-A +A

OCMW teruggefloten wegens weigering leefloon na vraag informatie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Arbeidshof
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
maa, 09/01/2012
A.R.: 
2011/AR/48
Publicatie
tijdschrift: 
niet gepubliceerd
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

 

ARBEIDSHOF TE ANTWERPEN
 
Arbeidshof te Antwerpen
AFDELING HASSELT
 
ARREST
 
A.R. 2011/AR/48
OPENBARE TERECHZETTING VAN NEGEN JANUARI TWEEDUIZEND EN TWAALF.
In de zaak:
[...] E.V. en A.V., beide wonende te 3620 Lanaken [...],
appellanten, verschijnend in persoon.
tegen
OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCH4PPELIJK WELZIJN VAN GENK,
met zetel te 3600 Genk, Weg naar M 58,
geïntimeerde,
verschijnend bij mr, MARONGIU loco mr. LENAERTS J., advocaat te Genk.
 
Gelet op de uiteenzetting van de middelen van partijen tijdens de openban terechtzitting van 12 december 2011.
Gelet op de processen-verbaal van de openbare terechtzitting van 3 maart 2011 en 12 december 2011.
1. RECHTSMEGINGSSTUNKEN
Gelet op de stukken van de rechtspleging, in het bijzonder:
-           het bestreden vonnis van de arbeidsrechtbank te Tongeren gewezen op tegensr-- al< tussen partijen op 14 januari 2011 en hen behoorlijk ter kermis gebracht bij gerechtsbrief van 18 januari 2011 conform artikel 792 van het Gerechtelijk Wetboek;
- het verzoekschrift tot hoger beroep ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Hasselt, op 8 februari 2011;
- de beschikking d.d. 7 april 2011 overeenkomstig artikel 747 $2 Ger.W.;
-           de conclusies van geïntimeerde neergelegd ter griffie op 15 juni 2011;
-           de conclusies van appellanten neergelegd ter griffie op 16 augustus 2011. II.

ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP
Met een verzoekschrift, op 8 februari 2011 ontvangen ter griffie van dit hof, tekenen appellanten hoger beroep aan tegen een vonnis (A.R. 10/2167/A) van 14 januari 2011 van de arbeidsrechtbank te Tongeren.
 
Bedoeld vonnis werd in toepassing van artikel 792, lid 2 Gerechtelijk Wetboek bij gerechtsbrief van 18 januari 2011 ter kennis gebracht aan partijen.
Het hoger beroep werd tijdig ingesteld en is regelmatig naar de vorm. Het hoger beroep is ontvankelijk.
 
III FEITEN EN VOOAFGAANDE RECHTSPLEGING

1.         Appellanten E.Ven A.V. vormen een gehuwd paar.
Zij zijn sedert 15 oktober 2009 in Genk woonachtig.

In besluiten gaven E.V.en A.V.aan dat zij tot 6 januari 2011 te Genk woonden.
Vanaf 7 januari 2011 wonen zij officieel in Lanaken.
E.V.(geboren op 15 februari 1944) geniet een samengesteld pensioen (werknemer, zelfstandige, bijpassing IGO samenwonende) ten belope van 838,54 EUR per maand. A.V.heeft geen inkomen of SZ-uitkering.
 
Geïntimeerde, het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WET 7111%1 van GENK (hierna verder vernoemd als het OCMW), verschafte aan betrokkenen een maandelijkse bijpassing aan leefloon van 2 x 86,70 EUR (dus 86,70 EUR per maand aan elk van beide betrokkenen).

Het OCMW besliste in zijn vergadering (van het Bijzonder Comité van de Sociale Dienst) van 26 oktober 2010 dat dit leefloon niet langer zou worden toegekend aan E.V.en A.V.en dit met ingang van 1 november 2010

De beslissing van het OCMW Genk was als volgt gemotiveerd:
" omdat u niet trouw en volledig heeft meegewerkt aan het sociaal onderzoek U bent namelijk gehouden elke voor het onderzoek van de aanvraag nuttige inlichting en machtiging te geven (art. 601 van de organieke wet van 8 juli 1976 op de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn).

U heeft volgende opgevraagde informatie niet meegedeeld: de volledige boekhouding van morse press.

