-A +A

Pachtoverdracht aan zoon

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
woe, 12/10/2011
A.R.: 
C.12.0101.N

De pachtovereenkomst heeft een intuitu personae-karakter althans in de persoon van de pachter.

Dit verklaart het principieel verbod van onderpacht en pachtoverdracht.

Uitzondering Art. 34 Pachtwet stellende dat de de pachter, zonder toestemming van de verpachter, zijn pacht geheel overdragen aan zijn afstammelingen of aangenomen kinderen of aan die van zijn echtgenoot of van de echtgenoten van de voormelde afstammelingen of aangenomen kinderen. Ten aanzien van deze personen geldt de absolute voorrang van pachtoverdracht, zonder dat de verpachter dit kan beletten.

Art. 838, eerste lid Wetboek van Vennootschappen bepaalt dat voor de toepassing van de Pachtwet de exploitatie als beherend vennoot in een landbouwvennootschap wordt gelijkgesteld met persoonlijke exploitatie. Dit geldt zowel ten aanzien van de pachter als van de verpachter wier rechten en verplichtingen onverkort blijven voortbestaan.

Uit deze bepalingen volgt dat de pachter zijn pachtrechten zonder toestemming van de verpachter kan overdragen aan zijn zoon. Hieruit volgt niet dat de pachter deze rechten kan overdragen aan een landbouwvennootschap, ook al is zijn zoon beherend vennoot van deze vennootschap. Een vennootschap heeft geen verwanten.
 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
262
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
P.D.H. t/ H.D.H. en Landbouwvennootschap D.H.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis in hoger beroep van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Dendermonde van 13 oktober 2011.

...

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

...

5. Art. 34, eerste lid Pachtwet laat de pachter toe zonder toestemming van de verpachter zijn pacht over te dragen aan onder meer zijn zoon.

Art. 838, eerste lid Wetboek van Vennootschappen bepaalt dat voor de toepassing van de Pachtwet de exploitatie als beherend vennoot in een landbouwvennootschap wordt gelijkgesteld met persoonlijke exploitatie. Dit geldt zowel ten aanzien van de pachter als van de verpachter wier rechten en verplichtingen onverkort blijven voortbestaan.

6. Uit deze bepalingen volgt dat de pachter zijn pachtrechten zonder toestemming van de verpachter kan overdragen aan zijn zoon. Hieruit volgt niet dat de pachter deze rechten kan overdragen aan een landbouwvennootschap, ook al is zijn zoon beherend vennoot van deze vennootschap.

7. De appelrechters die oordelen dat er een geldige pachtoverdracht is gebeurd tussen de verweerder als pachter en de verweerster, en die het beroepen vonnis bevestigen dat het bestaan aanneemt van een pachtovereenkomst tussen de eiser en de verweerster, schenden de voormelde wetsbepalingen.

Het middel is gegrond.
 

 

Noot: 

• Bart Van Den Bergh, Pachtoverdracht aan een landbouwvennootschap is geen familiale pachtoverdracht, ook niet als de kinderen van de overdrager beherend vennoot zijn, RW 2013-2014, 262

• Guan Velghe De toepassing van art. 1690 BW op een familiale pachtoverdracht, noot gepubliceerd onder voormeld arrest in het RW

• E. Stassijns, “Pachtwet en vennootschappen: op gespannen voet” in Liber Amicorum Ivan Verougstraete, Gent, Larcier, 2011, 345

• V. Renier en P. Renier, Le Bail à ferme in Rép.not., Brussel, Larcier, 1992, p. 360, nr. 503; J.L. Rens, “De pachtwet”, Notariële actualiteit. Zakenrecht – Bijzondere overeenkomsten, T.Not. 1997, (81) 91;

• F.H. Van Malleghem, “Rechten en plichten van de pachter” in De Landpacht, Brugge, die Keure, 2010, p. 161, nr. 112

• E. Stassijns, Pacht in APR, Antwerpen, Kluwer, 1997, p. 423, nr. 418

• S. Beyaert, “Overdracht van contracten” (noot onder Luik 22 maart 2000), TBBR 2003, (657), p. 675, nr. 64

• B. Van Baeveghem, “Pachtoverdracht: niet het einde van een overeenkomst, maar hoogstens een nieuw begin” (noot onder Cass. 19 december 2003), RABG 2005, 640).

