-A +A

Rechtspersonen kunnen niet het slachtoffer zijn van belaging

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Grondwettelijk hof (arbitragehof)
Datum van de uitspraak: 
woe, 10/05/2017
A.R.: 
75/2007

Uittreksel uit het strafwetboek:

Art. 442bis. Hij die een persoon heeft belaagd terwijl hij wist of had moeten weten dat hij door zijn gedrag de rust van die bewuste persoon ernstig zou verstoren, wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro of met een van die straffen alleen.

Ingeval de feiten bedoeld in het eerste lid worden gepleegd ten nadele van een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid, duidelijk was of de dader bekend was, wordt de minimumstraf voorzien in het eerste lid verdubbeld.

Dit wetsartikel beschermt enkel natuurlijke personen en niet rechtspersonen tegen belaging.

Immers:

Artikel 442bis van het Strafwetboek heeft tot doel handelingen te bestraffen die het privéleven van de personen aantasten door hen lastig te vallen op een wijze die voor de betrokkenen overlast meebrengt.

De straf waarin die bepaling voorziet, is alleen van toepassing wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan : het belagende karakter van het gedrag van de vervolgde persoon, een verstoring van de rust van de persoon die de belager beoogt, een oorzakelijk verband tussen het gedrag van die persoon en die verstoring van andermans rust, alsook de ernst van die verstoring.

Het komt uiteindelijk de rechter toe om te oordelen over de werkelijkheid van de verstoring van de rust van een persoon, de ernst ervan en het oorzakelijk verband tussen die verstoring van de rust van een bepaalde persoon en het belagende gedrag. Hij zal daartoe rekening houden met de objectieve gegevens die hem worden voorgelegd, zoals de omstandigheden van de belaging, de betrekkingen tussen de dader van het belagende gedrag en de klager, de gevoeligheid of de persoonlijkheid van de laatstgenoemde of de wijze waarop dat gedrag door de maatschappij of het betrokken sociaal milieu wordt ervaren.

Het behoort tot de beoordelingsbevoegdheid van de wetgever om te beslissen of de belaging die wordt bestraft door artikel 442bis van het Strafwetboek alleen betrekking heeft op die waarvan een natuurlijke persoon het slachtoffer is, dan wel of, zoals de burgerlijke partij voor de verwijzende rechter suggereert, de belaging handelingen kan betreffen die over het algemeen afbreuk doen aan de eerbiediging van het privéleven die rechtspersonen in zekere mate kunnen genieten (EHRM, 16 april 2002, Société Colas Est en anderen t. Frankrijk, § 41)..

Er is derhalve geen schending van het gelijkheidsbeginsel

 

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Het Grondwettelijk Hof,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij arrest van 19 oktober 2006 in zake de NV « BASF Antwerpen » tegen Joris Van Gorp, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 25 oktober 2006, heeft de kamer van inbeschuldigingstelling van het Hof van Beroep te Antwerpen de volgende prejudiciële vraag gesteld :

« Schendt artikel 442bis van het Strafwetboek, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 6 en 7 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en met artikel 15 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke rechten, opgemaakt te New York, in zoverre het een onderscheid in het leven zou roepen tussen een natuurlijk persoon enerzijds en een rechtspersoon anderzijds door enkel een natuurlijk persoon bescherming te bieden tegen belaging, terwijl een rechtspersoon deze bescherming niet geniet ? ».
(...)

III. In rechte
(...)

B.1. Artikel 442bis van het Strafwetboek, ingevoegd bij de wet van 30 oktober 1998, stelt het belagen van een persoon, beter bekend als stalking, strafbaar. Die bepaling luidt :

« Hij die een persoon heeft belaagd terwijl hij wist of had moeten weten dat hij door zijn gedrag de rust van die bewuste persoon ernstig zou verstoren, wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro of met een van die straffen alleen.

Tegen het in dit artikel bedoelde misdrijf kan alleen vervolging worden ingesteld op een klacht van de persoon die beweert te worden belaagd ».

B.2. De verwijzende rechter wenst van het Hof te vernemen of die bepaling, in zoverre zij enkel natuurlijke personen en niet rechtspersonen tegen belaging zou beschermen, het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie schendt.

B.3. Artikel 442bis van het Strafwetboek heeft tot doel handelingen te bestraffen die het privéleven van de personen aantasten door hen lastig te vallen op een wijze die voor de betrokkenen overlast meebrengt.

