-A +A

Omzetting van vruchtgebruik kan enkel gevorderd worden door vruchtgebruiker

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
don, 15/01/2015

De fiscale administratie kan vruchtgebruik niet herkwalificeren als recht van opstal omdat de rechtsgevolgen van beide figuren verschillen zijn.

Art. 745quater.
§ 1. Wanneer de blote eigendom behoort aan de afstammelingen van de vooroverleden echtgenoot, aan zijn geadopteerde kinderen of aan de afstammelingen van dezen, kan de langstlevende echtgenoot of een van de blote eigenaars vorderen dat het vruchtgebruik geheel of ten dele wordt omgezet, hetzij in de volle eigendom van met vruchtgebruik belaste goederen, hetzij in een geldsom, hetzij in een gewaarborgde en geindexeerde rente.
 
§ 2. Wanneer de blote eigendom behoort aan andere personen dan die bedoeld in § 1, kan de langstlevende echtgenoot die omzetting eisen binnen vijf jaar na het openvallen van de nalatenschap.

In hetzelfde geval kan hij te allen tijde eisen dat de blote eigendom van de goederen bedoeld in § 4 hem tegen geld wordt overgedragen.

De familierechtbank kan de omzetting van het vruchtgebruik en de toewijzing van de volle eigendom weigeren, wanneer zulks de belangen van een onderneming of van een beroepsarbeid ernstig zou schaden.

Indien de rechtbank het billijk acht wegens omstandigheden die eigen zijn aan de zaak, kan zij een vordering tot omzetting toewijzen, die is ingesteld door een andere blote eigenaar dan die bedoeld in § 1 of, na de termijn van vijf jaar, door de langstlevende echtgenoot.

§ 3. De omzetting van het vruchtgebruik van de goederen onderworpen aan het recht van wettelijke terugkeer kan, alleen worden gevorderd door degene die dat recht bezit.

§ 4. Het vruchtgebruik van het onroerend goed dat bij het openvallen van de nalatenschap het gezin tot voornaamste woning diende, en van het daarin aanwezige huisraad, kan niet worden omgezet dan met instemming van de langstlevende echtgenoot.

Art. 745quinquies. <W 14-05-1981, art. 8> § 1. Het recht om de omzetting van het vruchtgebruik of de toewijzing in volle eigendom van de goederen bedoeld in artikel 745quater, § 4, te vorderen, geldt voor elk vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot, onverschillig of het verkregen is krachtens de wet of bij testament, dan wel ingevolge huwelijkscontract of contractuele erfstelling.
Dit recht is persoonlijk en niet vatbaar voor overdracht. Het kan niet worden uitgeoefend door de schuldeisers van de rechthebbende.
§ 2. Het recht om de omzetting te vorderen kan niet worden ontnomen aan de afstammelingen (uit een vorige relatie) van de vooroverleden echtgenoot. <W 2007-03-28/39, art. 6, 013; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
Aan de langstlevende echtgenoot kan niet het recht worden ontnomen om de omzetting van het vruchtgebruik of de toewijzing in volle eigendom van de goederen bedoeld in artikel 745quater, § 4, te vorderen.
§ 3. Ingeval de langstlevende echtgenoot tot de nalatenschap komt met afstammelingen (uit een vorige relatie) en de omzetting wordt gevorderd door een van de partijen, wordt de langstlevende echtgenoot geacht ten minste twintig jaar ouder te zijn dan de oudste afstammeling (uit een vorige relatie). <W 2007-03-28/39, art. 6, 013; Inwerkingtreding : 18-05-2007>

Art. 745sexies.<W 14-05-1981, art. 8> § 1. Indien alle blote eigenaars en de langstlevende echtgenoot meerderjarig en handelingsbekwaam zijn, kunnen zij in iedere stand van de zaak, in onderlinge overeenstemming en op de wijze die zij hebben vastgesteld, overgaan tot de omzetting of tot de overdracht van de blote eigendom van de goederen bedoeld in artikel 745quater, § 4.
Indien een van hen minderjarig of anderszins onbekwaam is, wordt gehandeld overeenkomstig artikel 1206 van het Gerechtelijk Wetboek.