• E. Dirix, Obligatoire verhoudingen tussen contractanten en derden, Antwerpen, Maklu, 1984, p. 60, nr. 73 en p. 62, nr. 76;

• P. Van Ommeslaghe, “La transmission des obligations en droit positif belge” in La transmission des obligations, Brussel, Bruylant, 1980, p. 174, nr. 72;

L. Cornelis, Algemene theorie van de verbintenis, Antwerpen, Intersentia, 2000, p. 406, nr. 325

• G. Velghe Contractoverdracht”, RW 2012-13, 442 e.v

• N. Raemdonck, “Het niet meer aanwenden van de “bedrijfsmatige landbouwexploitatie” en het begrip “schade”, in geval van ontbinding van de pachtovereenkomst, bij toepassing van artikel 29 van de pachtwet”, T.Not. 2011, 639

• P. Renier, “L’interdiction de céder un bail à ferme: un épouvantail à moineaux?” (noot onder Cass. 27 maart 1998), JLMB 1999, 1462;

• P. Renier, “Quelle sanction appliquer en cas de cession irrégulière d’un bail à ferme?” (noot onder Cass. 15 april 1993), JLMB

• P. Vandierendonck, “Kroniek Pacht 2003-2009” in Rechtskroniek voor het notariaat, Deel 16, Brugge, die Keure, 2010, (58), p. 72, nr. 57

• C. Caenepeel, noot onder Rb. Antwerpen 29 juni 1973, RW 1973-74, 504

• H. d’Udekem d’Acoz, I. Snick en M. Snick, De pachtovereenkomst, Brussel, Larcier, 2010, 464 e.v.

• W. De Bondt, “Tweehonderd jaar burgerlijk wetboek en vijfenzeventig jaar pachtwet in België”, T.Agr.R. 2004, (219) 224

• P. Van Hoestenberghe, “Waarom een landbouwvennootschap – of waarom niet?” in A. Verbeke, J. Verstraete en L. Weyts (eds.), Facetten van ondernemingsrecht. Liber amicorum professor Frans Bouckaert, Leuven, Universitaire Pers, 2000, 108-110

• R. Gotzen, “Vennootschappen zijn geen kinderen” (noot onder Cass. 13 oktober 2006), TBO 2007, (141) 142

• E. Beguin en R. Gotzen, “L’entreprise agricole” in Rép.not., XIV, Brussel, Larcier, 2000, p. 151, nr. 197

• R. Eeman, “Alle vennootschappen zijn niet gelijk voor de Pachtwet” in A. Verbeke, J. Verstraete en L. Weyts (eds.), Facetten van ondernemingsrecht. Liber amicorum Professor Frans Bouckaert, Leuven, Universitaire Pers, 2000, 61

• R. Gotzen, De Belgische Pachtwetgeving. Een onmisbaar beleidsinstrument voor de hedendaagse landbouw, Antwerpen, Kluwer, 1997, p. 149


 

Rechtspraak:

• Vred. Diest 20 maart 1972, RW 1972-73, 1494

• Vred. Lennik 19 april 2010, T.Agr.R. 2010, 294

• Vred. Sint-Truiden 29 september 2011, RW 2012-13, 1074

• Vred. Edingen 30 juni 2003, T.Agr.R. 2006, 176).

• Vred. Zottegem 5 januari 2012, RW 2012-13, 471

• Cass. 16 januari 2009, RW 2011-12, 440, noot G. Velghe; Cass. 30 maart 2006, Arr.Cass. 2006, 726).

• Cass. 18 januari 2001, T.Huur. 2001, 153;

• Cass. 9 december 2010, TBO 2011, 108

• Cass. 3 september 1982, Arr.Cass. 1982, nr. 5;

• Cass. 25 september 1980, Arr.Cass. 1980, nr. 63; Cass. 13 juni 1975, Arr.Cass. 1975, 1087

• Cass. 13 oktober 2006, TBO 2007, 139, noot R. Gotzen, RW 2006-07, 1237, noot

• GwH 20 november 2008, RW 2008-09, 1427

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 13/10/2013 - 13:51
Laatst aangepast op: zo, 13/10/2013 - 14:18

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.