We hebben gevraagd om de boekhouding van VOF M.P te mogen ontvangen zie briefdl 23/09/2010.

We konden hierin geen behoorlijk onderzoek doen gezien we deze niet mochten hebben ter inzage en gezien we geen kopies mochten nemen."
2.         E.V.en A.V.stelden tegen deze beslissing van het OCMW beroep in bij de arbeidsrechtbank van Tongeren.

Bij vonnis van 14 januari 2011 van de arbeidsrechtbank van Tongeren werd de vordering van E.V.en A.V.ontvankelijk doch ongegrond verklaard.
 
3Tegen dit vonnis stelden E.V.en A.V.hoger beroep ir bij dit hof,

IV. EISEN IN HOGER BEROEP
Appelanten (E.V.en AVDS) verzoeken om:
- hun vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren;
- het bestreden vonnis te vernietigen en opnieuw recht te doen;
- de bestreden administratieve beslissing van het OCMW van Genk te hervormen; - het OCMW GENK te veroordelen tot de kosten.

2.Geïntimeerde (het OCMW van GENK) verzoekt om:
- de vordering van E.V.en A.V.ontvankelijk doch ongegrond te verklaren;
- het bestreden vonnis te bevestigen;
- de bestreden administratieve beslissing te bevestigen;
- "het vonnis" uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling.

V, BEOORDELING

1.Het geschil handelt over het recht op een bijpassing aan leefloon (al dan niet) van E,V. en A.V.- bijpassing van 2 x 86,70 EUR per maand -over de periode van 1 november 2010 t/m 6 januari 2011 (tot deze laatste datum woonden betrokkenen te Genk, daaropvolgend hebben ze hun woonplaats te Lanaken gevestigd).

Het OCMW van Genk heeft de gepostuleerde steun (bijpassing leefloon) vanaf 1 november 2010 ontzegd aan betrokkenen omdat deze niet afdoende zouden hebben meegewerkt aan een sociaal onderzoek ; specifiek zouden zij de boekhoudkundige gegevens van de VOF M.P niet hebben bijgebracht.

VOF M.P is klaarblijkelijk de vennootschap waarvan E.V.(bijgestaan door AVDS) zich bedient bij de uitoefening van zijn nevenactiviteit van onderzoeksjournalist, gecombineerd met een website en een daaraan verbonden tijdschrift.
E.V.en A.V.stellen dat zij wel degelijk inzage gegeven hebben aan het OCMW van de nuttige gegevens van VOF Morse Press, en dat zij zich enkel tegen de reproductie ervan (het fotokopiëren ervan) verzet hebben, en zij verwijzen in dit verband naar de [...]
Zij stellen voorts dat het hun recht was om de namen van de abonnees niet kenbaar te maken, gelet op de wet van 9 mei 2006 op het bronnengeheim.
E.V.en A.V.menen dat zij op afdoende wijze zijn tegemoet gekomen aan hun verplichting tot medewerking aan het sociaal onderzoek en dat zij opzichtens het OCMW gerechtigd zijn op de bijpassing aan leefloon.
 
2.De eventuele toekenning van een leefloon kadert in het recht op maatschappelijke integratie zoals geregeld door de Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie (de RMI-wet).
 
Het bedrag van het leefloon wordt (onder meer) vastgesteld in functie van de bestaansmiddelen van de aanvragers (cf.. artikelen 14, § 2 en 16 van de RMI-wet, en artikelen 22 t/m 35 van het uitvoerings-K.B. van 11 juli 2002).
 
Het OCMW is, met het oog van de bepaling van de omvang van deze bestaansmiddelen, gerechtigd om daaromtrent de nodige onderzoeken uit te voeren.
In artikel 19 van de RMI-wet wordt bepaald dat, met het oog op toekenning-herziening-intrekking-schorsing van (onder meer) het leefloon, het OCMW via een maatschappelijk werker een sociaal onderzoek verricht.
 
De aanvrager is ertoe gehouden elke voor het onderzoek van zijn aanvraag nuttige inlichting en machtiging te geven (artikel 19, § 2 RMI-wet).
Soortgelijke bepalingen liggen vervat in artikel 60 1 van de Organieke Wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn de OCMW-wet, in toepassing waarvan de steunaanvrager ertoe gehouden is om elke nuttige inlichting nopens zijn toestand te geven, alsmede het centrum op de hoogte te brengen van elk nieuw gegeven dat een weerslag kan hebben op de hulp die hem wordt verleend.
De wettelijk vastgelegde mededelingsplicht slaat dus op het verstrekken van alle "nuttige" inlichtingen.
 