§ 2. Bij gebreke van overeenstemming wordt de zaak bij de [1 familierechtbank]1aanhangig gemaakt op verzoekschrift; alle rechtverkrijgenden worden in het geding geroepen bij gerechtsbrief.

Wanneer de rechtbank de eis geheel of ten dele toewijst, bepaalt zij de wijze van omzetting of de prijs die moet worden betaald voor de overdracht van de blote eigendom van de goederen bedoeld in artikel 745quater, § 4. In voorkomend geval gelast zij de verkoop van de volle eigendom van het geheel of van een deel der goederen die met vruchtgebruik belast zijn, dan wel de verdeling van die goederen, zelfs indien ter zake van dat recht geen onverdeeldheid bestaat, tenzij zij verkiest de partijen naar een notaris te verwijzen om de omzetting te laten plaatshebben volgens de procedure omschreven in de artikelen 1207 tot 1225 van het Gerechtelijk Wetboek.

§ 3. Het vruchtgebruik wordt berekend volgens de waarde op de dag van de omzetting. Bij die waardering wordt onder meer en naar gelang van de omstandigheden rekening gehouden met de waarde en de opbrengst van de goederen, de eraan verbonden schulden en lasten en de vermoedelijke levensduur van de vruchtgebruiker.

§ 4. De omzetting van het vruchtgebruik heeft geen terugwerkende kracht, evenmin als de toewijzing van de goederen bedoeld in artikel 745quater, § 4.

TOEKOMSTIG RECHT

Art. 745sexies. <W 14-05-1981, art. 8> § 1. Indien alle blote eigenaars en de langstlevende echtgenoot meerderjarig en handelingsbekwaam zijn, kunnen zij in iedere stand van de zaak, in onderlinge overeenstemming en op de wijze die zij hebben vastgesteld, overgaan tot de omzetting of tot de overdracht van de blote eigendom van de goederen bedoeld in artikel 745quater, § 4.
Indien een van hen minderjarig of anderszins onbekwaam is, wordt gehandeld overeenkomstig artikel 1206 van het Gerechtelijk Wetboek.

§ 2. Bij gebreke van overeenstemming wordt de zaak bij de [1 familierechtbank]1aanhangig gemaakt op verzoekschrift; alle rechtverkrijgenden worden in het geding geroepen bij gerechtsbrief.

Wanneer de rechtbank de eis geheel of ten dele toewijst, bepaalt zij de wijze van omzetting of de prijs die moet worden betaald voor de overdracht van de blote eigendom van de goederen bedoeld in artikel 745quater, § 4. In voorkomend geval gelast zij de verkoop van de volle eigendom van het geheel of van een deel der goederen die met vruchtgebruik belast zijn, dan wel de verdeling van die goederen, zelfs indien ter zake van dat recht geen onverdeeldheid bestaat, tenzij zij verkiest de partijen naar een notaris te verwijzen om de omzetting te laten plaatshebben volgens de procedure omschreven in de artikelen 1207 tot 1225 van het Gerechtelijk Wetboek.

§ 3. [2 De minister van Justitie bepaalt voor de omzetting van het vruchtgebruik twee omzettingstabellen : een voor mannen en een voor vrouwen.
Deze omzettingstabellen bepalen de waarde van het vruchtgebruik als een percentage van de normale verkoopwaarde van de goederen onderworpen aan het vruchtgebruik, rekening houdend met :

- de gemiddelde rentevoet over de laatste twee jaar van de lineaire obligaties waarvan de maturiteit gelijk is aan de levensverwachting van de vruchtgebruiker. De rentevoet die overeenstemt met de hoogste maturiteit wordt toegepast wanneer de levensverwachting deze maturiteit overschrijdt. Deze rentevoet wordt toegepast na aftrek van de roerende voorheffing;
- de Belgische prospectieve sterftetafels die jaarlijks worden gepubliceerd door het Federaal Planbureau.

