-A +A

Persoonlijk onderhoudsgeld vermindering ingevolge vervroegd pensioen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Vredegerecht
Plaats van uitspraak: Beveren
Datum van de uitspraak: 
don, 04/10/2012

Het (vervroegd) pensioen kan een nieuwe omstandigheid uitmaken die een vermindering van het onderhoudsgeld wettigt.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2013/5
Pagina: 
270
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

1. VOORWERP VAN DE VORDERING

De vordering van eisende partij strekt ertoe de onderhoudsuitkering waartoe hij is gehouden op grond van het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 30 juni 2010 in toepassing van artikel 301 BW te herleiden tot 225,00 EUR per maand vanaf 1 juni 2012.

Verwerende partij tevens te veroordelen tot de kosten van het geding.

2. STANDPUNT VERWERENDE PARTIJ

Verwerende partij betwist de vordering.

Zij stelt dat er zich geen nieuwe omstandigheden hebben voorgedaan onafhankelijk van de wil van eisende partij.

Verwerende partij wijst er ter zake op dat eisende partij zelf vervroegd pensioen heeft aangevraagd.

In ondergeschikte orde stelt verwerende partij dat zij zich in een situatie bevindt welke een vermindering van de onderhoudsbijdrage niet toelaat.

Verwerende partij wijst erop dat zij 66% arbeidsongeschikt is, en dat haar inkomen is verminderd van 920,00 EUR per maand naar 890,00 EUR per maand.

Dit laatste is onder meer te wijten aan het feit dat de enige zoon van partijen na een verblijf in de gevangenis zich heeft ingeschreven op haar adres met het oog op zijn resocialisatie.

Verwerende partij doet gelden dat zij tevens 665,00 EUR aan huur dient te betalen. Wat betreft het kapitaal dat zij heeft ontvangen uit de vereffening en verdeling ingevolge de overname van de woning door eisende partij, stelt verwerende partij dat dit kapitaal van 64.000,00 EUR ondertussen is opgebruikt aan kosten, onder meer de aanschaf van een wagen, de advocaatkosten zowel voor haar als voor haar zoon in het kader van diens strafprocedure.

Anderzijds wijst verwerende partij erop dat de positie van eisende partij zeker niet is verslechterd, nu hij woont in een eigen woning, en kostendelend samenwoont met een politieambtenaar, die uiteraard ook over een aanzienlijk inkomen beschikt.

3. STANDPUNT EISENDE PARTIJ

Eisende partij stelt dat er in het arrest van het hof van beroep in 2010 nog werd uitgegaan van een netto-inkomen van 2.300,00 EUR per maand.

Volgens eisende partij is zijn inkomen thans gedaald tot een pensioenuitkering van 1.448,32 EUR per maand.

Hij dient in te staan voor een hypothecaire lening van 467,00 EUR per maand. Eisende partij betwist ten stelligste dat hij zelf heeft gekozen voor een vervroegd pensioen.

Hij wijst erop dat hij een carrière heeft van 44 jaar als havenarbeider, en de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt.

Bovendien zijn zijn inkomsten de laatste jaren reeds aanzienlijk verminderd door zijn leeftijd.

Eisende partij stelt bovendien dat hij recht heeft op een pensioenuitkering en dat de uitoefening van dit recht niet kan worden gesanctioneerd.

Eisende partij werd bovendien op 7 december 2010 geopereerd, en is thans ongeschikt om zijn beroepsactiviteiten uit te oefenen.

Met betrekking tot het aan verwerende partij uitgekeerde kapitaal van 64.000,00 EUR in het kader van de vereffening van de huwgemeenschap, meent eisende partij dat ook dit element in rekening dient te worden gebracht, en dat er minstens dient te worden uitgegaan van een extra inkomen van 133,00 EUR aan interesten per maand.

Eisende partij erkent weliswaar dat hij is herhuwd met een politieambtenaar, maar wijst er anderzijds op dat verwerende partij ook kostendelend samenwoont met de zoon van partijen.

4. BEOORDELING 4.1

In het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 30 juni 2010 werden op uitvoerige wijze de parameters besproken voor de begroting van de onderhoudsbijdrage op grond van artikel 301 BW.

In hoofde van eisende partij werd uitgegaan van een netto-inkomen per maand van 2.300,00 EUR.

Het hof overwoog onder meer:

"Het hof neemt dan ook aan dat geïntimeerde (c.q. eisende partij) slechts ingevolge een eigen keuze in het bijzonder regime van het werken aan de dok als eerste rang truckchauffeur-kraanman en zelfs onder het actuele stelsel van herverdeling van de arbeid, waarbij maximaal 260 dagen per jaar kunnen worden gepresteerd, minder is gaan verdienen in een periode dat hij ook volop bezig is met grote werkzaamheden aan zijn woning. Hij moet dus actueel ook minstens 2.300 EUR netto in de maand (kunnen) verdienen."

