-A +A

Recht op vrijheid van meningsuiting – Verbod betoging

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Raad van State
Datum van de uitspraak: 
din, 06/02/2018
A.R.: 
240.678

De vrijheidd van btogen is een vrijheid die minstens impliciet volgt uit art. 11 EVRM en art. 26 Gw. Vrijheid van meningsuiting en zienswijze bestaat ook voor die zienswijze die ongemakkelijk is voor bepaalde mensen of zelfs aanstoot geeft. De vrijheid van meningsuiting is anderzijds niet absoluut en kan aan beperkingen onderworpen worden, zoals ondermeer op grond van art. 135, § 2 Nieuwe Gemeentewet, ter handhaving van de openbare rust en veiligheid. De beperkingen moeten echter gebaseerd zijn op draagkrachtige motieven, wat o.m. inhoudt dat ze aangepast zijn aan de concrete ordehandhavingsbehoeften en er een redelijk verband van evenredigheid mee vertonen.

Wanneer de datum van de betoging voor de organisator niet essentieel is en de stad waar de geplande betoging plaatsheeft er niet per se afkerig tegenover staat om die betoging op een latere datum te laten plaatshebben, kon dit van aard zijn geweest om de uiterst dringende noodzakelijkheid tegen te spreken, ware het niet dat, naar het de Raad van State voorkomt, verzoekster terecht vreest dat zonder schorsing de bestreden beslissing en haar redengeving zonder meer als model zullen worden gehanteerd om ook de aanvragen van verzoekster tot toelating van de geplande betoging op een andere datum te weigeren.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2à17-2018
Pagina: 
1611
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Vzw V. t/ Stad Gent

Arrest nr. 240.678

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 25 januari 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de burgemeester van de stad Gent van 9 januari 2018 waarbij de toelating geweigerd wordt voor de betoging op 17 februari 2018 die de vzw V. op 23 december 2017 aanvroeg.

...

V. Voorwaarde van een ernstig middel

...

Beoordeling

7. Art. 11 EVRM en art. 26 Gw. waarborgen de vrijheid om een zienswijze te openbaren door middel van een betoging, ook als deze zienswijze ongemakkelijk is voor bepaalde mensen of zelfs aanstoot geeft.

Die vrijheid is weliswaar niet absoluut en kan aan beperkingen onderworpen worden, zoals op grond van art. 135, § 2 Nieuwe Gemeentewet, ter handhaving van de openbare rust en veiligheid. De beperkingen moeten echter gebaseerd zijn op draagkrachtige motieven, wat onder meer inhoudt dat ze aangepast zijn aan de concrete ordehandhavingsbehoeften en er een redelijk verband van evenredigheid mee vertonen.

...

17. Samenvattend, staat de «voorgeschiedenis» van de vorige manifestaties op het eerste gezicht in het geheel niet in verhouding tot de conclusies die er in de bestreden beslissing uit getrokken worden en tot het zonder meer verbieden van de aangevraagde betoging.

De verwerende partij maakt niet aan de hand van voldoende pertinente en overtuigende gegevens aannemelijk dat zij terecht mag vrezen dat de door verzoekster voor 17 februari 2018 aangevraagde betoging, eventueel langs een aangepast traject, «ongeregeldheden en calamiteiten» ten gevolge van tegenmanifestaties dreigt te veroorzaken die zij zelfs niet met de hulp van de federale politie zal kunnen beheersen.

Het tweede middel is ernstig.

VI. Voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid

...

Beoordeling

...

22. Weliswaar wordt uit het hiervoor besproken tweede middel opgemaakt dat de datum van 17 februari 2018 niet essentieel is voor haar en dat zij er niet per se afkerig tegenover staat om de beoogde betoging op een andere – latere – datum te laten plaatshebben.

Dit kon van aard zijn geweest de uiterst dringende noodzakelijkheid tegen te spreken, ware het niet dat, naar het de Raad van State voorkomt, verzoekster terecht vreest dat zonder schorsing de bestreden beslissing en haar redengeving zonder meer als model zullen worden gehanteerd en gerecycleerd om ook de aanvragen van verzoekster tot toelating van een betoging tegen de moskeeënbouw en de islamisering op een andere datum dan 17 februari 2018, te weigeren.

In dat verband is het negatief advies van de lokale politie van 29 december 2017, in fine, veelbetekenend.

Volgens de nota van de verwerende partij zou de burgemeester, door formeel alleen de toelating voor de aangevraagde betoging te hebben geweigerd, net op dit ene punt het standpunt van de Gentse politie niet zijn gevolgd. Aldus zou «het beweerd gevaar voor herhaling» zijn ontkracht.

Het is een bewering die niet boven redelijke twijfel verheven is.

23. In de gegeven omstandigheden wordt geoordeeld dat verzoekster voldoende doet blijken van een urgentie die zich niet laat verenigen met een behandeling van de zaak in een beroep tot nietigverklaring en die zelfs onverenigbaar is met de behandelingstermijn van een gewone vordering tot schorsing.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 01/06/2018 - 23:20
Laatst aangepast op: di, 05/06/2018 - 21:23

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.