De straf waarin die bepaling voorziet, is alleen van toepassing wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan : het belagende karakter van het gedrag van de vervolgde persoon, een verstoring van de rust van de persoon die de belager beoogt, een oorzakelijk verband tussen het gedrag van die persoon en die verstoring van andermans rust, alsook de ernst van die verstoring.

Het komt uiteindelijk de rechter toe om te oordelen over de werkelijkheid van de verstoring van de rust van een persoon, de ernst ervan en het oorzakelijk verband tussen die verstoring van de rust van een bepaalde persoon en het belagende gedrag. Hij zal daartoe rekening houden met de objectieve gegevens die hem worden voorgelegd, zoals de omstandigheden van de belaging, de betrekkingen tussen de dader van het belagende gedrag en de klager, de gevoeligheid of de persoonlijkheid van de laatstgenoemde of de wijze waarop dat gedrag door de maatschappij of het betrokken sociaal milieu wordt ervaren.

B.4. Het behoort tot de beoordelingsbevoegdheid van de wetgever om te beslissen of de belaging die wordt bestraft door artikel 442bis van het Strafwetboek alleen betrekking heeft op die waarvan een natuurlijke persoon het slachtoffer is, dan wel of, zoals de burgerlijke partij voor de verwijzende rechter suggereert, de belaging handelingen kan betreffen die over het algemeen afbreuk doen aan de eerbiediging van het privéleven die rechtspersonen in zekere mate kunnen genieten (EHRM, 16 april 2002, Société Colas Est en anderen t. Frankrijk, § 41).

B.5. In zoverre de verwijzende rechter artikel 442bis van het Strafwetboek in die zin heeft geïnterpreteerd dat het alleen de belaging van een natuurlijke persoon beoogt, komt het het Hof niet toe zich uit te spreken over de pertinentie van die interpretatie, maar wel na te gaan of artikel 442bis, in die interpretatie, bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

B.6. Wegens de objectieve verschillen tussen een natuurlijke persoon en een rechtspersoon, is het niet discriminerend om alleen de belaging waarvan een natuurlijke persoon het slachtoffer is, op specifieke wijze strafbaar te stellen.

B.7. Belaging kan immers worden begrepen als een gedrag dat de gevoelsrust van de belaagde persoon verstoort, hetgeen alleen denkbaar is ten aanzien van een natuurlijke persoon.

Belaging is niet een louter hinderlijk gedrag dat het normaal functioneren van het slachtoffer verstoort, maar een hinderlijk gedrag dat daarenboven een gevoelen van onrust veroorzaakt bij het slachtoffer. Door te beslissen de natuurlijke personen tegen belaging strafrechtelijk te beschermen, maakt de wetgever gebruik van een criterium dat pertinent is omdat alleen een natuurlijke persoon zulk een onrust kan ervaren.

B.8. Het verschil in behandeling dat artikel 442bis, aldus geïnterpreteerd, doorvoert tussen de twee categorieën van personen, is niet onevenredig. De rechtspersoon waarvan de werking zou worden verstoord door handelingen of gedragingen die verwant zijn met belaging, beschikt over andere rechtsmiddelen, zowel burger- en sociaalrechtelijke als strafrechtelijke, om ze te doen ophouden. Hij kan onder meer, zoals blijkt uit het geschil dat aan de verwijzende rechter is voorgelegd, de verwijzing verkrijgen van de persoon die zijn rust heeft verstoord, voor de correctionele rechtbank, uit hoofde van de tenlasteleggingen van laster, eerroof of beledigingen.

B.9. Het in aanmerking nemen van de in de vraag vermelde verdragsbepalingen leidt niet tot een ander besluit.

B.10. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord.

Om die redenen,
het Hof
zegt voor recht :
Artikel 442bis van het Strafwetboek schendt niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 6 en 7 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 15 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare terechtzitting van 10 mei 2007.

zie ook Hof van Beroep Antwerpen 09/10/2007, juridat

Noot: 

Filip Van Volsem, Nogmaals over het materieel bestanddeel van het misdrijf belaging, RABG, 2011/8, 596

Wetgeving:

• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/4, 1 en nr. 1046/8, 8;
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8,
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/1, 1;
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/1, 2.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/3, 1
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr nr. 1046/5, 1.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/6, 2.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, 2.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, 3.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, 5.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, 6.
• Art. 114 § 8, 2° van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven bestrafte met een geldboete van 500 tot 50.000 EUR en of gevangenisstraf van één tot vier jaar het misbruik maken van een telecommunicatiemiddel met het oogmerk om overlast te veroorzaken aan een andere persoon. Die bepaling werd opgeheven door art. 155, 4° van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie en belaging via telecommunicatie werd strafbaar gesteld met art. 145 § 3, 2° van deze wet en dit met behoud van deze straffen. Na het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 55/2007 van 28 maart 2007 heeft de wetgever art. 145 § 3, 2° van de wet van 13 juni 2005 opgeheven en werd de belaging via telecommunicatie strafbaar gesteld door art. 145 § 3bis van die wet met vergelijkbare straffen als die voorzien in art. 442bis Strafwetboek (P. DE HERT, J. MILLEN en A. GROENEN, “Het delict belaging in wetgeving en rechtspraak”, o.c., 7-8).
• Art. 119 van het Sociaal Strafwetboek bepaalt dat een inbreuk op het verbod van pesterijen op het werk wordt bestraft met een sanctie van de vierde categorie, nl. een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en of een geldboete van 600 tot 6.000 EUR.

Rechtsleer

• DE HERT, J. MILLEN en A. GROENEN, “Het delict belaging in wetgeving en rechtspraak”, o.c.). Bijna tot redelijke proporties gebracht”, T.Strafr. 2008, 4

• A. GROENEN, G. VERVAEKE en F. HUTSEBAUT, “Stalking: strafrechtelijke en criminologische aspecten”, Recht in beweging.  14 de  VRG-Alumnidag 2007, Antwerpen, Maklu 2007, 453

• ; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 9, nr. 12;

• C. MEUNIER, “La répression du harcèlement”, RDPC 1999, 739 44.

• F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 5, nr. 7;

• L. STEVENS, “Stalking strafbaar. Commentaar bij • de wet van 30 oktober 1998 tot invoeging van een artikel 422bis in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van belaging”, RW 1998-99, 1378, nr. 15

• Juristenkrant, 2007/147, 18 april 2007, 8 (hierna P. VAN  WALLEGHEM, “Cassatie verduidelijkt het begrip belaging”, o.c.).

• L. ARNOU, “Parkeren van auto kan ook stalking zijn”, Juristenkrant,2002/56, 23 oktober 2002, 1.

• VAN DER KELEN en S. DE DECKER, RW 2006-07, 1434; GwH nr. 76/2009, 5 mei 2009, B.6.1.

• A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2010, nr. 340, p. 265

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849.

 A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, nr. 340, p. 265.

• A. MISONNE, “Harcèlement punissable? Consultez le dictionnaire!” (noot onder Cass. 21 februari 2007), JT 2007, 263

• A. MASSET, “Chronique de jurisprudence de droit pénal (avril 2005-avril 2008)”, Act.dr.fam. 2008, 115. 455 en 460.

• J. JACQMAIN, noot onder Corr. Marche-en-Famenne 18 april 2001, Soc.Kron. 2003, 104.

 E. Brewaeys (“De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849

• L. HUYBRECHTS, noot onder Antwerpen 5 november 2008, NC 2010, 136.

• S. VANDROMME, “Rechtspersoon stalken hoeft niet strafbaar te zijn”, Juristenkrant, 2007/150, 30 mei 2007, 4.

 F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 12, nr. 22;

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 13, nr. 23.

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849.

 N. BANNEUX en L. KERZMANN, “Le mal nommé ‘harcèlement téléphonique’: chronique des tribulations législatives d’une infraction moderne”, RDTI 2009, 29-45;

• A. VANDEPLAS, “Misbruik van telecommunicatiemiddelen”, Comm.Straf. 104.

 C. MEUNIER, “Telefonische belaging”, Postal Memoralis.

 M. DE  RUE, “Le harcèlement”, o.c., 743-744; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 16-17, nr. 34; K.

• ROSIER, “Le spamming politique: affaire de harcèlement, de prospection et de traitement de données à caractère personnel?” (noot onder Brussel 17 maart 2010), Dr.pén.entr. 2010, 324-325, nr. 7;

• M. VANDEVELDE, “Belaging via telecommunicatie te zwaar bestraft”, Juristenkrant, 2007/148, 2 mei 2007, 20.