In hoofde van verwerende partij ging het hof uit van een invaliditeitsuitkering van 920,00 EUR per maand netto.

Er werd eveneens rekening gehouden met het kapitaal dat aan verwerende partij toekwam uit de vereffening en verdeling en waarvan de opbrengst werd geraamd op 160,00 EUR per maand.

Op het ogenblik van het arrest ging het hof reeds uit van het feit dat eisende partij kostendelend samenwoonde met een politieagente.

Eisende partij is ondertussen op pensioen gesteld vanaf 1 juni 2012.

In vergelijking met het inkomen weerhouden door het hof van beroep te Antwerpen in 2010, zijn zijn inkomsten effectief verminderd.

Het rustpensioen bedraagt immers 1.448,32 EUR per maand.

De vraag is of de keuze voor een vervroegd rustpensioen in het concreet geval van eisende partij moet worden aanzien als een vrijwillige keuze en bijgevolg niet kan worden gekwalificeerd als een nieuwe omstandigheid onafhankelijk van zijn wil, zoals vereist voor de aanpassing van de onderhoudsbijdrage in toepassing van artikel 301 BW.

Eisende partij houdt voor dat het geenszins om een vrijwillige keuze ging, vooreerst omdat hij een recht op pensioen kan doen gelden en anderzijds gelet op zijn medische toestand.

Eisende partij brengt een aanvullend stuk voor onder nr. 6 van zijn stukkenbundel waaruit blijkt dat hij op 7 december 2010 een chirurgische ingreep onderging met name "artroscopie van de linkerschouder".

Uit een attest van dokter De Vylder te Zwijndrecht van 15 oktober 2012 blijkt bovendien dat eisende partij gelet op de medische antecedenten terecht gekozen heeft voor een pensioenformule.

Bijgevolg werd er voldaan aan de voorwaarden van het nieuwe artikel 301, § 7, 1 ste lid BW nu duidelijk is dat de oppensioenstelling van eisende partij dient te worden aanzien als een nieuwe omstandigheid onafhankelijk van zijn wil, zodat het bedrag van de uitkering kan worden verminderd.

Rekening houdende met de huidige financiële mogelijkheden van partijen zoals hierboven geschetst, komt het de rechtbank gepast voor de onderhoudsuitkering te bepalen op 300,00 EUR per maand vanaf 1 juni 2012.

OM DEZE REDENEN:

Rechtdoende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Verklaren de vordering ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond in de mate zoals hierna bepaald.

Veroordelen eisende partij om met ingang van 1 juni 2012 aan verwerende partij een persoonlijke onderhoudsbijdrage te betalen in toepassing van artikel 301 BW ten belope van DRIEHONDERD EURO (300,00 EUR) per maand.

Zeggen voor recht dat voormelde onderhoudsbijdrage zal worden aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen volgens de wettelijke formule:

basisbedrag x nieuw indexcijfer mei/ basisindexcijfer mei 2012

Slaan de rechtsplegingsvergoedingen om, gelet op het wederzijds ongelijk. Veroordelen elke partij tot de helft van de kosten, deze aan de zijde van eisende partij begroot op 25 ,00 EUR rolstelling verzoekschrift en aan de zijde van verwerende partij begroot op nihil, hierin nog niet vervat de eventuele kosten van uitgifte, van betekening en van uitvoering van onderhavig vonnis.

Wijzen het meer of anders gevorderde van de hand als ongegrond.

Verklaren huidig vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling.

 

Noot: 

• S. Brouwers, Rechtsmisbruik” en de principiële onwijzigbaarheid van de uitkering na een (oude) EOT, RABG 2011/05, 357 (noot onder Brussel, 19/10/2010, RABG 2011/5,357)

• Gerd Verschelden, Cassatie aanvaardt afschaffing alimentatie na rechtsmisbruik bij EOT overeenkomst, Juristenkrant 228, 20 april 2011, pagina 3 en Cass. 14 oktober  2010.De auteur wijst erop dat dit arrest, dat weliswaar kan toegejuicht worden, toch inhoudt dat een contractueel recht werd verbeurd, hetgeen een wrang gevoel heeft en waarbij de vraag kan gesteld worden waarom geen toevlucht werd gezocht tot een procedure tot vermindering van onderhoudsgeld. Persoonlijk begrijpen wij deze opmerking, doch deze opmerking benatwoordt de problemen niet bij een reeds verleende titel, een nog niet gewijzigd onderhoudsgeld, een uitvoering voor achterstallige betalingen, naast de moeilijkheden verbonden aan een procedure tot vermindering van een persoonlijk onderhoudsgeld na EOT.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 12/06/2013 - 15:55
Laatst aangepast op: za, 09/09/2017 - 06:58

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.