Tenzij partijen anders zijn overeengekomen gebeurt de waardering van het vruchtgebruik op basis van de omzettingstabellen, de verkoopwaarde van de goederen en de leeftijd van de vruchtgebruiker op de datum van de indiening van het in § 2 bedoelde verzoekschrift.

De waarde van het vruchtgebruik verstrekt door de omzettingstabellen is gelijk aan het verschil tussen de waarde van de volle eigendom en de waarde van de blote eigendom. De waarde van de blote eigendom is gelijk aan een breuk waarvan de teller gelijk is aan de waarde van de volle eigendom; de noemer is gelijk aan één te vermeerderen met de rentevoet, deze som zijnde verheven tot de macht die gelijk is aan de levensverwachting van de vruchtgebruiker. De levensverwachting uitgedrukt in jaren, de rentevoet uitgedrukt in procent, en de waarde van het vruchtgebruik uitgedrukt in procent van de waarde van de volle eigendom, bevatten twee decimalen.

De vruchtgebruiker behoudt het vruchtgebruik van de goederen tot op het ogenblik dat de kapitalisatiewaarde van zijn vruchtgebruik hem effectief is betaald.

Tot dat ogenblik brengt deze som geen intresten op in het voordeel van de vruchtgebruiker, behalve indien de vruchtgebruiker na de definitieve vaststelling van de kapitalisatiewaarde van zijn vruchtgebruik beslist om afstand te doen van het genot van de zaak. In dit geval zal aan de vruchtgebruiker een intrest verschuldigd zijn gelijk aan de wettelijke intrest vanaf het ogenblik waarop deze aan de blote eigenaar, bij aangetekende zending of deurwaardersexploot, bevestigt dat hij afstand heeft gedaan van het genot van de zaak en hij de blote eigenaar in gebreke stelt tot het betalen van deze intrest.

Wanneer evenwel omwille van de gezondheidstoestand van de vruchtgebruiker zijn verwachte levensduur manifest lager is dan deze van de statistische tabellen, kan de rechter hetzij de omzetting weigeren, hetzij de toepassing van de omzettingstabellen uitsluiten en andere omzettingsvoorwaarden bepalen.

De minister van Justitie bepaalt jaarlijks op 1 juli de in het eerste lid bedoelde omzettingstabellen. Bij deze gelegenheid houdt hij rekening met de in het tweede en derde lid vermelde parameters en met de voorstellen van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat, na kennis te hebben genomen van de resultaten van de werkzaamheden geleverd door het Federaal Planbureau en het Instituut voor actuarissen in België.

De omzettingstabellen worden ieder jaar in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Naast de leeftijd van de vruchtgebruiker vermelden deze tabellen diens levensverwachting evenals de overeenkomstige rentevoet en waarde van het vruchtgebruik.]2
§ 4. [2 ...]2.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2015-2016
Pagina: 
1348
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

V. t/ V.

...

I. Beroepen vonnis

1. De partijen zijn de enige erfgenamen van Ginette I., die op 21 april 2010 testamentloos is overleden. Johan V. is de langstlevende echtgenoot. Zij waren gehuwd zonder huwelijkscontract en vielen derhalve onder het wettelijke huwelijksvermogensstelsel. Ludwig V. is hun zoon.

2. Bij voorlopig uitvoerbaar vonnis van 10 april 2012 gaat de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent in op de bij dagvaarding van 1 maart 2012 ingestelde en verder bij conclusie gekanaliseerde vordering van Johan V. om zodoende te bevelen dat wordt overgegaan tot (1) de gerechtelijke vereffening-verdeling van het gewezen huwelijksvermogen V.-I. en (2) de omzetting van het vruchtgebruik van Johan V. met betrekking tot de nalatenschap van Ginette I., met aanwijzing van (1) notaris Christophe B. als notaris-vereffenaar in de zin van het oude art. 1209, tweede lid Ger.W. en (2) notaris Ilse D. als notaris-vertegenwoordiger in de zin van het oude art. 1209, derde lid Ger.W. (...).

