tweede notariële akte werd appellante vertegenwoordigd door de heer G.R. aan wie zij bij notariële akte van 10 december 2008 volmacht had gegeven om:

- voor haar en in haar naam een aanvullend krediet aan te gaan voor een hoofdsom van maximum 200.000,00 EUR, voor de termijn, tegen de intrestvoet en onder de vormen, lasten, bedingen en voorwaarden, die de lasthebber zal goedvinden;

- om haar te verbinden tot de terugbetaling in kapitaal, intresten en aanhorigheden, op de tijdstippen en de wijze die de lasthebber zal goedvinden;

- tot waarborg van alle bedragen die zij ten gevolge van verrichtingen, aangerekend op het aanvullend krediet aan de bank zou verschuldigd zijn, ten voordele van de bank een bijzondere hypotheek te verlenen, in te schrijven in eerste rang op het appartement op het gelijkvloers te Bredene, Driftweg 67, Residentie Whitesands en de twee percelen bouwgrond.

Bij een derde notariële akte van 16 maart 2010 verstrekte geïntimeerde een nieuw krediet aan appellante voor onbepaalde duur voor een bedrag van 400.000,00 EUR, aanwendbaar door alle kredietvormen overeen te komen tussen de partijen. Het betrof een revolving krediet, wat wil zeggen dat de gehele of gedeeltelijke vereffening van elke erop aangerekende verrichting haar bedrag niet zal verminderen.

Tot waarborg van alle bedragen die appellante ten gevolge van verrichtingen aangerekend op deze kredietopening aan de bank verschuldigd zou zijn, verklaarde zij ten voordele van de bank een bijzondere hypotheek te verlenen ten belope van 400.000,00 EUR, zijnde de hoofdsom van de kredietopening en van de som van 20.000,00 EUR tot waarborg van alle intresten en schadebedingen en de kosten, dit onafhankelijk van drie jaar intresten.

De hypotheek werd gevestigd op de reeds gehypotheceerde onroerende goederen, met name het duplexappartement in "Residentie Seasands I", Driftweg 203, het appartement op het gelijkvloers rechts in "Residentie Whitesands", Driftweg 67 te Bredene en de twee percelen bouwgrond aan de Breeweg.

Bijkomend werd ook nog een hypotheek gevestigd op een duplexappartement op de derde en dakverdieping in "Residentie Whitesands", Driftweg 67 te 8450 Bredene, dat appellante op bij notariële akte van 10 april 2007 had aangekocht.

1.2. Bij onderhandse kredietovereenkomst d.d 17 november 2011 verleende geïntimeerde aan appellante nog een overbruggingskrediet t.b.v.530.000 EUR in hoofdsom, bestemd voor de volledige terugbetaling van het hiervoor genoemde hypothecair krediet 515079-09 dat door appellante was aangegaan bij de akten van 3 december 2008 van 16 maart 2010. Het krediet dat dezelfde dag ter beschikking werd gesteld van appellante, werd verleend voor een duur van drie maanden, terug te betalen in één maal op de vervaldag, die werd bepaald op 29.02.2012. Dit nieuwe krediet kreeg het nummer 379469-05.

In de akte werd bepaald dat het krediet wordt aangerekend op de hypothecaire kredietopeningen die bij voornoemde twee akten werden toegestaan. De rentevoet werd vastgesteld op 4,60 % per jaar.

Blijkens de brief d.d.16 november 2011 van geïntimeerde werd het krediet gewaarborgd door "de reeds verleende algemene zekerheden, die werden gepreciseerd in onze vorige briefwisseling".

Bij brief van 1 maart 2012 was de bank bereid de vervaldag van het onderhandse krediet te verlengen tot 30 augustus 2012, met behoud van de rentevoet van 4,60 % en de andere bepalingen van de onderhandse akte van 17.11.2011.

Bij onderhandse akte van 7 maart 2012 verleende geïntimeerde aan appellante ook nog "Cash Facility" in rekening nr. 380-0119558-28 voor een bedrag van 116.000,00 EUR. De jaarlijkse debetrentevoet werd bepaald op 9,48 % en de jaarlijkse nalatigheidsintrestvoet op 10,43 %. Na het verstrijken van een termijn van drie maanden zou appellante een totaal bedrag verschuldigd zijn van 118.749,20 EUR.