 J. CORDIER, “La loi du 11 juin 20002 relative à la protection contre la violence et le harcèlement moral ou sexuel au travail”, JTT 2002, 381 e.v.;

 J. CORDIER, “La loi du 11 juin 20002 relative à la protection contre la violence et le harcèlement moral ou sexuel au travail” in J. CLESSE en M. DUMONT (eds.), Questions de droit social, CUP, 2002, Luik, Edition Formation Pemanente CUP, 2002, 355 e.v.;

• J. CORDIER en P. BRASSEUR, “La charge psychosociale au travail: le point sur la réforme de 2007”, Soc.Kron. 2008, 701 e.v.;

• J.CORDIER en P. BRASSEUR, Le bien-être psychosocial au travail: harcèlement moral, harcèlement sexuel, violence, stress, conflits…, Waterloo, Kluwer, 2009, 33 e.v.;

• EYSKENS, “De moeilijke positie van de pestwet in het administratief contentieux” (noot onder RvS 16 maart 2005, nr. 142.215), T.Gem. 2007, 217;

• I. VERHELST, “De nieuwe pestwet legt de nadruk op preventie”, Or. 2007, 204 e.v.

• DE HERT, J. MILLEN en A. GROENEN, “Het delict belaging in wetgeving en rechtspraak”, o.c.). Bijna tot redelijke proporties gebracht”, T.Strafr. 2008, 4

• A. GROENEN, G. VERVAEKE en F. HUTSEBAUT, “Stalking: strafrechtelijke en criminologische aspecten”, Recht in beweging.  14 de  VRG-Alumnidag 2007, Antwerpen, Maklu 2007, 453

• ; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 9, nr. 12;

• C. MEUNIER, “La répression du harcèlement”, RDPC 1999, 739 44.

• F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 5, nr. 7;

• L. STEVENS, “Stalking strafbaar. Commentaar bij • de wet van 30 oktober 1998 tot invoeging van een artikel 422bis in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van belaging”, RW 1998-99, 1378, nr. 15

• Juristenkrant, 2007/147, 18 april 2007, 8 (hierna P. VAN  WALLEGHEM, “Cassatie verduidelijkt het begrip belaging”, o.c.).

• L. ARNOU, “Parkeren van auto kan ook stalking zijn”, Juristenkrant,2002/56, 23 oktober 2002, 1.

• VAN DER KELEN en S. DE DECKER, RW 2006-07, 1434; GwH nr. 76/2009, 5 mei 2009, B.6.1.

• A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2010, nr. 340, p. 265

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849.

 A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, nr. 340, p. 265.

• A. MISONNE, “Harcèlement punissable? Consultez le dictionnaire!” (noot onder Cass. 21 februari 2007), JT 2007, 263

• A. MASSET, “Chronique de jurisprudence de droit pénal (avril 2005-avril 2008)”, Act.dr.fam. 2008, 115. 455 en 460.

• J. JACQMAIN, noot onder Corr. Marche-en-Famenne 18 april 2001, Soc.Kron. 2003, 104.

 E. Brewaeys (“De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849

• L. HUYBRECHTS, noot onder Antwerpen 5 november 2008, NC 2010, 136.

• S. VANDROMME, “Rechtspersoon stalken hoeft niet strafbaar te zijn”, Juristenkrant, 2007/150, 30 mei 2007, 4.

 F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 12, nr. 22;

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 13, nr. 23.

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849.

 N. BANNEUX en L. KERZMANN, “Le mal nommé ‘harcèlement téléphonique’: chronique des tribulations législatives d’une infraction moderne”, RDTI 2009, 29-45;

• A. VANDEPLAS, “Misbruik van telecommunicatiemiddelen”, Comm.Straf. 104.

 C. MEUNIER, “Telefonische belaging”, Postal Memoralis.

 M. DE  RUE, “Le harcèlement”, o.c., 743-744; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 16-17, nr. 34; K.

• ROSIER, “Le spamming politique: affaire de harcèlement, de prospection et de traitement de données à caractère personnel?” (noot onder Brussel 17 maart 2010), Dr.pén.entr. 2010, 324-325, nr. 7;

• M. VANDEVELDE, “Belaging via telecommunicatie te zwaar bestraft”, Juristenkrant, 2007/148, 2 mei 2007, 20.

 J. CORDIER, “La loi du 11 juin 20002 relative à la protection contre la violence et le harcèlement moral ou sexuel au travail”, JTT 2002, 381 e.v.;

 J. CORDIER, “La loi du 11 juin 20002 relative à la protection contre la violence et le harcèlement moral ou sexuel au travail” in J. CLESSE en M. DUMONT (eds.), Questions de droit social, CUP, 2002, Luik, Edition Formation Pemanente CUP, 2002, 355 e.v.;

• J. CORDIER en P. BRASSEUR, “La charge psychosociale au travail: le point sur la réforme de 2007”, Soc.Kron. 2008, 701 e.v.;

• J.CORDIER en P. BRASSEUR, Le bien-être psychosocial au travail: harcèlement moral, harcèlement sexuel, violence, stress, conflits…, Waterloo, Kluwer, 2009, 33 e.v.;

• EYSKENS, “De moeilijke positie van de pestwet in het administratief contentieux” (noot onder RvS 16 maart 2005, nr. 142.215), T.Gem. 2007, 217;

• I. VERHELST, “De nieuwe pestwet legt de nadruk op preventie”, Or. 2007, 204 e.v.