...

II. Hoger beroep

1. Bij verzoekschrift van 25 juli 2012 stelt Ludwig V. beperkt hoger beroep in tegen het voormelde vonnis van 10 april 2012. Hij betwist in essentie (1) de aanwijzing van notaris Christophe B. als notaris-vereffenaar in de zin van het oude art. 1209, tweede lid Ger.W.; (2) de aanwijzing van een notaris-vertegenwoordiger in de zin van het oude art. 1209, derde lid Ger.W. en (3) de bevolen omzetting van het vruchtgebruik.

2. Johan V. neemt conclusie tot afwijzing van het hoger beroep en zodoende tot bevestiging van het beroepen vonnis.

...

III. Beoordeling

...

2. Met akkoord van de partijen ter terechtzetting van 18 december 2014 maakte het hof hic et nunc toepassing van art. 1207 e.v. Ger.W., zoals hervormd ingevolge de wet van 13 augustus 2011 “houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling” (BS 14 september 2011). Deze wet is in werking getreden op 1 april 2012, met dien verstande dat, krachtens het overgangsrechtelijke art. 9, de oude bepalingen aangaande de fase van de procedure tot het aanwijzingsvonnis van toepassing blijven “op de zaken waarin de vordering tot verdeling hangende is en die op het ogenblik van de inwerkingtreding van de wet in beraad genomen zijn”. Punt daarbij is dat de partijen in een dergelijk geval geen standpunt meer hebben kunnen innemen in het licht van de nieuwe wetsbepalingen.

Aangezien de zaak met het oog op beslechting in het beroepen vonnis in beraad is genomen op 27 maart 2012 en derhalve vóór 1 april 2012, terwijl de partijen blijkbaar geen standpunt hadden ingenomen in het licht van de wet van 13 augustus 2012, maakte de eerste rechter nog toepassing van de oude art. 1207 e.v. Ger.W.

Intussen hebben de partijen wel degelijk standpunt kunnen innemen in het licht van de wet van 13 augustus 2012.

3. Het staat buiten kijf dat, gelet op art. 815, eerste lid BW en de vordering daartoe van Johan V., moet worden overgegaan tot gerechtelijke vereffening-verdeling van het gewezen huwelijksvermogen V.-I.

4. Anders dan de eerste rechter kan het hof niet ingaan op de vordering van Johan V. in zoverre zij strekt tot omzetting van het vruchtgebruik van Johan V. met betrekking tot de nalatenschap van Ginette I.

In een sfeer van wantrouwen, moeizame communicatie en samenwerking tussen de partijen kan het hof, dat hier aan belangenafweging moet doen en geenszins uitspraak doet over een recht aan de zijde van de partijen, de omzetting van het vruchtgebruik bevelen (zie aangaande de bedoelde belangenafdeling: W. Pintens e.a., Familiaal vermogensrecht, Antwerpen, Intersentia, 2010, p. 795-796, nr. 1504; A. Verbeke, “Vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot” in W. Pintens (ed.), De vereffening van de nalatenschap, Antwerpen, Intersentia, 2007, p. 54, nr. 34). Het is in een dergelijke context zeer onpraktisch de verhouding blote eigendom en vruchtgebruik te handhaven.

Het hof kan, in het raam van de vereffening-verdeling van de nalatenschap van Ginette I., het bedoelde vruchtgebruik omzetten hetzij in volle eigendom hetzij in een geldsom hetzij in een gewaarborgde en geïndexeerde rente (art. 745sexies, § 1 BW), met berekening van het vruchtgebruik overeenkomstig art. 745sexies, § 3 BW. Deze (laatste) bepaling is gewijzigd door de wet van 22 mei 2014 “houdende invoeging van art. 624/1 BW en tot wijziging van art. 745sexies, § 3 BW teneinde de regels vast te leggen voor de waardering van het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot en van de langstlevende wettelijk samenwonende” (BS 13 juni 2014). Zij treedt pas in werking tien dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de eerste omzettingstabellen (S. Seyns, “Nieuwe wetgeving en wetsvoorstellen” in W. Pintens en Ch. Declerck, Patrimonium 2014, Brugge, die Keure, 2014, 75-77; D. Sterck, “La valorisation légale de l’usufruit viager”, JT 2014, 561-563).