1.3. Bij exploot van 20 juni 2011 heeft een schuldeiser van appellante, de BVBA HOLLEVOET, uitvoerend beslag gelegd op de twee gehypothekeerde appartementen van appellante in "Residentie Whitesands" en op drie percelen bouwgrond aan de Breeweg, waaronder de twee percelen die ten voordele van appellante werden gehypothekeerd. Dit beslag werd gelegd krachtens een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge d.d.29 november 2010, dat appellante veroordeelt om aan de BVBA HOLLEVOET een bedrag te betalen van 30.522,99 EUR in hoofdsom, meer intresten en kosten.

1.4. Toen appellante in gebreke bleef haar betalingsverbintenissen ten aanzien van geïntimeerde na te komen, werd zij door geïntimeerde meermaals in gebreke gesteld in de periode 3 december 2012 tot 11 februari 2013. Op 11 februari 2013 heeft geïntimeerde ingevolge wanbetaling de kredieten opeisbaar gesteld. De vordering van geïntimeerde was samengesteld als volgt:

- ING Cash Facility 380-0119558 op naam van appellante

• Toegestane limiet: 116.000,00 EUR ■ Hoofdsom:

■ Intresten tot 04.03.2013:

■ Totaal:

118.851,24 EUR 124,67 EUR

118.975,91 EUR

• De nalatigheidsintresten worden berekend aan een jaarlijkse rentevoet van 13,50 %. Op de overschrijding van de rentevoet bedraagt de intrestvoet 14,85 %. Vanaf de datum van opeisbaarheid (01.06.2013) worden de nalatigheidsintresten berekend aan een rentevoet van 14,85 %.

- hypothecaire lening 379469-05 op naam van appellante • in kapitaal (gedeelte kapitaal van de onbetaalde vervallen bedragen): 530.000,00 EUR

• in intresten:

■ gedeelte intresten van de onbetaalde vervallen bedragen:

■ verwijlintresten op onbetaalde bedragen:

■ moratoire intresten na opzegging:

17.937,45 EUR

4.940,86 EUR

1.665,97 EUR

De oproeping in minnelijke schikking overeenkomstig artikel 59 van de wet van 4 augustus 1992 werd op de zitting van 15 mei.2013 afgesloten met een proces-verbaal van niet minnelijke schikking.

1.5. Uiteindelijk is geïntimeerde overgegaan tot gedwongen invordering van de openstaande bedragen krachtens de notariële akten van 30 december 2008 en 16 maart 2010 en liet zij op basis van deze akten een bevel betekenen voorafgaand aan onroerend beslag op 20 juni 2013 én uitvoerend onroerend beslag leggen op 10 juli 2013. Geïntimeerde vraagt de betaling van een bedrag van 108.810,22 EUR (ING Cash Facility 380-0119558-28) en een bedrag van 452.715,75 EUR (hypothecaire lening 37949-05) in hoofdsom, meer intresten en kosten. Appellante stelde hiertegen geen verzet in.

De overschrijving van het beslag werd echter geweigerd omdat BVBA HOLLEVOET reeds voordien op 20 juni 2011 uitvoerend beslag had gelegd en laten overschrijven.

1.6. Daarop vroeg geïntimeerde bij eenzijdig verzoekschrift aan de beslagrechter te Brugge om in de plaats te worden gesteld van de BVBA HOLLEVOET om verder te gaan met de gedwongen realisatie van vier van de vijf voornoemde in beslag genomen onroerende goederen, die in haar voordeel gehypothekeerd waren.

Deze toelating werd gegeven bij beschikking d.d.11 september 2013.

Appellante stelde derdenverzet in tegen deze beschikking d.d.u i september 2013 bij exploot van 15 januari 2014. Haar derdenverzet strekte ertoe te horen zeggen voor recht dat de beschikking tot indeplaatsstelling verleend op 11 september 2013 op eenzijdig verzoek van geïntimeerde wordt vernietigd, minstens wordt ingetrokken en te zeggen voor recht dat de aanwijzing van notaris Pierre DE MAESSCHALK nietig is, minstens de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing op te schorten en geïntimeerde te veroordelen tot de kosten van het geding.

