-A +A

Proces-verbaal met onduidelijke of onjuiste gegevens blijft bijzondere bewijswaarde hebben

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 05/04/2016
A.R.: 
P.15.0005.N

Uit de enkele omstandigheid dat een proces-verbaal melding zou maken van gegevens die afkomstig zijn van een niet-gekende bron volgt niet dat dit proces-verbaal nietig is of dat het geen bijzondere bewijswaarde kan hebben.

Uit de enkele omstandigheid dat een proces-verbaal van een verkeersovertreding onduidelijke of zelfs onjuiste gegevens zou bevatten over de onmiddellijke intrekking van het rijbewijs door de parketmagistraat, volgt niet dat dit proces-verbaal nietig is of geen bijzondere bewijswaarde kan hebben met betrekking tot de vastgestelde verkeersovertreding.

publicatie op juridat

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

 

C G P P,

beklaagde,

eiser,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 28 november 2014.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, zeven middelen aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert miskenning aan van "regels opgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens": het bestreden vonnis laat na het proces-verbaal van 29 november 2013 nietig te verklaren, minstens er bijzondere bewijswaarde aan te ontzeggen; uit de vermelding "Wij vernemen dat het niet de eerste maal is dat [de eiser] onder invloed van alcohol reed en hiervoor bij de politiezone Brugge terecht kwam" in dit proces-verbaal, dat aldus blijk geeft van een volledig gebrek aan objectiviteit bij de verbalisanten, volgt dat het is gesteund op anonieme inlichtingen; dergelijk bewijs mag maar worden gebruikt als er bijkomende waarborgen zijn; op dit argument wordt niet door de procureur des Konings noch met het bestreden vonnis geantwoord.

2. De "regels opgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens" zijn geen wet in de zin van artikel 608 Gerechtelijk Wetboek.

In zoverre het middel miskenning aanvoert van die regels, faalt het naar recht.

3. In zoverre het middel is gericht tegen de houding van de procureur des Ko-nings en niet tegen het bestreden vonnis, is het niet ontvankelijk.

4. Uit de enkele omstandigheid dat een proces-verbaal melding zou maken van gegevens die afkomstig zijn van een niet-gekende bron volgt niet dat dit proces-verbaal nietig is of dat het geen bijzondere bewijswaarde kan hebben.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

5. Het bestreden vonnis oordeelt dat uit geen enkel dossierelement blijkt dat de verbalisanten niet met de nodige objectiviteit hebben gehandeld en dat het onjuist is dat zij hun boekje zouden te buiten gegaan zijn. Met die redenen geven de appelrechters te kennen dat er geen grond is om het proces-verbaal nietig te verklaren of het elke bijzondere bewijswaarde te ontzeggen, beantwoorden zij eisers verweer en verantwoorden zij hun beslissing naar recht.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Tweede middel

6. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, alsmede miskenning van het recht van verdediging: het bestreden vonnis laat na het proces-verbaal van 29 november 2013 nietig te verklaren, minstens er bijzondere bewijswaarde aan te ontzeggen; het recht op een eerlijk proces vereist dat een beklaagde getuigen aan de tand kan voelen; de verbalisanten hebben een beroep gedaan op een getuige om hun vaststellingen te ondersteunen, zonder dat duidelijk is wie deze getuige is; het proces-verbaal bevat bovendien onwaarachtige vermeldingen.

7. In zoverre het middel is afgeleid uit de vergeefs met het eerste middel aan-gevoerde onwettigheid, is het niet ontvankelijk.

8. Uit de enkele omstandigheid dat een proces-verbaal van een verkeersover-treding onduidelijke of zelfs onjuiste gegevens zou bevatten over de onmiddellijke intrekking van het rijbewijs door de parketmagistraat, volgt niet dat dit proces-verbaal nietig is of geen bijzondere bewijswaarde kan hebben met betrekking tot de vastgestelde verkeersovertreding.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

Derde middel

9. Het middel voert schending aan van artikel 55 Wegverkeerswet en de om-zendbrief nr. 9/2006 van het college van procureurs-generaal bij de hoven van be-roep: het bestreden vonnis weigert ten onrechte het proces-verbaal nietig te ver-klaren; de verbalisanten hebben door niet onmiddellijk de parketmagistraat in te lichten wederrechtelijk gehandeld, wat tot de nietigheid van het gehele proces-verbaal leidt; het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat deze argumenten slechts betrekking hebben op de intrekking van het rijbewijs en beantwoordt aldus niet eisers verweer in verband met de nietigheid van het proces-verbaal.