3.Als zodanig staat het niet ter betwisting dat E.V.en A.V.hij de eerste door hen bij het OCMW ingediende steunaanvraag melding hebben gemaakt van de uitoefening van een bijberoep/nevenactiviteit.
 
Het OCMW heeft dit aanvaard, en heeft bij beslissing van 10 november 2009 de maandelijkse bijpassing aan leefloon toegestaan (cf. het door het OCMW ten behoeve van het auditoraat bij de arbeidsrechtbank te Tongeren geredigeerde verslag).
Om niet nader toegelichte redenen heeft het OCMW dan, en niettegenstaande daaromtrent in de voorliggende periode klaarblijkelijk geen opmerkingen werden gemaakt, eind september 2010 een onderzoek opgestart naar de nevenactiviteit van betrokkenen.
 
Het OCMW richtte op 23 september 2010 een brief aan E.V.en A.V.met navolgende vraag :
"-/- Kan u ons de boekhouding bezorgen van M.P. VOF, opgericht op 29 januari 2007. We vragen deze gegevens op vanaf 1 oktober 2009 tot op heden -/-n (niet-geïnventariseerd stuk van het door het OCMW bijgebrachte administratief dossier).
E.V.en A.V.reageerden daarop met een brief van 3 oktober 2010, waarbij zij meedeelden dat het OCMW bepaalde stukken kon inzien die betrekking hadden op het financiële aspect, maar waarbij zij zich verzetten tegen het eventueel fotokopiëren ("reproduceren") van stukken en waarbij gesteld werd dat persoonsgegevens van abonnees niet zouden worden meegedeeld ("-/-Personeelsgegevens mbt abonnees zal u in geen geval te zien krijgen -/-") (niet-geïnventariseerd stuk van het door het OCMW bijgebrachte administratief dossier).
 
Daaropvolgend vond er op 8 oktober 2010 een ontmoeting plaats tussen. E.V.en A.V.en de maatschappelijk werker van het OCMW, die daarvan een summier sociaal verslag opstelde (als handgeschreven stuk neerliggend in het niet-geïnventariseerde door het OCMW bijgebrachte administratief dossier).
 
De weergave door de maatschappelijk werker van het OCMW in dit summiere sociaal verslag laat echter niet toe om ten genoege van recht uit te maken of E.V.en A.V.geweigerd zouden hebben mee te werken aan het onderzoek en/of dat zij daartoe benodigde "nuttige" inlichtingen onthouden zouden hebben aan het OCMW.
Klaarblijkelijk hebben E.V.en A.V.een aantal boekhoudkundige gegevens van de VOF M.P ter inzage voorgelegd aan het OCMW, maar achtte het OCMW het aangewezen en wenselijk om daarvan ook fotokopies te kunnen nemen, hetgeen dan door betrokkenen niet werd toegestaan.
 
E.V.en A.V.stelden dat zij de gegevens inzake inkomsten, waaronder die van abonnementsgelden en bankafschriften, niet onthouden hebben aan het OCMW, maar zij wensten klaarblijkelijk niet de namen van deze abonnees t.a.v. het OCMW kenbaar te maken.
 
Ter zitting verklaarden zij dat zij de bankafschriften met de storting van de abonnementsgelden wel degelijk hebben voorgelegd, maar dat daarop de namen van de abonnees - volgens hen ook veelal informanten die onder meer gevoelige informatie over het OCMW bezorgden - anoniem hadden gemaakt.
 
Uit de beschikbare gegevens - waaronder het door het OCMW ten behoeve van het arbeidsauditoraat opgestelde verslag - weerhoudt het hof dat de maatschappelijk werker van het OCMW er klaarblijkelijk nogal zwaar aan tilde dat er geen fotokopies van de (alle) boekhoudkundige gegevens van de VOF M.P mochten worden gemaakt, en mogelijk ook dat de persoonsgegevens van de abonnees haar niet ter kennis werden gebracht.
 