Appellante steunde haar derdenverzet hierop dat de twee hiervoor genoemde notariële akten van respectievelijk 30 december 2008 en 16 maart 2010, waarop geïntimeerde zich steunt om de uitvoering van haar schuldvordering te vervolgen, geen uitvoerbare titels zouden vormen, omdat het op basis van de notariële akten van 30 december 2008 en 16 maart 2010 onmogelijk is om het bedrag van de schuldvordering te bepalen, alsook de intresten. Geïntimeerde zou over geen enkele uitvoerbare titel lastens haar beschikken, zodat het uitvoerend onroerend beslag nietig is.

De kredieten die haar door de bank werden toegekend zouden overbruggingskredieten zijn, die werden vastgesteld bij onderhandse overeenkomsten tegen zeer hoge rentevoeten, in afwachting van een definitieve beslissing in het gerechtelijk geschil tussen haarzelf en Paribas Fortis bank, welke zaak werd ingeleid voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel.

Zij wees ten slotte op artikel 1127 Ger.W. dat de beslagrechter bevoegd verklaart om, op dagvaarding van een partij die derdenverzet heeft gedaan, de tenuitvoerlegging geheel of ten dele op te schorten.

1 .7. Intussen werd reeds een perceel bouwgrond, gelegen aan de Breeweg te Bredene, verkocht en ontving geïntimeerde uit de opbrengst een nettobedrag van 115.596,16 EUR. Haar schuldvordering bedroeg op 11 oktober 2013 in het totaal nog 454.695,63 EUR.

1.8. Het derdenverzet van appellante tegen voormelde beschikking d.d.11 september 2013 werd afgewezen door de thans voor dit hof bestreden beschikking van 27 mei 2014. De beslagrechter overwoog dat hij appellante niet kon volgen waar zij stelt dat de aangewende notariële akten van 30 december 2008 en 16 maart 2010 geen uitvoerbare titel zouden vormen, daar de bedragen van de kredieten in de akte zijn vermeld en de hypotheek is gevestigd tot zekerheid van respectievelijk een hoofdsom van 200.000 EUR, meer 10.000 EUR intresten en 400.000,00 EUR, meer 20.000,00 EUR intresten.

Door de indeplaatsstelling van de eerder overgeschreven uitvoerende schuldeiser (BVBA HOLLEVOET) kan volgens de beslagrechter geïntimeerde de onroerende tenuitvoerlegging verder zetten en dus ook een notaris laten benoemen voor veiling en rangregeling.

ll. Hoger beroep

2.1. Appellante vraagt de vernietiging van de bestreden beschikking en de gegrondverklaring van haar oorspronkelijk derdenverzet tegen de indeplaatsstelling, met veroordeling van geïntimeerde tot de kosten van beide aanleggen.

2.2. Geïntimeerde vraagt de bevestiging van de bestreden beschikking, met veroordeling van appellante tot de kosten van het geding in beide aanleggen.

III. Beoordeling

3.1. Tussen partijen bestaat betwisting omtrent één centrale vraag, met name of de notariële akten die op 30 december 2008 en 16 maart 2010 werden verleden voor notaris Luc Nobels, met standplaats te De Haan, al dan niet uitvoerbare titels uitmaken, die geïntimeerde toelaten over te gaan tot gedwongen invordering van haar openstaande schuldvordering door executie op de gehypothekeerde onroerende goederen van appellante.

Appellante handhaaft haar standpunt dat de twee notariële akten, waarop geïntimeerde zich steunt om de uitvoering van haar schuldvorderingen te vervolgen, geen uitvoerbare titels vormen, daar deze akten enkel hypotheken vestigen voor schuldvorderingen die opgenomen werden in onderhandse overeenkomsten, nu de leningsakten zelf niet notarieel werden verleden. De akten laten volgens haar niet toe om het bedrag van de eventueel resterende schuldvordering te bepalen, noch de aangerekende intresten en kosten. Zij betwist de gevorderde bedragen, alsook de toegepaste intrestvoeten en de aanrekening van de betaalde bedragen.

Zij stelt dat de notariële akten van 30 december 2008 en 16 maart 2010 uitsluitend verwijzen naar de onderhandse akten, en verwijst tot staving van haar standpunt naar de passage in de akten "dat het aanvullend krediet wordt toegekend en aanvaard met de clausules en voorwaarden die in voormelde akten zijn vermeld en die niet strijdig zijn met die van de onderhavige akte, van toepassing blijven".

