-A +A

Subsidariteit vormt geen beletsel om de vordering wegens verrijking zonder oorzaak in ondergeschikte orde te vorderen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 09/06/2017
A.R.: 
C.16.0382.N

Het beginsel van het subsidiair karakter van de rechtsvordering uit verrijking zonder oorzaak, belet dat deze vordering wordt aangenomen wanneer de eiser over een andere vordering beschikte, die hij heeft laten teloorgaan. De verrijkingsvordering kan aldus niet worden ingewilligd wanneer zij tot doel heeft een wettelijk beletsel met betrekking tot een aan de eiser ter beschikking staande vordering te omzeilen. Het subsidiair karakter staat evenwel niet eraan in de weg dat de eiser zijn vordering in hoofdorde steunt op een of meer andere grondslagen en subsidiair op de verrijking zonder oorzaak voor het geval de rechter oordeelt dat eerst genoemde grondslagen in werkelijkheid niet voor handen zijn.

Een storting op een rekening zonder bewijs van betaling, schenking, lastgeving, bewaarneming, zaakwaarneming of welke andere oorzaak ook kan resulteren in een vordering wegens vermogensverschuiving zonder oorzaak.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.16.0382.N
M. S.,
eiseres,
tegen
M. R.,
verweerder,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 11 januari 2016.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. FEITEN

Uit het bestreden arrest blijken de volgende feiten:

- de eiseres en de verweerder hebben gedurende drie jaar feitelijk samengewoond in de woning van de verweerder;
- in die periode ontving de eiseres een cheque van 120.000 euro die zij op een spaarrekening van de verweerder liet innen;
- de verweerder wendde deze som over de jaren heen aan voor werken aan zijn woning;
- na de beëindiging van de relatie heeft de eiseres de woning verlaten en  vorderde de terugbetaling van het voormelde bedrag;
- de eiseres steunt haar vordering in hoofdorde op de bewaring uit noodzaak als bedoeld in artikel 1949 Burgerlijk Wetboek, vervolgens op vrijwillige bewaargeving, op lastgeving, op zaakwaarneming en uiteindelijk op verrijking zonder oorzaak.

IV. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens het algemeen rechtsbeginsel van de verrijking zonder oorzaak kan een vermogensverschuiving worden ongedaan gemaakt wanneer hiervoor ie-dere juridische rechtvaardiging ontbreekt.

2. Het beginsel van het subsidiair karakter van de rechtsvordering uit verrijking zonder oorzaak, belet dat deze vordering wordt aangenomen wanneer de ei-ser over een andere vordering beschikte, die hij heeft laten teloorgaan.

De verrijkingsvordering kan aldus niet worden ingewilligd wanneer zij tot doel heeft een wettelijk beletsel met betrekking tot een aan de eiser ter beschikking staande vordering te omzeilen. Het subsidiair karakter staat evenwel niet eraan in de weg dat de eiser zijn vordering in hoofdorde steunt op een of meer andere grondslagen en subsidiair op de verrijking zonder oorzaak voor het geval de rechter oordeelt dat eerst genoemde grondslagen in werkelijkheid niet voor handen zijn.

3. De appelrechters oordelen dat:
- de vordering van de eiseres gesteund op de noodbewaring niet gegrond is om-dat geen enkele noodzaak wordt bewezen, noch aannemelijk gemaakt;
- het bestaan van een vrijwillige bewaargeving evenmin wordt bewezen en geen enkel stuk of feit deze overeenkomst zelfs aannemelijk maakt;
- ook geen enkel stuk of feit wijst in de richting van een lastgeving en de aan-voering van de eiseres dat zij last gaf aan de verweerder om de som van 120.000 euro te bewaren geen lastgeving, maar een bewaargevingsovereenkomst zou veronderstellen, waarvan reeds werd geoordeeld dat elk bewijs ont-breekt;
- de eiseres met volle kennis van zaken en vrijwillig de som van 120.000 euro op de spaarrekening van de verweerder heeft laten innen, zodat er ook geen sprake kan zijn van zaakwaarneming.

