-A +A

Recht van terugkoop, art. 32 Expansiewet

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Plaats van uitspraak: C.09.0362.N
Datum van de uitspraak: 
vri, 26/11/2010

Uit de bepaling van artikel 32, §1, van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie blijkt niet dat de overheid het verlenen van haar instemming met de wederverkoop van het betrokken goed krachtens het derde lid van dat artikel vermag afhankelijk te maken van het afstaan door de wederverkoper van de gerealiseerde meerwaarde.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2011-2012
Pagina: 
828
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

STAD BERINGEN, vertegenwoordigd door het College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 3580 Beringen, Mijnschoolstraat 88,
eiseres,
tegen
1. DEMOCO MANAGEMENT & INVESTMENT, naamloze vennootschap, met zetel te 3500 Hasselt, Herckenrodesingel 4b,
verweerster,
2. D.K. INVEST, coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 2390 Malle, Ambachtstraat 41,
verweerster,
minstens in bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 24 februari 2009 gewezen door het hof van beroep te Antwerpen.
Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan.
Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht.
III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling
Beoordeling
Eerste onderdeel

1. Artikel 32, §1, van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie, hierna: Expansiewet, bepaalt dat wanneer een openbare rechtspersoon een tegemoetkoming van de Staat heeft genoten voor de verwerving, de aanleg, of de uitrusting van gronden voor de nijverheid, het ambachtswezen of de diensten, die gronden ter beschikking worden gesteld van de gebruikers door verhuring of door verkoop.
In geval van verkoop, moet de authentieke akte clausules bevatten die preciseren:
1° de economische bedrijvigheid die op de grond zal dienen te worden uitgeoefend, alsmede de andere voorwaarden van zijn gebruik;
2° dat de openbare rechtspersoon of de Staat, vertegenwoordigd door de ministers die Economische Zaken of Streekeconomie en Openbare Werken in hun bevoegdheid hebben, de grond zal kunnen terugkopen in het geval dat de gebruiker de in 1° genoemde bedrijvigheid staakt, of in dat geval dat hij de andere voorwaarden tot gebruik niet naleeft.
Nochtans, op voorwaarde dat de openbare rechtspersoon hiermede instemt, zal de gebruiker het goed weer kunnen verkopen, in welk geval de akte van wederverkoop de hierboven vermelde clausules moet bevatten.

2. Uit die bepaling blijkt niet dat de overheid het verlenen van haar instemming met de wederverkoop van het betrokken goed krachtens artikel 32, §1, derde lid, Expansiewet, vermag afhankelijk te maken van het afstaan door de wederverkoper van de gerealiseerde meerwaarde.
Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.
Tweede onderdeel

3. De appelrechters die de tekst van artikel 32, §1, van de Expansiewet weergeven, oordelen dat uit voormeld artikel volgt dat de eigendomsbeperkingen uitsluitend de bestendiging van de economische bedrijvigheid tot doel hadden en dat in geval van wederverkoop dit doel werd bereikt door opname in de akte van wederverkoop van de hierboven geciteerde clausule.
Zij oordelen verder dat hieruit volgt dat de eiseres zich ten onrechte beroept op de bepalingen van de Expansiewet ter rechtvaardiging van haar weigering toestemming met de verkoop te verlenen, tenzij mits de betaling van de meerwaarde van de grond.

4. Dit oordeel draagt de beslissing van de appelrechters.
Het onderdeel dat opkomt tegen een overtollige reden is niet ontvankelijk.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres in de kosten.
Bepaalt de kosten op de som van 1.1190,98 euro jegens de eisende partij en op de som van 172,36 euro jegens de verwerende partijen.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare rechtszitting van 26 november 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Noot: 

B. Van Den Bergh, Nogmaals over het recht van terugkoop in het raam van de economische expansiewetgeving: de contouren van het toestemmingsrecht van de overheid bij doorverkoop vastgelegd? Noot onder Cass. 26/11/2010, RW 2011-2012, 828

Zie ook Cass. 18 maart 2011 RW 2011-2012, 832

II. Feiten

Uit het bestreden arrest blijken de volgende feiten:

1. Bij notariële akte van 17 oktober 1989 verkocht de gemeente Stekene aan VC V. een onroerend goed. De akte bepaalt: “4. Overeenkomstig art. 32 van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie zal de gemeente-verkoopster de grond kunnen terugkopen ingeval de kopers of hun rechtsopvolgers de aangegeven activiteiten staken of ingeval dat zij de andere voorwaarden tot gebruik niet naleven. Op voorwaarde dat de gemeente-verkoopster hiermede instemt zullen de kopers of hun rechtsopvolgers het goed kunnen wederverkopen in welk geval in de akte van wederverkoop alle in deze akte vermelde clausules moeten worden vermeld”.