Zij werpt op dat de kredieten die haar door geïntimeerde werden toegekend, overbruggingskredieten zijn, vastgesteld bij onderhandse overeenkomsten tegen zeer hoge rentevoeten in afwachting van een definitieve beslissing van het geschil met BNP Paribas Fortis. Zij erkent dat haar vordering tegen geïntimeerde inmiddels door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel werd afgewezen, maar stelt dat er door haar hoger beroep is ingesteld.

Ze wijst erop dat geïntimeerde op de hoogte is van het feit dat de opeising van de bedragen, toegestaan in de voornoemde overbruggingskredieten, haar ernstige schade toebrengt daar zij haar onroerende goederen dreigt te verliezen. Ze meent dat een krediet niet mag worden opgezegd als dit een ongerechtvaardigd nadeel aan de kredietnemer veroorzaakt.

Geïntimeerde daarentegen stelt dat de akten wel toelaten om de omvang van de schuldvordering nauwkeurig te begroten en dat zij op regelmatige en rechtmatige wijze op basis van deze akten tot gedwongen uitvoering is overgegaan.

3.2. Krachtens artikel 1494 Ger.W. mag geen uitvoerend beslag worden gelegd dan krachtens een uitvoerbare titel en wegens vaststaande en zekere zaken.

Uit de wet van 25 Ventöse Jaar XI (16 maart 1803) op het Notarisambt blijkt dat een notariële akte, die op regelmatige wijze tot stand is gekomen, uitvoerbare kracht heeft en een uitvoerbare titel verschaft. De wetgever stelde de notariële akte op gelijke voet met een in kracht van gewijsde getreden vonnis met de bedoeling de gedwongen tenuitvoerlegging mogelijk te maken van de verbintenissen die in de notariële akte zijn opgenomen, zonder dat een voorafgaande tussenkomst van de rechter vereist is.

Deze principiële uitvoerbaarheid van de notariële akte is echter onderworpen aan een voorwaarde die essentieel is voor de rechtmatigheid van de gedwongen tenuitvoerlegging, te weten dat in de akte duidelijk en precies wordt aangegeven wat de wederzijdse rechten en verplichtingen van partijen zijn. Om een uitvoerbare titel in de zin van artikel 1494 Ger.W. te kunnen opleveren, moet de notariële akte alle noodzakelijke gegevens bevatten op grond waarvan het bedrag van de schuldvordering kan worden bepaald.

De notariële akte moet de schuldvordering van de debiteur nauwkeurig omschrijven. Het is niet vereist dat de akte het bedrag aangeeft van de openstaande schuld van de debiteur, wat trouwens bij akten van kredietopening van onbepaalde duur, zoals hier aan de orde in het gerezen geschil, uit hun aard niet mogelijk is. Voldoende is dat de akte zelf alle gegevens bevat op grond waarvan dit bedrag - zonder verdere discussie tussen partijen - kan worden bepaald. Indien de akte niet al deze elementen bevat, levert zij geen uitvoerbare titel op. De akte moet duidelijk het voorwerp en de uitvoeringsmodaliteiten omschrijven. Zo moeten m.b.t. verbintenissen tot betaling van een geldsom in de akte alle noodzakelijke elementen opgenomen worden die toelaten het juiste bedrag van de schuld en de betalingsmodaliteiten te bepalen.

De akte moet m.a.w. toelaten de omvang van de gehoudenheid precies te bepalen. Indien daartoe acht moet worden geslagen op onderhandse kredietvoorwaarden, dan dienen deze aan de akte te zijn gehecht en er deel van uitmaken. Een notariële akte van kredietopening met authentiek aangehechte kredietvoorwaarden, waarbij de omvang van de schuldvordering zonder discussie kan worden bepaald, levert een uitvoerbare titel op. De vraag welke bedragen werden opgenomen en welke terugbetalingen werden gedaan kan natuurlijk nooit uit de akte blijken, maar deze gegevens dienen wel aan de hand van de inhoud van de akte bepaalbaar te zijn.

Een dergelijke notariële akte kan naast de hoofdsom ook een titel opleveren voor de interesten. Daartoe volstaat de objectieve bepaalbaarheid van de intrestvoet op basis van de notariële akte en de kredietvoorwaarden op het ogenblik van de opeisbaarstelling van de kredieten en afsluiting van de rekening-courant. De vermelding van een vaste intrestvoet in de akte is daarbij niet vereist, indien de kredietvoorwaarden werden gehecht aan de notariële akte, geparafeerd en ondertekend door de partijen en de notaris en met de notariële akte geregistreerd.