4. Door na aldus te hebben geoordeeld dat noch de bewaargeving, noch de lastgeving aannemelijk zijn en dat aan de toepassingsvoorwaarden van zaakwaar-neming niet is voldaan, de vordering van de eiseres gesteund op verrijking zonder oorzaak te verwerpen op grond van het subsidiair karakter van deze vordering, miskennen de appelrechters het algemeen rechtsbeginsel van de verrijking zonder oorzaak.

Het onderdeel is gegrond.

Tweede onderdeel

5. De verrijking is niet zonder oorzaak wanneer de vermogensverschuiving haar oorsprong vindt in de eigen wil van de verarmde. Vereist is daartoe dat de verarmde de wil had een definitieve vermogensverschuiving ten voordele van de verrijkte tot stand te brengen.

6. De appelrechters oordelen: "in ieder geval blijkt en wordt niet betwist dat [de eiseres] de som van 120.000 euro vrijwillig en met volle kennis van zaken op de spaarrekening van [de verweerder] heeft laten innen, zodat deze vermogensverschuiving in ieder geval een rechtmatige oorzaak heeft in de eigen wil en het eigen handelen van [de eiseres]".

7. Door aldus te oordelen dat de vermogensverschuiving een oorzaak heeft in de eigen wil van de eiseres, zonder vast te stellen dat de eiseres een definitieve verrijking van de verweerder beoogde, miskennen de appelrechters het algemeen rechtsbeginsel van de verrijking zonder oorzaak.

Het onderdeel is in zoverre gegrond.

Dictum
Het Hof,

Vernietigt het arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart.
Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer en in openbare rechtszitting van 9 juni 2017 uitgesproken 

Noot: 

Rechtsleer:

• Jonas Lambrechts, Subsidariteit vormt geen beletsel voor de ondergeschikte toepassing van de vordering uit ongerechtvaardigde verrijking T. Fam. 2017/10, 269

• X. Het subsidiaire karakter van de verrijking zonder oorzaak bekeken vanuit procesrechtelijke bril: de contouren verfijnd?, Noot in RW 2015-2016, 940 

Rechtspraak 

• Cass. 14/12/2012, R.W. 2013-2014, 1577

Uittreksel

10. De rechter is ertoe gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde rechtsregels. Hij moet de juridische aard van de door de partijen aangevoerde feiten en handelingen onderzoeken en mag, ongeacht de juridische omschrijving die de partijen daaraan hebben gegeven, de door hen aangevoerde redenen ambtshalve aanvullen, op voorwaarde dat hij geen betwisting opwerpt waarvan de partijen bij conclusie het bestaan hebben uitgesloten, dat hij zich enkel baseert op elementen die hem regelmatig zijn voorgelegd, dat hij het voorwerp van de vordering niet wijzigt en dat hij daarbij het recht van verdediging van partijen niet miskent.

Hij heeft de plicht ambtshalve de rechtsmiddelen op te werpen waarvan de toepassing geboden is door de feiten die door de partijen in het bijzonder worden aangevoerd tot staving van hun eisen.

Dit houdt niet in dat de rechter ertoe gehouden is alle in het licht van de vaststaande feiten van het geschil mogelijke, maar niet-aangevoerde rechtsgronden op hun toepasselijkheid te onderzoeken, maar enkel dat hij, met eerbiediging van het recht van verdediging, de toepasselijkheid dient te onderzoeken van de niet-aangevoerde rechtsgronden die zich door de feiten zoals zij in het bijzonder worden aangevoerd, onmiskenbaar aan hem opdringen.

11. Het onderdeel gaat ervan uit dat de appelrechters de plicht hadden de vordering van de eiseres ambtshalve te toetsen aan de aansprakelijkheidsregels inzake niet-conforme levering, maar voert niet aan dat de toepassing van die rechtsgrond geboden was door de feiten die door de eiseres in het bijzonder werden aangevoerd.