In voorkomend geval komt het (in de eerste plaats) aan de notaris-vereffenaar toe om de omzetting concreet invulling te geven (zie: C. De Busschere, “De wettelijke opdracht van de notarissen bij gerechtelijke omzetting van het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot”, RW 2010-11, 130 e.v.), zij het op de wijze die het hof op vordering van (minstens) een partij bepaalt.

Pijnpunt is dat Johan V. de wijze van omzetting niet preciseert, terwijl het hof de wijze van omzetting niet vrij kan bepalen maar gebonden is door het beschikkingsbeginsel. De keuze van de wijze van omzetting komt verplicht toe aan de titularis die de omzetting vordert. Bij gebrek aan (desnoods impliciete) keuze moet het hof (in geval het niet verplicht is de omzetting te bevelen) de vordering afwijzen op straffe van de beslissing ultra petita (W. Pintens e.a., Familiaal vermogensrecht, Antwerpen, Intersentia, 2010, p. 797-798, nr. 1506).

Johan V. laat na de wijze van omzetting te bepalen en betoogt dienaangaande ter terechtzetting van 18 december 2014 dat hij nog geen keuze wil geven omdat hij de wijze van omzetting wil laten afhangen van de notariële werkzaamheden tot bepaling van de samenstelling van de nalatenschap. De vordering van Johan V., in zoverre zij strekt tot omzetting van het vruchtgebruik van Johan V. met betrekking tot de nalatenschap van Ginette I. is onvolkomen en moet derhalve worden afgewezen.

5. Indien het hof de verdeling beveelt, verwijst het de partijen naar de notaris-vereffenaar over wie de partijen het eens zijn, of, op een met redenen omkleed verzoek van de partijen, naar twee notarissen-vereffenaars waarvan zij gezamenlijk de aanwijzing vragen (art. 1210, § 1, eerste lid Ger.W.).

Indien de partijen niet tot een akkoord komen of indien het hof oordeelt dat de aanwijzing van twee notarissen-vereffenaars niet gerechtvaardigd is, verwijst het de partijen naar een andere notaris-vereffenaar die het aanwijst (art. 1210, § 1, tweede lid Ger.W.).

Bij gebrek aan akkoord van de partijen, stelt het hof ambtshalve aan als notaris-vereffenaar: notaris Luc J. (met standplaats te Gent).

...

De aanwijzing van een notaris-vertegenwoordiger (in de zin van het oude art. 1209, derde lid Ger.W.) is daarbij niet meer aan de orde, gelet op de in art. 1214, § 6 Ger.W. bedoelde bijkomende bevoegdheid.

Voortaan verhindert de afwezigheid of weigerachtige houding van een partij de voortzetting van de werkzaamheden niet langer. In voorkomend geval stelt de notaris-vereffenaar in elke stand van de procedure vast dat een partij afwezig is of weigert te ondertekenen (art. 1214, § 6, eerste lid Ger.W.). Niettegenstaande een partij afwezig is of weigert te ondertekenen, ontvangt de notaris-vereffenaar de toewijzingsprijzen en andere schuldvorderingen in kapitaal en toebehoren, geeft hij er kwijting van met of zonder indeplaatsstelling en, ingevolge deze betalingen, verleent hij opheffing van elke inschrijving die is of moet worden genomen, van elke overschrijving van bevel of beslag, alsmede van elk verzet indien daartoe grond bestaat (art. 1214, § 6, tweede lid Ger.W.).

6. Het hoger beroep slaagt (grotendeels).

...

Noot: 

M. DELANOTE en J. VANDEN BRANDEN, Artikel 344 § 1 WIB 1992 RABG 2011/19,1375

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 17/04/2016 - 13:47
Laatst aangepast op: zo, 16/07/2017 - 13:19

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.