10. Een omzendbrief van het college van procureurs-generaal bij de hoven van beroep is geen wet in de zin van artikel 608 Gerechtelijk Wetboek.

In zoverre het middel schending van een dergelijke omzendbrief aanvoert, faalt het naar recht.

11. In zoverre het middel is afgeleid uit de tevergeefs met het tweede middel aangevoerde onwettigheid, is het niet ontvankelijk.

12. Het bestreden vonnis oordeelt niet alleen zoals aangehaald in het middel, maar ook dat uit geen enkel dossierelement blijkt dat de verbalisanten niet met de nodige objectiviteit hebben gehandeld en dat het onjuist is dat zij hun boekje zou-den te buiten gegaan zijn. Met die redenen geven de appelrechters te kennen dat er geen grond is om het proces-verbaal nietig te verklaren of het elke bijzondere bewijswaarde te ontzeggen, beantwoorden zij eisers verweer en verantwoorden zij hun beslissing naar recht.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Vierde middel

13. Het middel voert schending aan van artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet: het bestreden vonnis oordeelt gelet op de samenhang van de onwaarachtige ver-klaringen van de verbalisanten ten onrechte dat zij objectieve vaststellingen heb-ben verricht en het proces-verbaal wel degelijk bijzondere bewijswaarde heeft.

14. Het middel, dat geheel opkomt tegen het onaantastbare oordeel in feite van de appelrechters over de objectiviteit van de vaststellingen van de verbalisanten, is niet ontvankelijk.

Vijfde middel

15. Het middel voert schending aan van de artikelen 163, tweede lid, en 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis motiveert niet waarom het herstel van het recht tot sturen afhankelijk wordt gemaakt van het sla-gen in een medisch en psychologisch onderzoek.

16. De in de artikelen 163, tweede lid, en 195, tweede lid, Wetboek van Straf-vordering bepaalde verplichting nauwkeurig maar op een wijze die beknopt mag zijn de redenen te vermelden waarom het herstel van het recht tot besturen van een voertuig afhankelijk wordt gemaakt van het slagen in de door artikel 38, § 3, Wegverkeerswet bedoelde examens en onderzoeken geldt enkel indien de rechter daarover vrij oordeelt en dus niet indien de wet het opleggen van die examens en onderzoeken verplicht maakt.

17. Artikel 38, § 4, vierde lid, Wegverkeerswet bepaalt dat ingeval van overtre-ding van artikel 35 Wegverkeerswet het herstel in het recht tot sturen afhankelijk moet worden gemaakt van het slagen voor een geneeskundig en een psychologisch onderzoek.

18. Het bestreden vonnis dat de eiser onder meer veroordeelt voor een overtre-ding van artikel 35 Wegverkeerswet diende het opleggen van de beide onder-zoeken niet te motiveren volgens de in het middel vermelde wetsbepalingen.

Het middel kan niet worden aangenomen. 

Zesde middel

19. Het middel voert schending aan van de artikelen 163, tweede lid, en 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis antwoordt niet op eisers verweer met betrekking tot de nietigheid van het proces-verbaal.

20. De in het middel vermelde wetsbepalingen zijn vreemd aan de verplichting voor de rechter om de door een partij in een conclusie aangevoerde grieven te be-antwoorden.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

21. Zoals blijkt uit het antwoord op het eerste en het derde middel beantwoordt het bestreden vonnis wel degelijk eisers verweer.

In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.

Zevende middel

22. Het middel voert schending aan van de artikelen 163, tweede lid, en 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis verantwoordt het opleggen van een rijverbod van 75 dagen met het gegeven dat de eiser niet zonder voorgaande is op verkeersgebied; het steunt daartoe op de eenzijdige en oncontro-leerbare vermelding van de verbalisanten, namelijk:"Wij vernemen dat het niet de eerste maal is dat [de eiser] onder invloed van alcohol reed en hiervoor bij de po-litiezone Brugge terecht kwam"; een dergelijke volstrekt nietige vaststelling kan geen rechtsgrond vormen voor de straftoemeting.

23. Uit het bestreden vonnis blijkt niet dat de verwijzing naar de voorgaanden van de eiser op verkeersgebied is gegrond op de door het middel bekritiseerde vermelding in het aanvankelijk proces-verbaal.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

24. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 71,01 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer,  en op de openbare rechtszitting van 5 april 2016 uitgesproken 

Noot: 

Voor een ontleding van dit vonnis, zie Luc Arnou, Ook informatie "uit betrouwbare bron ontsnapt niet aan rechterlijke controle", De juristenkrant, 27 juni 2012, 3

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 25/03/2018 - 13:47
Laatst aangepast op: do, 29/03/2018 - 18:45

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.