• Cass. 06/03/2013, AR P12.1596.F, juridat

samenvatting

Bij zijn uitspraak over de vergoeding van de door het slachtoffer van een ongeval geleden schade, moet de rechter de juridische aard onderzoeken van de door de partijen aangevoerde feiten en stukken; hij kan, ongeacht de juridische omschrijving die de partijen eraan hebben gegeven, de door hen opgeworpen gronden ambtshalve aanvullen door de werkelijke juridische aard van de feiten vast te stellen en te onderzoeken of de vordering van het slachtoffer, anders omschreven, vergoedbare schade kan opleveren.

tekst arrest

Nr. P.12.1596.F
I. 1. V. F.,
2. J. G.,
3. J. M.

tegen
S. C.,
 

II. S. C.,

tegen
1. V. F.,
2. J. G.,
3. J. M.,

II. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling

A. Cassatieberoepen van V. F., J. G. en J. M.

1. In zoverre de cassatieberoepen gericht zijn tegen het vonnis van 21 mei 2007
De eisers voeren geen middel aan.

2. In zoverre de cassatieberoepen gericht zijn tegen het vonnis van 7 mei 2012
(...)
Tweede middel
Tweede onderdeel
De eiseres J. G., echtgenote van het verongelukte slachtoffer, verwijt met name de appelrechters dat zij door de vergoeding te weigeren van de "préjudice d'accom-pagnement" (begeleidingsschade), het recht op volledige schadevergoeding mis-kennen, bepaald in artikel 1382 van het Franse Burgerlijk Wetboek.

De rechter moet de juridische aard onderzoeken van de door de partijen aange-voerde feiten en stukken. Hij kan, ongeacht de juridische omschrijving die de par-tijen eraan hebben gegeven, de door hen opgeworpen gronden ambtshalve aanvullen.

Artikel 1382 van het Franse Burgerlijk Wetboek, dat op de feiten van de zaak van toepassing is, legt het recht vast van het slachtoffer op volledige vergoeding van de schade die in oorzakelijk verband staat met de fout die de dader heeft begaan.

De eiseres had een uitkering gevorderd, bij wijze van "préjudice d'accompagne-ment", die hierin bestaat dat zij tijdens haar waarschijnlijk overleven niet langer op het slachtoffer kan rekenen voor het vervullen van taken die normaal op beide echtgenoten rusten.

De appelrechters hebben de vergoeding van die schade afgewezen op grond dat de aldus omschreven eis niet onder de definitie valt die het Franse recht daaraan geeft. Het vonnis verwijst dienaangaande naar een "référentiel indicatif régional" (regionale indicatieve tabel) en naar een Frans juridisch woordenboek. Met aanha-ling van die bronnen stelt het vast dat de "préjudice d'accompagnement" overeen-komt met de morele schade die de nabestaanden van het slachtoffer lijden tijdens de traumatische aandoening tot aan het overlijden. Het besluit daaruit dat, aange-zien het slachtoffer bij het ongeval is overleden, de vordering van die schade niet gegrond is.

De appelrechters hebben zodoende niet de werkelijke juridische aard van de feiten vastgesteld en hebben evenmin onderzocht of die vordering in het Franse recht, als materiële schade, vergoedbaar kon zijn.

In zoverre is het middel gegrond.
(...)

Dictum
Het Hof,
Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep van S. C., in zoverre het ge-richt is tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering die V. F. tegen hem heeft ingesteld.
Vernietigt het bestreden vonnis van 7 mei 2012 in zoverre het uitspraak doet over de vergoeding van de "préjudice d'accompagnement" van J. G en de "déficit fonc-tionnel partiel" en "préjudice professionnel permanent" van J. M.
Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde vonnis.
Veroordeelt de eisers V. F. en S. C. tot de kosten van hun cassatieberoep.
Veroordeelt de eisers J. G. en J. M. tot twee derde van de kosten van hun cassatie-beroep en S. C. tot het overige derde.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank te Namen, zitting houdende in hoger beroep.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel.

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 08/01/2018 - 14:49
Laatst aangepast op: ma, 08/01/2018 - 14:49

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.