Rechtspraak:

• Antwerpen 28 april 2004, RW 2005-06, 1020.
• Brussel 2 februari 2000, RDPC 2001, 347, noot X.
•. Gent 23 april 2002, NjW 2002, 212;
• Corr. Antwerpen 2 juni 2009, AM 2009, 573.
• Antwerpen 27 mei 2010, AM 2010, 380, noot.
• Corr. Gent 21 juni 2002, TGR 2003, 169.
• Corr. Brussel 20 januari 2004, Soc.Kron. 2005, 455, noot.
• Corr. Neufchâteau 9 februari 2004, Journ.proc., 2004/475, 26.
• Luik 22 juni 2004, JLMB 2004, 1781;
• Corr. Charleroi 29 november 2004, Soc.Kron. 2005, 458;
• Corr. Brussel 8 december 2004, Soc.Kron. 2005, 460, noot P. BRASSEUR.
• Brussel 17 maart 2010, Dr.pén.entr. 2010, 319, noot K. ROSIER.
• Arbitragehof nr. 71/2006, 10 mei 2006, B.6.1., RW 2008-09, 446, noot H. BUYSSENS, Soc.Kron. 2008, 730, T.S t r a f r. 2008, 32, noot;
• Arbitragehof nr. 98/2006, 14 juni 2006, B.6.1., RABG 2006, 1477, noot D.
• Corr. Gent 21 juni 2002, TGR 2003, 169; Corr. Antwerpen 2 juni 2009, AM 2009, 573.
• Cass. 21 februari 2007, P.06.1415.F, JT 2007, 262, noot A. MISONNE, RDPC 2001, 529, T.Strafr. 2008, 37.
• Corr. Neufchâteau 9 februari 2004, Journ.proc., 2004/475, 26;
• Corr. Brussel 8 december 2004, Soc.Kron. 2005, 460, noot P. BRASSEUR. 5.
• Cass. 24 november 2009, P.09.1060.N.
• Arbitragehof nr. 71/2006, 10 mei 2006, B.6.2.; Arbitragehof nr. 98/2006, 14 juni 2006, B.6.2.; GwH nr. 76/2009, 5 mei 2009, B.6.2.
• Antwerpen 27 mei 2010, AM 2010, 380, noot.
• Arbitragehof nr. 71/2006, 10 mei 2006, B.6.4.;
• Arbitragehof nr. 98/2006, 14 juni 2006, B.6.4.;
• GwH nr. 75/2007, 10 mei 2007, B.3.;
• Arbitragehof nr. 98/2006, 14 juni 2006, B.6.4.;
• Cass. 21 februari 2007, P.06.1415.F, JT 2007, 262, noot A. MISONNE, RDPC 2001, 529, T.Strafr. 2008, 37.
• Cass. 8 september 2011, P.10.0523.F.
• Cass. 21 februari 2007, P.06.1415.F, JT 2007, 262, noot A. MISONNE, RDPC 2001, 529, T.Strafr. 2008,37;
• Cass. 24 november 2009, P.09.1060.N;
• GwH nr. 75/2007, 10 mei 2007, RABG 2007, 799, Soc.Kron. 2008, 730, noot P. BRASSEUR, TRV 2007, 338, noot F. PARREIN, T.S t r a f r. 2008, 35, noot; B. AERTS, “Kan een burger een gemeente stalken?”, Juristenkrant 2009, 14 januari 2009, 6;
• Arbitragehof nr. 71/2006, 10 mei 2006, B.10.-B.13.4.;
• Arbitragehof nr. 98/2006, 14 juni 2006, B.10.-B.13.4.;
• Arbitragehof nr. 55/2007, 28 maart 2007, B.1.-B.6.;
• Arbitragehof nr. 64/2007, 18 april 2007, T.Strafr. 2007, 311, noot G. SCHOORENS; M. VANDEVELDE, “Belaging via telecommunicatie te zwaar bestraft”, Juristenkrant, 2007/148, 2 mei 2007, 20.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 09/01/2018 - 14:17
Laatst aangepast op: di, 09/01/2018 - 14:48

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.