Indien de bepaling van de interest afhangt van onderhandse stukken, dan belet zulks niet dat de tenuitvoerlegging voor de hoofdsom voortgang vindt. De problematiek van de rente kan immers nog aan bod komen bij de rangregeling.

Een notariële akte levert echter niet een uitvoerbare titel op wanneer voor de bepaling van de volledige schuldvordering wordt verwezen naar onderhandse akten. Dit is het geval met een notariële akte van hypotheekvestiging tot waarborg van een onderhandse overeenkomst van kredietopening die verwijst naar de schuldvordering, die in deze onderhandse akte is vastgesteld (zie Cass. 21 juni 1990, Arr.Cass. 1989-90, 1361, Pas. 1990, I, 1206, Rev.not.b. 1990, 488).

3.3. Teneinde te kunnen beoordelen of de notariële akten van kredietopening van 30 december 2008 en 16 maart 2010 waarop geïntimeerde zich beroept al dan niet uitvoerbare kracht bezitten moet de precieze inhoud van deze akte nader worden ontleed en getoetst aan voornoemde vereisten voor de uitvoerbare kracht van de notariële akten.

De notariële akte van 30 december 2008 betreft een overeenkomst van kredietopening, waarbij geïntimeerde in het voordeel van appellant een aanvullend krediet opent voor een bedrag in hoofdsom van 200.000,00 EUR, in aanvulling op een eerdere notariële akte van 10 augustus 2007, waarbij de bank ten gunste van appellante reeds een krediet geopend heeft van 200.000,00 EUR, "opneembaar op alle manieren overeen te komen tussen de bank en appellante". De akte bepaalt dat door de toekenning van dit krediet de kredietopening - toegekend bij de akte van 10 augustus 2007 - in totaal wordt gebracht op de som van 400.000 EUR. Blijkens artikel Ivan de akte van 30 december 2008 werd het aanvullend krediet toegekend en aanvaard "met de clausules en voorwaarden van de onderhavige akte, met dien verstande dat alle clausules en voorwaarden die in voormelde akte zijn vermeld en die niet strijdig zijn met die van de notariële akte van 30 december 2008, van toepassing blijven". De 'voormelde akte' waarvan sprake betreft de notariele akte van 10 augustus 2007.

Artikel III bepaalt dat de debetintresten die van toepassing zijn op de totale kredietopening, onder voorbehoud van wijzigingen als gevolg van bijzondere gesloten of af te sluiten overeenkomsten, maandelijks worden geheven en worden berekend tegen een rentevoet van 2 % per maand.

De akte van 16 maart 2010 heeft betrekking op een nieuwe overeenkomst van kredietopening voor een bedrag van 400.000,00 EUR (gekend bij geïntimeerde onder het kredietnummer 515079-09). Krachtens artikel III van deze notariele akte (Karakteristieken van de kredietopening) is deze kredietopening aanwendbaar door alle kredietvormen, is zij "revolving" en is haar looptijd niet beperkt. De debetintresten worden, onder voorbehoud van wijzigingen als gevolg van bijzondere gesloten of af te sluiten overeenkomsten, geheven tegen een rentevoet van 2 % per maand. Verder wordt in artikel XII van de akte (aanwending) overeen gekomen dat de kredietopening zal aangewend worden in kredietnummer 515079-09. Ingevolge artikel XII, artikel 1, kent de bank in eerste aanwending van deze kredietopening aan appellante een krediet toe van 850.000,00 EUR die zij aanvaardt. Het krediet is onderworpen aan de bij de akte gevoegde bijzondere voorwaarden en de algemene voorwaarden vermeld in het bij de akte gevoegde lastenboek, betiteld "Lastenboek van hypothecaire kredieten verleend door ING BELGIË en onderworpen aan de wet van 4 augustus 1992, gewijzigd door de wet van 13 maart 1998 (uitgave 2005)", waarvan de ontleners verklaren volkomen kennis te hebben genomen door de voorlezing ervan gedaan door de werkende notaris, en waarmee ze verklaren in te stemmen.

