Schenking door grootouders aan kleinkinders onder last van discretionair beheer door de bank en met behoud van de vruchten kan door de ouders namens hun kinderen na machtiging door de Vrederechter aanvaard worden
M.V.d.M. qualitate qua drager van het ouderlijk gezag over C.D.M. en M.D.M.
Bij verzoekschrift van 4 december 2009 vraagt V.D.A.M. machtiging om namens haar minderjarige kinderen de schenking van de grootouders van deze minderjarigen, R.D.M.-P.A. te aanvaarden.
Door de beoogde schenking wast het vermogen van elk minderjarig kleinkind flink aan (waarde van de fondsen op 25 november 2009 = 319.170,78 euro), wat evident het belang van de minderjarigen dient. De aan deze schenking gekoppelde last komt erop neer dat de schenkende grootouders verder de vruchten van dit kapitaal genieten. Het belang van de kleinkinderen wordt daardoor niet geschonden. De beoogde formule strekt ook tot het belang van de minderjarigen, omdat via een pandovereenkomst en een vervreemdingsverbod onder tijdsbepaling meer zekerheid bestaat over de instandhouding van de effectenportefeuille tot wanneer de kinderen voldoende maturiteit hebben om evenwichtig te beslissen over de verdere bestemming van het geschonken voorwerp.
Gelet op de recente geschiedenis van de financiële wereld moet het nut van een risicoprofiel niet overschat worden, maar het staat wel vast dat in dit dossier geopteerd wordt voor de minst riskante beleggingsportefeuille. Het gekozen risicoprofiel is defensief.
De schenking wordt gekoppeld aan een overeenkomst van discretionair vermogensbeheer door de bank. In beginsel moet een dergelijk beheer in het raam van beschermingsstatuten worden geweerd, omdat banken handelen vanuit winstoogmerk, waarbij het belang van de belegger niet steeds gediend is. Concreet in het voorliggende dossier kan echter naar analogie met art. 410, § 1, 1o BW worden geredeneerd. Deze bepaling houdt de mogelijkheid in om het beheer van goederen aan een bankinstelling te laten. Al in de parlementaire voorbereidingen betreffende de voogdijwetgeving werd erop gewezen dat ter zake voorzichtigheid geboden is (cf. T. Wuyts, Vermogensbeheer door ouder(s), voogd en voorlopig bewindvoerder, Antwerpen, Intersentia, 2005, 19 en de verwijzingen daar; S. Mosselmans, Voogdij in APR, Mechelen, Kluwer, p. 241, nr. 434). Specifiek in het voorliggende dossier is echter dat de overeenkomst van vermogensbeheer kadert in de last die is verbonden aan de schenking. Het bestaande vermogen van de minderjarigen wordt niet aan een dergelijk discretionair vermogensbeheer – waarbij zowel de ouder als de vrederechter buitenspel worden gezet – onderworpen.
De verzoekster wordt er nadrukkelijk op gewezen dat de overeenkomst van discretionair vermogensbeheer niets anders dan de door de grootouders geschonken effecten mag betreffen.
- Doelgroep:
- Elfricon trefzinnen:
- Instantie:
- Rechtstakken:
- Kernwoorden:
- Soort link:
- Status homepage:
- Toepassingsgebied:
- Topics:
Hebt u nog een vraag?
Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.
Andere zoekopties
U kan onze website eveneens doorzoeken met deze opties:
- A-Z index
- Chronologische lijst van recente aanpassingen
- Doelgroepen
- De zoekfunctie op trefwoord (beta)
- Op kernwoorden
- Rechtsleer
- Rapport van alle bijdragen op deze site
- Rechtspraak
- Wetgeving
- Modellen
- RSS feeds
Aanvulling
Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.
