Taalgebruik in gerechtszaken uitlevering
Y. t/ Belgische Staat
Arrest nr. 206.909
De uitleveringsprocedure is een administratieve en geen jurisdictionele procedure, waarop de wet op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, op het eerste gezicht toepassing vinden.
Overeenkomstig art. 41, § 1, van deze wet, maken de centrale diensten voor hun betrekkingen met de particulieren gebruik van die van de drie talen waarvan de betrokkenen zich hebben bediend.
Er wordt niet betwist dat de verwerende partij deel uitmaakt van de «centrale diensten» in de zin als bedoeld in voormeld art. 41, § 1.
Door het voeren van de kwestieuze uitleveringsprocedure moet de verwerende partij voorts, op het eerste gezicht, geacht worden een betrekking met de verzoeker te zijn aangegaan, in de zin van het meer vermelde art. 41, § 1, temeer gelet op de mogelijkheid voor de verzoeker om voor de Kamer van Inbeschuldigingstelling bezwaren tegen zijn uitlevering aan te voeren, die in wezen gericht zijn tot de verwerende partij, die ze in het licht van het gemotiveerd advies van de Kamer van Inbeschuldigingstelling moet onderzoeken. Het betoog van de verwerende partij dat het bestreden besluit «een antwoord (vormt) op een verzoek van een buitenlandse autoriteit aan België», dat «uitleveringszaken (...) de internationale samenwerking van Staten in strafzaken (betreffen)» en dat «(de uitlevering) aldus het resultaat (vormt) van een samenwerking tussen autoriteiten», doet op het eerste gezicht niet anders besluiten. Hetzelfde geldt voor het betoog van de verwerende partij dat de uitlevering «niet het resultaat is van (enig) verzoek of actie van een particulier», aangezien art. 41, § 1, van de gecoördineerde wet op het gebruik van de talen in bestuurszaken deze voorwaarde niet stelt.
Gelet op wat voorafgaat, moet art. 41, § 1, van de gecoördineerde wet op het gebruik van de talen in bestuurszaken, op het eerste gezicht, geacht worden op het bestreden besluit toepassing te vinden.
Tijdens de adviesprocedure over zijn uitlevering voor de Kamer van Inbeschuldigingstelling te Brussel, die als een onderdeel van de uitleveringsprocedure moet worden beschouwd, heeft de verzoeker zich in het Frans tegen zijn uitlevering verweerd. Dit laatste volstaat, op het eerste gezicht, om het Frans aan te merken als de taal waarvan de verzoeker zich overeenkomstig art. 41, § 1, van de gecoördineerde wet op het gebruik van de talen in bestuurszaken, tijdens de door de verwerende partij gevoerde uitleveringsprocedure, heeft bediend en waarin het bestreden besluit diende te worden gesteld. Het betoog van de verwerende partij dat de taalkeuze van de verzoeker «in het raam van zijn gerechtszaken» wordt beheerst door een andere wetgeving, doet niet anders besluiten, aangezien het advies van de kamer van inbeschuldigingstelling te dezen niet als een rechterlijke beslissing kan worden beschouwd, maar louter als een adviserende beslissing, genomen in het raam van de administratieve uitleveringsprocedure.
(Volgt: schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid)
- Doelgroep:
- Elfricon trefzinnen:
- Instantie:
- Link rubrieken:
- Rechtstakken:
- Kernwoorden:
- Soort link:
- Status homepage:
- Toepassingsgebied:
- Topics:
Hebt u nog een vraag?
Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.
Andere zoekopties
U kan onze website eveneens doorzoeken met deze opties:
- A-Z index
- Chronologische lijst van recente aanpassingen
- Doelgroepen
- De zoekfunctie op trefwoord (beta)
- Op kernwoorden
- Rechtsleer
- Rapport van alle bijdragen op deze site
- Rechtspraak
- Wetgeving
- Modellen
- RSS feeds
Aanvulling
Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.