Dit kohier wordt blijkens de akte gedagtekend, "ne varietut" ondertekend door de partijen en de notaris, en blijft aan de notariële akte gehecht, om er een geheel mee te vormen. Het krediet wordt aangerekend op de hypothecaire kredietopening toegestaan door de bank in het artikel I van de akte en op de hypothecaire inschrijving dd.10 augustus 2007 en de hypothecaire verhoging dd.30 december 2008, verleden voor notaris Nobels.

Krachtens artikel XII, artikel 2 van de akte werd de eerste schijf van 820.000,00 EUR op de dag zelf van de akte (16.03.2010) door appellante opgenomen. Het overschot zou in schijven worden uitgekeerd van minimum 2.500,00 EUR in functie van de vooruitgang der werken. Behalve conventionele voortzetting eindigt de opnemingsperiode ten laatste op de 30e van de 18e maand na de datum van de akte.

De akte bepaalt verder op welke precieze data een definitieve aflossingstabel zal worden opgesteld. Tot de datum waarop de opnemingen eindigen zullen de intresten 5,350 % bedragen per jaar. Zij worden enkel berekend op de door appellante werkelijk opgenomen sommen en zijn betaalbaar na vervallen termijn op het einde van elk jaar en voor de eerste maal op 30 maart 2011.

Er is ook een vergoeding voorzien voor de terbeschikkingstelling van het kapitaal van 1 % per jaar vanaf de 7e maand volgend op het verlijden van de kredietakte en betaalbaar na vervallen termijn op het einde van elk jaar en voor de eerste maal op 30 maart 2011.

Krachtens artikel XII, artikel 3 van de akte moet het krediet aan de bank volledig zijn terugbetaald op 30 september 2012. De van toepassing zijnde rentevoet, conventionele rentevoet genaamd, bedraagt 5,350 % per jaar. De intresten zijn jaarlijks betaalbaar en eisbaar na vervallen termijn voor de eerste maal op 30 september 2012. De aan de akte gehechte aflossingstabel vermeldt het detail van de terugbetalingen in kapitaal en van de intresten, alsook het saldo dat verschuldigd blijft na iedere betaling en maakt deel uit van de bijlage gehecht aan de akte. Appellante gaf opdracht aan de bank om de rekening nummer 380-0119558-28 te debiteren met alle haar verschuldigde bedragen uit hoofde van dit krediet.

Het lastenkohier werd door partijen en de notaris ondertekend en aan de akte gehecht.

3.4. Het hof stelt aan de hand van de hierboven vermelde inhoud van de notariële akten van 30 december 2008 en 16 maart 2010 en de andere stukken van het dossier vast dat: - de beide notariële akten alle noodzakelijke gegevens bevatten die toelaten op objectieve wijze de exacte schuld van appellante op basis van deze akten te bepalen;

- het bedrag van de hoofdsom, de intrest en de afbetalingsmodaliteiten in de akten werd opgenomen;

- appellante blijkens het aflossingsplan gevoegd bij de akte en ondertekend door alle partijen tegen 30 september 2012 aan geïntimeerde een bedrag in hoofdsom van 850.000 EUR diende terug te betalen en een bedrag van 45.475,00 EUR aan intresten;

- de algemene lasten, bedingen en voorwaarden opgenomen werden in een typekohier, waarvan partijen kennis genomen hebben, dat aan de notariële akte gehecht wordt en samen met de akte geregistreerd wordt, getekend "ne varietur" door de partijen en de notaris;

- de - na deze notariële akten - door geïntimeerde bij onderhandse overeenkomsten toegekende kredieten, met name enerzijds het op 17.11.2011 toegekend krediet 379469-05 t.b.v. 530.000 EUR (in afbetaling van het notarieel verleende hypothecair krediet nr. 515079-09) en anderzijds het op 7 maart 2012 in rekening nummer 380-0119558-28 verleende kaskrediet t.b.v. 116.000,00 EUR, toegerekend werden op de hiervoor vermelde hypothecaire kredietopeningen dd.30 december 2008 en 16 maart 2010;

- geïntimeerde, na deze toerekening op 11.02.2013 de twee kredieten opeisbaar stelde die zij op 17 november 2011 en 7 maart 2012 had verleend, zoals blijkt uit haar brief van 11 februari 2013 en daarbij uitdrukkelijk verwees naar de hypotheekstellingen bij de akten van 30.12.2008 en 16.03.2010 voor een totaal bedrag van 600.000 EUR en de zekerheden die geïntimeerde daarbij had verleend tot waarborg van haar verbintenissen ten aanzien van de bank;

- appellante nooit heeft gereageerd op de ingebrekestellingen van geïntimeerde en geen enkel verweer heeft gevoerd naar aanleiding van het voorafgaand bevel en het beslag d.d. 20 juni 2013 en 10 juli 2013.

