-A +A

Rechter moet inhoud, de zin en de draagwijdte opsporen van het buitenlands recht dat hij dient toe te passen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 31/10/2017
A.R.: 
P.16.1089.N

De rechter moet de inhoud, de zin en de draagwijdte opsporen van het bui-tenlands recht dat hij dient toe te passen, na eventueel de nodige informatie te hebben ingewonnen. Daarbij moet hij het recht van verdediging eerbiedigen.

Wanneer het buitenlands recht niet in het debat is gebracht door een partij of door de rechter en uit het debat evenmin voortvloeit dat het onderzoek van dat recht vereist is, zodat de partijen daarover geen tegenspraak hebben kunnen voeren, verplicht het recht van verdediging de rechter die het buitenlands recht ambtshalve onderzoekt, de partijen in te lichten over het resultaat van zijn opzoekingen om hun opmerkingen daarover te horen.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.16.1089.N
1. D L,
beklaagde,
2. A M C,
beklaagde,
eisers,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Ant-werpen, correctionele kamer, van 11 oktober 2016.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3.b EVRM en artikel 14.1 IVBPR, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: het arrest veroordeelt de eisers wegens het witwassen van een bedrag van 293.545 euro dat de eiseres 2 heeft verkregen uit de verkoop van Chinese namaakproducten in haar "Hello Kitty"-winkels in Vietnam; het arrest onder-zoekt ambtshalve de Vietnamese en Chinese strafwet aan de hand van internet-websites en oordeelt op grond daarvan dat de bedoelde verkoop een illegaal ka-rakter heeft, zodat de opbrengst ervan een vermogensvoordeel in de zin van artikel 42, 3°, Strafwetboek uitmaakt; de strafbaarheid van de verkoop van namaakpro-ducten naar Vietnamees en Chinees recht is echter noch door de eisers of het openbaar ministerie noch ambtshalve door de eerste rechter of de appelrechters in het debat gebracht; het recht van verdediging vereist dat, wanneer de rechter tijdens het beraad opzoekingen doet over de inhoud van buitenlands recht waarover de partijen nog geen tegenspraak hebben kunnen voeren en zijn beslissing wenst te baseren op het resultaat van die opzoekingen, hij het debat heropent om de par-tijen toe te laten hun opmerkingen te laten gelden over de uitslag van zijn bevindingen; de appelrechters hebben dan ook ten onrechte het debat niet heropend.

2. De rechter moet de inhoud, de zin en de draagwijdte opsporen van het bui-tenlands recht dat hij dient toe te passen, na eventueel de nodige informatie te hebben ingewonnen. Daarbij moet hij het recht van verdediging eerbiedigen.

3. Wanneer het buitenlands recht niet in het debat is gebracht door een partij of door de rechter en uit het debat evenmin voortvloeit dat het onderzoek van dat recht vereist is, zodat de partijen daarover geen tegenspraak hebben kunnen voe-ren, verplicht het recht van verdediging de rechter die het buitenlands recht ambtshalve onderzoekt, de partijen in te lichten over het resultaat van zijn opzoe-kingen om hun opmerkingen daarover te horen.

4. Aan de hand van het verweer van de eisers en de verklaring van de eiser 1 ter rechtszitting stellen de appelrechters vast dat de gelden, voorwerp van de te-lastleggingen A.1 tot A.31, gedeeltelijk afkomstig zijn van de verkoop van in China vervaardigde namaakproducten van het merk "Hello Kitty" in de winkels van de eiseres 2 in Vietnam. Op grond van die vaststellingen onderzoekt het ar-rest aan de hand van de internetwebsites die het vermeldt, de Vietnamese en Chi-nese wetgeving om daaruit te besluiten dat in die landen de smokkel van goe-deren, de verkoop van namaakproducten en merkinbreuken strafbaar zijn. Dien-volgens verwerpt het arrest het verweer van de eisers dat de voormelde gelden een legale oorsprong hebben en verklaart het de telastleggingen bewezen ten belope van de som van deze gelden, die het bepaalt op 293.545 euro.

5. Uit geen enkel stuk waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de beklaagden of de appelrechters het onderzoek van het Vietnamese en het Chinese recht in het debat hebben gebracht of dat de eisers zich redelijkerwijze eraan konden verwachten dat de appelrechters dat recht ambtshalve zouden onderzoeken. Bijgevolg konden de eisers daarover geen tegenspraak voeren en moesten de appelrechters het resultaat van hun opzoekingen over dat recht ter kennis brengen van de eisers om hun opmerkingen daarover te horen.

Het onderdeel is gegrond.
Overige grieven

6. De grieven die niet kunnen leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord.
Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.
Houdt de beslissing over de kosten aan en laat ze aan de verwijzingsrechter.
Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer,  en op de openbare rechtszitting van 31 oktober 2017 

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 05/01/2018 - 10:57
Laatst aangepast op: vr, 05/01/2018 - 10:57

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.