-A +A

Overeenkomst tot betaling vergoeding bij eenzijdige beëindiging aanneming kan niet verminderd bij wederzijdse fout

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 11/09/2015
A.R.: 
C.14.0278.F

Wanneer een clausule van een aannemingsovereenkomst, die een modaliteit is van artikel 1794 van het Burgerlijk Wetboek, kan worden uitgelegd als een contractueel beding dat voorziet in de betaling van een geldsom als tegenprestatie voor de mogelijkheid om de overeenkomst eenzijdig te beëindigen, kan de rechter, die het bestaan van een gezamenlijke fout van de bouwheer en van de aannemer vaststelt, de vergoeding niet wegens een gedeelde aansprakelijkheid verminderen.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2017/2
Pagina: 
85
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.14.0278.F
LES MÉTIERS RÉUNIS cvba,
tegen
1. H. R.,
2. O.G. CONCEPT cvba.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen van 20 december 2012.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Middel
Derde onderdeel

Luidens artikel 1134, eerste lid, Burgerlijk Wetboek, strekken alle overeenkomsten die wettig zijn aangegaan degenen die deze hebben aangegaan, tot wet.

Het arrest stelt vast dat de tegenvordering van de eiseres strekt tot veroordeling van de verweerder "tot betaling van de overeengekomen vergoeding bepaald in artikel 7 van de aannemingsovereenkomst, dat bepaalt dat ‘indien, na uitdrukke-lijke en voorafgaande instemming van de aannemer, de bouwheer zelf de werken uitvoert of een derde hiermee belast, hij zich ertoe verbindt alle kosten, werken en winstderving van de aannemer te vergoeden, zonder dat laatstgenoemde deze dient te verantwoorden, die geraamd worden op dertig pct. van het bedrag van de werken die hij niet heeft uitgevoerd', en dat ‘die vergoeding ook verschuldigd is indien de bouwheer de werken gedeeltelijk of geheel afzegt'".

Het arrest zegt dat het niet-beroepen vonnis van 12 juni 1998 heeft gevonnist dat het voormelde beding, dat "een modaliteit is van artikel 1794 van het Burgerlijk Wetboek", niet kan worden uitgelegd als "een strafbeding maar [als] een con-tractueel beding dat voorziet in de betaling van een geldsom als tegenprestatie voor de mogelijkheid om de overeenkomst eenzijdig te beëindigen" en de rechter niet "de bevoegdheid verleent om het cijfer van dertig pct. te beoordelen".

Het arrest, dat vaststelt dat de verweerder de overeenkomst eenzijdig heeft beëin-digd, miskent de verbindende kracht van artikel 7 van die overeenkomst en schendt bijgevolg artikel 1134, eerste lid, Burgerlijk Wetboek, door de beëindi-gingsvergoeding met de helft te verminderen, op grond dat de eiseres "geen aan-spraak kan maken op de volledige vergoeding van haar schade" wegens een "ge-zamenlijke fout van de bouwheer en van de aannemer".

Het onderdeel is gegrond.

Er bestaat geen grond tot onderzoek van de eerste twee onderdelen, die niet kun-nen leiden tot ruimere cassatie.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het uitspraak doet over de tegenvorde-ring van de eiseres en over de kosten.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Luik.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, en in openbare terechtzitting van 11 september 2015 uitgesproken

 

Noot: 

• Tijdschrift voor Belgisch Handelsrecht [T.B.H.] VERMANDER, Flavie; Noot 'De bedongen opzeggingsvergoeding in aannemingscontracten: enkele knelpunten belicht' 2016, nr. 7, p. 662-672.
• Tijdschrift voor Bouwrecht en Onroerend Goed [T.B.O.] SCHOUPS, Marco; VAN DEN BOS, Pim; Noot 'De opzegging op grond van artikel 1794 BW en het recht van de bouwheer op schadevergoeding' 2016, nr. 2, p. 142-146.

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 17/07/2017 - 13:32
Laatst aangepast op: ma, 17/07/2017 - 13:32

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.