Dit ongenoegen van de maatschappelijk werker van het OCMW vertaalde zich vervolgens in de appreciatie van een aan betrokkenen verweten "niet trouwe er, volledige medewerking aan het sociaal onderzoek" (motivering, vermeld in de bestreden OCMW-beslissing).
Het hof is aan de hand van de thans beschikbare gegevens echter van oordeel dat dergelijke appreciatie vanwege het OCMW te verregaand was, en dat de beschikbare feitelijke elementen onvoldoende objectiveerbare gegevens opleveren tel ondersteuning van dergelijke appreciatie,
 
Het niet kunnen nemen van fotokopies van de gehele boekhouding van bedoelde VOF M.P en het niet kunnen beschikken over de namen en identiteit van de individuele abonnees, kan hier naar het oordeel van het hof in de gegeven omstandigheden niet als een aan betrokkenen verwijtbare niet-medewerking en inbreuk op artikel 19 van de RMI-wet worden aangemerkt, temeer nu het OCMW (haar maatschappelijk werker) wel degelijk de mogelijkheid had tot inzage en registratie (handgeschreven) van de vereiste nuttige financiële gegevens van de VOF M.P.
 
En de partiële vermelding door de maatschappelijk werker in het sociaal verslag van enkele gegevens inzake bepaalde inkomsten van de VOF M.P volstaat niet om te besluiten dat betrokkenen zich via bedoelde firma verdoken bestaansmiddelen zouden hebben verschaft, nu niet duidelijk is welke uitgaven tegenover die inkomsten staan/stonden en nu daarvan door de maatschappelijk werker klaarblijkelijk geen notities werden genomen.
 
Recapitulerend is het hof van oordeel dat onvoldoende gebleken of aangetoond werd dat E.V.en A.V.hier niet op voldoende nuttige wijze hebben meegewerkt aan het sociaal onderzoek dat door het OCMW werd uitgevoerd m.b.t. de door hen via de VOF M.P uitgeoefende nevenactiviteit.
 
Dientengevolge kan de OCMW-weigeringsbeslissing d.d. 26 oktober 2010 niet worden gehandhaafd.
Deze OCMW-beslissing wordt vernietigd, hetgeen een herstel impliceert van E.V.en A.V.in hun recht op een leefloon van 2x 86,70 EUR per maand, voor de periode van 1 november 2010 t/m 6 januari 2011.
Het vonnis a (po, waarin er anders over geoordeeld werd, wordt door het hof vernietigd.
Het hoger beroep is gegrond.
 
In zoverre ze in de hogervermelde overwegingen niet reeds beantwoord werden, zijn de eventueel resterende andersluidende argumenten van partijen niet van aard om afbreuk te doen aan de door het hof toegepaste beoordeling; het hof laat ze voorts als niet dienend buiten beschouwing.
 
OP DIE GRONDEN,
Het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Hasselt, vierde kamer.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken waarvan de voorschriften werden nageleefd.
 
Vernietigt, behalve in zoverre de vordering erdoor ontvankelijk werd verklaard en wat de uitspraak over de gerechtskosten betreft, het bestreden vonnis van de arbeidsrechtbank van Tongeren van 14 januari 2011.
Opnieuw recht doende inzake dit vernietigd verklaarde gedeelte.
Verklaart de vordering van E.V.en A.V.gegrond. Vernietigt de bestreden OCMW-beslissing van 26 oktober 2010.
Zegt voor recht dat E.V.en A.V.opzichtens het O.C.M.W . van GENK gerechtigd zijn op een bijpassing aan leefloon van 2 x 86,70 EUR per maand, voor de periode van 1 november 2010 t/m 6 januari 2011.
Veroordeelt in toepassing van artikel 1017, lid 2 Ger.W. het O.C.M,W. van GENK tot de gerechtskosten van onderhavige beroepsprocedure bij dit arbeidshof.
Laat deze kosten aan de zijde van E.V.en A.V.alsook aan de zijde van het O.C.M.W. van GENK onvereffend wegens het niet indienen van een omstandige kostenopgave.
 
uitgesproken door de vierde kamer van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Hasselt, zitting houdend te Hasselt in openbare terechtzitting van negen januari tweeduizend en twaalf.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 22/01/2012 - 23:26
Laatst aangepast op: ma, 23/01/2012 - 13:15

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.