Geïntimeerde stelde aldus onmiddellijk opeisbaar:

- een bedrag van 552.878,31 uit hoofde van het krediet met nummer 379469-05;

- een bedrag van 118.858,53 EUR, opeisbaar op het einde van de opzegperiode 01/06/2013, verschuldigd uit hoofde van het kaskrediet in rekening 380-0119558-28.

In het exploot van voorafgaand bevel d.d. 20 juni 2013 vorderde zij:

- wat betreft de hypothecaire lening 379469-05 een bedrag van 530.000 EUR in kapitaal en 24.544,28 EUR intresten tot 04.03.2013;

- wat betreft het kaskrediet een bedrag in hoofdsom van 118.851,24 EUR en 124,67 EUR intresten tot 4 maart 2013. Het hof is van oordeel dat geïntimeerde op regelmatige en rechtmatige wijze aanspraak maakt op de betaling van de opeisbaar gestelde bedragen van 530.000 EUR en 116.000 EUR in hoofdsom, meer intresten, welke bedragen appellante verschuldigd is na toerekening ervan op de hypothecaire kredieten die haar door geïntimeerde werden verleend op 30 december 2008 en 16 maart 2010.

De door geïntimeerde voorgelegde akten bevatten de noodzakelijke gegevens ter bepaling van de schuld van appellante.

3.5. Het hoger beroep is ongegrond. IV. Kosten

4.1. De eerste rechter heeft op passende wijze geoordeeld over de gedingkosten in eerste aanleg.

4.2. Appellante wordt als in het ongelijk gestelde partij, bij toepassing van artikel 1017, eerste lid Ger.W. verwezen in de kosten van het geding in hoger beroep.

Deze kosten worden hierna begroot aan de zijde van geïntimeerde. De rechtsplegingsvergoeding wordt begroot op 1.320,00 euro, zijnde het bedrag voor niet in geld waardeerbare vorderingen.

De kosten dienen niet te worden begroot aan de zijde van appellante, aangezien ze haar ten laste blijven.

( ... )

 

Noot: 

• Van Landuyt, N., « Uitvoerbare titel voor notariele akte: wat met de aflossingstabel? », R.A.B.G., 2017/16, p. 1274-1277

• D. Michiels, Uitvoerend onroerend beslag en rangregeling, Mechelen, Kluwer, 2013, 8.

• S. Brijs en N. Van Landuyt, “Enkele aandachtspunten voor de Nederlandse financier in België”, Tijdschrift Financiering, Zekerheden en Insolventiepraktijk 2012, 148.

• E. Dirix en K. Broeckx, Beslag, Mechelen, 2010, 209.

• E. Dirix, “Notariële akten tot betaling van een geldsom” (noot onder Antwerpen 7 maart 1994), RW 1994-95, 503.

• P. Taelman, “Uitvoerend beslag op onroerende goed” in Rechtskroniek voor het notariaat, Deel 4, Beslagrecht, Brugge, die Keure, 2004, 69.



Rechtspraak:

• Beslagr. Gent 9 december 2005, T.Not. 2007, 288;

• Beslagr. Gent 18 februari 2014, RW 2015-16, 514-516.

• Beslagr. Doornik 15 maart 2002, JLMB 2005, 850; D. Michiels, Uitvoerend onroerend beslag en rangregeling, Mechelen, Kluwer, 2013, 7.

• Cass. 17 november 1988, RW 1988-89, 1168.

• Cass. 21 juni 1990, Arr.Cass. 1989-90, 1361.

• Gent 6 februari 1996, T.Not. 1996, 578.

• Beslagr. Gent 18 februari 2014, RW 2015-16, 514-516.

• Beslagr. Gent 18 februari 2014, RW 2015-16, 514-516.

• Gent 19 oktober 2006, RW 2007-08, 320.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 24/06/2018 - 14:35
Laatst aangepast op: zo, 24/06/2018 - 14:35

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.