2. Op 21 mei 1991 gaf de gemeente Stekene de toelating aan CV V. voor een overdracht van de terreinen met alle daarop aanwezige opstallen aan de NV P.K. in oprichting, later gewijzigd in NV D. Tevens wordt bedongen dat de overnemer alle voorwaarden, aangehecht aan de notariële akte van 17 oktober 1989, moet naleven.

3. Voor een door de eiseres aan NV D. verleend krediet werd een hypothecaire inschrijving genomen op het van CV V. gekocht onroerend goed.

4. Bij vonnis van 10 juni 2004 is NV D. failliet verklaard. Op 21 februari 2006 bracht de notaris de verweerster op de hoogte van de openbare verkoop van het onroerend goed. De gemeente Stekene besliste op 20 maart 2006 het recht van terugkoop niet uit te oefenen, maar een bedrag te vorderen van 130,745,47 euro als voorwaarde voor haar instemming met de verkoop. Bij de verkoop wordt dit bedrag ingehouden.

...

IV. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Tweede middel

1. Art. 32, § 1, eerste tot derde lid van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie (hierna: Wet Economische Expansie) bepaalt: “Wanneer een openbare rechtspersoon een tegemoetkoming van de Staat heeft genoten voor de verwerving, de aanleg, of de uitrusting van gronden voor de nijverheid, het ambachtswezen of de diensten, worden de gronden ter beschikking van de gebruikers door verhuring of door verkoop.

“In geval van verkoop moet de authentieke akte clausules bevatten die preciseren:

1) de economische bedrijvigheid die op de grond zal dienen te worden uitgeoefend alsmede de andere voorwaarden van zijn gebruik;

2) dat de openbare rechtspersoon of de Staat, vertegenwoordigd door de ministers die Economische Zaken of Streekeconomie en Openbare Werken in hun bevoegdheid hebben, de grond zal kunnen terugkopen in het geval dat de gebruiker de in 1o genoemde bedrijvigheid staakt, of in het geval dat hij de andere voorwaarden tot gebruik niet naleeft.

“Nochtans, op voorwaarde dat de openbare rechtspersoon hiermee instemt, zal de gebruiker het goed weer kunnen verkopen, in welk geval de akte van wederverkoop de hierboven vermelde clausules moet bevatten”.

2. De voorwaarde, gesteld in art. 32, § 1, derde lid Wet Economische Expansie, is ingegeven door de zorg de economische doelstelling van de oorspronkelijke verkoop verder te waarborgen, om welke reden ook de instemming van de oorspronkelijke verkoper is vereist.

Het toestaan of het weigeren van de verkoop door de openbare rechtspersoon moet geschieden met inachtneming van de hiervoor vermelde doelstelling van de maatregel.

3. Aan deze doelstelling werd hier voldaan door aan de koper van het bedoelde onroerend goed dezelfde verplichtingen op te leggen als die welke aan de oorspronkelijke koper werden opgelegd in art. 4 van de bijzondere verkoopwaarden van de verkoopsakte, conform art. 32 Wet Economische Expansie.

De instemming met de verkoop van het onroerend goed onder de bijkomende voorwaarde van de betaling van een vergoeding aan de verweerster, houdt geen verband met de bestendiging van de economische bedrijvigheid die op het onroerend goed wordt uitgeoefend.

4. De appelrechters die oordelen dat de verweerster haar goedkeuring tot verkoop van het onroerend goed afhankelijk mocht stellen van de betaling van een vergoeding, schenden art. 32 Wet Economische Expansie.

Het middel is in zoverre gegrond.

...
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 23/12/2011 - 23:22
Laatst aangepast op: vr, 23/12/2011 - 23:36

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.